Aanhef
Bestuurlijke samenvatting
Algemeen
Voor u ligt het beleidsplan Regelgeving, Uitvoering en Handhaving 2024 – 2027. Uitvoering omvat zowel Vergunningen als Toezicht als Advisering op basis van wettelijke adviesrechten. Dit beleid vervangt het huidige beleidskader Vergunningen, Toezicht en Handhaving. Het verschil is dat dit beleid ook gaat over het maken van onze eigen regelgeving en de uitgangspunten die we daarbij hanteren. Hiermee brengen we de nauwe relatie tussen het maken van regelgeving en het toepassen daarvan tot uitdrukking.
Het Beleidsplan RUH 2024 – 2027 sluit aan op het Waterbeheerprogramma 2022 – 2027. Daarin zijn de belangrijkste doelstellingen voor het waterschap opgenomen. Regelgeving, uitvoering en handhaving zijn instrumenten die, naast diverse andere instrumenten, worden ingezet om de gestelde doelen te behalen. De manier waarop we invulling geven aan regelgeving, uitvoering en handhaving is in belangrijke mate gestoeld op het Bestuursprogramma 2023-2027 ‘Balanceren met lef’. Dit is verder uitgewerkt in hoofdstuk 5.
Doelstelling
De processen regelgeving, uitvoering en handhaving zijn gericht op bescherming van onze waterstaatswerken, op het behalen van onze doelstellingen en het beschermen van onze belangen. We maken de daarvoor benodigde regels, behandelen vergunningaanvragen en meldingen, zien toe op de naleving van de gestelde regels en voorschriften en handhaven als dat nodig is.
In dit beleidsplan geven we aan op basis van welke uitgangspunten we hier invulling aan geven.
Beleidsagenda
We investeren in samenwerking, zowel intern als extern. Dit vanuit de gedachte dat we elkaar (intern en extern) nodig hebben om zorg te dragen voor onze fysieke leefomgeving, waarvan water deel uit maakt.
Continue aandacht voor en waar nodig actualisatie van onze waterschapsverordening is nodig om de benodigde bescherming te kunnen bieden aan onze assets, maar ook om de gewenste afstemming met onze omgeving vorm te kunnen geven. Denk hierbij aan de afstemming tussen waterschapsverordening en gemeentelijke omgevingsplannen. De overgang naar het werken met en onder de Omgevingswet vergt aanpassingen, leren en ontwikkelen. Dat geldt zeker voor de medewerkers die direct zijn betrokken bij het maken en toepassen van wet- en regelgeving in het omgevingsrecht.
Data en informatie worden steeds belangrijker in ons werk. Met name voor uitvoering en handhaving. In de planperiode willen wij het inzicht in en het verwerven van noodzakelijke data en informatie vergroten.
Uitvoering
Wij voeren de processen die in dit beleidsplan centraal staan uit op een zo doeltreffend mogelijke manier. Als onze regelgeving duidelijk is en eenvoudig vindbaar, dan maakt dat naleving ook gemakkelijker. Als wij goed bereikbaar zijn voor vragen en vooroverleg verkleint dat het risico op ongewenste aantasting van onze assets en belangen. Doorontwikkeling van interne afstemming draagt bij aan duidelijkheid naar onze omgeving. Het beperken van regelgeving tot het noodzakelijke vergroot het draagvlak voor ons handelen. Niet de regel staat centraal, maar het doel.
In het jaarlijkse uitvoeringsprogramma werken we ons beleidsplan op operationeel niveau uit.
Monitoring en evaluatie
Jaarlijks blikken we terug op de uitvoering. Daarbij bezien we ook of er redenen zijn om het beleidsplan aan te passen of te actualiseren.
Bijlage 1 Preventiestrategie
Wij willen onze doelstellingen realiseren en onze belangen beschermen. Daarvoor maken we beleid en ontwikkelen we instrumenten. Regelgeving is één van de instrumenten. Een goede naleving van onze regels draagt direct bij tot het beoogde doelbereik. Preventie richt zich op het bevorderen van spontane naleving van onze regels. Dus zonder repressieve handhaving. Hier beschrijven wij op welke wijze wij preventie inzetten ten behoeve van regelgeving, uitvoering en handhaving. Wij richten preventie niet alleen op onze omgeving, maar ook op onze collega’s die betrokken zijn bij voorbereiding en uitvoering van projecten, onderhoud en beheer.
Preventie en regelgeving
De kans op spontane naleving van regelgeving is groter naarmate regels bekend, duidelijk, eenduidig en handhaafbaar zijn. Daarnaast, en misschien nog belangrijker, moet duidelijk zijn waarom een regel is gesteld. Wat is het doel van de regel? Door in het proces van totstandkoming van regelgeving expliciet aandacht aan het waarom van de regel(s) te besteden wordt bijgedragen aan een betere spontane naleving.
Vervolgens moet de regel in duidelijke taal zijn verwoord en moet duidelijk zijn waar de regel geldt (en dus ook: waar niet). En tenslotte is het cruciaal dat regelgeving bekend is en eenvoudig kan worden gevonden. Sinds de inwerkingtreding van de Omgevingswet is de regelgeving van het waterschap met betrekking tot de fysieke leefomgeving (Waterschapsverordening) opgenomen in het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Via het DSO kan de regelgeving worden bekeken en kan via een vergunningcheck worden onderzocht of voor een bepaald initiatief op een bepaalde locatie regels gelden.
Preventie en vergunningverlening
De preventiestrategie bij vergunningverlening is met name gericht op het binnen de gestelde termijn kunnen verlenen (of weigeren) van vergunningaanvragen. Dat betekent bijvoorbeeld dat wij via goede voorlichting en vooroverleg inzetten op vergunningaanvragen die compleet zijn. Wij willen het opvragen van aanvullende gegevens en het buiten behandeling laten van aanvragen zoveel mogelijk voorkomen. Ook willen wij het onnodig indienen van aanvragen of meldingen voorkomen. Goede voorlichting, gecombineerd met duidelijke regelgeving draagt hieraan bij.
Preventie en toezicht
Toezicht is vooral gericht op het voorkomen van overtredingen. Uiteraard wordt bij controlebezoeken door onze toezichthouders beoordeeld of de geldende regels worden nageleefd, maar ook wordt nadrukkelijk aandacht besteed aan het toelichten van (eventueel veranderende) regelgeving, het meedenken met bedrijven, etc. Dit is zowel van belang voor het waterschap als voor het bedrijf. Voor beiden geldt immers: voorkomen is beter dan genezen.
Ook door het geven van voorlichting tijdens studiebijeenkomsten en door het bijdragen aan nieuwsbrieven dragen wij bij aan het bereiken van een hoog spontaan nalevingsniveau.
Preventie en advisering
Ook onze invulling van aan ons toekomende (wettelijke) adviesrechten is gericht op het beschermen van onze belangen. Wij streven kwalitatief goede en volledige adviezen na die worden overgenomen door het adviesvragend bevoegd gezag.
Preventie en handhaving
Als handhavend optreden noodzakelijk is, is het van belang dat een handhavingsmaatregel in rechte stand houdt. Dit bekent dat de overtreden regel (juridisch) correct moet zijn en dat het besluit correct is. Ook het tussenliggende toezichtproces (vaststelling dat sprake is van een overtreding) moet zorgvuldig uitgevoerd zijn. Een en ander impliceert onder meer dat de kwaliteit van de betrokken medewerkers continu op goed niveau moet zijn (één van de kwaliteitscriteria, zie par. 4.1).
Bijlage 2 Uitgangspunten regelgeving
De uitgangspunten die wij hanteren voor de door ons op te stellen regelgeving
26Waterschapsverordening
zijn:
1Onze regelgeving is duidelijk en transparant
Wij maken duidelijk waarom wij een regel stellen en onze regels zijn duidelijk. Regels worden gesteld met het oog op het bereiken/beschermen van doelen. Een goede naleving van regels draagt daardoor bij aan het doelbereik. Regels worden beter nageleefd als duidelijk is waarom de regel is gesteld en als de gestelde regel op zichzelf duidelijk is.
2Onze regelgeving is risicogestuurd ingericht op basis van het principe 'ja, mits'
Wij hanteren dit principe om duidelijk te maken dat wij positief staan tegenover initiatieven in onze omgeving (ja). Daarbij geldt wel dat realisering van initiatieven niet tot gevolg mag hebben dat onze doelen niet of onvoldoende gerealiseerd/beschermd kunnen worden; wij reguleren als dat nodig is (mits).
3Wij reguleren niet zwaarder dan nodig
Als we moeten reguleren (zie hiervoor) dan willen we geen zwaardere instrumenten inzetten dan nodig. Een meldplicht, vergunningplicht of absoluut verbod dus alleen als dat noodzakelijk is met het oog op onze verantwoordelijkheden.
4Wij hebben aandacht voor gebiedsgedifferentieerde regelgeving en het voorkomen van dubbele regelgeving
Omdat meerdere overheden regels (kunnen) hebben op dezelfde locatie, kan het gebeuren dat een initiatiefnemer meer toestemmingen nodig heeft voor dezelfde activiteit. We willen met gemeenten bezien hoe we regels van de waterschapsverordening en van de gemeentelijke omgevingsplannen beter op elkaar af kunnen stemmen. Onze regelgeving kan derhalve gebiedsgedifferentieerd zijn. Zo dragen we bij aan het verminderen van administratieve lasten bij burgers, bedrijven en overheden.
Het is van belang dat onze Waterschapsverordening actueel is en, met inachtneming van ons Participatiebeleid, wordt aangepast als dat nodig is. De noodzaak tot aanpassing kan voortvloeien uit aanpassingen van beleid, maar ook kan blijken dat de uitvoeringspraktijk noodzaakt tot aanpassing van regelgeving. Daarnaast kan de verdere ontwikkeling van de afstemming tussen de waterschapsverordening enerzijds en de gemeentelijke omgevingsplannen anderzijds aanleiding geven tot aanpassing. De verwachting is dat het nauwere samenspel en de verdergaande afstemming tussen overheden tot frequentere aanpassingen van de waterschapsverordening zal leiden. Dit afgezien van de noodzakelijke aanpassingen van de in de waterschapsverordening opgenomen werkingsgebieden. De werkingsgebieden dienen in de waterschapsverordening opgenomen te zijn en geven aan waar welke regels gelden. De werkingsgebieden zijn afgeleid van de legger; deze bevat immers de waterstaatswerken die via de waterschapsverordening moeten worden beschermd. Een wijziging van de legger als gevolg van realisering van een project of uitvoering van een vergunning leidt dus ook tot een wijziging van de waterschapsverordening, onderdeel werkingsgebieden. Het up to date houden van de waterschapsverordening is een structurele activiteit.
Doorontwikkeling beleidsregels
Beleidsregels zijn geen regelgeving op zichzelf, maar geven aan hoe belangen worden afgewogen, feiten wordt vastgesteld of hoe regels worden uitgelegd bij het gebruik van een bevoegdheid door een bestuursorgaan. Het dagelijks bestuur is bevoegd tot het nemen van een besluit op een vergunningaanvraag en tot het vaststellen van een maatwerkvoorschrift. Met een maatwerkvoorschrift kan worden afgeweken van algemene regels. In onze beleidsregels geeft het dagelijks bestuur aan welke aspecten een rol spelen bij beoordeling van aanvragen/meldingen en wanneer een aangevraagde vergunning wel of niet voor verlening in aanmerking komt.
Bijlage 3 Vergunningenstrategie
Wij richten ons op het tijdig afdoen van aanvragen om vergunning. Onze preventiestrategie levert hier ook een bijdrage aan. Tijdig en goed (voor)overleg met initiatiefnemer, andere overheden en belanghebbenden is hierbij van belang. Wij stellen suggesties voor initiatiefnemers om invulling te geven aan de in de Omgevingswet opgenomen participatieverplichting beschikbaar. Daarnaast denken wij, met het oog op het kunnen realiseren van een initiatief, mee met een initiatiefnemer. Wij gaan echter niet op de stoel van de initiatiefnemer zitten; hij is en blijft verantwoordelijk voor de aanvraag.
Vergunning eigen dienst
Voor een deel van de werken en projecten van het waterschap zelf zal een vergunning eigen dienst verleend moeten worden. Het gaat hierbij niet om reguliere beheer- en onderhoudswerkzaamheden. Deze zijn in de waterschapsverordening vrijgesteld van een vergunning- of meldingsplicht (artikel 1.18 Waterschapsverordening). De vergunningplicht geldt wel voor meer ingrijpende werkzaamheden als het aanpassen van het profiel van een watergang. Met onze projectafdeling worden afspraken gemaakt op basis waarvan volledige aanvragen/meldingen ingediend kunnen worden. Hierbij wordt speciaal aandacht besteed aan het consequent parallel aan de vergunning eigen dienst voor het project in vergunningen vastleggen van onderhoudsplichten aan derden, mede met het oog op het op orde houden van onze data.
Intensiteit toetsing aanvragen/meldingen
Om bij te dragen aan een voorspoedige afdoening van ontvangen aanvragen en meldingen hanteren wij voor aanvragen/meldingen de volgende werkwijze wat betreft toetsing in het geval geen vooroverleg heeft plaatsgevonden:
•Incidenteel voorkomende activiteiten met een (potentieel) hoog risico voor de waterschapsbelangen worden intensief getoetst.
•Veel voorkomende activiteiten met een (potentieel) beperkt risico voor de waterschapsbelangen worden op hoofdlijnen getoetst.
•Meldingen worden in het algemeen op hoofdlijnen beoordeeld.
Dienstverlening
Wij streven er naar aangevraagde vergunningen binnen de daarvoor geldende termijn behandeld te hebben. Als streven hanteren wij hiervoor een percentage van 90. Op basis van te ontwikkelen klanttevredenheidsonderzoeken streven wij er naar onze dienstverlening verder te kunnen vergroten.
Buiten behandeling laten van de aanvraag
Indien een aanvraag niet volledig is, wordt de initiatiefnemer één keer in de gelegenheid gesteld de aanvraag binnen een daarbij te stellen termijn te completeren. Is dat aanvraag na verloop van de gestelde termijn niet compleet, dan wordt het besluit genomen dat de aanvraag niet in behandeling worden genomen (artikel 4:5 Algemene wet bestuursrecht). Het is immers zowel voor het waterschap als voor de aanvrager van belang duidelijkheid te hebben over de status van een aanvraag.
Borging interne adviestermijnen
Met onze interne adviseurs (adviesloket) zijn afspraken gemaakt over de termijn waarbinnen gevraagde adviezen worden verstrekt. Ook zijn afspraken gemaakt wat betreft de bij het adviesverzoek te voegen informatie (invulling van het adviesverzoek).
Beperking administratieve belasting
In de planperiode wordt in het bijzonder aandacht besteed aan het beperken van administratieve belasting, zowel voor het waterschap als voor initiatiefnemers. Hierbij wordt nadrukkelijk ingezet op het verder benutten van informatietechnologie, bijvoorbeeld bezien van mogelijkheden voor de inzet van kunstmatige intelligentie voor administratieve en beslissingsondersteunende processen.
Handhaafbaarheid
Het aspect handhaafbaarheid van de vergunning is belangrijk met het oog op het doelmatig en effectief vergunnen en daarmee voor bescherming van de door het waterschap te dienen belangen. Standaardteksten worden in samenspraak met toezichthouder/handhavers ontwikkeld en worden periodiek tegen het licht gehouden. Unieke teksten worden aan een toezichthouder/handhaver voorgelegd.
Prioritering
De beschikbare capaciteit zal niet altijd voldoende zijn om ingekomen aanvragen/meldingen binnen de termijn te behandelen. Indien dit tijdelijk niet (goed) mogelijk is als gevolg van bijvoorbeeld aantal en of aard van de aanvragen en of tijdelijke capaciteitsproblemen als gevolg van ziekte of vacatures dan wordt de volgende volgorde in afdoening gehanteerd:
1Aanvragen bij waterkeringen, waarbij uitstel van het werk tot extra risico’s kan leiden (bijv. niet gereed voor aanvang hoogwaterseizoen).
2Aanvragen waarmee grote maatschappelijke (algemene-, economische-, natuur-) belangen gemoeid zijn (bijv. infrastructurele werken, vergunningen eigen dienst t.b.v. projecten).
3Overige vergunningaanvragen.
4Ontvangstbevestiging ontvangen meldingen.
Afstemming met partners
Initiatieven die bij onze partners (met name Rijkswaterstaat, gemeenten en provincie) worden kenbaar gemaakt kunnen ook van belang zijn voor het waterschap. Mogelijk gelden voor die initiatieven ook verplichtingen bij het waterschap (vergunning- of meldplicht) of heeft het waterschap suggesties voor aanpassingen van een initiatief. Om tijdig het waterbelang te kunnen betrekken en afstemming tot stand te brengen, zijn wij betrokken bij de omgevingstafels. Hier overleggen betrokken overheden en initiatiefnemer(s) met elkaar om te komen tot een kansrijk initiatief.
Beoordeling actualiteit en belang van verleende vergunningen
In het algemeen realiseert een vergunninghouder zijn initiatief en maakt gebruik van zijn vergunning. Als er geruime tijd verstrijkt na het verlenen van de vergunning en het initiatief wordt niet gerealiseerd, of de vergunde werken worden niet langer benut, wordt nagegaan of het in het waterbelang niet beter is om de vergunning in te trekken.
Bijlage 4 Toezichtstrategie
Centraal in de toezichtstrategie staat de vraag hoe wij als bevoegd gezag toezicht uitoefenen. Toezicht richt zich op de naleving van regels die zijn gesteld om doelen te bereiken en belangen te beschermen. Deze regels zijn gesteld in de Waterschapsverordening, maar ook in landelijke en provinciale regelgeving. Daarnaast wordt toegezien op de naleving van vergunningvoorschriften en algemene regels. Toezicht wordt uitgeoefend door toezichthouders die als zodanig zijn aangewezen door het dagelijks bestuur. Toezichthouders beschikken over specifieke bevoegdheden
27De bevoegdheden zijn opgenomen in titel 5.2 van de Algemene wet bestuursrecht.
om hun werk goed uit te kunnen voeren.
Gericht toezicht uitoefenen
Onze toezichthouders voeren gericht toezicht. Dat wil zeggen dat zij niet in het gebied surveilleren of inspecties uitvoeren aan onze waterstaatswerken (watergangen en waterkeringen). Inspecties aan de waterstaatswerken zijn gericht op de staat van het object (de watergang, de waterkering) en worden uitgevoerd door onze collega’s van het team inspecteren van het cluster Areaalbeheer. Geconstateerde overtredingen worden doorgegeven aan de toezichthouders in het geval de betreffende overtreding niet ongedaan wordt gemaakt nadat de inspecteur dit heeft verzocht. Ongedaanmaking kan worden gerealiseerd door iets feitelijk ongedaan te maken, dan wel door een benodigde melding te doen of vergunning aan te vragen.
De toezichthouders voeren zowel geplande controles uit als controles naar aanleiding van ontvangen incidentmeldingen. Geplande controles zijn bijvoorbeeld in de jaarplanning opgenomen bedrijfscontroles en controles van realisering van vergunde of gemelde werken (opleveringscontroles).
Prioritering toezicht
Het waterschap is bevoegd gezag voor een groot aantal regels en regelingen en zal prioriteiten moeten stellen. Het is onmogelijk om overal en altijd op alle regels toe te kunnen zien. Wij kennen prioriteit toe op basis van risico’s voor het functioneren van onze waterstaatswerken en de door ons te beschermen belangen. In de jaarlijks op te stellen uitvoeringsprogramma’s worden de prioriteiten nader omschreven. Ook wordt in de uitvoeringsprogramma’s expliciet gemaakt op welke onderwerpen wij geen actief toezicht uitoefenen. Dit betreft met name regelgeving waarvan niet-naleving niet tot (significante) risico’s voor het functioneren van onze waterstaatswerken en voor de door ons te beschermen belangen leidt.
Naast prioritering op basis van risico, worden jaarlijks ook enkele onderwerpen aangewezen waaraan een hoge bestuurlijke prioriteit is toegekend. Deze toekenning kan voortvloeien uit samenwerkingsafspraken met onze ketenpartners. Ook kan de actualiteit dwingen tot het stellen van (andere) prioriteiten.
Samenwerking
Wij werken samen met onze partners voor een gezonde leefomgeving in Limburg. We zijn daarbij elkaar ogen en oren en informeren elkaar. In het project Samen Sterk in Limburg werken we daadwerkelijk samen in het buitengebied. In het door het Rijk geïnitieerde project Gebiedsgericht Handhaven werken we ter bescherming van de waterkwaliteit met een groot aantal partners samen op het gebied van toezicht en handhaving van de mestwetgeving. Met Rijkswaterstaat werken wij samen bij de behandeling van zogenaamde samenloopvergunningen en het toezicht en de handhaving daarop. Rijkswaterstaat voert voor ons de controles op het gebied van bodemkwaliteit uit, terwijl wij voor Rijkswaterstaat toezien op de naleving van de agrarische watergerelateerde regelgeving. Beide onderwerpen zijn geregeld in het Besluit activiteiten leefomgeving.
In de planperiode willen we met onze partners extra aandacht schenken aan de indirecte lozingen. Enerzijds door advisering in het kader van vergunningverlening, anderzijds door samenwerking en kennisdeling met de gemeenten en de regionale uitvoeringsdiensten.
Aandachtsgebieden en regio-indeling
Voor de uitvoering van toezichtwerkzaamheden onderscheiden wij de volgende aandachtsgebieden:
•agrarisch (open teelt)
•glastuinbouw (bedekte teelt)
•waterkering en civiele techniek
•industrie en rioolwaterzuiveringsinstallaties
•zwemwater
Dit onderscheid ligt ten grondslag aan de taakverdeling tussen de toezichthouders.
Onze toezichthouders agrarisch, glastuinbouw en waterkering en civiele techniek werken in vaste gebieden. Het risico van een ‘vaste handhavingsrelatie’ is beperkt. Dit enerzijds vanwege de omvang van de gebieden en anders vanwege de lage controlefrequentie op bedrijfsniveau (agrarisch en glastuinbouw maximaal 1 x per 5 jaar). De toezichthouders industrie en rioolwaterzuiveringsinstallaties en aangewezen zwemgelegenheden hebben het gehele beheersgebied als aandachtsgebied.
De indeling van de toezichthouders over de regio’s en aandachtsgebieden is op kaart vastgelegd.
Bijlage 5 Handhavingsstrategie (LHSO)
Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO) | Informatiepunt Leefomgeving (iplo.nl)
Bijlage 6 Leidraad handhavingsacties en begunstigingstermijnen
https://iplo.nl/publish/pages/183639/leidraad-handhavingsacties-en-begunstigingstermijnen-versie-2023.pdf
Bijlage 7 Gedoogstrategie
Gedogen
Gedogen kan eveneens worden ingezet als handhavingsinstrument. Daarbij geldt dat gedogen in feite niets anders is dan bewust ‘niet handhaven’. Wat gedogen betreft conformeert het waterschap zich aan de landelijk vastgestelde gedoogstrategie (Nota Grenzen aan gedogen) die gedogen alleen in uitzonderingssituaties toelaatbaar acht. Gedogen wordt dan ook tot een minimum beperkt.
Gedogen kan op twee manieren te weten actief gedogen of passief gedogen.
Actief gedogen.
Actief gedogen wil zeggen dat een besluit (gedoogbeschikking) wordt genomen dat aan het gedogen ten grondslag ligt en waartegen rechtsmiddelen openstaan voor belanghebbenden. Hierdoor is controle mogelijk op het gedogen. Het waterschap gedoogt alleen actief.
In de volgende situaties kan worden gedoogd:
a.Gedurende een legalisatieprocedure en vooruitlopend op een nog te verlenen vergunning
Gedogen is mogelijk als een vergunning is aangevraagd en duidelijk is dat de aangevraagde vergunning kan worden verleend.
b.In geval van een overmacht- of overgangssituatie
Dit doet zich voor in een situatie van een calamiteit, waarbij het treffen van voorzieningen of maatregelen enige tijd vergen en de betrokkene coöperatief is en hem geen verwijt is te maken van de calamiteit. Ook is een situatie denkbaar dat regelgeving is gewijzigd of wordt gewijzigd waardoor korte tijd (maximaal een half jaar) in strijd met op dat moment geldende voorschriften moet worden gewerkt.
c.Het achterliggende belang is beter gediend met gedogen
In incidentele situaties kan het voorkomen dat een uit te voeren activiteit in de praktijk moet worden uitgevoerd met het oog op het kunnen stellen van normen en/of voorschriften voor die activiteit. Het kunnen ontwikkelen van een naleefbare en handhaafbare norm/voorschrift kan dan het tijdelijk gedogen van die activiteit vergen.
d.Er is een zwaarwegend belang dat gedogen rechtvaardigt
Denkbaar is de situatie dat een tijdelijke schending van een norm moet worden geaccepteerd in verband met een ander - zwaarder - belang dat daarmee is gediend. De weging van aan de orde zijnde belangen kan tot een tijdelijk gedogen noodzaken. Een voorbeeld is de situatie dat als gevolg van een calamiteit een ongewenste lozing ontstaat, een deel van een watergang moet worden afgedamd. Het afdammen is zonder vergunning niet mogelijk, doch het voorkomen van verontreiniging van het watersysteem kan het afdammen (tijdelijk) rechtvaardigen.
Passief gedogen
Passief gedogen, dat wil zeggen “het door de vingers zien” van een overtreding, vindt niet plaats.
Gedogen uitsluitend tijdelijk
Dat gedogen uitsluitend tijdelijk plaatsvindt spreekt voor zich in de situatie dat een legaliseringsproces loopt. Wanneer de benodigde vergunning is verleend c.q. de benodigde melding is gedaan, is de strijdigheid opgeheven.
Overmacht- en overgangssituaties zijn naar hun aard ook tijdelijk van karakter. Datzelfde kan worden gezegd van de overige situaties waarin gedogen kan plaatsvinden.
Van belang is echter dat een tijdelijk gedogen niet leidt tot een structureel gedogen. Uitgangspunt daarom is een gedoogtermijn van maximaal zes maanden. Van dit uitgangspunt kan in concrete situaties worden afgeweken indien binnen die maximale termijn beëindiging van de overtreding redelijkerwijs niet kan worden gerealiseerd, waarbij de aard en omvang van het geschonden rechtsbelang een nadrukkelijk criterium is.
Toezicht en handhaving gedoogbesluit
Aan een gedoogbesluit worden voorschriften verbonden die eventuele nadelige gevolgen voor het te beschermen rechtsbelang zoveel mogelijk beperken. Toezicht op de naleving van deze besluiten is van groot belang; er is immers expliciet sprake van een strijdige uitzonderingssituatie. Handelen in strijd met een gedoogbesluit kan leiden tot intrekking van het gedoogbesluit en daarmee herleving van de handhavingsplicht.
Gedogen en strafrecht
Het gedoogbesluit vormt de basis voor het niet (bestuursrechtelijk) handhaven van een strijdige
situatie. Het besluit om niet (bestuursrechtelijk) te handhaven laat onverlet de bevoegdheid van het Openbaar Ministerie tot strafrechtelijke vervolging. Het Openbaar Ministerie heeft ter zake een eigen verantwoordelijkheid.
Gedogen en communicatie
Gedogen is een uitzondering en vindt slechts onder strikte voorwaarden plaats. Gedoogbesluiten worden gepubliceerd op de site van het waterschap en worden ter kennisname toegezonden aan de gemeente waarbinnen de gedoogsituatie zich voordoet, het Openbaar Ministerie en eventueel andere betrokkenen.
Bijlage 8 Spelregels voor handhavingsverzoeken
Burgers en bedrijven moeten weten waar ze aan toe zijn. De behoorlijke behandeling van handhavingsverzoeken kenmerkt zich door transparant, betrokken en onpartijdig handelen van het waterschap. In paragraaf 5.2.4 is aangegeven dat wij de ‘Handhavingswijzer’ van de Nationale Ombudsman onderschrijven. Deze is hieronder opgenomen.
Transparant
1Actief informatie verstrekken over het nalevingsbeleid en de manieren waarop er kan worden opgetreden (bijvoorbeeld door middel van een folder of via de website).
2Actief alle belanghebbenden betrekken en informeren bij de afhandeling van een handhavings¬verzoek, een melding, een signaal of een klacht over een illegale situatie.
3Besluiten duidelijk en begrijpelijk motiveren.
Betrokken
1Na ontvangst van een handhavingsverzoek, een melding, een signaal of een klacht over een illegale situatie zo snel mogelijk contact op nemen met de burger.
2Met de burger het belang en het doel van zijn handhavingsverzoek, melding, signaal of klacht en de verwachtingen die hij heeft van het waterschap bespreken.
3In een persoonlijk gesprek aan de burger uitleggen wat de (on)mogelijkheden zijn van het waterschap.
4In samenspraak met de burger zoeken naar een snelle en informele oplossing van het probleem (zo nodig met behulp van buurtbemiddeling, mediationtechnieken).
Onpartijdig
1Toezien op de naleving en consequent handhaven.
2Na ontvangst van een handhavingsverzoek, een melding, een signaal of een klacht de situatie ter plekke onderzoeken.
3Een transparante onpartijdige afweging van alle belangen bij het optreden of het nemen van een besluit en dit kenbaar maken.
4Voortvarend handelen en de afgesproken termijnen nakomen.
5Te allen tijde recht doen aan de strekking van de rechtelijke uitspraak.