3 Waterhuishoudkundige situatie
3.1 Peilbeheer
3.1.1 Peilbeheer bij calamiteiten
Indien door een calamiteit het peil in het Zoetwaterkanaal te hoog wordt, bestaan er 3 mogelijkheden om het peil te verlagen:
-Door gebruik te maken van calamiteitenstuw ‘Inlaat van Pallandt’ (45686ST). De betreffende stuw bestaat uit twee geautomatiseerde kleppen. Bij het openen van de kleppen stroomt het water in de maaltocht welke is gelegen voor gemaal Johan Koert (peilgebied G32.007). Met behulp van het gemaal Johan Koert kan vervolgens het water worden uitgemalen naar het Haringvliet. In deze situatie verplaatsen ook de pompen van de Inlaat van Pallandt het water via een by-pass leiding naar de hevelleiding. Vervolgens wordt het water via de hevelleiding geloosd op het Haringvliet.
-Door water af te laten via de aan het Zoetwaterkanaal aangesloten inlaten. Dit kan echter alleen wanneer er voldoende ruimte beschikbaar is in de polders waarin het water wordt ingelaten.
-Via de by-pass bij de sifon Dirksland. Met de by-pass leiding kan een teveel aan water op het Zoetwaterkanaal worden afgelaten naar de Zuiderdiepboezem.
Figuur 10: Calamiteitenstuw Inlaat van Pallandt.
Figuur 11: Op de voorgrond de by-pass leiding bij de sifon Dirksland.
Bijlage 3 Terminologie en definities
Terminologie en definities
In de volgende lijst zijn de omschrijvingen gegeven van termen die in een peilbesluit gebruikt worden. De definities zijn soms omschreven voor specifiek het waterschap Hollandse Delta.
Term
Definitie
beheersgebied
De begrenzing van het gebied waarover waterschap Hollandse Delta zorg draagt voor het waterkwantiteits- en waterkwaliteitsbeheer.
bemalingsgebied
Een gebied waaruit het overtollige water door middel van een gemaal wordt verwijderd.
CMK
Compenserende Maatregelen Kierbesluit. Dit betreffen maatregelen om de zoetwaterbeschikbaarheid te borgen op Goeree Overflakkee en Voorne Putten wanneer de Haringvlietsluizen op een kier worden gezet.
drooglegging
Het verschil tussen maaiveldhoogte en oppervlaktewaterpeil.
duiker
Een veelal betonnen koker door een dijk, uitpad of onder een weg, die twee watergangen met elkaar verbindt
dynamisch peilbeheer
Bij deze wijze van peilbeheer wordt geanticipeerd op de weersomstandigheden. Voorziet men een lange periode van neerslag dan wordt het peil tijdelijk verlaagd om de neerslag te kunnen opvangen (voormalen). In warme perioden worden peiloverschrijdingen niet direct uitgemalen.
flexibel peilbeheer
Hierbij kan, om gedurende verschillende periodes een bepaald doel te dienen, in zowel negatieve als positieve zin van de vastgestelde zomer- en/of winterpeilen worden afgeweken. Wel wordt voor dit flexibel peilbeheer een minimum, maximum en eventueel een streefpeil voorzien van een toelichting vastgelegd in een peilbesluit.
gemaal
Een pompstation dat water in of uit een gebied pompt. Een afvoergemaal pompt het water het gebied uit, een inlaatgemaal pompt het water het gebied in.
GHG
De gemiddeld hoogste grondwaterstand in een grondwatertrap.
GLG
De gemiddeld laagste grondwaterstand in een grondwatertrap.
grondwater
Dit is het water beneden de grondwaterspiegel. De grond onder deze grondwaterspiegel is volledig verzadigd.
grondwaterspiegel
Dit is het (freatisch) vlak of zone in de ondergrond waarbij alle grondporiën met water gevuld zijn.
grondwatertrap
Het grondwater fluctueert gedurende de seizoenen. Deze fluctuaties in het grondwater worden in de zogenaamde grondwatertrappen ingedeeld. Een grondwatertrap geeft aan binnen welke marges de grondwaterstand zich beweegt, de zogenaamde GHG en GLG waarden.
HELP-tabellen
Een tabel om de relatie tussen waterhuishouding en landbouwkundige bedrijfsvoering en opbrengsten te kwantificeren.
hoogwatersloot
Een waterloop, of een gedeelte van een waterloop, die structureel of bij een calamiteit op een hoger oppervlaktewaterpeil gezet wordt.
inzijging
(Grond)water dat door een lage druk (stijghoogte) in de ondergrond naar elders wegstroomt.
kierbesluit
Besluit om de Haringvlietsluizen op een kier te zetten om zodoende vismigratie te bevorderen.
kunstwerk
Een civieltechnisch werk of installatie in en rond het water of een waterkering ten behoeve van waterkwantiteit- en/of waterkeringsbeheer, niet bestaande uit grond, zand of klei. Bijvoorbeeld een stuw, gemaal, sluis of duiker.
kwel
(Grond)water dat onder druk (stijghoogte) naar boven gedrukt wordt. Vaak is kwelwater ijzerhoudend en kalkrijk. De voedselrijkdom van kwelwater kan sterk verschillen.
maaiveld
Bovenkant of oppervlak van het natuurlijk of aangelegd terrein.
onderbemaling
Een gebied binnen een peilgebied waar een lager afwijkend oppervlaktewaterpeil wordt gehanteerd. Deze afwijking van het oppervlaktewaterpeil is vergunningplichtig.
ontwateringsdiepte
Het verschil tussen maaiveld en de grondwaterstand ter plaatse.
opmaling
Een gebied binnen een peilgebied waar een hoger afwijkend oppervlaktewaterpeil wordt gehanteerd. Deze afwijking van het oppervlaktewaterpeil is vergunningplichtig.
peilafwijking
Een gebied binnen een peilgebied waar een lager of hoger afwijkend oppervlaktewaterpeil wordt gehanteerd. Deze afwijking van het oppervlaktewaterpeil is vergunningplichtig.
peilbeheer
Handhaven van het gewenste oppervlaktewaterniveau
peilbesluit
Een besluit van de waterkwantiteitsbeheerder, waarbij het te handhaven oppervlaktewaterpeil wordt vastgelegd en waarin de betrokken belangen integraal zijn afgewogen.
peilbuis
Algemene term voor een buis of soortgelijke constructie met een kleine diameter, waarin de grondwaterstanden c.q. stijghoogte kan worden gemeten.
peilgebied
Een gebied waarin één streefpeil of een zomer- en winterpeil, zoals vastgesteld in het desbetreffende peilbesluit, vergunning of ontheffing, worden nagestreefd.
peilschaal
Een vastzittende verticale liniaal met daarop weergegeven hoogtewaarden ten opzichte van NAP. Hiermee is het waterpeil ten opzichte van NAP van de peilschaal af te lezen. Peilschalen worden vaak gemonteerd aan stuwen en gemalen.
stijghoogte
Een maat voor de druk die kwel of inzijging veroorzaakt.
stuw
Een vast of beweegbare constructie in een watergang die dient om de waterstand bovenstrooms van de constructie te regelen.
stuwende duiker
Een veelal in verhang liggende betonnen koker door een gronddam die bovenstrooms met de binnenonderkant op het vastgestelde maximale waterpeil is gelegd.
vigerend
Zoals vastgesteld in het peilbesluit.
winterpeil
Een vast peil dat in de winterperiode (meestal september tot april) wordt gehanteerd. De periode wordt in het peilbesluit vastgelegd en mag ook afhangen van de weersgesteldheid.
zomerpeil
Een vast peil dat in de zomerperiode (meestal april tot september) wordt gehanteerd. De periode wordt in het peilbesluit vastgelegd en mag ook afhangen van de weersgesteldheid.