Waterschapswetten

Peilbesluit Zoetwaterkanaal Noordrand Goeree-Overflakkee

Waterschap Hollandse Delta · geldt sinds 28 januari 2023

3 Waterhuishoudkundige situatie

3.1 Peilbeheer

3.1.1 Peilbeheer bij calamiteiten

Indien door een calamiteit het peil in het Zoetwaterkanaal te hoog wordt, bestaan er 3 mogelijkheden om het peil te verlagen:

-Door gebruik te maken van calamiteitenstuw ‘Inlaat van Pallandt’ (45686ST). De betreffende stuw bestaat uit twee geautomatiseerde kleppen. Bij het openen van de kleppen stroomt het water in de maaltocht welke is gelegen voor gemaal Johan Koert (peilgebied G32.007). Met behulp van het gemaal Johan Koert kan vervolgens het water worden uitgemalen naar het Haringvliet. In deze situatie verplaatsen ook de pompen van de Inlaat van Pallandt het water via een by-pass leiding naar de hevelleiding. Vervolgens wordt het water via de hevelleiding geloosd op het Haringvliet.

-Door water af te laten via de aan het Zoetwaterkanaal aangesloten inlaten. Dit kan echter alleen wanneer er voldoende ruimte beschikbaar is in de polders waarin het water wordt ingelaten.

-Via de by-pass bij de sifon Dirksland. Met de by-pass leiding kan een teveel aan water op het Zoetwaterkanaal worden afgelaten naar de Zuiderdiepboezem.

Figuur 10: Calamiteitenstuw Inlaat van Pallandt.

Figuur 11: Op de voorgrond de by-pass leiding bij de sifon Dirksland.

Bijlage 3 Terminologie en definities

Terminologie en definities

In de volgende lijst zijn de omschrijvingen gegeven van termen die in een peilbesluit gebruikt worden. De definities zijn soms omschreven voor specifiek het waterschap Hollandse Delta.

Term

Definitie

beheersgebied

De begrenzing van het gebied waarover waterschap Hollandse Delta zorg draagt voor het waterkwantiteits- en waterkwaliteitsbeheer.

bemalingsgebied

Een gebied waaruit het overtollige water door middel van een gemaal wordt verwijderd.

CMK

Compenserende Maatregelen Kierbesluit. Dit betreffen maatregelen om de zoetwaterbeschikbaarheid te borgen op Goeree Overflakkee en Voorne Putten wanneer de Haringvlietsluizen op een kier worden gezet.

drooglegging

Het verschil tussen maaiveldhoogte en oppervlaktewaterpeil.

duiker

Een veelal betonnen koker door een dijk, uitpad of onder een weg, die twee watergangen met elkaar verbindt

dynamisch peilbeheer

Bij deze wijze van peilbeheer wordt geanticipeerd op de weersomstandigheden. Voorziet men een lange periode van neerslag dan wordt het peil tijdelijk ver­laagd om de neerslag te kunnen opvangen (voormalen). In warme perioden worden peiloverschrijdingen niet direct uitgemalen.

flexibel peilbeheer

Hierbij kan, om gedurende verschillende periodes een bepaald doel te dienen, in zowel negatieve als positieve zin van de vastgestelde zomer- en/of winterpeilen worden afgeweken. Wel wordt voor dit flexibel peilbeheer een minimum, maximum en eventueel een streefpeil voorzien van een toelichting vastgelegd in een peilbesluit.

gemaal

Een pompstation dat water in of uit een gebied pompt. Een afvoergemaal pompt het water het gebied uit, een inlaatgemaal pompt het water het gebied in.

GHG

De gemiddeld hoogste grondwaterstand in een grondwatertrap.

GLG

De gemiddeld laagste grondwaterstand in een grondwatertrap.

grondwater

Dit is het water beneden de grondwaterspiegel. De grond onder deze grondwaterspiegel is volledig verzadigd.

grondwaterspiegel

Dit is het (freatisch) vlak of zone in de ondergrond waarbij alle grondporiën met water gevuld zijn.

grondwatertrap

Het grondwater fluctueert gedurende de seizoenen. Deze fluctuaties in het grondwater worden in de zogenaamde grondwatertrappen ingedeeld. Een grondwatertrap geeft aan binnen welke marges de grondwaterstand zich beweegt, de zogenaamde GHG en GLG waarden.

HELP-tabellen

Een tabel om de relatie tussen waterhuishouding en landbouwkundige bedrijfsvoering en opbrengsten te kwantificeren.

hoogwatersloot

Een waterloop, of een gedeelte van een waterloop, die structureel of bij een calamiteit op een hoger oppervlaktewaterpeil gezet wordt.

inzijging

(Grond)water dat door een lage druk (stijghoogte) in de ondergrond naar elders wegstroomt.

kierbesluit

Besluit om de Haringvlietsluizen op een kier te zetten om zodoende vismigratie te bevorderen.

kunstwerk

Een civieltechnisch werk of installatie in en rond het water of een waterkering ten behoeve van waterkwantiteit- en/of waterkeringsbeheer, niet bestaande uit grond, zand of klei. Bijvoorbeeld een stuw, gemaal, sluis of duiker.

kwel

(Grond)water dat onder druk (stijghoogte) naar boven gedrukt wordt. Vaak is kwelwater ijzerhoudend en kalkrijk. De voedselrijkdom van kwelwater kan sterk verschillen.

maaiveld

Bovenkant of oppervlak van het natuurlijk of aangelegd terrein.

onderbemaling

Een gebied binnen een peilgebied waar een lager afwijkend oppervlaktewaterpeil wordt gehanteerd. Deze afwijking van het oppervlaktewaterpeil is vergunningplichtig.

ontwateringsdiepte

Het verschil tussen maaiveld en de grondwaterstand ter plaatse.

opmaling

Een gebied binnen een peilgebied waar een hoger afwijkend oppervlaktewaterpeil wordt gehanteerd. Deze afwijking van het oppervlaktewaterpeil is vergunningplichtig.

peilafwijking

Een gebied binnen een peilgebied waar een lager of hoger afwijkend oppervlaktewaterpeil wordt gehanteerd. Deze afwijking van het oppervlaktewaterpeil is vergunningplichtig.

peilbeheer

Handhaven van het gewenste oppervlaktewaterniveau

peilbesluit

Een besluit van de waterkwantiteitsbeheerder, waarbij het te handhaven oppervlaktewaterpeil wordt vastgelegd en waarin de betrokken belangen integraal zijn afgewogen.

peilbuis

Algemene term voor een buis of soortgelijke constructie met een kleine diameter, waarin de grondwaterstanden c.q. stijghoogte kan worden gemeten.

peilgebied

Een gebied waarin één streefpeil of een zomer- en winterpeil, zoals vastgesteld in het desbetreffende peilbesluit, vergunning of ontheffing, worden nagestreefd.

peilschaal

Een vastzittende verticale liniaal met daarop weergegeven hoogtewaarden ten opzichte van NAP. Hiermee is het waterpeil ten opzichte van NAP van de peilschaal af te lezen. Peilschalen worden vaak gemonteerd aan stuwen en gemalen.

stijghoogte

Een maat voor de druk die kwel of inzijging veroorzaakt.

stuw

Een vast of beweegbare constructie in een watergang die dient om de waterstand bovenstrooms van de constructie te regelen.

stuwende duiker

Een veelal in verhang liggende betonnen koker door een gronddam die bovenstrooms met de binnenonderkant op het vastgestelde maximale waterpeil is gelegd.

vigerend

Zoals vastgesteld in het peilbesluit.

winterpeil

Een vast peil dat in de winterperiode (meestal september tot april) wordt gehanteerd. De periode wordt in het peilbesluit vastgelegd en mag ook afhangen van de weersgesteldheid.

zomerpeil

Een vast peil dat in de zomerperiode (meestal april tot september) wordt gehanteerd. De periode wordt in het peilbesluit vastgelegd en mag ook afhangen van de weersgesteldheid.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.