Bijlage 1: Rekenvoorbeelden voor het bepalen van de compensatieplicht
1) Een meubelgigant in Waalwijk gaat 9.500 m² bestaand parkeerterrein vernieuwen.
Het vervangen van de bestaande klinkerverharding door een asfaltverharding mag als “vervangende nieuwbouw” gezien worden. Voor het afkoppelen van hemelwater afkomstig van het nieuw ingerichte parkeerterrein naar oppervlaktewater dat in beheer is bij het waterschap geldt tot een maximum van 10.000 m² geen verplichting om compenserende berging te realiseren. Wanneer de oorspronkelijke klinkerverharding naar het oppervlaktewater afstroomde, dan mag dat ook in de nieuwe situatie. Hiervoor geldt geen melding- of vergunningplicht op grond van de waterschapsverordening. Het realiseren van compenserende berging is in dit rekenvoorbeeld niet verplicht, maar op vrijwillige basis wel toegestaan, mits daarbij in voldoende mate met de omgeving rekening gehouden wordt en geen wateroverlast op eigen terrein of bij derden ontstaat. Wanneer overtollig hemelwater niet naar het oppervlaktewater in beheer bij het waterschap wordt afgevoerd maar naar het riool, dan is het noodzakelijk om tijdig met de gemeente Waalwijk contact op te nemen. De gemeente kan hieraan voorwaarden verbinden.
2) Als gevolg van een uitbreidingsplan in het centrum van Boxtel wordt een toename van 6.300 m2 verhard oppervlak aangelegd.
Omdat de uitbreiding kleiner is dan 10.000 m² geldt de rekenregel uit de waterschapsverordening om de compensatie te berekenen. In formulevorm luidt deze regel: Benodigde compensatie (in m3) = Toename verhard oppervlak (in m²) * Gevoeligheidsfactor * 0,06 (in m). Voor stedelijk gebied geldt altijd gevoeligheidsfactor 1,0. De benodigde compensatie voor deze locatie in het centrum van Boxtel bedraagt derhalve 378 m3 (6.300 m² * 1,0 * 0,06 m). Er is geen vergunning op grond van de waterschapsverordening vereist.
3) Inbreidingsplan voor vier woningen in de gemeente Keurig.
In de gemeente Keurig worden op een nog braakliggend landbouwperceel (1.800 m²) met bestemming “wonen” vier nieuwe woningen met een gezamenlijk verhard oppervlak van 600 m² gebouwd. Beide woningen worden niet voorzien van een (groen) vegetatiedak. Gemeente en waterschap hebben hierover in de planfase overeenstemming bereikt over de inhoud van de waterparagraaf waarin een gezamenlijke oppervlakkige groene berging met een inhoud van 24 m3 (40mm) wordt gerealiseerd. Hierbij wordt voldaan aan criterium a van de algemene regel. Er is daarom geen vergunning op grond van de waterschapsverordening vereist.
4) Omvangrijk uitbreidingsplan (31.000 m2) woonwijk De Kikkers in ’s-Hertogenbosch.
De gemeente ’s-Hertogenbosch gaat op een nog onbebouwd terrein aan de rand van het centrum de nieuwe woonwijk De Kikkers ontwikkelen. Het uitbreidingsplan heeft een oppervlak 31.000 m² waarvan uiteindelijk 24.500 m² verhard gaat worden. De toename van het nieuw te verharden oppervlak bedraagt ruimschots meer dan 10.000 m². Voor dit plan dient in samenwerking met het waterschap een maatwerkoplossing uitgewerkt te worden voor de berging van 60 mm neerslag. Uitgaande van een gevoeligheidsfactor van 1 (stedelijk gebied) bedraagt de initiële compensatieopgave 1.470 m3 (24.500 m2 * 1 * 0,06 m). Hiervan kan afgeweken worden als dit met aanvullend geohydrologisch onderzoek onderbouwd kan worden. Voor het definitieve waterplan moet bij waterschap een vergunning worden aangevraagd. Wanneer overtollig hemelwater niet naar het oppervlaktewater in beheer bij het waterschap wordt afgevoerd maar naar het riool, dan is het noodzakelijk om tijdig met de gemeente ‘s-Hertogenbosch contact op te nemen. De gemeente kan hieraan voorwaarden verbinden.
Bijlage 2: Gedragslijn voor combinatie kwantiteits- en kwaliteitsberging
Doel
Deze gedragslijn geeft antwoord op de vraag in hoeverre een kwantiteitsberging in het kader van hydrologisch neutraal ontwikkelen (HNO-buffer) op grond van de waterschapsverordening gecombineerd kan worden met een kwaliteitsberging op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en de Bruidsschat. Het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en de Bruidsschat trachten de milieubelasting van de bedrijfsvoering te beperken met onder andere regels voor het gebruik van bestrijdingsmiddelen, gewasbeschermingsmiddelen, meststoffen, etc.. Met de waterschapsverordening wordt (o.a.) voorkomen dat versnelde afvoer van hemelwater door uitbreiding van verharde oppervlakken leidt tot wateroverlast.
Achtergrondinformatie
Het Activiteitenbesluit milieubeheer is sinds 1 januari 2013 de officiële benaming voor het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer. Het Activiteitenbesluit vervangt – gefaseerd – een groot aantal milieubesluiten, waaronder het Besluit glastuinbouw en het Lozingenbesluit open teelt en veehouderij. Daarnaast is met het oog op de waterberging in de glastuinbouw en de pot- en containerteelt het Besluit lozingen buiten inrichting relevant. Veel bedrijven die voor 1 januari 2008 een milieuvergunning hadden vallen nu ook onder het Activiteitenbesluit. Voor deze bedrijven vervalt hiermee de vergunningplicht. Met de komst van de Omgevingswet worden het Activiteitenbesluit milieubeheer en het Besluit lozen buiten inrichtingen vervangen door het Besluit activiteiten leefomgeving en de Bruidsschat.
Gedragslijnen
De vraag in hoeverre een kwantiteitsberging gecombineerd kan worden met een kwaliteitsberging speelt specifiek in situaties bij glastuinbouwbedrijven en de pot- en containerteelt (PCT). Voor beiden is een gedragslijn uitgewerkt. Omdat er vele verschijningsvormen van glastuinbouw en PCT zijn gelden onderstaande gedragslijnen voor min of meer “standaard bedrijfsvoeringen”. Het is altijd zaak dat initiatiefnemers in een vroegtijdig stadium contact opnemen met het waterschap over de juiste inpassing in het gebied, waarbij in specifieke bedrijfssituaties ruimte is voor een andere keuze dan de gedragslijn aangeeft.
Glastuinbouw
Voor glastuinbouw is het van belang om na te gaan of het hemelwater dat op de kas valt al dan niet verontreinigd raakt tijdens de procesvoering:
SCHOON (het hemelwater is niet verontreinigd met overtollig gietwater of condenswater)
•Geen eisen aan de omvang van de kwaliteitsbuffer
•Combineren met HNO-buffer is mogelijk
VUIL (het hemelwater is verontreinigd met overtollig gietwater of condenswater)
•Combineren met HNO-buffer is niet mogelijk (overstort vóór bassin)
Bovenstaande lijn is ook uitgewerkt in een stroomschema (onderstaand) waarbij tevens de benodigde volumen van de buffers (bassins) worden genoemd voor “standaard bedrijfsvoeringen”.
Pot- en containerteelt
Voor PCT geldt de onderstaande lijn:
•De eerste 50 m3/ha* is vuil en moet op grond van het Bal en Bruidsschat** worden opgevangen (vanaf 50 m3/ha wordt schoon verondersteld) en altijd beschikbaar zijn.
•Daarnaast moet op grond van het Bal en Bruidsschat 500 m3/ha worden opgevangen voor gietwatergebruik. Hiervan mag 450 m3/ha (500 – 50) naar keuze óf gecombineerd worden met de HNO-buffer óf gecombineerd worden met de vuilwaterbuffer (50 m3/ha*)
•Op de HNO-buffer mag 50 m3/ha* in mindering worden gebracht.
* voor aardbeienteelt 30 m3/ha
** Bal = Besluit activiteiten leefomgeving
Bruidsschat = Onder de Omgevingswet verhuist een aantal regels van het Rijk naar gemeenten en waterschappen. Het Rijk zorgt er met het Invoeringsbesluit voor dat deze regels automatisch in het omgevingsplan of de waterschapsverordening komen. Dit heet ook wel de 'bruidsschat'.
Dit betekent dat er voor een (standaard) PCT twee opties mogelijk zijn: