Waterschapswetten

Brabantbreed Visserijbeleid voor de Brabantse binnenwateren

Waterschap De Dommel · geldt sinds 26 juni 2013

Aanhef

Gehanteerde begrippen:

Schubvis-visrecht: Het schubvis-visrecht is het recht om te vissen op alle door de Minister van EL&I aangewezen vissoorten met uitzondering van de aal.

VBC: Visstandbeheercommissie, een platform voor samenwerking en overleg voor belanghebbenden bij de visserij en de visstand in een bepaald gebied.

Vis: door de Minister van ELI aangewezen vissoorten en schaal- en schelpdieren.

Visplan: document waarin het huidige en het voorgenomen visserijbeheer staat beschreven. Het gaat om het planmatig voorbereiden en uitvoeren van maatregelen ter beheer van de sport- en beroepsvisserij in een omschreven gebied.

Visrecht: een recht om te vissen, zoals dat juridisch is beschreven in de Visserijwet (1963). Het visrecht is voorbehouden aan de visrechthebbende.

Een afgeleide van het visrecht is het doen van onderzoek naar de visstand en het stellen van regels aan de visserij via een schriftelijke toestemming

Visrechthebbende: eigenaar van de grond onder het water, de eigenaar van een heerlijk visrecht of degene die het visrecht huurt van de eigenaar.

Visrechthuurder: een rechts- of natuurlijk persoon aan wie het visrecht is verhuurd

Visserijbeheer: Dit beheer omvat de planmatige voorbereiding van maatregelen bedoeld om de beroepsmatige en de recreatieve visserij optimaal in te richten.

Het gaat om het onttrekken en uitzetten van vis en het stellen van regels daarvoor. Onder visserijbeheer vallen ook maatregelen rond de toegankelijkheid en de bevisbaarheid van het water. Het gevoerde visserijbeheer heeft invloed op de visstand en ook op het watersysteem

Visstandbeheer: het planmatig voorbereiden en uitvoeren van maatregelen met als doel het bereiken van een bepaalde (natuurlijke) visstand in een omschreven watersysteem.

Waterbeheerder: Waterschap, verantwoordelijk voor het visstandbeheer.

Bijlage 3 Algemene voorwaarden voor de verhuring van schubvisrecht in leggerwateren

Artikel 1

1.Huurder wordt geacht het gehuurde viswater te kennen. Hij heeft derhalve geen aanspraak op schadevergoeding of vermindering van de huursom vanwege verkeerde opgave van grootte, aard of belendingen van het water.

Artikel 2

1.De huurder is verantwoordelijk voor correcte nalevering van deze algemene voorwaarden, dan wel van hetgeen in of krachtens de bijzondere voorwaarden in de overeenkomst van verhuur van visrecht is bepaald. De verantwoordelijkheid geldt tevens voor degenen die in dienst zijn van de huurder of opdracht hebben het water te bevissen, dan wel voor degenen die gebruik maken van een vergunning van de huurder.

Ook gemaakte kosten voor het verlenen van toestemming, bijvoorbeeld voor visstandonderzoek mag de huurder niet in rekening brengen bij verhuurder.

2Huurder draagt er zorg voor dat de voorwaarden verbonden aan deze overeenkomst schriftelijk worden medegedeeld en worden nageleefd door haar leden en/of aangeslotenen.

3Huurder heeft uit hoofde van deze overeenkomst niet het recht om aan het gehuurde grenzende gronden te betreden, niet zijnde openbare wegen in de zin van de wegenwet, tenzij met toestemming van de desbetreffende eigenaar, zakelijk gerechtigde of huurder c.q. pachter.

4Degene die een vergunning heeft, heeft, voor zolang deze van kracht is, automatisch toestemming tot het lopen over eigendommen van het waterschap, voor zover dit voor de uitoefening van de hengelsport noodzakelijk is, onverminderd hetgeen in de overige artikelen is bepaald.

5Het waterschap en de huurder hebben minimaal één maal per jaar overleg over de algehele gang van zaken. Op verzoek van één van beide partijen kan extra overleg plaats vinden over de huurovereenkomst. Op basis van de bevindingen uit het overleg kan, indien beide partijen akkoord zijn, de inhoud van de huurovereenkomst worden aangepast.

Artikel 3

1De huurder vrijwaart het waterschap voor alle vorderingen, welke anderen doen gelden ter vergoeding van schade, welke in verband staat met de uitoefening van het huurrecht.

2Huurder dient de visserij op zodanige wijze uit te oefenen dat geen hinder of overlast ontstaat voor andere vormen van recreatief medegebruik op de eigendommen van het waterschap

Artikel 4

1Huurder moet toelaten dat, door of vanwege verhuurder of door verhuurder aangewezen derden, over het viswater of een gedeelte daarvan wordt beschikt, indien dit noodzakelijk is voor de taakuitvoering van verhuurder.

2De huurder staat toe dat het waterschap of door verhuurder aangewezen derden visserijkundige maatregelen treft die het waterschap noodzakelijk acht voor het behalen van de doelstellingen uit het waterbeheerplan en/of de doelstellingen vanuit de Kaderrichtlijn Water.

3De visrechthebbende (huurder) staat toe dat de verhuurder onderzoeken uitvoert naar de visstand.

4Huurder moet toelaten dat door of vanwege verhuurder in het kader van de door haar uit te voeren beheerstaken voorschriften of beperkingen worden gesteld ten aanzien van de uitoefening van de visserij in het viswater.

5De verhuurder behoudt zich het recht voor gedurende de looptijd van de overeenkomst bepaalde (gedeelten van) watergangen uit te zonderen van daadwerkelijke bevissing indien zij dit uit oogpunt van integraal waterbeheer wenselijk acht. In verband met een goed visstandbeheer blijven de van daadwerkelijke bevissing uitgesloten gedeelten vallen onder de huurovereenkomst. Tevens kan verhuurder viswater(en) gelegen binnen de ecologische hoofdstructuur (EHS) en binnen een ecologische verbindingszone (EVZ) voor zover deze zone buiten de EHS ligt, uitsluiten van daadwerkelijke bevissing indien dit in overleg met andere binnen de EHS dan wel naast een EVZ gelegen grondeigenaren vanwege de natuurontwikkeling noodzakelijk wordt bevonden.

Artikel 5

Huurder moet toelaten dat door of vanwege verhuurder of door verhuurder aangewezen derden in het viswater visserij wordt uitgeoefend ten behoeve van visserijkundig onderzoek. Deze visserij zal niet plaatsvinden dan na mededeling daarvan aan Huurder. Ook gemaakte kosten voor het verlenen van toestemming, bijvoorbeeld voor visstandonderzoek mag de huurder niet in rekening brengen bij verhuurder.

Artikel 6

1.Alle werken of eigendommen van verhuurder, die ten gevolge van de uitoefening van het huurrecht worden beschadigd, moeten door en op kosten van huurder op eerste aanschrijving van verhuurder tot diens genoegen worden hersteld, binnen de daarbij te bepalen termijn, bij gebreke waarvan verhuurder de bevoegdheid heeft het nodige te doen verrichten op kosten van huurder. Onverminderd het bovenstaande behoudt verhuurder de mogelijkheid van huurder te vorderen, dat de schade geheel of gedeeltelijk in geld wordt vergoed.

Artikel 7

1Zonder vergunning van verhuurder mag huurder de huur niet aan derden overdragen of het gebruik aan derden afstaan of overlaten, op welke wijze dan ook, behoudens het in artikel 8, lid 1 genoemde geval.

2De vergunningen aan derden moeten, onverminderd hetgeen wettelijk is voorgeschreven, de bepaling inhouden dat zij te allen tijde op verlangen van verhuurder kunnen worden ingetrokken.

Artikel 8

1.Huurder is verplicht aan aangesloten hengelsportverenigingen, die in het betreffende gebied zijn gevestigd en aan nader door de huurder in overleg met de verhuurder op te stellen voorwaarden voldoen, een machtiging te verstrekken, om ten behoeve van hun leden – voor zover nodig - jaarlijks vergunningen uit te reiken tot het bevissen van de onderhavige wateren.

Artikel 9

1Verhuurder heeft het recht deze overeenkomst door opzegging te beëindigen voor het geheel of voor een deel van het gehuurde, indien:

a.enig openbaar belang dit vordert;

b.Huurder in staat van faillissement is verklaard, dan wel surséance van betaling is verleend/aangevraagd;

c.Huurder zijn verplichtingen, na schriftelijke aanwijzing, niet binnen de daartoe gestelde termijn ten volle nakomt;

d.Huurder de huurvoorwaarden niet naleeft, dan wel zich schuldig maakt aan overtreding van het bepaalde bij of krachtens de Visserijwet 1963 en daarvoor is veroordeeld;

2De beëindiging als bedoeld in het eerste lid geschiedt op een door verhuurder te bepalen tijdstip, met dien verstande dat een redelijke opzeggingstermijn in acht wordt genomen.

3De vergunningen mogen voor geen langer tijdvak worden afgegeven dan de huurovereenkomst van kracht is. Bij tussentijdse beëindiging van de huurovereenkomst komen de afgegeven vergunningen gelijktijdig te vervallen.

Artikel 10

1.Op- en aanzeggingen ingevolge deze overeenkomst kunnen uitsluitend geschieden door schriftelijke kennisgeving.

Artikel 11

1Het is verboden te vissen en aas te presenteren:

a.Binnen een afstand van 50 m benedenstrooms van stuwen en 25 m bovenstrooms van stuwen.

b.Binnen een afstand van 50 m van gemalen;

c.In vispassages en binnen een afstand van 50 m van de uitstroomopening en 25 m van de instroomopening van vispassages.

2De huurder mag de technische inrichting of gedaante (beplanting, riet en dergelijke) van de wateren waarvan het visrecht is gehuurd niet geheel of gedeeltelijk veranderen, dan na verkregen vergunning of indien noodzakelijk een vergunning van het waterschap.

Artikel 12

1Deze algemene voorwaarden zijn van toepassing op iedere overeenkomst van verhuring van visrecht welke wordt aangegaan op of na 1 januari 2013.

2Verhuurder behoudt zich het recht voor gedurende de periode van de huurovereenkomst eventuele aanpassingen in de algemene voorwaarden aan te brengen, indien dit binnen het kader van de door verhuurder uit te voeren beheerstaken noodzakelijk wordt geacht.

3Huurder heeft het recht deze overeenkomst door opzegging te beëindigen voor het geheel of voor een deel van het gehuurde, indien aanpassingen in de algemene voorwaarden als bedoeld onder het voorgaande lid hiervoor aanleiding geeft.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.