Regeling
Artikel 1 Reikwijdte beleidsregels
Deze beleidsregels zijn van toepassing bij het vergoeden van kosten die een belanghebbende in verband met de behandeling van zijn bezwaarschrift tegen een besluit van het waterschap, redelijkerwijs heeft moeten maken.
Artikel 2 Begripsbepalingen
1In deze beleidsregels wordt onder belastingbedrag verstaan:
a.het bedrag van een belastingaanslag, of:
b.indien tegelijkertijd met een belastingaanslag een bestuurlijke boete is opgelegd: het bedrag van de belastingaanslag en de boete gezamenlijk, of:
c.indien geen aanslag is vastgesteld maar wel een bestuurlijke boete is opgelegd: het bedrag van de boete.
2In deze beleidsregels wordt onder belastingaanslag verstaan:
a.de voorlopige aanslag, de aanslag, de navorderingsaanslag en de naheffingsaanslag, bedoeld in artikel 2, lid 3, onder e, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen;
b.het voorlopig gevorderde, het gevorderde en het nagevorderde bedrag, bedoeld in artikel 125a, lid 2, onder a, van de Waterschapswet
Artikel 3 Algemeen uitgangspunt
Voor de toepassing van de wegingsfactoren, genoemd in onderdeel C.1. van de bijlage bij het Besluit proceskosten bestuursrecht, wordt een bezwaar tegen besluiten aangemerkt als gemiddeld.
Artikel 4 Bezwaar tegen de belastingaanslag
1In afwijking van artikel 3 wordt voor de toepassing van de wegingsfactoren, genoemd in onderdeel C.1. van de bijlage bij het Besluit proceskosten bestuursrecht, een zaak aangemerkt als:
a.zeer licht, als in geschil is een belastingbedrag van € 1 of meer, maar minder dan € 500;
b.licht, als in geschil is een belastingbedrag van € 500 of meer, maar minder dan € 1.000;
c.gemiddeld, als in geschil is een belastingbedrag van € 1.000 of meer, maar minder dan € 7000;
d.zwaar, als in geschil is een belastingbedrag van € 7.000 of meer, maar minder dan € 23000;
e.zeer zwaar, als in geschil is een belastingbedrag van € 23.000 of meer.
2In afwijking van artikel 3, wordt het gewicht van een zaak waarin de kwijtschelding van belasting aan de orde is, als zeer licht aangemerkt.
Artikel 5 Inwerkingtreding
1Deze beleidsregels treden in werking met ingang van de dag na die van de bekendmaking.
2De beleidsregels zijn van toepassing op verzoeken om vergoeding van kosten van bestuurlijke voorprocedures, waarvan de primaire besluiten op of na 12 maart 2002 zijn genomen.
Artikel 6 Slotbepaling
Dit besluit kan worden aangehaald als: ‘Beleidsregels voor de toepassing van wegingsfactoren in bezwaarprocedures Waterschap De Dommel 2004’.
Aldus vastgesteld in de vergadering van het dagelijks bestuur van 28 april 2004.
Het dagelijks bestuur,
mr.drs. P.C.G. Glas drs. R.E. Viergever
watergraaf secretaris
Toelichting behorende bij het "Besluit voor de toepassing van wegingsfactoren in bezwaarprocedures Waterschap De Dommel 2004
Algemeen
Artikel 1 Reikwijdte beleidsregels
Op grond van deze bepaling hebben de beleidsregels slechts betrekking op gevallen waarin een belanghebbende tegen een beschikking in bezwaar is gekomen.
Artikel 2 Begripsbepalingen
In dit artikel wordt een aantal begrippen uit het beleid nader gedefinieerd. Het eerste lid definieert het begrip ‘belastingbedrag’. Dit begrip valt in drie componenten uiteen. Onder belastingbedrag dient zowel het bedrag van de belastingaanslag sec te worden verstaan (onderdeel a), als het bedrag van de belastingaanslag en een eventuele bestuurlijke boete gezamenlijk (onderdeel b). Heeft het waterschap uitsluitend een bestuurlijke boete opgelegd, dan dient onder het begrip belastingbedrag het bedrag van deze bestuurlijke boete te worden verstaan (onderdeel c).
Waar in de beleidsregels wordt gesproken van ‘belastingaanslag’, dient daaronder zowel een aanslag, als een voorlopige aanslag, een naheffings- of navorderingsaanslag te worden verstaan. Dit is geregeld in het tweede lid van artikel 2. Indien sprake is van een heffing op andere wijze als bedoeld in artikel 125 van de Waterschapswet, dan dient onder de belastingaanslag te worden verstaan de kennisgeving van het gevorderde, het voorlopig gevorderde of het nagevorderde bedrag, bedoeld in artikel 125a, lid 2, van de Waterschapswet.
Artikel 3 Algemeen uitgangspunt
Uitgangspunt is een waardering als gemiddeld (= 1 punt). Via de inherente afwijkingsbevoegd-heid (artikel 4:84 Awb) kan hiervan in bijzondere gevallen worden afgeweken.
Artikel 4 Bezwaar tegen de belastingaanslag
Is sprake van bezwaar tegen een opgelegde belastingaanslag, dan wordt het gewicht van de zaak bepaald aan de hand van het bedrag van die betreffende belastingaanslag. Voor het bepalen van de hoogte van de bedragen is aansluiting gezocht bij het voormalige ‘Besluit proceskosten fiscale procedures’ en de daarbij behorende bijlage (Besluit van 22 december 1993, Stb, 1993, 762). De bedragen zijn omgerekend naar euro’s en naar boven afgerond tot hele bedragen.
Artikel 5 Inwerkingtreding
Hier is gesteld dat de beleidsregels in werking treden met ingang van de dag na die van de bekendmaking (publicatie). De bekendmaking geschiedt op de wijze van artikel 3:42 van de Awb.
In het tweede lid is opgenomen dat de beleidsregels van toepassing zijn op verzoeken om vergoeding van kosten van bestuurlijke voorprocedures, waarvan de primaire besluiten op of na 12 maart 2002 zijn genomen. Dit is de datum waarop het (gewijzigde) Bpb in werking is getreden.