Aanhef
Het algemeen bestuur van Waterschap Brabantse Delta;
gelezen het voorstel van het werkgroep inzake verordening vertrouwenscommissie dijkgraaf,
gelet op artikel 46 derde lid van de Waterschapswet;
gelet op artikel 15 van het provinciaal reglement voor het Waterschap Brabantse Delta;
gelet op artikel 55b, 55c, 55d, 56 en 59 van de Waterschapswet;
gelet op het bepaalde in de Archiefwet
BESLUIT:
vast te stellen de Verordening vertrouwenscommissie benoeming dijkgraaf 2024
Artikel 1 Definities
In deze verordening wordt verstaan onder:
Aanbeveling: de op grond van artikel 46 derde lid van de Waterschapswet door het algemeen bestuur op te stellen aanbeveling inzake de benoeming van de dijkgraaf;
Commissie: vertrouwenscommissie benoeming dijkgraaf;
Secretaris-directeur: de secretaris als bedoeld in artikel 53 Waterschapswet;
Bestuuradviseur AB: de bestuursadviseur voor het algemeen bestuur.
Artikel 2 Taak commissie
De vertrouwenscommissie heeft tot taak de aanbeveling van het algemeen bestuur inzake benoeming van de dijkgraaf voor te bereiden. In haar aanbevelingen aan het algemeen bestuur streeft de commissie naar unanimiteit. Om tot een ontwerp-aanbeveling te komen:
a.geeft de vertrouwenscommissie in samenspraak met een wervings- en selectiebureau nadere invulling aan het wervings- en selectieproces. De vertrouwenscommissie stelt een concept profielschets op, waarvoor beelden opgehaald worden bij het algemeen bestuur. De profielschets wordt vastgesteld door het algemeen bestuur.
b.voert de vertrouwenscommissie selectiegesprekken met kandidaten;
c.brengt de vertrouwenscommissie over haar oordeel schriftelijk en vertrouwelijk verslag uit aan het algemeen bestuur. Dit verslag wordt voorzien van een concept-aanbeveling die één naam bevat.
Artikel 3 Samenstelling commissie
1De commissie bestaat uit maximaal 7 leden:
a.te benoemen door en uit het algemeen bestuur;
b.één lid, te benoemen uit het dagelijks bestuur zijnde van een fractie die nog niet is vertegenwoordigd in de vertrouwenscommissie.
2Als voorzitter wordt aangewezen diegene wiens fractie in het algemeen bestuur de meeste zetels vertegenwoordigt. In het geval het aantal zetels niet doorslaggevend is, dan is de meest recente verkiezingsuitslag leidend.
3De fracties binnen het algemeen bestuur zijn bevoegd een ander dan de voorzitter van hun fractie aan te wijzen als lid van de commissie;
4Het lidmaatschap is persoonlijk. Plaatsvervangende leden worden niet benoemd.
Artikel 4 Advies en bijstand voor de commissie
1De commissie wordt in haar werkzaamheden bijgestaan door de secretaris-directeur, die tevens adviseur is voor de commissie. De secretaris-directeur kan zich bij wijze van uitzondering voor de werkzaamheden ten aanzien van de commissie laten vervangen door de bestuursadviseur AB.
2De secretaris-directeur kan één of meer medewerkers van het Waterschap Brabantse Delta aanwijzen voor het verzorgen van de ambtelijke ondersteuning van de commissie. Deze ondersteuning is persoonlijk.
3De vertrouwenscommissie laat zich tevens bijstaan door een wervings- en selectiebureau.
4De secretaris-directeur, noch de aangewezen medewerkers van Waterschap Brabantse Delta, noch het wervings- en selectiebureau maken deel uit van de commissie, en hebben dan ook geen stemrecht.
Artikel 5 Vergaderingen
1De commissie vergadert zo dikwijls als de voorzitter of ten minste twee leden dit noodzakelijk achten.
2De voorzitter bepaalt dag, uur en plaats van de vergadering.
3Elke vergadering wordt door de voorzitter ten minste 2 werkdagen van tevoren aan de leden van de commissie aangekondigd.
4De commissie vergadert in beslotenheid.
5De commissie vergadert slechts indien ten minste een meerderheid van de leden, de voorzitter daaronder begrepen, vertegenwoordigd is.
6Besluiten worden bij meerderheid van stemmen genomen. De commissie besluit bij de voorbereiding van een aanbeveling bij meerderheid van de uitgebrachte stemmen, waarbij elk lid één stem heeft. Bij het staken van de stemmen over de uit te brengen bevindingen wordt het nemen van een beslissing uitgesteld tot de volgende vergadering. Is uitstel van de beslissing niet mogelijk of staken de stemmen ook in die volgende vergadering, dan worden geen bevindingen van de commissie, maar de verschillende meningen in het verslag opgenomen. De commissie streeft naar unanimiteit. Het gevoelen van de minderheid wordt desgewenst in het verslag tot uitdrukking gebracht.
Artikel 6 Geheimhoudingsplicht
1De leden van de commissie dienen volstrekte geheimhouding in acht te nemen over hetgeen aan hen voor, tijdens en na het verrichten van de werkzaamheden direct of indirect als lid van de commissie ter kennis is gekomen. Daartoe legt de commissie elke vergadering, met toepassing van het bepaalde in de Waterschapswet, geheimhouding op met betrekking tot de inhoud van de stukken, de identiteit van de kandidaten en het behandelde tijdens de vergadering.
2Deze geheimhoudingsplicht geldt ook tegenover het algemeen bestuur en dagelijks bestuur en de dijkgraaf alsmede tegenover de afzonderlijke leden van het bestuur. De commissie en haar leden verstrekken aan het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur, de dijkgraaf en de afzonderlijke leden van het bestuur geen inzage in stukken.
3De geheimhoudingsplicht geldt ook voor de secretaris-directeur en de ambtelijke ondersteuning van de commissie, voor het in te schakelen wervings- en selectiebureau, alsook voor ieder ander die, op verzoek van de commissie, deelneemt aan de beraadslagingen van de commissie.
4De geheimhouding als bedoeld in dit artikel geldt zowel tijdens het bestaan van de vertrouwenscommissie, als na haar ontbinding.
Artikel 7 Contactpersoon en correspondentie
1De voorzitter van de commissie treedt op als contactpersoon naar buiten.
2Alle stukken bestemd voor de commissie worden gericht aan de voorzitter, vertrouwelijk gezonden aan het adres van het waterschap en door de secretaris-directeur aldaar bewaard.
3Alle stukken die van de commissie uitgaan worden door de voorzitter van de commissie en de secretaris-directeur ondertekend en door de secretaris-directeur verzonden.
Artikel 8 Archiefstukken
1De secretaris-directeur draagt er zorg voor dat met ingang van de dag, volgend op die waarop de Minister de voordracht tot benoeming aan Zijne Majesteit de Koning heeft uitgebracht, alle archiefbescheiden die de commissie zelf heeft opgemaakt in een verzegelde envelop en
2gerubriceerd als “geheim” worden overgebracht naar de in de Archiefwet 1995 genoemde archiefbewaarplaats van het waterschap.
3Van de in het eerste lid bedoelde overbrenging wordt een verklaring van overbrenging als bedoeld in artikel 9 van het Archiefbesluit 1995 opgemaakt. In deze verklaring wordt melding gemaakt van de met toepassing van artikel 15, lid 1, letter c van de Archiefwet 1995 gestelde beperkingen aan de openbaarheid, geldende voor een periode van 75 jaar.
4Alle overige bescheiden van de commissie en alle kopieën van de in dit artikel bedoelde bescheiden worden door de secretaris-directeur onmiddellijk vernietigd.
Artikel 9 Ontbinding commissie
De commissie wordt geacht te zijn ontbonden met ingang van de dag, volgend op die waarop bij Koninklijk Besluit een beslissing is genomen inzake de aanbeveling van het algemeen bestuur.
Artikel 10 Slotbepalingen
In alle gevallen waarin deze verordening niet voorziet beslist de commissie.
Artikel 11 Inwerkingtreding
Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na de bekendmaking.
Artikel 12 Citeertitel
Deze verordening kan worden aangehaald als “Verordening vertrouwenscommissie benoeming
dijkgraaf Waterschap Brabantse Delta 2024".