Waterschapswetten

Leggerboek Regionale keringen

Waterschap Brabantse Delta · geldt sinds 25 maart 2022

2 LEGGERBEPALINGEN

2.1 Algemene uitgangspunten

2.1.1 Regionale keringen

1Regionale keringen zijn ingetekend op de leggerkaart. De ligging van de kering is op de leggerkaart aangeduid middels een lijn over de as van de kering en een vlak dat het waterstaatswerk aanduidt.

2Met betrekking tot regionale keringen worden alleen die gegevens in de tabel opgenomen, welke karakteristiek zijn voor het waterstaatkundig functioneren van de kering. Profielgegevens zijn opgenomen in de tabel. Hieruit kan een dwarsprofiel worden geschematiseerd. Tevens is weergegeven van welk type regionale kering sprake is.

2.1.2 Ondersteunende kunstwerken

1De ondersteunende kunstwerken die in deze legger zijn opgenomen zijn van belang voor het waterstaatkundig functioneren van de waterkering. Het betreft kunstwerken die het waterkerende vermogen van de kering in stand houden. De ligging en relevante specificaties van de kunstwerken zijn vastgelegd op de leggerkaart en in de leggertabel.

2Voor ondersteunende kunstwerken in categorie A-waterlopen die zich in of bij een waterkering bevinden, geldt dat deze zijn opgenomen in de leggers voor oppervlaktewaterlichamen.

3Werken zijn niet van belang voor de taakuitoefening van het waterschap, voor een kering of voor het functioneren van de waterhuishouding en zijn derhalve niet opgenomen op de leggerkaart of tabel.

2.1.3 Beschermingszone A

1De beschermingszone A bij regionale kering langs een regionale rivier bedraagt aan beide zijden 10 meter vanuit de teenlijn, tenzij in de legger anders is bepaald.

2De beschermingszone langs een boezemkade bedraagt 5 meter aan beide zijden vanuit de teenlijn, tenzij in de legger anders is bepaald.

3De beschermingszone langs een compartimenteringskering bedraagt aan beide zijden 5 meter vanuit de teenlijn, tenzij in de legger anders is bepaald. Daar waar een compartimenteringskering aansluit op hoge gronden geldt dat het gebied in een straal van 300 meter rond het aansluitpunt beschermingszone is, tenzij anders is bepaald.

2.1.4 Beschermingszone B

De beschermingszone B bij regionale kering langs een regionale rivier bedraagt aan beide zijden 20 meter direct grenzend aan beschermingszone A

2.1.5 Profiel van vrije ruimte

1Het profiel van vrije ruimte bij een regionale kering langs regionale rivier is als vlak ingetekend op de leggerkaart. Het profiel van vrije ruimte bedraagt aan beide zijden 20 meter vanuit de teenlijn en 0,50 meter boven het leggerprofiel en het maaiveld van beschermingszone A, tenzij in de legger anders is bepaald.

2Het profiel van vrije ruimte bij een boezemkade is als vlak ingetekend op de leggerkaart. Het profiel van vrije ruimte bedraagt 15 meter binnendijks en 2,5 meter buitendijks vanuit de teenlijn en 0,50 meter boven het leggerprofiel, tenzij in de legger anders is bepaald.

3Er geldt voor compartimenteringskeringen geen profiel van vrije ruimte, tenzij op de legger anders is bepaald.

2.2 Onderhoudsplicht

Artikel 2.2.1 Hoofdelijke aansprakelijkheid

1Wanneer percelen met een beperkt recht (zoals onder meer opstalrecht of pandrecht) zijn bezwaard, dan wel krachtens persoonlijk recht in gebruik zijn gegeven, rusten de in deze legger aan de eigenaar opgelegde verplichtingen van de Keur ook op de beperkt gerechtigden en in geval er sprake is van een persoonlijk recht ook op de gebruikers.

2Voor de nakoming van de in de Keur aan de eigenaar opgelegde verplichtingen is ieder van de genoemde gerechtigden alsmede de eigenaar hoofdelijk aansprakelijk.

Artikel 2.2.2 Regionale keringen

1De onderhoudsplicht voor gewoon onderhoud berust bij de eigenaren van de waterkeringen, tenzij in de legger anders is bepaald.

2De onderhoudsplicht voor buitengewoon onderhoud berust bij het waterschap, tenzij in de legger anders is bepaald.

Artikel 2.2.3 Ondersteunende kunstwerken

1De onderhoudsplicht voor gewoon onderhoud aan ondersteunende kunstwerken op deze legger berust bij de onderhoudsplichtige van het oppervlaktewaterlichaam waarin het kunstwerk zich bevindt, tenzij in de legger anders is bepaald.

2De onderhoudsplicht voor buitengewoon onderhoud aan ondersteunende kunstwerken op deze legger berust bij het waterschap, tenzij in de legger anders is bepaald.

3De onderhoudsplicht voor ondersteunende kunstwerken in categorie A-waterlopen die zich in of bij een waterkering bevinden, is opgenomen in de leggers voor oppervlaktewaterlichamen.

3 TOELICHTING LEGGERBEPALINGEN

3.1Toelichting algemene uitgangspunten

3.1.1Regionale keringen

Categorisering

Waterkeringen zijn als volgt gecategoriseerd:

•Primaire keringen: aangewezen/genormeerd door het Rijk in de Waterwet;

•Regionale keringen: aangewezen/genormeerd door Provinciale Staten in de provinciale verordening (IO);

•Overige keringen: aangewezen door het waterschap in de legger.

Regionale waterkeringen bieden bescherming tegen overstroming op regionale schaal en zijn daarom per provinciale verordening als zodanig aangewezen en genormeerd. Regionale waterkeringen zijn afhankelijk van de specifieke functie onderverdeeld in drie categorieën:

•Regionale kering langs een regionale rivier;

•Boezemkade: kering langs een boezemwater, die ervoor zorgt dat boezemwater de polder niet inloopt;

•Compartimenteringskering: kering die geen directe waterkerende functie heeft, tenzij in het geval van doorbraak of overstroming van een primaire waterkering.

Voor regionale keringen (met uitzondering van compartimenteringskeringen) geldt het uitgangspunt dat er een norm in de vorm een overschrijdingskans is vastgesteld, waaraan de kering moet voldoen. Voor de regionale keringen langs regionale rivieren en de boezemkaden in het beheergebied van het waterschap is deze norm T=100. Dat wil zeggen: de kering moet een waterstand kunnen keren die eens per 100 jaar voor kan komen. De compartimenteringskering wijkt af van andere regionale keringen. Deze heeft geen specifieke veiligheidsnorm: het huidige profiel moet gehandhaafd blijven.

Toelichting op kering bij Zwaluwse Haven

In de omgevingsverordening staan de keringen als compartimenteringskering aangeduid. Er is sprake om deze keringen aan te wijzen als regionale keringen. Dit omdat bij het sluiten van de Zwaluwse Haven en het instellen van een maalstop ervoor zorgt dat het als een boezem fungeert. Er is in de legger vooruitgelopen op een eventueel besluit en daarom alvast opgenomen als regionale kering (boezemkade).

Profiel waterkering

Om het huidige profiel te bepalen is gebruik gemaakt van de meeste recente digitale gegevens uit het Actueel Hoogtebestand Nederland. Op basis daarvan zijn representatieve profielen gegenereerd die voor een gegeven strekking van een dijkvak een weergave is van het profiel dat aanwezig is. Op deze wijze is een nauwkeurige bepaling van de ligging en afmetingen van de waterkering verkregen, zonder dat zeer lokale detailvariaties of meetonnauwkeurigheden tot uitdrukking komen in de leggerprofielen. Bij het bepalen van de omvang van een waterstaatswerk wordt rekening gehouden met het huidige aanwezige profiel. Is dat profiel groter dan het minimale leggerprofiel, dan wordt dat profiel aangehouden voor de bepaling van de zoneringen van het waterstaatswerk.

Het profiel van een waterkering bevat niet alleen het fysieke ‘dijklichaam’ van teen tot teen, maar ook die gronden direct naast het ‘dijklichaam’ die nodig zijn om deze veilig en stabiel te houden gelet op de verschillende faalmechanismen. De omvang van dit deel van het waterstaatswerk is per waterkering op meerdere plaatsen berekend en vervolgens zijn er zo uniform mogelijke zoneringen afgeleid. Redenen om de zoneringen in zekere mate te uniformeren zijn: het opvangen van meetonnauwkeurigheden en foutmarges in de berekeningen, het verstandig omgaan met lokale variaties in profielen en een grotere duidelijkheid van de legger als de zones redelijk uniform zijn. In de onderstaande figuur is dit principe grafisch weergegeven.

Het profiel van regionale keringen (m.u.v. compartimenteringskeringen) wordt bepaald door het ontwerppeil van de waterkering: de minimaal benodigde kruinhoogte van de waterkering. De minimaal benodigde kruinhoogte is afgeleid van de maatgevende hoogwaterstanden zoals deze door de provincie op 7 december 2010 zijn vastgesteld in de “Regeling maatgevende hoogwaterstanden regionale keringen Noord-Brabant 2010” (herzien april 2020), vermeerderd met berekende lokale toeslagen voor windeffecten, golfoverslag en een extra 10 cm marge voor verwachte toekomstige waterstandstijgingen als gevolg van klimaat en bodemdaling in de komende 100 jaar. Samen met de algemene punten voor de minimale breedte en taludhellingen geeft dit de minimaal benodigde afmetingen van de kering. Voor de actueel geldende toetspeilen wordt verwezen naar de vigerende Regeling maatgevende hoogwaterstanden regionale keringen Noord-Brabant.

Uitgangspunt bij het bepalen van normeringen voor de waterkering, de beschermingszones en het profiel van vrije ruimte zijn berekeningen naar faalmechanismen. Anders gezegd: op welke manieren kan een waterkering onder normomstandigheden bezwijken, wat is nodig om de waterkering daartegen te beschermen en welk ruimtebeslag brengt dat met zich mee? Op basis van de berekeningsmethoden die zijn voorgeschreven in de landelijke leidraden voor het toetsen en het ontwerpen van regionale keringen zijn deze faalmechanismen doorgerekend en vertaald naar een minimaal benodigd profiel en dus ruimtebeslag. Hierbij zijn de volgende algemene uitgangspunten aangehouden:

•Conform landelijke leidraden voor het ontwerpen van regionale keringen is de kruinbreedte minimaal 3 meter en zijn de taluds van een kering 1:3 of flauwer.

•Daar waar het huidige aanwezige profiel groter is dan het minimale profiel, is voor het bepalen van de zoneringen het huidige profiel aangehouden, omdat de waterkering in zijn geheel stabiel dient te blijven.

•Er is geen rekening gehouden met specifieke lokale variaties in het werkelijk aanwezige profiel zoals opritten voor woningen en dergelijke, omdat die variaties niet maatgevend zijn. Hiervoor zijn dus geen aparte leggerprofielen gedefinieerd.

•Voor het berekenen van de instabiliteit van een kering als gevolg van een ontgraving naast de kering is uitgegaan van een ontgravingdiepte van maximaal 3 meter, omdat dat die diepte gebruikelijk is voor een bouwput voor de fundering van een huis.

•Om de betrouwbaarheid van de berekeningen te testen zijn bij een aantal doorgerekende profielen extra berekeningen uitgevoerd, waarbij gevarieerd is met de parameters voor de opbouw van de ondergrond en het dijklichaam om te zien in hoeverre variaties in deze parameters de uitkomsten van de berekeningen beïnvloeden en zo meer inzicht te krijgen in de nauwkeurigheid en betrouwbaarheid van de uitgevoerde berekeningen.

•Tekening principeprofiel

Figuur 2 Tekening principeprofiel waterkering

3.1.2Ondersteunende kunstwerken

In, op of bij waterkeringen komen twee soorten ondersteunende kunstwerken voor:

•waterkerende ondersteunende kunstwerken; ondersteunende kunstwerken die lokaal de rol van waterkering vervullen, zoals een coupure, damwand of een keersluis;

•niet waterkerende ondersteunende kunstwerken; ondersteunende kunstwerken die geen waterkerende rol hebben, maar zich wel in of bij de waterkering bevinden en van invloed kunnen zijn op de waterkering.

Specifiek voor duikers geldt dat de maten en afmetingen daarvan niet relevant zijn voor het functioneren van de waterkering, maar vooral voor de doorvoer van water. Duikers in categorie A-waterlopen zijn daarom in de leggers voor oppervlaktewaterlichamen opgenomen.

In aanvulling op deze algemene lijn verdienen twee ondersteunende kunstwerken bijzondere aandacht:

•Schutsluis Waalwijk (leggernummer: KSL00217, maakt geen onderdeel uit van deze legger). Deze schutsluis kruist zowel de regionale waterkering als een naburige primaire waterkering. Er kan echter alleen water worden geschut door de primaire waterkering. Deze situatie vormt een uitzondering, omdat er vanuit de regionale waterkering gezien geen waterverbinding mogelijk maakt tussen het binnen- en buitendijkse gebied. Het wordt toch als waterkerend kunstwerk gezien, omdat bij bezwijken van de schutsluis of bij een onvolledige aansluiting met de omliggende grond wel een waterverbinding mogelijk is met binnendijks gebied.

•Duiker Steenbergen (leggernummer: KDU20031, maakt geen onderdeel uit van deze legger). Deze duiker verbindt de Steenbergse Haven met de Westlandse Watergang. Beide oppervlaktewaterlichamen zijn omgeven door waterkeringen. Deze duiker vormt een uitzondering, omdat deze niet afsluitbaar is en toch geen verbinding mogelijk maakt tussen binnen- en buitendijks gebied (wel van het ene buitendijkse gebied naar het andere buitendijkse gebied). Het wordt toch als waterkerend kunstwerk gezien, omdat bij bezwijken van de duiker of bij een onvolledige aansluiting met de omliggende grond wel een waterverbinding mogelijk is met binnendijks gebied. Omdat het een niet-afsluitbare duiker is, wordt niet volstaan met een verwijzing naar de legger oppervlaktewaterlichamen.

3.1.3Beschermingszone

Een beschermingszone heeft tot doel het beschermen van de waterkering tegen ingrepen die de stabiliteit van de waterkering kunnen aantasten. Door de afslag van grond in de nabijheid van een waterkering, kan immers de ondergrond van de waterkering toch nog onstabiel worden.

3.1.4Profiel van vrije ruimte

Het profiel van vrije ruimte is een reservering voor toekomstige verbetering van waterkeringen. Waterkeringen dienen periodiek verhoogd en verbreed te worden om stijgingen van waterstanden en/of het inklinken van de kering en de ondergrond op te vangen. Het profiel van vrije ruimte dient ertoe ruimte naast en boven de kering vrij te houden van permanente obstakels die een toekomstige verbetering van de waterkering onmogelijk maken of anderszins belemmeren.

Aangezien compartimenteringskeringen geen norm hebben en niet verhoogd hoeven te worden is het niet nodig deze keringen op termijn te gaan verhogen en daarvoor een ruimtereservering in stand te houden. Voor compartimenteringskeringen geldt daarom dat er geen profiel van vrije ruimte wordt aangehouden.

3.2Toelichting onderhoudsplicht

De legger legt conform de Waterschapswet de onderhoudsverplichtingen of onderhoudsplichtigen vast. De Keur onderscheidt gewoon onderhoud en buitengewoon onderhoud. Gewoon onderhoud betreft werkzaamheden die de functie van het waterstaatswerk in stand houden. Buitengewoon onderhoud behelst die werkzaamheden die zorgdragen voor het in stand houden van het waterstaatswerk overeenkomstig het in de legger bepaalde omtrent ligging, vorm, afmeting en constructie.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.