2 LEGGERBEPALINGEN
2.2 Onderhoudsplicht
Artikel 2.2.1 Hoofdelijke aansprakelijkheid
1Wanneer percelen met een beperkt recht zijn bezwaard, dan wel krachtens persoonlijk recht in gebruik zijn gegeven, rusten de in deze legger aan de eigenaar opgelegde verplichtingen van de Keur ook op de beperkt gerechtigden en in geval er sprake is van een persoonlijk recht ook op de gebruikers.
2Voor de nakoming van de in de Keur aan de eigenaar opgelegde verplichtingen is ieder van de genoemde gerechtigden alsmede de eigenaar hoofdelijk aansprakelijk.
Artikel 2.2.2 Oppervlaktewaterlichamen
De onderhoudsplicht voor gewoon en buitengewoon onderhoud zoals bedoeld in de Keur aan oppervlaktewaterlichamen categorie A binnen het Mark-Vlietsysteem ligt bij het waterschap, tenzij in de leggertabel anders is bepaald.
Artikel 2.2.3 Ondersteunende kunstwerken
1De onderhoudsplicht voor gewoon en buitengewoon onderhoud zoals bedoeld in de Keur voor een kunstwerk dat ondersteunend is aan zowel de waterbeheerfunctie als de scheepvaartfunctie, ligt bij de onderhoudsplichtige van het oppervlaktewaterlichaam of overige kering waar het kunstwerk ondersteunend aan is, tenzij in de leggertabel, een projectplan, een vergunning of algemene regel anders is bepaald.
2De onderhoudsplicht voor een kunstwerk dat slechts ondersteunend is aan de scheepvaartfunctie, ligt bij de eigenaar van het kunstwerk, tenzij in de leggertabel anders is bepaald.
Artikel 2.2.4 Overige keringen
1Gewoon onderhoud zoals bedoeld in de Keur berust bij de eigenaar van de grond waarop de overige kering ligt, tenzij in de leggertabel anders is bepaald.
2Het buitengewoon onderhoud zoals bedoeld in de Keur berust bij het waterschap, tenzij in de leggertabel anders is bepaald.
BIJLAGE I: Berekening aan profielen
In deze legger zijn waarden voor bijvoorbeeld de bodemdiepte en bovenbreedte van oppervlaktewaterlichamen niet opgenomen, omdat deze uit de gegevens in de legger berekend kunnen worden. Ter informatie is hieronder uitgewerkt hoe die berekeningen gedaan kunnen worden.
Berekening bodemdiepte
De bodemdiepte kan bepaald worden aan de hand van de maaiveldhoogte ten opzichte van NAP langs een oppervlaktewaterlichaam. De maaiveldhoogte is niet opgenomen in deze legger maar is te bepalen aan de hand van een actueel hoogtebestand of metingen in het veld.
Bodemdiepte (m) = Maaiveldhoogte (mNAP) – Bodemhoogte (mNAP)
Berekening bovenbreedte van een oppervlaktewaterlichaam
Voor wat betreft de breedte van het oppervlaktewaterlichaam aan het maaiveld geldt dat deze eenvoudig berekend kan worden uit de opgenomen leggergegevens.
Indien de taludhelling aan beide zijden gelijk is:
Bovenbreedte (m) = Bodembreedte (m) + 2 x Bodemdiepte (m) x Taludhelling*
Indien de taludhellingen aan beide zijden verschillend zijn:
Bovenbreedte (m) =
Bodembreedte (m) + Bodemdiepte (m) x Taludhelling links* + Bodemdiepte (m) x Taludhelling rechts*
*) Bij een taludhelling van 1:3 hier dus invullen 3