Referenties
Anteagroup 2019a. Beleidsevaluatie: Plaagsoortenbeheer Brabantse waterschappen. 11 november 2019.
Anteagroup 2019b. Beleidsactualisatie: Plaagsoortenbeheer Brabantse waterschappen. 11 november 2019.
Commissie Watersystemen, Unie van Waterschappen 2019. Uitheemse rivierkreeften in het watersysteem. CWS 19-33a.
Exotenverordening 1143/2014 (EG) van het Europese Parlement en de Raad van 22 oktober 2014 betreffende de preventie en beheersing van de introductie en verspreiding van invasieve uitheemse soorten.
Good Fish Foundation 2019. Rivierkreeftenvisserij in Nederland: perspectief vanuit de Nederlandse kreeftenvissers.
Bijlage 1: Wettelijk kader
INTERNATIONALE KADERS
Europese Verordening (1143) betreffende preventie en beheer van de introductie en verspreiding van invasieve uitheemse soorten – 2015
De Europese Verordening beschrijft invasieve uitheemse soorten (IUS) als een grote veroorzaker van het verlies aan biodiversiteit naast het feit dat zij sociale en economische schade toebrengen. De EU vindt de aanpak van IUS van cruciaal belang om de EU-doelstelling te behalen om tegen 2020 het biodiversiteitsverlies tot stilstand te hebben gebracht.
De doelstelling van de verordening is het instellen van een EU-kader van acties ter voorkoming, beperking en vermindering van de negatieve gevolgen van IUS op biodiversiteit en ecosystemen en om de economische en sociale schade te verminderen. Met de verordening wordt gestreefd om meer afstemming tussen de lidstaten te bereiken om IUS preventief en reactief aan te pakken. Dit in lijn met de internationale verplichtingen uit hoofde van het Biodiversiteitsverdrag uit 1993. Om deze doelstellingen te behalen worden er maatregelen ingesteld die zijn gericht op de bewuste introductie van IUS in de Unie en de bewuste uitzetting ervan in het milieu, de onbewuste introductie en uitzetting van IUS, de noodzaak voor het instellen van een systeem voor vroege waarschuwing en snelle reactie en de noodzaak om de verspreiding van IUS door de Unie te beheersen.
Voor de soorten die op de lijst staan, geldt een algemeen verbod om ze in te voeren, te kweken, te fokken, te verhandelen en te bezitten. Hiernaast geldt voor soorten die zich nog niet gevestigd hebben in ons land, de verplichting om deze volledig en permanent te verwijderen.
Kaderrichtlijn Water – 2000
De Kaderrichtlijn Water (KRW) is een Europese richtlijn die voorschrijft dat de waterkwaliteit van de Europese wateren vanaf 2015 aan bepaalde eisen moet voldoen. De maatlatten opgesteld ten behoeve van de uitvoering van de Kaderrichtlijn Water meten het functioneren van het aquatische ecosysteem, daarbij rekening houdend met alle aanwezige stressfactoren. Het is dus een integrale beoordeling, die niet expliciet gericht is op exotische soorten, plaagsoorten en hun effecten. Als soorten echter gaan domineren in een watersysteem, dan worden andere soorten vaak verdrongen en zal de ecologische waterkwaliteit laag zijn volgens het maatlattensysteem. Een lage maatlatscore is voor de waterkwaliteitsbeheerder aanleiding om de oorzaak van de verlaagde ecologische kwaliteit te onderzoeken. Bij alle oorzaken, dus ook bij plaagsoorten, zal de waterbeheerder maatregelen op basis van kosteneffectiviteit afwegen ten opzichte van de baten van die maatregelen.
De Kaderrichtlijn Water stelt verplichtingen ten aanzien van de ecologische kwaliteit van watersystemen. De Kaderrichtlijn Water kan daarmee een aanleiding zijn om maatregelen tegen plaagsoorten in te zetten.
De Bern Conventie: Convention on the Conservation of European Wildlife and Natural Habitats – 1982
De Bern Conventie beschermt de wilde flora en fauna en hun habitats. Onder de Bern Conventie is een werkgroep (“group of experts”) opgericht rond invasieve exoten. Deze werkgroep heeft zo’n twintigtal aanbevelingen geschreven die richting geven aan de aanpak van invasieve exoten. Daarnaast heeft de Bern Conventie een stuk als opzet voor Code of Conducts cq. Gedragscodes voor invasieve planten opgesteld waarin ook wet- en regelgeving in verschillende landen rond invasieve planten wordt beschreven.
De Bern Conventie heeft de eerste aanzet tot beleidsvorming rond invasieve exoten gegeven, maar schept geen directe verplichtingen voor de waterschappen.
Biodiversiteitsverdrag: Convention on BiologicalDiversity - 1993
Deze internationale overeenkomst geeft in algemene bewoordingen aan hoe de verbonden landen hun biodiversiteit dienen te beschermen. Nederland heeft hier een National Biodiversity Strategy and Action Plan op gemaakt waar ook in algemene termen het speerpunten van het biodiversiteitsbeleid aangegeven worden. Plaagsoorten en invasieve exoten worden slechts zijdelings benoemd.
Het Biodiversiteitsverdrag geeft input voor nationaal beleid.
NATIONALE KADERS
Visserijwet- 1963
Alle activiteiten die ondergebracht kunnen worden onder de handeling “vissen”, vallen onder de Visserijwet. Daarnaast is de wet van toepassing op een aantal soorten, als bedoeld in artikel 1.2 van de Visserijwet (Uitvoeringsregeling visserij). In het bijzonder op de Amerikaanse rivierkreeft en Chinese wolhandkrab.
Op basis van de Visserijwet kunnen nadere beperkingen worden gesteld aan de bevissing, alsmede aan het uitzetten van de in de Visserijwet genoemde soorten. De genoemde beperkingen kunnen afhankelijk van de situatie (soort, gebied) ofwel in de vorm van generieke regelgeving, ofwel in de vorm van nadere beperkingen in uit te geven vergunningen, hun beslag krijgen.
De Visserijwet is relevant voor alle visserijhandelingen (vissen en uitzetten van vissen) alsmede voor alle vissoorten die in de Uitvoeringsregeling visserij genoemd worden. Bij het vissen op exotische schubvissen en schaaldieren moet de Visserijwet worden nageleefd.
Wet natuurbescherming - 2017
In de Wet natuurbescherming staan beschermingsregels voor de Nederlandse natuurgebieden en planten- en diersoorten. Vanwege de inwerkingtreding van deze wet op 1 januari 2017 zijn de Flora- en faunawet, de Natuurbeschermingswet en de Boswet komen te vervallen. Zowel soortenbescherming als gebiedsbescherming zijn nu in de Wet natuurbescherming geregeld. Exoten komen van nature niet voor in Nederland, deze vallen buiten de Wet natuurbescherming. Deze nota gaat echter over plaagsoorten. Onder strenge voorwaarden kan van de Wet natuurbescherming in dat soort gevallen worden afgeweken.
De Wet natuurbescherming geeft de kaders aan binnen waar binnen het plaagsoortenbeleid moet blijven. De provincies zijn hiervan bevoegd gezag. Eventuele ontheffingen moeten ook bij hen worden aangevraagd.
Protocol Zwemmersjeuk (Trichobilharzia) - 2012
De omgang met zwemmersjeuk is in de (inter)nationale wetgeving niet expliciet geregeld. Het doel van het protocol is om vast te leggen hoe op een eenduidige manier omgegaan kan worden met zwemmersjeuk. Het protocol is een hulpmiddel waarin staat aangegeven wie, wanneer welke stappen kan nemen.
Waterschap Rivierenland volgt de handreiking bij het opstellen van risicoprofielen voor zwemmersjeuk.
Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden – 2007
De Wet gewasbeschermingsmiddelen en biocide (Wgb) regelt de toelatingen van bestrijdingsmiddelen (gewasbeschermingsmiddelen en biociden). Uitgangspunt is dat het verboden is een bestrijdingsmiddel op de markt te brengen en te gebruiken als er geen toelating voor dat middel is. Het middel mag bovendien alleen toegepast worden voor het toegelaten gebruik. De toelatingen en gebruiksvoorschriften zijn terug te vinden op de website van het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb). Middelen om dieren te doden heten biociden. Voor het doden van dieren zal over het algemeen geen toegelaten middel bestaan in Nederland en zal er vrijstelling bij de NVWA moeten worden aangevraagd.
Zodra gewasbeschermingsmiddelen of biociden ingezet worden als deel van een maatregel tegen een plaagsoort dan moet voldaan worden aan de wettelijke gebruiksvoorschriften van die middelen. Anders dient vrijstelling aangevraagd te worden van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden.
Teeltvoorschrift wilde haver
Dit teeltvoorschrift verplicht ondernemers in bepaalde provincies wilde haverplanten van hun terrein te verwijderen en te vernietigen voordat het zaad begint uit te vallen of uiterlijk:
•vóór 1 juli in de provincies Utrecht, Zuid-Holland, Gelderland, Noord-Brabant, Zeeland en Limburg;
•vóór 15 juli in de provincies Groningen, Friesland, Drenthe, Flevoland, Overijssel en Noord-Holland.
Het teeltvoorschrift schept verplichtingen voor ondernemers, niet voor water- of terreinbeheerders. Desondanks is het raadzaam als waterschappen de verplichtingen, indien nodig, naleeft om als overheid bij te dragen aan de eliminatie van wilde haver.
Teeltvoorschrift knolcyperus
Voor percelen die met knolcyperus zijn besmet, geldt een teeltverbod. Op deze percelen mogen geen akkerbouwgewassen en tuinbouwgewassen worden geteeld. Ook de teelt van maïs en graszoden is dan verboden. Daarnaast moet de gebruiker van het perceel maatregelen nemen om de knolcyperus te vernietigen en verspreiding tegen te gaan. Bovendien gelden maatregelen voor het gewas dat op het veld staat, op het moment dat de knolcyperus wordt aangetroffen.
Het teeltvoorschrift schept verplichtingen voor ondernemers, niet voor water- of terreinbeheerders. Desondanks is het raadzaam als waterschappen de verplichtingen, indien nodig, naleeft om als overheid bij te dragen aan de eliminatie van knolcyperus.
Convenant waterplanten – 2010
Het convenant waterplanten was een overeenkomst tussen de Unie van Waterschappen, diverse handelaren in waterplanten, de branche van tuicentra en waterplantenkwekers en het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Het convenant waterplanten is opgeheven maar wordt hier aangehaald omdat het in de waterschapswereld een bekende overeenkomst was. Eén van de bepalingen van het convenant was dat de waterschappen jaarlijks gegevens aanleveren over het vóórkomen en bestrijden van de soorten onder het convenant waterplanten. De waterplantenhandel zegde met de ondertekening van het convenant toe de soorten onder bijlage 1 niet meer te verhandelen. Bijlage 2 soorten werden alleen verkocht begeleid met informatie over de invasiviteit van de soort met de waarschuwing ze niet in het oppervlaktewater te gooien. De labels van de bijlage 2 soorten waren voorzien van het logo van het convenant waterplanten.
Het convenant waterplanten is opgeheven met de komst van de exotenverordening.
Blauwalgenprotocol – 2012
Het blauwalgenprotocol wordt met enige regelmaat ge-update. De laatste versie stamt uit 2012 en geeft handvaten hoe om te gaan met blauwalgen op locatie. Het protocol bevat een schema om het risiconiveau per locatie te bepalen en beschrijft de monitoringsmethodes en hoe de resulterende data te interpreteren.
Waterschap Rivierenland volgt het blauwalgenprotocol voor monitoring van en informatievoorziening over blauwalgen in een zwemwaterlocatie.
Regelgeving en leidraad beheersing eikenprocessierups - 2013
Vanuit een analyse van verschillende wetten wordt geconcludeerd “dat gemeenten, boom- en terreineigenaren, terreinbeheerders en wegbeheerders de bestrijding van eikenprocessierupsen (epr) actief ter hand moeten nemen. Daarbij zal men in het oog moeten houden dat ook monitoring van de ontwikkeling van epr en waarschuwen voor de aanwezigheid van epr onderdeel kan zijn van de taak van bovenstaande groepen eigenaren en beheerders.” (Visser en Goudzwaard, 2011).
De Leidraad beheersing eikenprocessierups biedt professionele beheerders de bouwstenen om goede beheerkeuzes te maken. Naast het uitgewerkte stappenplan voor risico-inventarisatie, waarnemen en registreren en beheersmaatregelen, biedt de leidraad informatie over de eikenprocessierups, de te treffen voorzorgsmaatregelen bij de bestrijding, over het opruimen van rupsrestanten, het juridisch kader en aandachtspunten voor het inrichten van de organisatie en communicatie bij instanties. De leidraad bevat ook een beslisschema om te bepalen welke methode in aanmerking komt, aan de hand van risicoinventarisatie en monitoring.
De wetgeving geeft aan dat het waterschap op de aanwezigheid van de eikenprocessierups moet wijzen.
Waterwet- 2009
Conform de Waterwet (artikel 5.23’2) zijn de aanliggende eigenaren verplicht om maaisel dat vrijkomt bij het onderhouden van leggerwaterlopen. De verplichtingen van de Waterwet heeft direct betrekking op de afvoer van maaisel met plaagsoorten.
Voortvloeiend uit de waterwet zijn aanliggende eigenaren verplicht om maaisel met plaagsoorten te ontvangen.
REGIONALE KADERS
Distelverordeningen provincies:
Het doel van de distelverordening is het voorkómen van overlast door grotere concentraties van de moeilijk te bestrijden akkerdistel en/of akkermelkdistel. Elke provincie heeft zijn eigen distelverordening:
•Distelverordening provincie Zuid-Holland – 1986: Met de distelverordening kunnen Burgemeester & Wethouders van een gemeente, grondeigenaren en grondgebruikers verplichten de gronden te zuiveren van distels behorende tot de soort Cirsium arvense (= akkerdistel);
•Distelverordening provincie Utrecht - 1994: De rechthebbende van gronden is verplicht deze te zuiveren van akkerdistel (Cirsium arvense) en akkermelkdistel (Sochus arvensis) voordat zij in bloei komen indien deze distels overlast voor de aangrenzende gronden kunnen veroorzaken;
•Akkerdistelverordening Noord-Brabant – 2007: De gebruikers, eigenaren, erfpachters of vruchtgebruikers van gronden zijn verplicht eigen gronden, voor zover het betreft landbouwgronden of een strook van 100m daaraan grenzend, te zuiveren van akkerdistels (Cirsium arvense), voordat zij tot bloei komen.
Op basis van de distelverordeningen van de provincies dienen de waterschappen overlast door grotere concentraties van akkerdistel en akkermelkdistel te voorkómen.