1 Inleiding
Tekst
Van oudsher geldt voor de aanliggende eigenaren en gebruikers van gronden (ontvangstplichtigen) de plicht het maaisel en specie te ontvangen die bij het onderhoud van A-wateren vrijkomt. Die lijn is, dat bij de toepassing van de ontvangstplicht het principe geldt dat de lasten zo gelijk mogelijk worden verdeeld over de ontvangstplichtigen.
Dit beleid kent, hoewel inhoudelijk steeds ongewijzigd, een lange geschiedenis waarmee belanghebbenden vertrouwd zijn. Tot de komst van de Waterwet (2009) was de ontvangstplicht in het geheel geregeld in de keuren van de waterschappen dan wel per provinciale verordening. Met de invoering van de Waterwet werd de plicht tot het ontvangen van maaisel en specie centraal geregeld in de Waterwet. De wijze van toepassing ervan, werd met een beleidsregel ingevuld (Beleidsregel toepassing Waterwet en keur). De regeling die voorheen in de keur geregeld was, werd op die manier voortgezet tot aan de komst van de Omgevingswet.
Met de komst van de Omgevingswet, worden de bepalingen over de ontvangstplicht direct overgenomen uit de Waterwet. De behoefte aan een beleidsregel hierover blijft echter bestaan. Aangezien de naam van de beleidsregel ‘toepassing Waterwet en keur’ niet meer passend is en er bij de inwerkingtreding van de uniforme keur per 1 maart 2015 ook al diverse hoofdstukken vervallen waren, is bij deze partiële herziening eveneens de naam en de paragraafnummering aangepast.
Deze beleidsregel treedt in de plaats van de beleidsregel ‘Toepassen Waterwet en Keur’ (vastgesteld door het dagelijks bestuur op 1 maart 2015).