Aanhef
Het algemeen bestuur van het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht,
gelezen het voorstel van het dagelijks bestuur van 08-07-2025;
Overwegende dat er verschillende knelpunten naar voren zijn gekomen bij de toepassing van Verordening Participatie, inspraak en elektronische bekendmaking Waterschap Amstel, Gooi en Vecht 2022;
gelet op de Wet versterking participatie op decentraal niveau
besluit vast te stellen:
Verordening participatie, inspraak en elektronische bekendmaking Waterschap Amstel, Gooi en Vecht 2025
HOOFDSTUK 1 ALGEMEEN
Artikel 1.1 Begripsomschrijvingen
In deze verordening wordt verstaan onder:
a.adviseren: het beantwoorden van een door een bestuursorgaan geformuleerde vraag door belanghebbenden of andere daartoe benaderde personen, of het uit eigener beweging inbrengen van advies,
b.algemeen bestuur: het algemeen bestuur van het Waterschap;
c.bekendmaking:
1de wettelijk verplichte bekendmaking voor de inwerkingtreding van besluiten die niet tot een of meer (bekende) belanghebbenden zijn gericht;
2de wettelijk verplichte kennisgeving van ontwerpbesluiten;
3de kennisgeving van meldingen;
4de overige wettelijk verplichte kennisgevingen, mededelingen dan wel aankondigingen;
5de kennisgeving van mededelingen waarvoor geen wettelijke plicht geldt;
d.beleidsvoornemen: het voornemen van het bestuur tot het vaststellen of wijzigen van beleid;;
e.besluit: een besluit in de zin van artikel 1:3 lid 1 van de Algemene wet bestuursrecht;
f.cocreëren: het door het Waterschap en daartoe uitgenodigde deelnemers, in gezamenlijk overleg en op basis van gelijkwaardigheid, ontwikkelen van een plan met inachtneming van vooraf meegegeven kaders;
g.dagelijks bestuur: het dagelijks bestuur van het Waterschap;
h.elektronisch waterschapsblad: het Waterschapsblad, bedoeld in artikel 73 van de Waterschapswet, dat wordt uitgegeven door het dagelijks bestuur en voldoet aan de technische eisen uit de ministeriële regeling “Regeling elektronische publicaties”;
i.inspraak: een door of namens het dagelijks bestuur geboden gelegenheid voor inwoners en belanghebbenden om hun zienswijzen omtrent een bekendgemaakt beleidsvoornemen kenbaar te maken;
j.ontwerpbesluit: een besluit dat wordt voorbereid met een in de wet verplicht voorgeschreven inspraakprocedure, met afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht dan wel met een andere inspraakprocedure;
k.participatie: het in een vroeg stadium en op interactieve wijze betrekken van inwoners en belanghebbenden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid;
l.raadplegen: het gelegenheid geven aan inwoners en belanghebbenden om ideeën, wensen en meningen naar voren te brengen of voorkeuren aan te geven die bij de beleidsvorming worden betrokken;
m.uitdaagrecht: een specifieke vorm van participatie in de uitvoeringsfase, te weten het recht van inwoners en maatschappelijke initiatieven om een verzoek bij het bevoegde bestuursorgaan in te dienen om de feitelijke uitvoering van een taak van het waterschap over te nemen als zij denken deze taak beter uit te kunnen voeren
n.Waterschap: het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht.
Artikel 1.2 Reikwijdte verordening
Deze verordening heeft betrekking op participatie en inspraak bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid en de wijze van bekendmaking van besluiten en kennisgevingen door het waterschapbestuur in de uitoefening van zijn taken en bevoegdheden.
Artikel 1.3 Informatiepositie ingezetenen en belanghebbenden
1Het Waterschap stelt openbare informatie die betrekking heeft op het voorliggende beleidsvoornemen en/of kaders, binnen de grenzen van wat redelijk en billijk is, tijdig beschikbaar.
2Deze informatie is per participatie- of inspraaktraject - waar mogelijk via de website van het waterschap – vrij toegankelijk, uit te wisselen en te ontsluiten.
HOOFDSTUK 2 PARTICIPATIE
Artikel 2.1 Reikwijdte participatie
1Dit hoofdstuk gaat over het toepassen van participatie bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid door het waterschapsbestuur in de uitoefening van zijn taken en bevoegdheden.
2Voor zover het Waterschap aanvrager is van een vergunning voor waterschapswerkzaamheden zijn de bepalingen van dit hoofdstuk van toepassing op die aanvraag.
3Geen participatie wordt toegepast op de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van belastingverordeningen, en interne en organisatorische aangelegenheden.
Artikel 2.2 Toepassen van participatie
1Het dagelijks bestuur en het algemeen bestuur beslist , bij de uitoefening van hun onderscheidenlijke taken en bevoegdheden, over het toepassen van participatie , met in achtneming van de Leidraad participatie AGV.
2Participatie kan in ieder geval achterwege blijven:
a.bij beleid waarin het waterschapsbestuur geen of nauwelijks beleidsvrijheid heeft;
b.bij beleid van klaarblijkelijk ondergeschikte betekenis, zoals aanpassingen van juridisch- technische of redactionele aard;
c.als participatie bij of krachtens wettelijk voorschrift is uitgesloten.
3Het dagelijks bestuur kan, met toepassing van lid 2, de gevallen aanwijzen waarin in ieder geval geen participatie wordt toegepast.
4Voor het toepassen van participatie stelt het bestuursorgaan een participatieplan vast.
Artikel 2.3 Oogmerk participatie
Het oogmerk van participatie is:
a.Het vergroten van draagvlak en/of betrokkenheid bij belanghebbenden; en/of,
b.Het verbeteren van de voorstellen, de besluitvorming en/of de uitvoerbaarheid van besluiten; en/of,
c.Het naar voren brengen van en rekening kunnen houden met nieuwe ideeën, verschillende opvattingen en belangen.
Artikel 2.4 Participatieplan
1Een participatieplan wordt vastgesteld door het dagelijks bestuur. In het participatieplan wordt in ieder geval omschreven:
a.het onderwerp van het participatieproces, de schaal waarop dit aan de orde is en de rand- voorwaarden;
b.het doel van het participatieproces;
c.de fase waarvoor participatie plaatsvindt: agendavorming, beleidsvorming, besluitvorming, uitvoering of evaluatie;
d.het niveau dan wel de niveaus van de participatie voor de betreffende fase van het participatieproces, waarbij een gemotiveerde keuze wordt gemaakt uit: informeren, raadplegen, adviseren, co-creëren of beslissen;
e.de voor het vastgestelde niveau dan wel de vastgestelde niveaus van participatie geldende kaders;
f.welke personen of groepen van personen aan het participatieproces kunnen deelnemen;
g.de wijze waarop de deelnemers hun inbreng kunnen leveren;
h.de wijze waarop het bestuursorgaan reageert op de uitkomsten van het participatieproces;
2Het dagelijks bestuur maakt het voornemen tot participatie bekend op de voor dat proces gepaste wijze. In deze kennisgeving wordt in- gegaan op de in het eerste lid bedoelde punten.
3Indien omstandigheden het noodzakelijk maken om de inrichting van het participatieproces aan te passen, draagt het betrokken bestuursorgaan er zorg voor dat dit onverwijld bekend wordt gemaakt.
Artikel 2.5 Verwerken inbreng participanten
1Indien de participatie uit raadplegen bestaat, betrekt het betrokken bestuursorgaan de inbreng van de participanten bij de volgende fase van het onderwerp van participatie, dan wel het besluit daarover.
2Indien de participatie uit adviseren bestaat, houdt het betrokken bestuursorgaan rekening met de inbreng van de participanten bij de volgende fase van het onderwerp van participatie, dan wel het besluit daarover.
3Indien de participatie uit co-creëren bestaat, beslist het betrokken bestuursorgaan in goed overleg met de participanten.
4Indien de participatie bestaat uit beslissen door de participanten, neemt het betrokken bestuurs- orgaan die beslissing in acht.
Artikel 2.6 Eindverslag van het participatieproces
1Indien het participatieproces betrekking heeft op een bestuurlijk besluit, maakt het bestuursorgaan ter afronding van het participatieproces een eindverslag op.
2Het eindverslag bevat in elk geval:
a.een overzicht van de gevolgde procedure;
b.een weergave van de inbreng van degenen die hebben deelgenomen aan het participatie- proces, en wat hieruit wel en niet is overgenomen en waarom;
c.een overzicht van algemene afspraken die op basis van het participatieproces zijn gemaakt.
3Het bestuursorgaan draagt er zorg voor dat het eindverslag openbaar wordt gemaakt en, voor zover mogelijk, wordt gedeeld met de participanten.
4Voor de beantwoording van adviezen van adviesorganen zijn de specifieke afspraken tussen het Dagelijks bestuur en het adviesorgaan van toepassing.
HOOFDSTUK 3 INSPRAAK
Artikel 3.1 Reikwijdte inspraak
1Dit hoofdstuk gaat over het toepassen van inspraak bij de voorbereiding van beleid van het waterschapsbestuur in de uitoefening van zijn taken en bevoegdheden.
2Geen inspraak wordt toegepast op de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van belastingverordeningen, en interne en organisatorische aangelegenheden van het waterschap.
Artikel 3.2 Toepassen van inspraak
1Onverminderd het bepaalde bij wet, algemene maatregel van bestuur of provinciale verordening past het waterschapsbestuur in de uitoefening van zijn taken en bevoegdheden inspraak toe bij voorbereiding van beleidsvoornemens, tenzij deze daar naar hun aard of belang niet voor in aanmerking komen.
2Tevens vallen onder de werking van de onderhavige verordening de naar het oordeel van het dagelijks bestuur daarvoor in aanmerking komende beleidsvoornemens van het dagelijks bestuur.
3Inspraak wordt in ieder geval niet toepast:
a.bij beleid waarin het waterschapsbestuur geen of nauwelijks beleidsvrijheid heeft;
b.bij beleid van klaarblijkelijk ondergeschikte betekenis, zoals aanpassingen van juridisch- technische of redactionele aard;
c.als inspraak bij of krachtens wettelijk voorschrift is uitgesloten.
4Bij het toepassen van inspraak worden inspraakgerechtigden gedurende een termijn van zes weken in de gelegenheid gesteld hun zienswijze omtrent het beleidsvoornemen mondeling of schriftelijk naar voren te brengen.
Artikel 3.3 Verslag van inspraak
1In het voorstel aan het algemeen bestuur maakt het dagelijks bestuur melding van de gehouden inspraakprocedure en de ontwerpbeantwoording van het dagelijks bestuur op de ingekomen reacties.
2Het dagelijks bestuur brengt, nadat het algemeen bestuur een besluit heeft genomen omtrent het beleidsvoornemen, diegenen die een schriftelijke reactie hebben ingediend op de hoogte van de beschouwingen van het algemeen bestuur omtrent de ingekomen reacties. Daarbij wordt vermeld op welke punten de zienswijze tot wijziging van het beleidsvoornemen heeft geleid, dan wel de redenen waarom de zienswijze niet tot een wijziging aanleiding heeft gegeven.
HOOFDSTUK 4 UITDAAGRECHT
Artikel 4 Procedure uitdaagrecht
1Elk bestuursorgaan beslist ten aanzien van de uitvoering van zijn eigen taken of hierop het uitdaagrecht van toepassing is.
2Inwoners en maatschappelijke initiatieven kunnen, onder de noemer van uitdaagrecht, een plan indienen bij het dagelijks bestuur voor het uitvoeren van taken conform artikel 4, lid 1.
3Wanneer het verzoek wordt ingewilligd worden afspraken tussen het waterschap en de verzoeker vastgelegd in een overeenkomst.
HOOFDSTUK 5 ELEKTRONISCHE BEKENDMAKING
Artikel 5.1 Bekendmaking
1Iedere bekendmaking vindt plaats in het elektronische waterschapsblad, tenzij bij wet of regelgeving een andere wijze van bekendmaking is voorgeschreven.
2Het elektronisch waterschapsblad is voor eenieder te raadplegen via de website van het Waterschap en de website www.overheid.nl.
3Onverminderd het bepaalde in het eerste lid kan het dagelijks bestuur besluiten om een bekend- making ook te plaatsen in een dag-, nieuws-, of huis-aan-huisblad.
4In de bekendmaking wordt vermeld hoe, wanneer en waar reacties kunnen worden ingediend.
5In afwijking van het eerste en het derde lid kan het dagelijks bestuur besluiten de bekendmaking van meldingen en van mededelingen waarvoor geen wettelijke plicht geldt, niet elektronisch te doen plaatsvinden, in welk geval de bekendmaking wordt geplaatst in een dag-, nieuws-, of huis- aan-huisblad of op de website van het Waterschap.
Artikel 5.2 Terinzagelegging
1De terinzagelegging van een besluit of een ontwerpbesluit en de daarbij behorende bijlage of bijlagen geschiedt op www.overheid.nl en de website van AGV, tenzij bij wet of regelgeving een andere wijze van terinzagelegging is voorgeschreven.
2Onverminderd het bepaalde in het eerste lid kan het dagelijks bestuur besluiten de stukken fysiek ter inzage te leggen.
HOOFDSTUK 6 SLOTBEPALINGEN
Artikel 6.1 Intrekking en citeertitel
1De Verordening participatie, inspraak en elektronische bekendmaking AGV 2022 wordt ingetrokken.
2Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening participatie, inspraak en elektronische bekendmaking AGV 2025”.
Artikel 6.2 Inwerkingtreding
Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking.
Amsterdam, 9 oktober 2025
Het Algemeen bestuur,
dr J.J. Sylvester
dijkgraaf
E. Wagener
secretaris-directeur
Toelichting