Waterschapswetten

Treasurystatuut Waterschap Aa en Maas 2026

Waterschap Aa en Maas · geldt sinds 14 januari 2026

3.1 Doel

Het treasurystatuut (hierna: statuut) heeft tot doel een formeel kader te scheppen waar binnen de financiering- en beleggingsactiviteiten van waterschap Aa en Maas dienen plaats te vinden. In het statuut moeten de vier elementen sturen, beheersen, verantwoorden en toezicht houden in samenhang worden bezien om zo duidelijkheid en transparantie garanderen.

In feite komt het er op neer dat het belangrijkste doel van het treasurybeleid is om over voldoende middelen te beschikken op het juiste moment. Het treasurybeleid is erop gericht toegang te verkrijgen en te behouden tot de geld- en kapitaalmarkt om zo, binnen de financiële mogelijkheden van het waterschap, een optimaal of voldoende rendement te verkrijgen dan wel de lasten zo veel mogelijk te reduceren. Hierbij moeten de risico's zo goed mogelijk worden beheerst.

Artikel 108 en artikel 109 van de Waterschapswet bepalen dat het algemeen bestuur bij verordening regels vaststelt met betrekking tot de organisatie van de administratie en het beheer van de vermogenswaarden en de controle. Met de vastgestelde Financiële verordening en de Controleverordening is hier invulling aan gegeven. Hierin zijn verplichtingen opgenomen waar met de vaststelling van dit treasurystatuut aan wordt voldaan.

3.2 Het treasurybeleid

De doelstellingen van het treasurybeleid zijn:

•Het verkrijgen en behouden van toegang tot de geld- en kapitaalmarkten tegen de scherpst mogelijke condities;

•Het beschermen van de organisatie tegen ongewenste financiële risico's, zoals rente-, koers-, liquiditeits-, valuta- en kredietrisico's;

•Het minimaliseren van de interne (verwerkingskosten) en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en de financiële posities;

•Het realiseren van een efficiënte en controleerbare treasuryfunctie binnen de organisatie;

•Het tijdig beschikbaar hebben van betrouwbare informatie aangaande de treasury;

•Het continu voldoen aan de wettelijke vereisten aangaande treasury, zoals onder meer opgenomen in de Wet Fido, Ruddo, Bldo, Skb, Wet Hof en de daarbij behorende uitvoeringsregelingen.

Investeringen, deelnemingen en beleggingen die worden gedaan in het kader van de publieke taak, maar waarbij bewust risico's worden aanvaard vallen buiten de kaders van dit statuut. In de voorkomende gevallen dient hiervoor steeds afzonderlijke besluitvorming plaats te vinden.

3.3 Tussentijdse bijstelling van het beleid

Eventuele tussentijdse bijstelling van het treasurybeleid en/of de treasury gerelateerde mandaten, zoals opgenomen in het mandaatbesluit en de regeling budgethouderschap en financieel mandaat, worden voorgelegd aan het algemeen bestuur.

3.4 Risicoprofiel

Ten aanzien van financieel risico hanteren we een risicomijdend profiel. Dit betekent dat bij het komen tot de eerste voorstellen met betrekking tot het gebruik van een van dergelijke instrumenten het bestuur nadrukkelijk wordt geïnformeerd over en betrokken bij het besluit betreffende het gebruik van deze instrumenten. Op deze wijze worden het doel en het effect van het te hanteren instrument helder en duidelijk gemaakt alvorens te kunnen worden toegepast.

Risicomijdend houdt in ieder geval in:

•Het beleid ten aanzien van financieringen is erop gericht een spreiding van toekomstige renterisico's te bevorderen. Zo kan ook in de toekomst worden ingespeeld op ontwikkelingen op het gebied van het aantrekken en uitzetten van financieringen om te blijven voldoen aan de renterisiconorm conform de eisen uit de Wet Fido. Op deze manier treedt er bovendien geen overmatige blootstelling aan rentebewegingen op.

•Het beleid is erop gericht te komen tot optimalisatie van de inkomende en uitgaande geldstromen door het zo goed mogelijk op elkaar afstemmen van de inkomsten en de uitgaven in de loop van het jaar.

•Een eventueel besluit ten aanzien van beleggingen is zodanig is dat alleen beleggingen kunnen worden gedaan van tijdelijke overschotten.

•Het gebruik van derivaten alleen is toegestaan ter beperking van financiële risico’s en het beleid dienaangaande dient prudent en transparant is.

3.5 Liquiditeitsrisicobeheer

We beperken onze liquiditeitsrisico’s door de treasuryactiviteiten te baseren op een liquiditeitsprognose en een meerjarenraming.

3.6 Valutarisicobeheer

Valutarisico’s worden uitgesloten door alleen leningen te verstrekken, aan te gaan of te garanderen in euro’s.

4.1 Treasury-organisatie

Op grond van de Financiële verordening stelt het algemeen bestuur het treausurystatuut vast. De uitvoering van het treasurybeleid en het verrichten van treasury activiteiten, zoals het aangaan van leningen en het uitzettingen van gelden, is aan het dagelijks bestuur gedelegeerd. De concrete uitvoering van het beleid is belegd bij de ambtelijke organisatie volgens het geldende Mandaatbesluit.

4.2 Procedures

In de beschrijving van de administratieve organisatie in de Financiële verordening zijn procedures opgenomen die nadrukkelijk betrekking hebben op de treasuryfunctie. In deze procedures worden verantwoordelijkheden, activiteiten, bevoegdheden en functiescheidingen tussen besluitvormende, uitvoerende, registrerende en controlerende functies vastgelegd.

Daarnaast zijn in het kader van dit treasurystatuut drie (werk)procedures opgesteld: ‘Aangaan van leningen’, ‘Aangaan van kasgeldleningen’ en ‘Uitzetten van gelden’. Deze zijn als bijlage bij dit statuut opgenomen.

4.3 Functiescheiding

Naast de externe controle aan het einde van het proces door de accountant, vindt ook gedurende het jaar controle plaats naar de uitvoering van de processen, de juistheid en rechtmatigheid. Het grootste deel van de controle vindt dus intern plaats. Om een correcte wijze van interne controle zeker te stellen, moet er sprake zijn van functiescheiding. Door functiescheiding te creëren tussen besluitvormende, registrerende en controlerende functies wordt misbruik zoveel mogelijk voorkomen. Dit betekent dat de medewerkers die belast zijn met de treasury-activiteiten niet betrokken zijn bij de feitelijke administratieve vastlegging en controle.

4.4 Mandaten

Het algemeen bestuur besluit over het maximale bedrag waarvoor in enig jaar langlopende leningen mogen worden aangegaan en besluit over de maximale rekeningcourantverhouding. Het algemeen bestuur wordt daarbij voorgesteld het dagelijks bestuur te machtigen tot de uitvoering hiervan binnen het gestelde maximum. De concrete invulling hiervan wordt uitgevoerd door de ambtelijke organisatie volgens het geldende Mandaatbesluit en de geldende Regeling budgethouderschap en financieel mandaat.

5.1 Instrumenten

Voor het uitvoeren van transacties zijn in het kader van de treasury de volgende instrumenten ter beschikking:

•Rekening-courantfaciliteiten

•Kasgeldleningen

•Vaste geldleningen

•Uitzettingsvormen (zoals deposito's)

•Specifieke rente-instrumenten (zoals derivaten)

Specifieke rente-instrumenten mogen alleen gebruikt worden voor het beheersen of verminderen van renterisico’s. Aa en Maas maakt hier in principe geen gebruik van. Zou het gebruik van specifieke rente-instrumenten toch aan de orde zijn, wordt dit voorgelegd aan het algemeen bestuur.

5.2 Limieten

Bij het gebruik van bovenstaande instrumenten moet men in ieder geval voldoen aan de onderstaande richtlijnen:

•Geldleningen kunnen uitsluitend worden aangegaan of verstrekt in euro’s, waarbij de hoofdsom niet onderhevig is aan enige vorm van indexatie.

•Het aangaan van geldleningen gebeurt op basis van een recente liquiditeitsprognose en een actuele rentevisie.

•De renterisiconorm mag niet worden overschreden.

•Onze rentevisie is gebaseerd op informatie van gezaghebbende instanties zoals de Nederlandse Waterschapsbank.

•De rentevisie, renteontwikkeling, liquiditeitsprognose en financieringsbehoefte worden conform de verslaggevingsvoorschriften opgenomen in de P&C-producten.

5.3 Opnemen (kas)gelden

•Renterisico's op de netto vlottende schuld zijn begrensd tot de normen van de kasgeldlimiet van de Wet Fido.

•Renterisico's op de vaste schuld zijn begrensd tot de normen van de renterisiconorm van de Wet Fido.

•Het gebruik van specifieke rente-instrumenten dient te geschieden conform de ministeriële regeling uit hoofde van de Wet Fido en de ‘Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden’.

•Het aantrekken van (kasgeld)leningen geschiedt conform de procedure ‘Afsluiten van (kasgeld)leningen’ zoals opgenomen in bijlage 1 en 2.

5.4 Uitzetten gelden

Zolang het schatkistbankieren verplicht is voor waterschappen, is het uitzetten van overtollige gelden niet aan de orde. Mocht het verplicht schatkistbankieren worden afgeschaft, ontstaan voor het waterschap alternatieve mogelijkheden om overtollige gelden tijdelijk uit te zetten. Hiervoor gelden in dat geval de volgende uitgangspunten en voorwaarden:

•Risico's bij uitzettingen worden beperkt doordat minimaal de hoofdsom is gegarandeerd.

•Koersrisico's op de uitzettingen in vastrentende waarden worden beperkt door de omvang en de (resterende) looptijd te matchen met de omvang en looptijd van de beschikbare liquide middelen.

•Het uitzetten van gelden geschiedt binnen de kaders van de wet Ruddo en volgens de procedure 'Uitzetten van gelden' als opgenomen in bijlage 3.

•Voor het uitzetten van gelden mag men een partij alleen accepteren als tegenpartij, indien deze voldoet aan de volgende criteria:

o Kredietrisico's bij langer dan 3 maanden uitzetten worden beperkt door uitsluitend uit te zetten bij financiële instellingen die voldoen aan de kredietwaardigheidseis rating AA-minus of hoger, afgegeven door minimaal twee van de drie gerenommeerde ratingbureaus (Standaard & Poor’s, Moody’s en Fitch);

o Kredietrisico's bij korter dan 3 maanden worden beperkt door uitsluitend uitzetten bij financiële instellingen met minimaal A-rating, afgegeven door twee van de drie gerenommeerde ratingbureaus;

o De tegenpartij is een instelling die onder financieel rechterlijk toezicht staat in een EU/EER lidstaat die ten minste beschikt over een AA-rating afgegeven door ten minste 2 van de 3 gerenommeerde ratingbureaus en voor henzelf of voor de door hen uitgegeven waardepapieren kunnen aantonen dat ze tenminste over een AA-minusrating beschikken, afgegeven door tenminste 2 van de 3 gerenommeerde ratingbureaus.

o De tegenpartij is een collega-overheid of instantie binnen de Europese Unie, die de publieke taak dient en waaraan door de vigerende Centrale Bank een solvabiliteitsvrije status is toegekend.

7.1 Verslaglegging

Door middel van de verschillende P&C-documenten wordt gerapporteerd over de beleidsvoornemens, de beleidsuitvoering en wordt verantwoording afgelegd over het gevoerde beleid. Indien nodig kan een voorstel voor bijstelling worden gedaan. De P&C-cyclus bestaat uit de voorjaarsnota, begroting en bijbehorende meerjarenraming, bestuursrapportage en de jaarrekening. Ze worden hierna nader toegelicht in relatie tot het treasurybeleid.

•Voorjaarsnota:

Is het startpunt van het begrotingsproces. Schetst de meerjarige verwachtingen voor zowel beleidsmatige als financiële ontwikkelingen. De voorjaarsnota ondersteunt het bestuur bij het maken van een integrale afweging in de balans tussen beleidsambities en lastendruk. In de voorjaarsnota wordt een inschatting gemaakt van de renteontwikkeling.

•Begroting en meerjarenraming:

Vertaling van de voorjaarsnota naar doelen, prestaties en middeleninzet. Laat per programma zien welke doelen het bestuur wil bereiken, op welke wijze dit wordt nagestreefd en wat de netto kosten zijn. De begroting plus meerjarenraming beslaat een periode van 5 jaar. In de paragraaf Uiteenzetting van de financiële positie worden de beleidsvoornemens ten aanzien van treasury geformuleerd. Hierin komen de volgende onderwerpen aan bod:

o Kasgeldlimiet

o Renterisiconorm

o Schatkistbankieren

o Rentevisie

o Liquiditeitsprognose en financieringsbehoefte

o Schuldpositie

o Eventuele ontwikkelingen in de treasuryorganisatie of die van invloed zijn op de treasuryfunctie

•Jaarrekening: in de jaarrekening legt het dagelijks bestuur verantwoording af over het gevoerde beleid. Hierin wordt het beleid, zoals voorgenomen in de paragraaf Uiteenzetting van de financiële positie in de begroting, getoetst aan het werkelijk uitgevoerde beleid.

7.2 Interne controle

De interne toetsing en controle op de uitvoering van het beleid vindt plaats middels de procedures van de administratieve organisatie als vastgelegd in de Financiële verordening en de P&C-cyclus zoals hiervoor beschreven. Verantwoording over het gevoerde beleid wordt afgelegd in de jaarrekening.

De ambtelijke organisatie legt van alle stukken met betrekking tot de lening(en) dossiers aan. Deze dossiers staan op verzoek ter beschikking voor interne controle door Concern control en voor externe controle door de accountant.

7.3 Externe controle

De getrouwheid van de rechtmatigheid van de uitvoering van het treasurybeleid is onderdeel van de accountantscontrole in het kader van de controle op de jaarrekening. Deze controle beslaat het gehele uitvoeringstraject. De invulling hiervan is bepaald in de Controleverordening. We treffen alle maatregelen die noodzakelijk zijn voor het (doen) uitvoeren van een effectieve externe controle door een registeraccountant. Opdrachtgever voor de externe controle door de accountant is het algemeen bestuur.

7.4 Informatie verstrekking

Aa en Maas verstrekt jaarlijks in ieder geval de volgende informatie:

Aan de toezichthouder (Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant):

De begroting waarin opgenomen:

•het begrotingstotaal voor het komende jaar

•de kasgeldlimiet bij aanvang van het komende jaar

•de renterisiconorm bij aanvang van het komende jaar

•het renterisico op de vaste schuld over de komende 4 jaren

De jaarrekening waarin opgenomen:

•Het begrotingstotaal bij aanvang van het verslagjaar

•De kasgeldlimiet bij aanvang van het verslagjaar

•De gemiddelde netto vlottende schuld in elk van de kalenderkwartalen van het verslagjaar

Aan het CBS:

Driemaandelijks een opgave van de stand van het EMU-saldo op een door het Centraal Bureau voor de Statistiek te bepalen wijze, zodat zij de informatie aan het Ministerie van Financiën kan presenteren.

Bijlage 1 Procedure aangaan van leningen 1 Deze procedure heeft ook betrekking op het aanpassen van de looptijd van een bestaande lening.

Algemeen geldt dat bij het aangaan van geldleningen het ‘vier ogenprincipe’ wordt gehanteerd.

Functionaris

Activiteit

Omschrijving

Treasurer

Bepalen noodzaak aangaan geldlening en omvang lening

Op basis van de liquiditeitenprognose de noodzaak van extra liquide middelen beoordelen en indien nodig de omvang van de aan te trekken lening bepalen.

Coördinator Financiën Treasurer

Bepalen randvoorwaarden en opstellen voorstel lening

Een inventarisatie maken van de marktontwikkelingen en bepalen van de randvoorwaarden. Formuleren van een voorstel met de omvang, gewenste looptijd en het verwachte rentepercentage van de af te sluiten lening.

Treasurer

Opvragen offertes

Bij minimaal 3 banken (waaronder de NWB-bank) en/of geldmakelaars een schriftelijke offerte opvragen.

Coördinator Financiën Treasurer

Beoordelen offertes

Uit de ontvangen schriftelijke offertes wordt de lening met de beste condities (kosten en rente) gekozen.

Hoofd Financiën

Treasurer

Afsluiten lening

De gekozen aanbieder infomeren. Deze stuurt een schriftelijke bevestiging met de voorwaarden.

Hoofd Financiën

Treasurer

Opstellen memo

Memo opstellen over gevolgd proces en deze vastleggen in het dossier.

Dijkgraaf

(mandaatlijst)

Ondertekenen lening overeenkomst

Ondertekenen van de overeenkomst tot aangaan van de lening en retourneren aan de betreffende instantie.

Directeur Financiën

Informeren portefeuillehouder

De portefeuillehouder financiën informeren over de aangegane lening.

Kassier

Inboeken lening

Na ontvangst de lening inboeken in de financiële administratie.

Treasurer

Kassier

Dossier bijwerken en archiveren stukken

Dossier bijwerken met alle relevante gegevens van de lening (zoals ontvangen schriftelijke offertes, memo en lening overeenkomst) en archiveren.

Dagelijks bestuur

Afleggen verantwoording

Via de P&C-cyclus wordt verantwoording afgelegd over de aangegane lening(en).

Controller

Toetsen procedure (steekproefsgewijs)

Steekproefsgewijs toetsen of de procedure op een juiste wijze is gevolgd en vastgelegd.

Accountant

Controleren rechtmatigheid

De accountant maakt voor zover mogelijk gebruik van de intern uitgevoerde controle en kan indien gewenst aanvullende controles uitvoeren.

Bijlage 2 Procedure afsluiten kasgeldlening

Functionaris

Activiteit

Omschrijving

Treasurer

Signaleren noodzaak aantrekken kasgeldlening

Op basis van de liquiditeitsprognose bepalen of er een lening afgesloten moet worden, rekening houdend met de spreiding van de vaste geldleningen en eventueel te verwachten rentevoordeel voor kort geld.

Hoofd Financiën Coördinator Financiën Treasurer

Bepalen

randvoorwaarden en opstellen voorstel lening

Een inventarisatie maken van de marktontwikkelingen en bepalen van de randvoorwaarden. Formuleren van een voorstel met de omvang, gewenste looptijd en het verwachte rentepercentage van de af te sluiten lening.

Treasurer

Opvragen offerte

Bij de huisbankier een schriftelijke offerte opvragen.

Hoofd Financiën

Treasurer

Beoordelen en goedkeuren offerte

De offerte beoordelen op condities en voorwaarden (kosten en rente). Hoofd financiën geeft na goedkeuring akkoord voor het afsluiten van de kasgeldlening.

Treasurer

Afsluiten kasgeldlening

De huisbankier informeren. Deze stuurt een schriftelijke bevestiging met de voorwaarden.

Kassier

Inboeken kasgeld

Na ontvangst van de kasgeldlening inboeken in de financiële administratie.

Treasurer

Kassier

Dossier bijwerken en archiveren stukken

Dossier bijwerken met alle relevante gegevens van de kasgeldlening en archiveren.

Dagelijks bestuur

Afleggen verantwoording

Via de P&C-cyclus wordt verantwoording afgelegd over de aangetrokken kasgeldlening(en).

Controller

Toetsen procedure (steekproefsgewijs)

Steekproefsgewijs toetsen of de procedure op een juiste wijze is gevolgd en vastgelegd.

Accountant

Controleren rechtmatigheid

De accountant maakt voor zover mogelijk gebruik van de intern uitgevoerde controle en kan indien gewenst aanvullende controles uitvoeren.

Bijlage 3 Procedure uitzetten van gelden

Deze procedure is alleen van toepassing in het geval het verplicht schatlistbankieren komt te vervallen en geldt in dat geval voor het uitzetten van gelden voor een korte periode (deposito's). Indien middelen voor een langere tijd overtollig zijn of er een specifieke aanleiding is om als uitlenende partij op te treden bij een vaste geldlening wordt dit voorgelegd aan het bestuur.

Functionaris

Activiteit

Omschrijving

Treasurer

Signaleren noodzaak uitzetten gelden

Op basis van de liquiditeitsprognose wordt de omvang van de overtollige middelen bepaald.

Hoofd Financiën Coördinator Financiën

Treasurer

Bepalen

randvoorwaarden en opstellen voorstel uitzetten overtollige middelen

Een inventarisatie maken van de marktontwikkelingen en bepalen van de randvoorwaarden. Formuleren van een voorstel met de omvang, de looptijd en het verwachte rentepercentage van voor de uitzetting.

Treasurer

Opvragen offertes

Bij minimaal 2 banken (waaronder de NWB-bank) en/of geldmakelaars een schriftelijke offerte opvragen voor de uit te zetten gelden.

Hoofd Financiën

Beoordelen offertes

De offerte beoordelen op condities en voorwaarden (kosten en rente).

Hoofd Financiën

Directeur Financiën

Accorderen uitzetting

Akkoord geven op de gekozen offerte en uitzetting van de overtollige middelen

Treasurer

In depot laten zetten overtollige gelden

De gekozen aanbieder informeren. Deze stuurt een schriftelijke bevestiging en zet de overtollige middelen in depot.

Kassier

Inboeken vordering

Na debitering van het dagafschrift wordt het depot ingeboekt in de financiële administratie.

Treasurer

Kassier

Dossier bijwerken en archiveren stukken

Dossier bijwerken met alle relevante gegevens van de kasgeldlening en archiveren.

Dagelijks bestuur

Afleggen verantwoording

Via de P&C-cyclus wordt verantwoording afgelegd over de uitgezette middelen.

Controller

Toetsen procedure (steekproefsgewijs)

Steekproefsgewijs toetsen of de procedure op een juiste wijze is gevolgd en vastgelegd.

Accountant

Controleren rechtmatigheid

De accountant maakt voor zover mogelijk gebruik van de intern uitgevoerde controle en kan indien gewenst aanvullende controles uitvoeren.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.