Aanhef
Inzagetermijn van 17 juni 2024 tot en met 29 juli 2024.
Het Algemeen Bestuur van waterschap Aa en Maas heeft op 7 juni 2024 het projectplan Herinrichting Hooge Raam en Halsche Beek vastgesteld en bijbehorende Nota van Zienswijzen vastgesteld.
Maatregelen
De Hooge Raam en Halsche Beek zijn waterlopen die liggen tussen de dorpskernen van Zeeland, Langenboom en Escharen.
We leggen hier in totaal ruim 150 hectare natuur aan. We gaan onder andere bossen aanplanten, maar we herstellen ook de historische steil randen door oude hoogteverschillen weer zichtbaar te maken in het landschap. Tegelijkertijd liggen er langs de beek landbouwgronden waarvoor een robuust watersysteem gunstig is. Dit houdt in dat er goed ingespeeld moet kunnen worden op peilschommelingen als gevolg van klimaatverandering (voldoende water bij droogte en niet te veel water bij flinke buien). Daarom krijgt de beek over een lengte van 5 kilometer weer een natuurlijke vorm. We gaan de beek o.a. verleggen en licht laten slingeren door de natuurlijke laagtes van het beekdal. Het water krijgt zo meer de ruimte en stroomt door een beter profiel voor natte situaties.
Inzage
Het projectplan en de daarop betrekking hebbende stukken liggen op werkdagen van 09.00-17.00 uur ter inzage op de volgende locatie:
Pettelaarpark 70 ’s-Hertogenbosch.
Het projectplan en de daarop betrekking hebbende stukken zijn tevens als bijlage bij deze bekendmaking opgenomen.
Het ontwerp-projectplan en de daarop betrekking hebbende stukken hebben van 6 december 2023 tot en met 17 januari 2024 ter inzage gelegen. Tijdig ingediende zienswijzen zijn meegewogen bij de definitieve besluitvorming en hebben geleid tot beperkte wijziging van het projectplan.
Beroep kan worden ingesteld tot en met 29 juli 2024.
Het beroepschrift wordt gericht aan rechtbank Oost-Brabant, sector bestuursrecht, Postbus 90125, 5200 MA ‘s-Hertogenbosch. Bij het indienen van een beroepschrift bent u griffierecht verschuldigd.
Het beroepschrift bevat tenminste:
•naam en adres indiener;
•dagtekening;
•een omschrijving van het besluit waartegen het beroep is gericht;
•de gronden van beroep (onderbouwing);
•uw handtekening.
Op dit besluit is de Crisis- en Herstelwet van toepassing. Dat betekent dat de belanghebbende in het beroepschrift moet aangeven welke beroepsgronden hij aanvoert tegen het besluit. Na afloop van de termijn kunnen geen nieuwe beroepsgronden meer worden aangevoerd. Wij verzoeken belanghebbenden in het beroepschrift te vermelden dat de Crisis- en Herstelwet van toepassing is.
U kunt ook digitaal beroep instellen bij genoemde rechtbank via:
http://loket.rechtspraak.nl/bestuur. Daarvoor moet u wel beschikken over een elektronische handtekening (DigiD). Kijk op de genoemde site voor de precieze voorwaarden.
Uitvoering van maatregelen
Het besluit treedt in werking, ook al wordt een beroepschrift ingediend. Dit betekent dat de maatregelen opgenomen in het projectplan kunnen worden uitgevoerd. Wilt u dit voorkomen, dan kunt u gelijktijdig of na het indienen van een beroepschrift een zogenaamde “voorlopige voorziening” vragen bij de Voorzieningenrechter van voornoemde rechtbank. Ook in dit geval bent u griffierecht verschuldigd. Een voorlopige voorziening is in feite het nemen van een tijdelijke maatregel, bijvoorbeeld het schorsen van het besluit gedurende de tijd die nodig is om het beroep te behandelen. Voorwaarde om zo’n voorlopige voorziening te vragen is, dat er sprake is van een spoedeisend belang.
Wij verzoeken u vriendelijk een afschrift van het beroep en/of het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening toe te zenden aan het Dagelijks Bestuur van waterschap Aa en Maas, Postbus 5049, 5201 GA ’s-Hertogenbosch.
Wilt u meer weten?
Gelijktijdig met de bekendmaking (publicatie) liggen de stukken ter inzage. De inzagetermijn eindigt met het einde van de beroepstermijn.
U kunt ook contact opnemen met Joost Jansen. Deze is bereikbaar op telefoonnummer 088 - 17 88 000.
’s-Hertogenbosch, 17 juli 2024
Herinrichting Hooge Raam en Halsche Beek Projectplan Waterwet
2. Ligging en begrenzing plangebied
2.1 Hooge Raam
2.1.1 Traject 1: Vliesweg
Dit traject bevindt zich benedenstrooms van de Vliesweg. Ter hoogte van de kruising met de Vliesweg gaat de Graspeelloop over in de Hooge Raam. Traject 1 is reeds in 2009-2010 heringericht. Bij de herinrichting is het maaiveld langs de beek over een brede zone afgegraven. Binnen de aangelegde maaiveldlaagte heeft de beek zich sindsdien spontaan ontwikkeld. De beeklaagte is dichtgegroeid met wilgen en elzen. De Hooge Raam kent op dit traject weinig verhang en volgt een rechte loop (zie figuur 2.3). Het landschap rondom de beek bestaat uit agrarische percelen en natuurgraslanden. Aan het begin en eind van het traject bevinden zich poelen in de natuurgraslanden. Op enige afstand van de beek bevinden zich enkele woningen. Ten westen van de beek bevindt zich een hogedrukgasleiding parallel aan de beek.
Figuur 2.3: Luchtfoto en topografische kaart van traject 1 Vliesweg
2.1.2 Traject 2: Samenkomst Rusvenseloop
Traject 2 van de Hooge Raam is in 2009 heringericht door de aanleg van een nieuwe meanderende beekloop. De oevers van de beek zijn begroeid met wilgen- en elzenopslag (zie figuur 2.4). De beek meandert in dit traject door een perceel dat is ingericht als natuurgrasland. Ten westen van dit perceel ligt een bosperceel genaamd ‘het Smitsbosje’. Ten zuiden van het Smitsbosje stroomt de Rusvenseloop. De Rusvenseloop mondt ten westen van het Smitsbosje uit in de Hooge Raam. Het landschap bestaat verder uit (agrarisch) grasland. Ten oosten van de beek is een hoogteverschil aanwezig tussen hoge akkers (essen) en de lagere gronden langs de beek.
Figuur 2.4: Luchtfoto en topografische kaart van traject 2 Samenkomst Rusvenseloop
2.1.3 Traject 3: Hoefkens – Graafsebaan
Traject 3 betreft de Hooge Raam tussen de meanderzone en de kruising van de Hooge Raam met de Graafsebaan. De Graafsebaan loopt in het noordwesten van het traject door bestaand bos en kruist de Hooge Raam met een brug op de grens tussen traject 3 en traject 4 (zie figuur 2.5). Ten oosten van de beek is een hoogteverschil aanwezig tussen de hoge akkers (essen) en de lagere gronden langs de beek. De Hooge Raam heeft een brede en diepe loop en heeft in dit traject een matig verhang.
Figuur 2.5: Luchtfoto en topografische kaart van traject 3 Hoefkense – Graafsebaan
2.1.4 Traject 4: Zandvoortsestraat
Dit traject loopt vanaf de Graafsebaan tot circa 100 meter benedenstrooms van stuw 105ZAN. Op dit traject stroomt de Hooge Raam over de steilrand van de Maashorst. De beek kent op dit traject daardoor een relatief groot verhang. Om het verhang op te vangen is in dit traject een stuw aanwezig. De stuw heeft door het aanwezige rode pannendak een kenmerkende uitstraling (in de volksmond ‘Anton Pieck stuw’ genoemd, zie figuur 2.6). Het landschap op de noordwestoever bestaat uit graslanden besloten door houtwallen en bos. Op de zuidoostoever ligt grasland op de steilrand van een oude es. Bovenop de steilrand loopt de Zandvoortsestraat (zie figuur 2.7).
Figuur 2.6: Luchtfoto en topografische kaart van traject 4 Zandvoortsestraat
Figuur 2.7: De kenmerkende stuw 105 ZAN
2.1.5 Traject 5: Bremweg
Op dit traject ligt de huidige beekloop verhoogd op een flank en stroomt in een smalle strook over het erf van een agrarisch bedrijf en vervolgens tussen twee percelen grasland richting de Busweg. De Bremweg kruist de Hooge Raam met een brug ter plaatse van het aanwezige agrarische erf. Het traject kent met een verval van bijna 1 meter over een lengte van 750 meter een groot verhang. In het noordwesten ligt een bestaand bos (zie figuur. 2.8).
Figuur 2.8: Luchtfoto en topografische kaart van traject 5 Bremweg
2.1.6 Traject 6: Busweg
Dit traject loopt van het punt waar de Hooge Raam parallel aan de Busweg stroomt tot de aftakking van een parallel gelegen meander benedenstrooms van het gehucht de Bus (figuur 2.9). De beek stroomt in dit traject door het gehucht de Bus. Bovenstrooms van het gehucht is een kenmerkende stuw met dakje aanwezig, gelijk aan de stuw in traject 4 ‘(in de volksmond ‘Anton Pieck stuw’ genoemd). De ruimte rondom de beek is beperkt door de Busweg en de bebouwing aan weerszijden. Ook op dit traject is een relatief groot dalverhang aanwezig. Ten zuidoosten van het traject liggen natuurgraslanden besloten door houtwallen en bosschages. De hogere gronden betreffen hoge akkers (essen), dit betreft de ‘Kapellenkamp’, ‘Lage weide’ en ‘Frederiksoord’. Ten zuidoosten van deze kampen liggen lagere gronden die het oorspronkelijke (natuurlijke) beekdal van de Hooge Raam vormen. Ten noorden van het gehucht De Bus ligt bos aan beide oevers van de Hooge Raam. Ten zuiden van De Bus ligt er ook een strook bos aan de westoever van de Hooge Raam. Dit traject ligt parallel aan traject 6 van de Halsche Beek.
Figuur 2.9: Luchtfoto en topografische kaart van traject 6 Busweg
2.1.7 Traject 7: Meander Brabants Landschap
Dit traject loopt van de splitsing van de hoofdloop en de meander tot de Hondsdijk. De meander in dit traject is in 1998 aangelegd door een bestaand bos en natuurgrasland, parallel aan de hoofdloop (zie figuur 2.10). De meander wordt via een overloopdrempel van de oude beekloop gescheiden. De hoofdloop wordt over het hele traject geflankeerd door houtwallen. Het landschap op beide oevers is kleinschalig en bestaat uit natuurgraslanden ingesloten door houtwallen en bosschages. In de percelen ten noorden van de beek liggen greppels die via een gezamenlijke sloot benedenstrooms in het traject uitmonden in de hoofdloop. In de meander is een onderhoudsvoorde aanwezig om het perceel tussen beide beeklopen te bereiken.
Figuur 2.10: Luchtfoto en topografische kaart van traject 7 Meander Brabants Landschap
2.1.8 Traject 8: Hoogeweg Bovenstrooms
Dit traject loopt van de Hondsdijk tot de Hoogeweg. De Hooge Raam heeft op dit traject een rechte brede loop en kent weinig verhang (zie figuur 2.11). Net bovenstrooms van de Hoogeweg komen de Halsche Beek en de Hooge Raam samen. Direct na de samenkomst volgt stuw 105HOO waarna de Hooge Raam met een vierkante duiker van circa 35 meter lengte de Hoogeweg kruist. Door extensief beheer is sprake van zandbankontwikkeling en micromeandering
2Met de term micromeandering wordt bedoeld dat de beek meandert binnen het bestaande rechte profiel van de watergang
binnen de bestaande beekloop. Ten zuiden van de Hooge Raam loopt een hogedruk gasleiding parallel aan de beek. Zuidelijk van het bovenstroomse deel van dit traject ligt bestaand bos. Aan de noordzijde van de beek ligt agrarisch grasland en een agrarisch erf. Aan de zuidzijde ligt akkerland. Daarnaast zijn er enkele bomen aanwezig langs de huidige loop van de Hooge Raam.
Figuur 2.11: Luchtfoto en topografische kaart van traject 8 Hoogeweg Bovenstrooms
2.1.9
Dit traject loopt van de Hoogeweg tot de Karweg. De beek heeft in dit traject een brede rechte loop. Door extensief beheer is sprake van micromeandering in de bestaande loop. Aan de zuidzijde van het perceel ligt natuurgrasland. Aan de noordzijde ligt akkerland. Langs de beek staan bomen en bosschages. De Karweg kruist de beek met een brug, waarna de Hooge Raam uitmondt in de Graafsche Raam (zie figuur 2.12).
Figuur 2.12: luchtfoto en topografische kaart van traject 9 Hoogeweg Benedenstrooms
2.2 Halsche Beek
2.2.1 Traject 1: Schaapsdijkweg
Het eerste traject van de Halsche Beek loopt van de Vliesweg tot de Schaapsdijkweg (zie figuur 2.14). De Halsche Beek heeft een rechte loop en ligt vlak naast de Karweg. Vervolgens buigt de beek af naar het oosten en ligt daar langs de Hogesteenweg. De omgeving van de beek bestaat uit landbouwgebied. Op de linkeroever van de beek is een bomenrij aanwezig.
Figuur 2.14: Luchtfoto en topografische kaart van traject 1 Schaapsdijkweg
2.2.2 Traject 2: Brongebied
Dit traject loopt van de Schaapsdijkweg tot halverwege het bestaande bos. In dit traject stroomt de beek door NNB-bosgebied (zie figuur 2.15). Op het eerste deel van het traject stroomt de beek langs een bestaande wal die aan de westoever van de beek ligt. Deze wal vormt de voormalige begrenzing van de Mariënweerdse Goederen. Benedenstrooms in het traject ligt aan de oostzijde van de beek natuurgrasland. Ook op de westoever is benedenstrooms in dit traject een klein perceel natuurgrasland gelegen. De afvoer is beperkt. Het beekprofiel is breed en vrij ruim voor de afvoerhoeveelheden. Dit traject staat het grootste deel van het jaar droog.
Figuur 2.15: Luchtfoto en topografische kaart van traject 2 Brongebied
2.2.3 Traject 3: Bovenstrooms Zandvoortseweg
Dit traject beslaat de benedenstroomse helft van het bosgebied tot de Zandvoortseweg. De Halsche Beek loopt hier door NNB-bosgebied (zie figuur 2.16). Met name aan de westoever van de beek ligt bestaand bos. Aan de oostkant van de beek ligt natuurgrasland. Op de oevers van de beek staat riet. De afvoer is beperkt en het beekprofiel is relatief smal. De beek valt net als de bovenstroomse trajecten ‘s zomers droog.
Figuur 2.16: Luchtfoto en topografische kaart van traject 3 Bovenstroomse Zandvoortseweg
2.2.4 Traject 4: Liefkenshoeksestraat
Dit traject loopt van de Zandvoortseweg tot de Liefkenshoeksestraat. De Halsche Beek stroomt hier tussen twee landbouwpercelen door (zie figuur 2.17). De afvoer is beperkt en het beekproefiel is relatief smal. Het traject ligt benedenstrooms van terrasrand van de Maashorst. Het verhang is groot en wordt opgevangen door stuw 105OMS in het midden van het traject.
Figuur 2.17: Luchtfoto en topografische kaart van traject 4 Liefkenshoeksestraat
2.2.5 Traject 5: Busweg
Dit traject loopt van de Liefkenshoeksestraat tot de Lageheiweg. De beek heeft op dit traject een rechte loop en kent net als het voorgaande traject een groot verhang (zie figuur 2.18). Aan de zuidoostzijde van de beek ligt een landbouwperceel. Aan de noordwestoever van de Halsche Beek liggen enkele hoge akkers, ‘Frederiksoord’ en ‘Kapellenkamp’. Benedenstrooms ligt het natuurperceel ‘Kleine mulder’. Tussen het natuurperceel en de hoge akkers ligt een houtwal.
Figuur 2.18: Luchtfoto en topografische kaart van traject 5 Busweg
2.2.6 Traject 6: Samenkomst Hooge Raam – Hoogeweg
Dit traject loopt van de Lageheiweg tot de samenkomst met de Hooge Raam bij de Hoogeweg (figuur 2.19). In het grootste deel van dit traject ligt de Halsche Beek in landbouwgebied waardoor de beek een rechte loop heeft. De beek gaat middels een duiker onder de toegangsweg naar camping Boltsebroek door. In het traject zijn twee stuwen aanwezig om het aanwezige verhang op te vangen: stuw 105ONS nabij de Lageheiweg en stuw 105PAS halverwege het traject. De omgeving van de beek op dit traject bestaat hoofdzakelijk uit agrarische percelen. In de bovenstroomse helft liggen ook enkele woningen aan de zuidzijde van de beek. Richting het noorden, in traject 8 van de Hooge Raam, mondt de Halsche Beek uit in de Hooge Raam.
Figuur 2.19: Luchtfoto en topografische kaart van traject 6 Samenkomst Hooge Raam – Halsche Beek
3. Projectdoelstellingen
3.2 Projectdoelstellingen
3.2.1 Robuust Watersysteem
Bij de inrichting van de Hooge Raam en Halsche Beek wordt als uitgangspunt de missie van Waterschap Aa en Maas voor ogen gehouden: “Het ontwikkelen, beheren en in stand houden van gezonde, robuuste en veerkrachtige watersystemen, die ruimte bieden aan een duurzaam gebruik voor mens, dier en plant in het gebied, waarbij de veiligheid is gewaarborgd en met oog voor economische aspecten.”
In een robuust watersysteem wordt (grond)water zoveel mogelijk vastgehouden in droge periodes en worden hoge neerslagpieken vertraagd afgevoerd door tijdelijke berging. In de optimalisatie van het bestaande watersysteem naar een robuust watersysteem is rekening gehouden met de verschillen in grondgebruik zoals landbouw, natuur en bebouwing. De benadering is gericht op het hele watersysteem. De optimalisatie houdt rekening met de verschillende waterthema’s en doelgroepen. De effecten op de omgeving zijn integraal in beeld gebracht.
Binnen de opgave van een robuust watersysteem valt ook de opgave voor Natuurnetwerk Brabant (NNB) en Natte Natuur Parel (NNP). Het beekdal ligt grotendeels binnen het NNB en is aangewezen als NNP. De NNP’s vormen het waterafhankelijk deel van het NNB, die een samenhangend complex van natuurgebieden vormen en sterk afhankelijk zijn van hoge grondwaterstanden of kwel. Het zijn natuurterreinen waar bijzondere kwaliteiten voorkomen of verder ontwikkeld kunnen worden. Binnen het Natuurnetwerk Brabant zijn er uitgangspunten voor grondwaterstanden, het optimaal grond- en oppervlaktewater regime (OGOR-natuur). De notitie AGOR en OGOR natuur in stroomgebied Hooge Raam en Halsche Beek (Waterschap Aa en Maas, 2016) gaat hier nader op in.
In het plangebied zijn in het natuurbeheerplan de volgende natuurambitietypen opgenomen:
•Kwelafhankelijke natuur: beekbegeleidend bos, natte schraallanden, vochtige hooilanden
•Moeras
•Vochtige tot natte natuur: kruiden- en faunarijkgrasland, weidevogelgrasland, haagbeuken-essenbos
•Droge natuur: droog schraalland, dennen-, eiken- en beukenbos, kruiden- en faunarijk akker
De optimale grondwaterstanden voor deze natuurtypen zijn weergegeven in onderstaande tabel.
Tabel 3.1: Optimale grondwaterstanden voor de natuur(ambitie)typen in het plangebied.
Omschrijving
Kwelafhankelijke natuur
Moeras
Vochtige tot natte natuur
Droge natuur
Waterpeil winter / voorjaar
plasdras
Boven maaiveld
Onder maaiveld
Decimeters onder maaiveld
GHG*
0tot 10 cm -mv*
30tot 50 cm +mv
10tot 50 cm -mv
> 50 cm -mv
GVG*
5tot 25 cm -mv
5tot 40 cm +mv
25tot 80 cm -mv
> 80 cm -mv
GLG*
40tot 60 cm -mv
10tot 15 cm - mv
> 80 cm -mv
> 120 cm -mv
Kwel
0,5 tot 1 mm/dag
Eventueel
Eventueel
Nee
Overstroming in de winter
eventueel
ja
ja
n.v.t.
* Duiding van afkoringen in tabel 1: mv = maaiveld; GHG = gemiddelde wintergrondwaterstand; GVG = gemiddelde voorjaarsgrondwaterstand; GLG = gemiddelde zomergrondwaterstand.
Specifiek zijn de doelstellingen voor NNB en NNP:
•Het optimale grondwaterregime OGOR voor de natuurtypen in de NNP/NNB
•Verbetering van de kwelsituatie in percelen met kwelafhankelijke natuurtypen
•Verbetering/toestaan van situaties met (jaarlijkse) overstroming van bepaalde natuurtypen
Bij de herinrichting van het watersysteem anticiperen we op klimaatverandering. Met de herinrichting van de Hooge Raam en Halsche Beek houden we extra water vast in het gebied om verdroging van landbouw en natuur tegen te gaan (zie ook paragraaf 3.2.2). Hiermee wordt het systeem minder droogtegevoelig. Tegelijkertijd voldoen we aan de normen die worden gesteld aan de afvoer van water tijdens (hevige) buien zoals beschreven in het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW). Bij de toetsing houden we rekening met een klimaatscenario van 2030. Daarnaast realiseren we extra maatregelen in het watersysteem zodat beter gestuurd kan worden op het voorkomen van wateroverlast in het gebied.
3.2.2 Natuurlijke inrichting van de beek
De Kaderrichtlijn Water (KRW) is een EU-richtlijn die integrale eisen stelt aan de waterkwaliteit. De gestelde eisen voor een watergang zijn afhankelijk van het beoogde streefbeeld. Voor de Hooge Raam en Halsche Beek wordt als streefbeeld een ‘Permanent langzaam stromende heuvelland bovenloop op zand (R4b) – Natuur | Beekherstel’
3Vanuit de KRW worden waterlichamen onderverdeeld in verschillende doeltypen. Elk waterlichaam behoort tot één watertype. Dit type geeft aan wat de algemene karakteristiek van het waterlichaam. In dit geval is het streefbeeld voor de Hooge Raam type R4b: Permanent langzaam stromende heuvelland bovenloop op zand – Natuur | Beekherstel. Dit is bestuurlijk vastgesteld volgend bepaalde maatlatten en streefbeelden.
beoogd. Zie als voorbeeld de dwarsdoorsnede van het streefbeeld in figuur 3.1 en voor de beoogde locatie figuur 2.1 (Hooge Raam) en figuur 2.12 (Halsche Beek). In de ‘Factsheet KRW’ bij het Stroomgebiedbeheerplan
4Factsheet KRW - Behorende bij Stroomgebiedbeheerplan SGBP2 2015-2021, versie 5. Waterschap Aa en Maas, 11 februari 2020.
van waterschap Aa en Maas is beschreven in hoeverre aan de vereisten van dit streefbeeld wordt voldaan.
De KRW-opgave voor de Hooge Raam en Halsche Beek bestaat uit de inrichting van de Hooge Raam en Halsche Beek als ‘Permanent langzaam stromende heuvelland bovenloop op zand (R4b) – Natuur | Beekherstel’. De optimale inrichting voor permanent langzaam stromende heuvelland bovenloop op zand is een vrij meanderende beekloop met flauwe oevers. Door de ligging van de Hooge Raam in het landelijk gebied binnen NNB en NNP zijn er mogelijkheden een optimale inrichting te realiseren. Echter is er op sommige locaties langs de Hooge Raam niet overal voldoende ruimte voor realisatie van een vrij meanderende beek met flauwe oevers. Dit in verband met bebouwing en aangrenzende agrarische percelen. Het plan voorziet in de maximaal haalbare invulling van de KRW-opgave binnen deze beperkingen.
In het stroomgebiedbeheerplan is de ambitie benoemd om de beek voor 2027 te optimaliseren door hermeandering van de beek, het aanpassen van de profielvorm, het vergroten van het percentage beschaduwde oevers, het vergroten van het percentage ondergedoken waterplanten en de variatie in substraat (het percentage hout en zand ten opzichte van het percentage slib).
Het streefbeeld voor de natuurlijke inrichting van de Hooge Raam en Halsche Beek is een permanent langzaam stromende heuvelland bovenloop op zand. De langzaam stromende bovenloop komt voor op reliëfrijke plaatsen op de hogere zandgronden. Het betreft licht kronkelende bovenlopen met overhangende steile en lokaal flauwe oevers en een bodem die uit grof zand bestaat en lokaal, bij hogere stroomsnelheden, bankjes van fijn grind. Het heldere water stroomt relatief snel, met af en toe een stroomversnelling en soms ook vrijwel stilstaande plekken. In de beek zijn stuwen verwijderd of vervangen door meer natuurlijke objecten. Beverdammen worden zo veel mogelijk behouden. Er is veel organisch materiaal aanwezig in de vorm van sliblaagjes, bladpakketten, takken en boomstammen. Dit leidt tot een rijk mozaïek aan leefgebieden. De oeverzone bestaat uit open of gesloten bos met begroeiing tot in het talud van de beek, soms afgewisseld met meer open drassige en grazige gedeelten. Vanaf de beek loopt het terrein langzaam op en bij hoge waterstanden overstromen de lagere delen (natuurlijke overstromingsvlakte). Op lage plekken kan water lang blijven staan; hier treedt bovendien vaak kwel op.
Figuur 3.1: Streefbeeld van een natuurlijke permanent langzaam stromende heuvelland bovenloop op zand (R4b)5
Voor de optimale inrichting van een natuurlijke permanent langzaam stromende heuvelland bovenloop op zand dient de beekloop idealiter te voldoen aan de volgende voorwaarden
5Waterschap Aa en Maas, Ecologische streefbeelden watersysteem, Eisen voor ecologische inrichting en beheer & onderhoud. Juni 2021
:
•Een jaargemiddelde waterdiepte van 10 tot 40 cm
•Natuurlijk peilbeheer; zonder stuwen
•Waterbreedte van 1 tot 3 meter
•Een jaargemiddelde stroomsnelheid van 30 tot 80 cm/s.
•Gemiddelde stroomsnelheid zomer > 30 cm/s
•Beschaduwing > 50% van de lengte van de oevers is bedekt met een kroonsluiting van tenminste 75%
•Sinuositeit
6De sinuositeit is een verhoudingsgetal dat de mate van meandering van een rivier beschrijft. Dit verhoudingsgetal wordt uitgedrukt als S = LW/LV, waarin LW de lengte van de waterloop is en LV de lengte van de vallei.
> 1,25
•Droogval < 10%
•Stagnatie < 7 dagen
•Dood hout (% in waterloop) > 5%.
•Geen gemiddelde peilverlaging in het zomerhalfjaar als gevolg van verwijdering van de huidige stuwen
Beide beken vallen hoofdzakelijk onder streefbeeld type R4b, maar vertonen ook andere kenmerken op kleinschaligere trajecten. Zo hebben de benedenstroomse delen van de Hooge Raam kenmerken van een snelstromende laaglandbeek (KRW-type R14) en hebben bovenstroomse delen van de Halsche Beek kenmerken van een droogvallende bovenloop (KRW-type R13). Hoewel het streefbeeld R4b het uitgangspunt is voor herinrichting van de beek, wordt per traject bekeken wat de meest passende inrichting is.
Uit de analyse van de Hooge Raam en Halsche Beek blijkt dat met name de hydrologische sleutelfactoren knelpunten vormen. Zowel de afvoerdynamiek (debietfluctuatie, stromingssnelheid en stromingsvariatie), natte doorsnede (profielvorm en materiaal) en stagnatie zijn onder het gewenste niveau. Zowel de Hooge Raam als Halsche Beek zijn sterk genormaliseerd en gestuwd en hebben daardoor beperkte dynamiek en vismigratie is niet mogelijk. Daarnaast is de omliggende natuur te droog en kampt het gebied met hoge mate van voedselrijkdom in de bodem en in het water. Het voedselrijke karakter van het oppervlaktewater en de bodem belemmert de ontwikkeling van de gewenste soortenrijke natuur in de beken en omliggende zones.
De focus van de maatregelen in dit projectplan ligt op maatregelen die zoveel mogelijk recht doen aan de streefbeelden. De voorgenomen maatregelen richten zich daarbij onder meer op verbetering van de profielvorm, verbetering van de sinuositeit (meandering), het verbeteren van de afvoerdynamiek (verbetering stroomsnelheid, tegengaan droogval en stagnatie), een verbetering van het percentage beschaduwing en het vergroten van de substraatvariatie.
Op sommige locaties langs de Hooge Raam en Halsche Beek is echter niet overal voldoende ruimte voor realisatie van een vrij meanderende beek. Dit in verband met bebouwing en aangrenzende agrarische percelen. Ook is het niet altijd mogelijk om overal exact te voldoen aan het ideale streefbeeld. Zo is gebleken dat het niet haalbaar is om droogval te beperken tot maximaal 10% en stagnatie tot maximaal 7 dagen. De Hooge Raam en Halsche Beek zijn hiervoor te sterk afhankelijk van wateraanvoer uit stroomgebied bovenstrooms van het plangebied van de voorgestelde maatregelen. Het plan voorziet in de maximaal haalbare invulling van de KRW-opgave binnen deze beperkingen waarmee wordt voldaan aan de KRW-doelen in dit gebied.
3.2.3 Vismigratie
Kunstwerken zoals stuwen en gemalen in een watersysteem kunnen een barrière vormen voor de migratie van vis in het gebied. Onderdeel van de KRW-opgave is op het opheffen van bestaande vismigratieknelpunten en voorkomen dat migratieknelpunten ontstaan bij het realiseren van nieuwe kunstwerken.
In het plangebied zijn zes bestaande vismigratieknelpunten vastgesteld: drie in de Hooge Raam en drie in de Halsche Beek. Dit betreft de stuwen 1O5OMS, 105ONS, 105PAS (Halsche Beek) en 105ZAN, 105BUS en 105HOO (Hooge Raam). De locatie van deze vismigratieknelpunten is weergegeven in figuur 3.2.
Figuur 3.2 Vismigratieknelpunten in het plangebied voor de Hooge Raam en Halsche Beek
Bij het oplossen van een vismigratieknelpunt gaat de voorkeur altijd uit naar het verwijderen van de barrière. In de praktijk is dit niet altijd mogelijk omdat een stuw noodzakelijk is om het waterpeil goed te kunnen regelen. In dat geval is een vispassage noodzakelijk. De vispassages die binnen dit plangebied worden overwogen:
•Een natuurlijke vispassage is een vispassage die de natuurlijke beekloop benadert en waarin (vrijwel) geen kunstmatige onderdelen zijn aangebracht, zoals stortstenen. Een natuurlijke vispassage draagt bij aan (het herstel van) natuurlijk beekhabitat en aan de stromingsdynamiek.
•Een semi-natuurlijke vispassage of bekkenpassage is een vispassage in een waterloop waarin kunstmatige onderdelen zijn aangebracht om het peilverschil te overbruggen, zoals drempels van stortstenen. Een semi-natuurlijke vispassage biedt een habitat voor stromingsminnende soorten.
3.2.4 Benutten van kansen voor recreatie en cultuurhistorie
Het plan voor de Hooge Raam biedt kansen om de recreatiemogelijkheden en beleving van cultuurhistorie in het gebied te verbeteren. In het gebied bevinden zich verschillende paden en fietsroutes. Daarnaast kent het gebied een rijke historie die terugkomt in de aanwezigheid van verschillende cultuurhistorische elementen. In het project kunnen deze elementen worden versterkt of verbeterd. Dit biedt kansen voor een betere beleefbaarheid van landschap en cultuurhistorie. Samen met de omgeving is gekeken hoe de cultuurhistorische en landschapswaarden versterkt kunnen worden en recreatiemogelijkheden verbeterd kunnen worden.
Concreet worden de volgende meekoppelkansen benut:
•Behoud en versterking van cultuurhistorische en landschapswaarden in het gebied: steilranden worden hersteld en kenmerkende stuwen blijven behouden. Daarnaast worden bosschages, solitaire bomen, houtwallen en (elzen)singels aangelegd. Daarbij wordt rekening gehouden met de historische en deels nog bestaande verkaveling in en rondom het beekdal.
•Verbeteren van recreatieroutes: op basis van de toekomstige inrichting zijn voorstellen gedaan voor optimalisatie van het wandel- en fietsroutenetwerk, de realisatie van struinpaden en het plaatsen van informatiepunten op enkele locaties in het gebied. Hierbij wordt rekening gehouden met bestaande wandel- en fietsroutes.
De uitwerking van de meekoppelkansen voor cultuurhistorie en landschap zijn onderdeel van de maatregelen in dit projectplan. De uitwerking van de recreatieve routes en informatieborden wordt los van dit projectplan opgepakt in samenwerking met de omgeving en partnerorganisaties.
6. Effecten van het plan
6.4 Waterkwantiteit
6.4.1 Oppervlaktewater
Bij de uitwerking van het gebiedsplan Raam zijn de verschillende ontwerpopgaven (zie hoofdstuk 3) met betrekking tot de inrichting van het watersysteem hydrologisch getoetst aan de geldende normen en randvoorwaarden. Daarvoor is gebruik gemaakt van door het waterschap Aa en Maas ontwikkelde hydrologische modellen voor het oppervlaktewatersysteem (SOBEK). Met dit model zijn diverse varianten doorgerekend waarbij de volgende scenario’s zijn getoetst:
•Stationair: Gemiddelde zomerafvoer (10% van een maatgevende afvoer die één keer per jaar voorkomt)
•Stationair: Gemiddelde winterafvoer (30% van een maatgevende afvoer die één keer per jaar voorkomt)
•Stationair: T=1 (Maatgevende afvoer die één keer per jaar voorkomt)
•Dynamisch: T=25 (Klimaatscenario 2030: GHG90 bui)
Toetsing robuust watersysteem
De overstromingsanalyse laat zien dat de overstromingen langs de Hooge Raam en Halsche Beek, ondanks de kleiner gedimensioneerde beekloop, niet leiden tot extra knelpunten (figuur 6.1). De overstromingen blijven door efficiënt gebruik van het landschap vrijwel overal beperkt tot de aangewezen overstromingsgebieden, waarbij wordt voldaan aan de NBW-normen in het gebied. Met de maatregelen wordt een robuust watersysteem gecreëerd waarin voldoende ruimte is voor waterberging en afvoer van water tijdens piekbuien. Hierbij wordt al rekening gehouden met een klimaatscenario 2030.
Als gevolg van de verondieping van de beek zijn de gemiddelde waterstanden in de verondiepte of nieuwe meanderende beekloop zowel in het zomer- als winterhalfjaar tot wel 50 cm hoger dan de huidige waterstanden. Dit draagt bij aan het behalen van de natuurdoelen in het gebied (zie paragraaf 3.2.1). Uitzonderingen zijn de locaties waar stuwen worden verwijderd, daar treedt plaatselijk een verlaging van de gemiddelde waterstand op.
Figuur 6.1: Overstromingsdiepte in een T-25 situatie in meters ten opzichte van het maaiveld.
Toetsing natuurlijke inrichting van de beek
Binnen het project worden maatregelen genomen zoals het verleggen van de beekloop, het creëren van meanders en nevengeulen en het verwijderen van stuwen. Door het grote verhang is de stroomsnelheid relatief hoog, waardoor de bodem bestaat uit grof zand met plaatselijk bankjes van fijn grind. Door de licht kronkelende beekloop in combinatie met de relatief hoge stroomsnelheid vormen zich in de buitenbochten overhangende steile oevers en in de binnenbochten flauwe oevers. Bosstroken en bomenrijen langs de beek zorgen voor voldoende beschaduwing. Er is veel organisch materiaal aanwezig in de vorm van sliblaagjes, bladpakketten, takken en boomstammen. Boomstammen dwars op de beek vormen daarbij natuurlijke drempels.
Waar overstromingen geen probleem vormen is de beekloop verkleind om meer stroming te creëren. Bij hoge afvoeren worden de lager gelegen natuurgronden langs de beek benut als overstromingsvlakte. Bij de Graafsebaan zorgt de knijpconstructie voor een gedoseerde mate van opstuwing en daarmee overstroming van natuurgronden bij extreme afvoersituaties, en voor weinig opstuwing in gemiddelde situaties. Naast waterberging en – conservering leidt dit ook tot het verminderen van te hoge afvoerpieken. Het afgraven van lagere percelen langs de beek leidt tot een toename van kwel op deze percelen.
De maatregelen leiden tot een toename van de stroomsnelheden in de beekloop ten opzichte van de referentiesituatie. Desondanks is de stroomsnelheid in de hoofdloop in zowel de gemiddelde zomer- als wintersituatie lager dan de KRW-doelstelling van minimaal 30 cm/s. Dit komt mede omdat de beekloop voldoende ruim gedimensioneerd moet zijn om ook tijdens piekbuien voldoende water af te kunnen voeren. Dit streefbeeld is, rekening houdend met de overstromingsrisico’s, niet reëel. Er wordt daarom bewust afgeweken van dit criterium. De verwachting is dat het afwijken van deze eis geen gevolgen heeft voor het behalen van de KRW-doelstelling voor de Hooge Raam, mede omdat de maatregelen op andere aspecten ruimschoots aan de doelstelling voldoen. De maximale stroomsnelheid blijft wel binnen de KRW-doelstelling van maximaal 80 cm/s. Aan het KRW-streefbeeld met betrekking tot de waterdieptes (gemiddeld tussen de 0,1 en 0,4 meter) wordt zowel in de zomer- als wintersituatie voldaan.
De maatregelen voorzien in waterconservering door overstroming van natuurgronden binnen het plangebied, wat een beperkt effect heeft op het verminderen van droogval. De maatregelen leiden echter niet tot herstel van een jaarrond watervoerende Hooge Raam. Omdat droogval van de Hooge Raam binnen het plangebied wordt veroorzaakt door het wegvallen van de aanvoer vanuit het brongebied bovenstrooms op de Maashorst, is herstel van een jaarrond watervoerende Hooge Raam alleen mogelijk door maatregelen te nemen in het brongebied op de Maashorst. Dit brongebied ligt buiten het plangebied van dit project. Maatregelen om droogval te beperken worden door Waterschap Aa en Maas los van dit project verkend.
Op basis van de voorgenomen inrichtingsmaatregelen en de hydrologische toetsing wordt verwacht dat hiermee voldoende invulling wordt gegeven aan de KRW-doelen die voor dit waterlichaam gelden. Het plan voorziet in de maximaal haalbare invulling van de KRW-opgave binnen deze beperkingen waarmee wordt voldaan aan de KRW-doelen in dit gebied.