Waterschapswetten

Participatiebeleid waterschap Aa en Maas

Waterschap Aa en Maas · geldt sinds 1 juli 2022

Aanhef

Het Algemeen Bestuur van waterschap Aa en Maas;

gelezen het voorstel van het Dagelijks Bestuur van 18 januari 2022;

gelet op het bepaalde in de Algemene Wet Bestuursrecht en de Waterschapswet;

gezien het advies van de commissie AFZ van 3 februari 2022;

BESLUIT:

Het Participatiebeleid waterschap Aa en Maas vast te stellen.

WETTELIJKE VERPLICHTINGEN

OMGEVINGSWET / OMGEVINGSBESLUIT

Projectbesluit

Kennisgeving

Het bevoegd gezag doet uiterlijk bij de start van de verkenning voor het projectbesluit een ‘kennisgeving participatie’. In de kennisgeving geven wij aan hoe inwoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen in de voorbereiding worden betrokken. Hierin beschrijven wij: wie worden betrokken, waarover zij worden betrokken, wanneer zij worden betrokken, wat de rol is van het bevoegd gezag en de initiatiefnemer en waar aanvullende informatie beschikbaar is. Bij het voornemen stelt het bevoegd gezag, met het oog op de verkenning, een ieder in de gelegenheid, binnen een door hem te stellen termijn, mogelijke oplossingen voor de opgave aan te dragen. Het bevoegd gezag geeft daarbij uitgangspunten aan voor het redelijkerwijs in beschouwing nemen van die oplossingen.

Motiveringsplicht.

Zowel voor de voorkeursbeslissing als voor het projectbesluit geldt een motiveringsplicht. Het waterschap geeft hierbij aan hoe inwoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding zijn betrokken en wat de resultaten zijn van de uitgevoerde verkenning, waarbij in ieder geval wordt ingegaan op de door derden voorgedragen mogelijke oplossingen en de daarover door deskundigen uitgebrachte adviezen. Omgevingswet (art. 5.47 lid 3 en 5.51) en Omgevingsbesluit (art. 5.3 en 5.5 lid 2)

Waterschapsverordening

Motiveringsplicht

Bij het vaststellen van de waterschapsverordening geeft het waterschap aan hoe inwoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding zijn betrokken en wat de resultaten daarvan zijn en op welke wijze invulling is gegeven aan het eigen participatiebeleid. Omgevingsbesluit (art. 10.3a)

Waterbeheerprogramma (WBP)

Motiveringsplicht

Bij het vaststellen van een programma geeft het waterschap aan hoe inwoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding zijn betrokken, wat de resultaten daarvan zijn en hoe invulling gegeven is aan het eigen participatiebeleid. Omgevingsbesluit (art. 10.8)

OMGEVINGSREGELING

Omgevingsvergunning

Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning voor wateractiviteiten wordt aangegeven of inwoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding van de aanvraag zijn betrokken. Als dat het geval is verstrekt de aanvrager bij de aanvraag gegevens over hoe zij zijn betrokken en wat de resultaten daarvan zijn. Omgevingsregeling (art. 7.4)

WET VERSTERKING PARTICIPATIE OP DECENTRAAL NIVEAU

(Beleids)nota’s

Het bestuursorgaan beslist aan het begin van een beleidsvormingstraject of de mogelijkheid tot participatie bij het voorbereiden, uitvoeren en evalueren van beleid wordt geboden. Als er participatie wordt geboden dan geeft het bestuursorgaan op welke wijze dit gebeurt, in welke vorm en in welke mate. Participatieverordening (art. 2 en 4)

Bijlage 2

Illustratie participatieladder: voorbeelden van participatie bij verschillende projecten.

Dijkonderhoud

Als het waterschap verantwoordelijk is voor wettelijke opgaven en taken, dan stelt het waterschap de kaders. Wij betrekken - binnen de ruimte voor participatie - de omgeving en vragen hen bijvoorbeeld mee te denken of te adviseren, over bijvoorbeeld het dijkonderhoud. In een dergelijke situatie is het belangrijk dat we helder zijn over de criteria waarop we de te nemen besluiten baseren. Vooraf moet ook duidelijk zijn hoe er met de inbreng van de omgeving wordt omgegaan. In het geval van een advies lichten we toe waarom we iets wel of niet overnemen.

Onderhoud door derden

In situaties waarin de omgeving de uitvoering van (een deel van) een waterschapstaak op zich neemt, stellen we randvoorwaarden aan de wijze van uitvoering en de kwaliteit ervan. Voorbeelden van randvoorwaarden kunnen zijn dat de veiligheid gewaarborgd blijft en dat de uitvoerders kunnen zorgen voor een duurzaam, blijvend resultaat.

Initiatiefnemer in een gebiedsontwikkeling

Als de wateropgave deel uitmaakt van een bredere gebiedsontwikkeling, dan is de opgave complexer met meerdere 'eigenaren’ en ‘belangen’. Een dergelijke situatie vraagt om heldere procesafspraken, goed verwachtingsmanagement en relatiebeheer. Als het waterschap in zo'n proces trekker is van een wateropgave, dan past ‘coproduceren’ meestal het beste.

Participant in een gebiedsontwikkeling

Als de omgeving een bredere gebiedsontwikkeling trekt, dan kan het waterschap adviseren over het meenemen van wateraspecten en/of de uitvoering daarvan. Het is ook mogelijk dat het waterschap een deel van het werk uitvoert.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.