Waterschapswetten

Hydrologische uitgangspunten bij de regels van de Waterschapsverordening voor het afvoeren van hemelwater

Waterschap Aa en Maas · geldt sinds 1 januari 2024

Aanhef

Het dagelijks bestuur van waterschap Aa en Maas;

overwegende dat het dagelijks bestuur op 3 maart 2015 de ‘Hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater’ heeft vastgesteld en deze op 26 juli 2016, op 3 december 2018 en op 16 maart 2021 partieel heeft herzien;

overwegende dat vanaf 1 januari de Omgevingswet in werking zal treden en om deze reden de huidige Keur vanaf die datum zal worden vervangen door de Waterschapsverordening waterschap Aa en Maas;

overwegende dat de ‘’Hydrologische uitgangspunten bij de Waterschapsverordening voor afvoeren van hemelwater’’ louter redactioneel aangepast moet worden ten behoeve van de Omgevingswet en de Waterschapsverordening en er geen inhoudelijke wijzigingen noodzakelijk zijn;

gelet op onder andere de Omgevingswet, de Algemene wet bestuursrecht, en de Waterschapsverordening waterschap Aa en Maas 2024:

B E S L U I T :

1) De “Hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater” in te trekken per 1 januari 2024;

2) De ‘’ Hydrologische uitgangspunten bij de Waterschapsverordening voor afvoeren van hemelwater’’ vast te stellen en inwerking te laten treden per 1 januari 2024.

Bijlage 1: Rekenvoorbeelden voor het bepalen van de compensatieplicht

1) Een meubelgigant in Waalwijk gaat 9.500 m2 bestaand parkeerterrein vernieuwen.

Het vervangen van de bestaande klinkerverharding door een asfaltverharding mag als “vervangende nieuwbouw” gezien worden. Voor het afkoppelen van hemelwater afkomstig van het nieuw ingerichte parkeerterrein naar oppervlaktewater dat in beheer is bij het waterschap geldt tot een maximum van 10.000 m2 geen verplichting om compenserende berging te realiseren. Wanneer de oorspronkelijke klinkerverharding naar het oppervlaktewater afstroomde, dan mag dat ook in de nieuwe situatie. Hiervoor geldt geen melding- of vergunningplicht bij het waterschap. Het realiseren van compenserende berging is in dit rekenvoorbeeld niet verplicht, maar op vrijwillige basis wel toegestaan, mits daarbij in voldoende mate met de omgeving rekening gehouden wordt en geen wateroverlast op eigen terrein of bij derden ontstaat. Wanneer overtollig hemelwater niet naar het oppervlaktewater in beheer bij het waterschap wordt afgevoerd maar naar het riool, dan is het noodzakelijk om tijdig met de gemeente Waalwijk contact op te nemen. De gemeente kan hieraan voorwaarden verbinden.

2) Als gevolg van een uitbreidingsplan in het centrum van Boxtel wordt een toename van 6.300 m2 verhard oppervlak aangelegd.

Omdat de uitbreiding kleiner is dan 10.000 m2 geldt de rekenregel uit de algemene regel van de waterschapsverordening om de compensatie te berekenen. In formulevorm luidt deze regel: Benodigde compensatie (in m3 ) = Toename verhard oppervlak (in m2) * Gevoeligheidsfactor * 0,06 (in m). Voor stedelijk gebied geldt altijd gevoeligheidsfactor 1,0. De benodigde compensatie voor deze locatie in het centrum van Boxtel bedraagt derhalve 378 m3 (6.300 m2 * 1,0 * 0,06 m). Er is geen vergunning vereist.

3) Inbreidingsplan voor vier woningen in de gemeente Keurig.

In de gemeente Keurig worden op een nog braakliggend landbouwperceel (1.800 m2) met bestemming “wonen” vier nieuwe woningen met een gezamenlijk verhard oppervlak van 600 m2 gebouwd. Beide woningen worden niet voorzien van een (groen) vegetatiedak. Gemeente en waterschap hebben hierover in de planfase overeenstemming bereikt over de inhoud van de waterparagraaf waarin een gezamenlijke oppervlakkige groene berging met een inhoud van 24 m3 (40mm) wordt gerealiseerd. Hierbij wordt voldaan aan de aanwijzing vergunningvrije gevallen zoals bedoeld in artikel 2.134 lid 2 van waterschapsverordening. Er is daarom geen vergunning vereist op grond van de waterschapsverordening.

4) Omvangrijk uitbreidingsplan (31.000 m2) woonwijk De Kikkers in ’s-Hertogenbosch.

De gemeente ’s-Hertogenbosch gaat op een nog onbebouwd terrein aan de rand van het centrum de nieuwe woonwijk De Kikkers ontwikkelen. Het uitbreidingsplan heeft een oppervlak 31.000 m2 waarvan uiteindelijk 24.500 m2 verhard gaat worden. De toename van het nieuw te verharden oppervlak bedraagt ruimschots meer dan 10.000 m2. Voor dit plan dient in samenwerking met het waterschap een maatwerkoplossing uitgewerkt te worden voor de berging van 60 mm neerslag. Uitgaande van een gevoeligheidsfactor van 1 (stedelijk gebied) bedraagt de initiële compensatieopgave 1.470 m3 (24.500 m2 * 1 * 0,06 m). Hiervan kan afgeweken worden als dit met aanvullend geohydrologisch onderzoek onderbouwd kan worden. Voor het definitieve waterplan moet bij waterschap een vergunning worden aangevraagd. Wanneer overtollig hemelwater niet naar het oppervlaktewater in beheer bij het waterschap wordt afgevoerd maar naar het riool, dan is het noodzakelijk om tijdig met de gemeente ‘s-Hertogenbosch contact op te nemen. De gemeente kan hieraan voorwaarden verbinden.

Bijlage 2: Gedragslijn voor combinatie kwantiteits- en kwaliteitsberging

Doel

Deze gedragslijn geeft antwoord op de vraag in hoeverre een kwantiteitsberging in het kader van hydrologisch neutraal ontwikkelen (HNO-buffer) op grond van waterschapsverordening gecombineerd kan worden met een kwaliteitsberging op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en de Bruidsschat voor waterschappen. Het Bal en de Bruidsschat trachten de milieubelasting van de bedrijfsvoering te beperken met onder andere regels voor het gebruik van bestrijdingsmiddelen, gewasbeschermingsmiddelen, meststoffen, etc.. Met de Waterschapsverordening wordt (o.a.) voorkomen dat versnelde afvoer van hemelwater door uitbreiding van verharde oppervlakken leidt tot wateroverlast.

Gedragslijnen

De vraag in hoeverre een kwantiteitsberging gecombineerd kan worden met een kwaliteitsberging speelt specifiek in situaties bij glastuinbouwbedrijven en de pot- en containerteelt (PCT). Voor beiden is een gedragslijn uitgewerkt. Omdat er vele verschijningsvormen van glastuinbouw en PCT zijn gelden onderstaande gedragslijnen voor min of meer “standaard bedrijfsvoeringen”. Het is altijd zaak dat initiatiefnemers in een vroegtijdig stadium contact opnemen met het waterschap over de juiste inpassing in het gebied, waarbij in specifieke bedrijfssituaties ruimte is voor een andere keuze dan de gedragslijn aangeeft.

Glastuinbouw

Voor glastuinbouw is het van belang om na te gaan of het hemelwater dat op de kas valt al dan niet verontreinigd raakt tijdens de procesvoering:

SCHOON (het hemelwater is niet verontreinigd met overtollig gietwater of condenswater)

•Geen eisen aan de omvang van de kwaliteitsbuffer

•Combineren met HNO-buffer is mogelijk

VUIL (het hemelwater is verontreinigd met overtollig gietwater of condenswater)

•Combineren met HNO-buffer is niet mogelijk (overstort vóór bassin)

Bovenstaande lijn is ook uitgewerkt in een stroomschema (onderstaand) waarbij tevens de benodigde volumen van de buffers (bassins) worden genoemd voor “standaard bedrijfsvoeringen”.

Pot- en containerteelt

Voor PCT geldt de onderstaande lijn:

•De eerste 50 m3/ha* is vuil en moet op grond van het AB** worden opgevangen (vanaf 50 m3/ha wordt schoon verondersteld) en altijd beschikbaar zijn.

•Daarnaast moet op grond van het AB 500 m3/ha worden opgevangen voor gietwatergebruik. Hiervan mag 450 m3/ha (500 – 50) naar keuze óf gecombineerd worden met de HNO-buffer óf gecombineerd worden met de vuilwaterbuffer (50 m3/ha*)

•Op de HNO-buffer mag 50 m3/ha* in mindering worden gebracht.

* voor aardbeienteelt 30 m3/ha

** AB = Activiteitenbesluit

Dit betekent dat er voor een (standaard) PCT twee opties mogelijk zijn:

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.