Waterschapswetten

Treasurystatuut 2025

Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard · geldt sinds 26 september 2025

Aanhef

De verenigde vergadering van Schieland en de Krimpenerwaard;

gelet op artikel 108 en 109 van de Waterschapswet en artikel 20 van de Verordening financieel beleid, beheer en organisatie hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard 2025;

op voordracht van het dagelijks bestuur van het hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard van 20 mei 2025

B E S L U I T :

1Het Treasurystatuut 2025 vast te stellen.

2Het statuut met terugwerkende kracht in werking te laten treden op 1 januari 2025.

3Het Treasurystatuut 2019 gelijktijdig in te trekken.

5. INSTRUMENTEN EN LIMIETEN

5.2 Limieten

5.2.1 Algemeen

•Geld wordt uitsluitend uitgezet of opgenomen op basis van een recente liquiditeits-prognose en een actuele rentevisie;

•De renterisiconorm mag in principe niet worden overschreden;

•De rentevisie/ rentescenario's van HHSK zijn gebaseerd op informatie opgevraagd bij gezaghebbende instanties;

•Deelnemingen zijn uitgesloten behalve voor zover deze samenhangen met de uitoefening van de publieke taak;

•Bij leningen met een looptijd van 1 jaar of langer worden minimaal twee offertes opgevraagd;

•Het lenen van gelden geschiedt alleen bij geldverstrekkers met minimaal een rating AA.

5.2.2 Opnemen

•Renterisico's op de netto vlottende schuld zijn begrensd tot de normen van de kasgeldlimiet van de Wet FIDO;

•Renterisico's op de vaste schuld zijn begrensd tot de normen van de renterisiconorm van de Wet FIDO;

•Het gebruik van specifieke rente- instrumenten dient te geschieden conform de ministeriële regeling uit hoofde van de Wet FIDO en de daarop gebaseerde regelingen.

Het aantrekken van leningen geschiedt conform de procedure “aangaan van leningen” zoals opgenomen in het bevoegdhedenregister.

Op grond van de Wet FIDO dienen middelen van decentrale overheden in principe in de schatkist van het Rijk aangehouden te worden. Deelname van de decentrale overheden aan schatkistbankieren draagt bij aan een lagere EMU-schuld van de collectieve sector (Rijk en decentrale overheden gezamenlijk). Iedere euro die decentrale overheden eventueel aanhouden in de schatkist, vermindert de externe financieringsbehoefte van het Rijk en daarmee de staatschuld.

Als alternatief voor het aanhouden van overtollige middelen in de schatkist kunnen decentrale overheden ervoor kiezen deze middelen in te zetten om aan elkaar leningen te verstrekken. Voor dergelijke onderlinge kredietverlening geldt wel de voorwaarde dat er geen (verticale) toezichtrelatie mag bestaan tussen de betrokken decentrale overheden.

De belangrijkste uitzondering op het aanhouden van middelen in de schatkist van het Rijk is het drempelbedrag. Het drempelbedrag is bedoeld om te voorkomen dat decentrale overheden tot op de laatste euro hun overtollige middelen bij de schatkist zouden moeten aanhouden. De omvang van het drempelbedrag is gebaseerd op het begrotingstotaal van de decentrale overheid en wordt per kwartaal getoetst. Voor HHSK wordt het drempelbedrag bepaald conform artikel 7.2 van de Regeling schatkistbankieren decentrale overheden

Het drempelbedrag is gedefinieerd als een gemiddeld bedrag per kwartaal. Dat betekent dat het gemiddelde van het bedrag aan overtollige middelen dat een decentrale overheid gedurende het kwartaal elke kalenderdag buiten de schatkist heeft aangehouden niet boven het drempelbedrag mag liggen.

5.2.2.1Uitzetten beneden drempelwaarde Schatkistbankieren

Tot aan het drempelbedrag mag HHSK middelen buiten de schatkist aanhouden. Voor het uitzetten van middelen tot het drempelbedrag gelden de volgende richtlijnen:

•risico's bij uitzettingen worden beperkt doordat minimaal de hoofdsom is gegarandeerd.

•valutarisico’s op de uitzettingen worden beperkt door alleen gelden uit te zetten in euro’s.

•HHSK treedt bij het uitzetten van gelden op als een niet-professionele belegger.

•gelden worden alleen uitgezet bij geldverstrekkers met bij voorkeur een rating AAA, maar met minimaal een rating AA.

•bij het uitzetten van gelden wordt bij minimaal twee banken (waaronder de huisbankier) of (gecertificeerde) tussenpersonen een offerte opgevraagd. De gelden worden vervolgens uitgezet bij de bank of tussenpersoon met de beste condities qua rente en kosten.

•het uitzetten van gelden geschiedt conform de procedure uitzetten van gelden.

5.2.3.2 Uitzetten boven drempelwaarde Schatkistbankieren

Overtollige middelen worden alleen uitgezet bij ’s Rijksschatkist.

Dit statuut treedt in werking met ingang van 1 januari 2025. Hierbij komt het oude statuut te vervallen.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.