Waterschapswetten

Projectplan Waterwet Oeverbescherming Achterbroek

Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard · geldt sinds 10 oktober 2023

Aanhef

Op 27 september 2023 is het projectplan Oeverbescherming Achterbroek vastgesteld.

Toelichting

Het doel van het project is de stabiliteit van de oeverbescherming te herstellen en de watergang weer robuust in te richten. Dit wordt gerealiseerd door de betonnen beschoeiing te vervangen door een natuurlijk talud. Hierdoor wordt de watergang versmald en ondieper gemaakt.

Hoe kunt u reageren?

U kunt tot en met 16 november 2023 bezwaar maken tegen dit projectplan. Het bezwaarschrift kunt u sturen naar het college van Schieland en de Krimpenerwaard, Postbus 4059, 3006 AB Rotterdam.

Het indienen van een bezwaarschrift schorst de inwerkingtreding van dit besluit niet. Indien de indiener van een bezwaarschrift van oordeel is een spoedeisend belang te hebben bij gehele of gedeeltelijke schorsing van dit besluit kan een voorlopige voorziening worden gevraagd bij de president van de rechtbank Rotterdam, sector Bestuursrecht, Postbus 50951, 3007 BM Rotterdam. Een afschrift van het bezwaarschrift moet met het verzoek om voorlopige voorziening worden meegezonden. Overigens is het ook mogelijk om langs elektronische weg een verzoekschrift voor een voorlopige voorziening bij de bestuursrechter in te dienen. De mogelijkheid daartoe is terug te vinden op http://loket.rechtspraak.nl/bestuursrecht.

Heeft u vragen?

Voor vragen en/of meer informatie kunt u tijdens kantooruren bellen met H.Walinga, omgevingsmanager hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard, telefoonnummer: 010 - 4537200.

3 RANDVOORWAARDEN WET- & REGELGEVING

3.1 Waterwet

3.1.1 Voorkoming en/of beperking van wateroverlast en waterschaarste

Om het waterbeheer in de Krimpenerwaard voor de toekomst zeker te stellen werkt het hoogheemraadschap aan een verbetering van het watersysteem. Hiervoor heeft het hoogheemraadschap in 2022 een projectplan Waterwet vastgesteld voor een nieuw gemaal. Nu moet de beschoeiing van het aangrenzende pad naar dit gemaal worden verwijderd en vervangen door een natuurlijk talud. Door het aanbrengen van een natuurlijk talud bij de watergang wordt het waterpeil niet beïnvloed. De werkzaamheden hebben ook geen effect op waterschaarste.

Compensatie dempen watergang

Voor deze situatie is de ‘Nota slootdempingen Krimpenerwaard, 7 maart 2000’ van toepassing: Dempingen met een oppervlakte kleiner dan 60 m2 voor kleine perceelaanpassingen worden vrijgesteld van fysieke compensatie. Aangezien het in dit project 55 m2 betreft is compensatie niet vereist.

Beperking droogstaan watergang

De watergang wordt zo kort mogelijk drooggemaakt om schade aan woningen te voorkomen. Daarnaast wordt het werk opgedeeld in 6 kleine delen zodat elke keer maar een klein stukje watergang droog staat.

3.1.2 Bescherming van de chemische en ecologische kwaliteit van het watersysteem

Bij dit project vinden geen emissies plaats van chemische stoffen. Er is alleen sprake van het verwijderen van een betonnen beschoeiing en het aanbrengen van een natuurlijk talud. Het toevoegen van een natuurlijk talud draagt bij aan een goede chemische en ecologische kwaliteit van het watersysteem.

3.1.3 Maatschappelijke functies van het watersysteem

Het waterstaatswerk heeft geen specifieke maatschappelijke functie anders dan de functie als secundaire watergang. Het verwijderen van de betonnen beschoeiing en het aanbrengen van een natuurlijk talud draagt bij aan het vervullen van deze functie in de toekomst. De werkzaamheden hebben geen negatieve invloed op de maatschappelijke functievervulling van het waterstaatswerk.

4 NADELIGE OMGEVINGSASPECTEN EN BELANGHEBBENDEN

4.4 Natuur

4.4.1 Soortenbescherming

Ten behoeve van de werkzaamheden bij de watergang is er een natuurtoets uitgevoerd. Deze is bijgevoegd in bijlage IV. Naast de natuurtoets is nader soortenonderzoek naar de rugstreeppad, vleermuizen en platte schijfhoren uitgevoerd. Deze is bijgevoegd in bijlage V. Onderstaand zijn kort de conclusies uit de onderzoeken toegelicht.

Rugstreeppad

Tijdens het onderzoek zijn in het onderzoeksgebied geen roepende rugstreeppadden waargenomen. Er zijn geen rugstreeppadden aanwezig binnen het onderzoeksgebied of de onmiddellijke omgeving van het onderzoeksgebied. Wel zijn andere, algemene amfibiesoorten waargenomen. Deze algemene amfibiesoorten zijn echter vrijgesteld. De werkzaamheden zullen niet zorgen voor een overtreding van verbodsbepalingen van de Wnb, er is dus geen ontheffing van de Wet natuurbescherming (hierna Wnb) nodig.

Vleermuizen

Verblijfplaatsen

Binnen het plangebied en de aanliggende woningen en bomen zijn geen aanwijzingen voor kraam-, zomer-, paar-, of winterverblijfplaatsen voor vleermuizen. Tijdens de veldbezoeken van 16 augustus 2021 en 6 september 2021 zijn geen sociale geluiden van vleermuizen gehoord. Ook zijn geen in- of uitvliegers of zwermende individuen waargenomen. Er zijn dus geen aanwijzingen voor paarverblijfplaatsen van ruige dwergvleermuizen in het plangebied en bomen direct (tot 50 m) naast het plangebied waardoor het voorkomen daarvan in en nabij het plangebied is uitgesloten. Tevens is de aanwezigheid van winterverblijfplaatsen van de ruige dwergvleermuis uitgesloten. Dit omdat er geen paarverblijfplaatsen zijn waargenomen en de bomen binnen het onderzoeksgebied grotendeels open waren door inrotten en daardoor slechts matig geschikt zijn als winterverblijfplaats. De werkzaamheden zullen niet zorgen voor een overtreding van verbodsbepalingen van de Wnb. Voor deze functies zijn geen verdere maatregelen of een ontheffingsaanvraag nodig.

Foerageergebied en vliegroute

Binnen het onderzoeksgebied zijn een aantal niet-essentiële vliegroutes aanwezig en bevinden zich langs de bomenrij en bosschages verschillende niet-essentiële foerageergebieden. Voor deze niet-essentiële vliegroutes en foerageergebieden kan gesteld worden dat een aantasting van één of enkele van deze routes/zones geen negatief effect hoeft te hebben op de instandhouding van de aanwezige populaties. Er zijn immers geschikte alternatieven in de omgeving aanwezig waarnaar de dieren (tijdelijk) kunnen uitwijken.

Werkzaamheden in het onderzoeksgebied kunnen in de uitvoeringsfase in het kader van de zorgplicht wel zorgen voor een indirecte aantasting van deze onderdelen door verstoring (bv. door licht, geluid en/of trillingen). Dit is een overtreding van de Wnb (artikel 3.5, HR IV).

Een dergelijke indirecte aantasting kan echter makkelijk worden voorkomen door werkzaamheden uit te voeren buiten de actieve periode van vleermuizen (tussen één uur na zonsopgang en één uur voor zonsondergang) en bij voorkeur in de winterperiode.

Als verlichting van het werkterrein noodzakelijk is, dient gebruik gemaakt te worden van efficiënt (vleermuisvriendelijk) lichtbeheer waarbij lichtverstrooiing, met name tot in de essentiële onderdelen van het leefgebied, wordt beperkt. Indien deze mitigerende maatregelen in acht worden genomen is geen ontheffing van de Wnb nodig.

Platte schijfhoren

De platte schijfhoren is niet aangetroffen in de watergangen van het onderzoeksgebied. Tijdens het onderzoek naar de platte schijfhoren zijn individuen van de gewone poelslak, leverbotslak en de witte schijfhoren waargenomen in de watergangen van het onderzoeksgebied.

De platte schijfhoren is niet aanwezig in het onderzoeksgebied. Watervegetatie is vrijwel afwezig in het onderzoeksgebied. Derhalve is geen ontheffing nodig voor overtreding van verbodsbepalingen van de Wnb ten aanzien van de platte schijfhoren.

Overige beschermde soorten

In de onderstaande tabel zijn de bevindingen en conclusies ten aanzien van de overige beschermde soorten samengevat.

Tabel 4.2 Samenvattende tabel soortenbescherming

Soortgroep

Beschermde soorten in het plangebied of directe omgeving aanwezig?

Kans op overtreding verboden Wnb?

Gevolgen?

Ontheffing aanvragen Wnb?

vaatplanten

nee

nee

geen, wel zorgplicht

nee

zoogdieren

ja, voorkomen van bijlage A soorten zoals egel, haas, hermelijn, bunzing, vos en algemeen voorkomende muissoorten is niet uit te sluiten

nee, vrijstelling binnen de provincie Zuid-Holland

geen, wel zorgplicht

nee

vleermuizen

ja, tijdens de inventarisaties zijn in het plangebied en de directe omgeving in totaal vier vleermuissoorten vastgesteld. Het gaat om gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, rosse vleermuis en laatvlieger

ja, indien door de geplande werkzaamheden overvliegende en/of foeragerende vleermuizen worden verstoord

ja, de werkzaamheden dienen plaats te vinden buiten de actieve periode, bij daglicht (tussen een uur na zonsopkomst tot een uur voor zonsondergang) en bij voorkeur in de winterperiode (december - februari). Indien toch gewerkt wordt tijdens de actieve periode, mag er geen gebruik worden gemaakt van kunstmatige verlichting of dient men gebruik te maken van vleermuisvriendelijke lichtbeheer gelet op de zorgplicht

nee, mits mitigerende maatregelen in acht worden genomen

vogels

ja, aanwezigheid van algemeen voorkomende broedvogels in en nabij het plangebied is niet uit te sluiten

ja, indien broedgevallen opzettelijk worden verstoord of nesten worden vernietigd

Drie mogelijkheden:

–buiten het broedseizoen werken;

–vlak voor het broedseizoen inzetten en dan continue doorwerken, zodat vogels niet gaan broeden;

–het plangebied voor het broedseizoen ongeschikt maken voor broedvogels

nee, mits mitigerende maatregelen in acht worden genomen

amfibieën

tijdens nader onderzoek is gebleken dat de aanwezigheid van de rugstreeppad niet kon worden aangetoond. Voorkomen van algemeen voorkomende amfibiesoorten zoals gewone pad en bruine kikker is niet uit te sluiten

nee, vrijstelling binnen de provincie Zuid- Holland

geen, wel zorgplicht

nee

reptielen

ja, er zijn waarnemingen bekend van ringslang in de nabijheid van het plangebied

ja, geschikt biotoop aanwezig binnen het plangebied

in de winterperiode met een bosmaaier geschikt leefgebied verwijderen

nee, mits mitigerende maatregelen in acht worden genomen

vissen

nee

nee

geen, wel zorgplicht

nee

dagvlinders, libellen en overige ongewervelde

nee uit nader onderzoek is gebleken dat de platte schijfhoren niet aanwezig is in het projectgebied. Watervegetatie is vrijwel afwezig in het projectgebied. Derhalve is geen ontheffing nodig voor overtreding van verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming ten aanzien van de platte schijfhoren

ja, potentieel geschikt biotoop aanwezig voor de soort

nee

Het onderdeel natuur vormt geen beletsel voor de uitvoering van het Projectplan Waterwet mits werkzaamheden worden uitgevoerd buiten de actieve periode van vleermuizen, dus uitgevoerd tussen één uur na zonsopgang en één uur voor zonsondergang, en bij voorkeur in de winterperiode. Als verlichting van het werkterrein noodzakelijk is, dient gebruik gemaakt te worden van efficiënt (vleermuisvriendelijk) lichtbeheer waarbij lichtverstrooiing wordt beperkt. Indien deze mitigerende maatregelen in acht worden genomen is geen ontheffing van de Wnb nodig.

4.4.2 Gebiedsbescherming

Natura 2000

Het optreden van directe effecten, zoals verstoring door oppervlakteverlies, geluid, licht, trilling of

optische verstoring kan als gevolg van de afstand (5 km) tussen het plangebied en omliggende Natura 2000-gebieden worden uitgesloten. Een Voortoets om directe effecten van het voornemen op Natura 2000-gebieden te toetsen is niet nodig.

Stikstofdepositie op stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden door de werkzaamheden is op voorhand niet uit te sluiten. Daarom is een stikstofberekening uitgevoerd om dit te onderzoeken. Uit deze berekening is gebleken dat er geen stikstofdepositie op Natura 2000-gebied plaats zal vinden door de geplande werkzaamheden. De berekening is bijgevoegd in bijlage VI.

Natuurnetwerk Nederland

Het plangebied ligt buiten het NNN. Voor gronden die grenzen aan het NNN, maar daar zelf buiten liggen, gelden volgens het provinciale NNN-beleid geen beperkingen. Het NNN heeft geen ‘externe werking’ die een toets van effecten op aangrenzend natuurgebied verplicht stelt. Omdat het plangebied geheel buiten het NNN valt, is er geen sprake van aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden.

Bomen

Er worden voor dit project geen bomen gekapt.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.