Waterschapswetten

Beleidsuitwerking Onderhoud Watersystemen

Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard · geldt sinds 6 juni 2024

Aanhef

Het college van Schieland en de Krimpenerwaard heeft op 7 mei 2024 besloten tot vaststelling van de beleidsuitwerking Onderhoud Watersystemen.

Beleidsuitwerking Onderhoud Watersystemen

Beleidssamenvatting

Kader

Het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard (HHSK) is verantwoordelijk voor het beheer van het watersysteem binnen de grenzen van haar beheergebied met als doelen:

1het voorkomen en voorkoming en waar nodig beperking van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste, in samenhang met

2bescherming en verbetering van de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen en

3vervulling van maatschappelijke functies door watersystemen.

Onderhoud van het watersysteem draagt bij aan het voldoen aan deze doelen. Met onderhoud wordt bedoeld het uitvoeren van werkzaamheden met als doel tenminste het behoud van het aanwezige watersysteem en waar mogelijk het verbeteren van de watersysteemtoestand. Structurele tekortkomingen in het watersysteem dienen aangepakt te worden door verbetering van de inrichting; zie hiervoor de Beleidsuitwerking Inrichting Watersystemen.

Basis uitgangspunt voor het onderhoudsbeleid van HHSK is dat het onderhoud integraal en watersysteem gericht, risico-gestuurd en toestand afhankelijk is, dat we zoveel mogelijk willen realiseren door middel van samenwerking met andere partijen en we dit doen met een pragmatische aanpak. In deze beleidsuitwerking wordt dit uitgangspunt verder geconcretiseerd door meer concrete onderhoudsdoelen te benoemen inclusief de manier waarop we dit willen realiseren.

Deze beleidsuitwerking focust op de volgende onderdelen van het watersysteem: peilscheidingen, primaire en overige wateren, bergingsgebieden, peilregelende kunstwerken, waterverbindende kunstwerken en waterkwaliteitsbeherende kunstwerken.

Onderhoudseisen

HHSK hanteert de volgende onderhoudseisen voor deze onderdelen van het watersysteem:

•Peilscheidingen zijn niet waterdoorlatend en voldoende hoog en stevig;

•Watergangen kunnen voldoende water bergen en transporteren, dragen bij aan een goede (ecologische) waterkwaliteit en passen binnen de omgeving en het gebruik daarvan;

•Waterbergingsgebieden hebben de afgesproken bergingsruimte beschikbaar;

•Peilregelende kunstwerken hebben voldoende aan- en afvoercapaciteit;

•Waterverbindende kunstwerken vormen geen obstakel voor het watertransport;

•Waterkwaliteitsbeherende kunstwerken dragen conform hun specifieke functie bij aan de waterkwaliteit.

Een belangrijk deel van deze onderhoudseisen zijn vertaald naar eisen aan profielen van watergangen en constructies van kunstwerken in de Legger, het beheerregister voor waterstaatswerken, of in vergunningen. Voor de vertaling naar eisen aan de begroeiing met water- en oeverplanten hanteert HHSK als principe dat er niet meer begroeiing aanwezig mag zijn dan acceptabel i.v.m. het benodigde watertransport, maar ook dat er niet meer dan daarvoor nodig wordt verwijderd met oog op de ecologische kwaliteit. E.e.a. is geconcretiseerd in de zogenaamde Ecokleurenkoers richtlijn van HHSK.

Voor de uitvoerbaarheid van het onderhoud is er langs primair water een onderhoudsstrook berijdbaar en bereikbaar en geldt een ontvangstplicht voor bagger en maaisel uit de watergangen.

Inzet instrumenten

De Waterschapsverordening, Onderhoudsverordening en de Legger geven belangrijke kaders voor uitvoering en controle van het onderhoud. Deze kaders worden door HHSK op passende momenten bijgesteld. Hierbij beogen we volledige en actuele duidelijkheid over welk onderhoud waar en door wie dient te gebeuren. Ook betrekken we bij deze bijstelling eventuele knelpunten voor het uitvoeren van het gewenste en noodzakelijke onderhoud.

HHSK vindt dat uitvoering van het onderhoud van het watersysteem een taak is die wij het beste samen met andere partijen in het gebied kunnen uitvoeren. Bij de keuze van de onderhoudsplichtige hanteren we o.a. de volgende uitgangspunten:

•We hanteren een functionele, praktische en redelijke taakverdeling die zo goed mogelijk aansluit bij de taken en mogelijkheden van alle betrokken partijen. We letten daarbij op het borgen van de belangen van het watersysteembeheer, op de doelmatigheid en effectiviteit van het watersysteemonderhoud en op de belangen van de aanliggende terreinen en eigenaren;

•Onderdelen van het watersysteem die van groot en direct belang zijn voor het functioneren van een geheel peilgebied worden onderhouden door HHSK. Hieronder vallen de watersysteemonderdelen die van grote invloed zijn op de waterhuishouding binnen en tussen peilgebieden zoals inlaten, gemalen en de primaire wateren;

•Overige onderdelen van het watersysteem worden zoveel mogelijk onderhouden door andere partijen zoals aanliggend eigenaren, terrein- of wegbeheerders of andere overheden;

•Bij overlap van watersysteembelangen en overige belangen is het belang met de zwaarste eisen bepalend voor de keuze van de onderhoudsplichtige. Voorbeeld is een peilscheiding waarop ook een openbare weg is gelegen, waarbij de weg bijvoorbeeld breder en hoger moet zijn dan de peilscheiding. De wegbeheerder wordt dan ook de onderhoudsplichtige van de peilscheiding

We maken gebruik van integrale watersysteemanalyses om het gewenste en benodigde onderhoud te concretiseren. We willen het toezicht op het watersysteemfunctioneren meer integraal en gebiedsgericht aanpakken. Het optimale onderhoud wat betreft het effect kan worden gerealiseerd als partijen de werkzaamheden op elkaar afstemmen. We stimuleren daarom de planmatige aanpak van het onderhoud en werken daarbij vanwege de kosteneffectiviteit samen met andere partijen. In agrarisch gebied stimuleren we het planmatig en ecologisch slootonderhoud bij zoveel mogelijk bedrijven. Waar zinvol ondersteunen we particulieren met hun onderhoudsopsgave. Voor ons eigen onderhoud hanteren we een risico-gestuurde en toestand afhankelijke werkwijze om te komen tot een juiste balans tussen de onderhoudskosten, de prestaties van het watersysteemonderdeel en de risico’s voor het watersysteem functioneren. Het in eigendom hebben of verkrijgen van onroerende zaken zijn voor het hoogheemraadschap geen doel op zich, maar kan een nuttig middel zijn voor de uitvoering van onze taken. Waar nodig gebruikt HHSK handhaving als middel om te zorgen dat het minimaal vereiste onderhoud wordt uitgevoerd.

Monitoring & evaluatie

Een belangrijk deel van de te verzamelen informatie voor het bewaken en evalueren van het onderhoudsbeleid verkrijgen we via de bedrijfsprocessen voor de uitvoering van het onderhoud zelf: waterdieptes van watergangen, profielen van peilscheidingen en toestand van de belangrijkste kunstwerken. Dit is een doorlopend proces. We evalueren elke vier jaar ons beleid en kijken daarbij expliciet naar de inzet van onze instrumenten op doelmatigheid. We doen dit aan de hand van de praktijkervaringen.

Bijlage 1. Beleid en Juridische kaders

Beleid

De hoofdlijnen van het actuele beleid staan in het Waterbeheerprogramma 2022-2027. Voor het watersysteem is de hoofdlijn als volgt benoemd: “Het hoogheemraadschap draagt zorg voor het regionale watersysteem. Wij voorkomen en beperken, wateroverlast en waterschaarste, in samenhang met bescherming en verbetering van de chemische en ecologische kwaliteit van het watersysteem en vervulling van maatschappelijke functies door het watersysteem. Wij doen dit samen met burgers, bedrijven en andere overheden.” Onderhoud van het watersysteem is één van de middelen om deze beleidsdoelen te realiseren.

In de Visie Onderhoud Watergangen (2015) is verder uitgewerkt op welke manier HHSK via onderhoud van het watersysteem wil bijdragen aan realisatie van de beleidsdoelen. In de Nota Watersystemen (2018) is dat als volgt samengevat: “Het onderhoud van het water is integraal en watersysteem gericht, risicogestuurd en toestand afhankelijk. We streven naar samenwerking met de betrokken partijen en een pragmatische aanpak.” In deze beleidsuitwerking wordt dit verder geactualiseerd en geconcretiseerd.

Juridisch

Landelijke kaders

Waterschapswet

De Waterschapswet regelt de instelling van waterschappen en geeft regels over de taken en inrichting van waterschappen. De zorg voor het watersysteem is één van die taken (artikel 1 Waterschapswet). Op grond van artikel 78, tweede lid, stelt het algemeen bestuur een Legger vast waarin de onderhoudsplichtigen (wie dat onderhoud moet uitvoeren; onderhoudslegger) of onderhoudsverplichtingen (welk onderhoud er moet gebeuren; normatieve legger) worden aangewezen. De Legger is dus een belangrijk instrument voor HHSK om het juiste onderhoud te regelen en wie welk onderhoud uitvoert.

Omgevingswet

De Omgevingswet regelt het beheer van het watersysteem en legt het instrumentarium van de waterbeheerder vast. De regels in de Omgevingswet zijn gericht op het voorkomen, dan wel beperken van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste, de bescherming en verbetering van kwaliteit van watersystemen en de vervulling van maatschappelijke functies door watersystemen.

In artikel 2.39 van de Omgevingswet is vastgelegd dat een waterschap de onderdelen van het watersysteem (waterstaatswerken) vastlegt. Dat gebeurt in de zogenaamde normatieve Legger. Hierin wordt aangegeven welke waterstaatswerken er zijn en waaraan ze naar ligging, vorm, afmeting en constructie moeten voldoen.

In principe is het verplicht om alle waterstaatswerken in de Legger op te nemen. De Omgevingswet onderscheidt de volgende type waterstaatswerken (zie H6 begrippenlijst):

a) Waterkeringen inclusief peilscheidingen

b) Oppervlaktewaterlichamen (een sloot, plas of vaart)

c) Bergingsgebieden (voor water)

d) Ondersteunende kunstwerken

In deze beleidsuitwerking geeft HHSK aan op welke manier we de normatieve en onderhoudslegger gebruiken als onderdeel van ons onderhoudsbeleid.

De Omgevingswet (artikel 10.3) geeft aan dat grondeigenaren grenzend aan watergangen ontvangstplichtig zijn voor materiaal dat vrij komt bij regulier onderhoud van deze watergangen.

In het aanvullingsspoor natuur van de Omgevingswet staan regels voor de bescherming van alle in het wild voorkomende plant- en diersoorten en hun leefgebieden. De wet moet ervoor zorgen dat de verschillende planten- en diersoorten in de natuur blijven bestaan. Ook kwetsbare soorten mogen niet verdwijnen. Onderhoud heeft effecten op het voorkomen van deze soorten. Voor reguliere onderhoudsactiviteiten (“bestendig beheer”) hebben de waterschappen gezamenlijk de zogenaamde gedragscode uitgewerkt. De gedragscode vormt samen met informatie over het voorkomen van soorten de basis voor de handelswijze van waterschappen bij werkzaamheden. Dit is vastgelegd in ecologische werkprotocollen. Het voorgestelde onderhoudsbeleid in deze beleidsuitwerking moet passen binnen de Wet natuurbescherming, de gedragscode en de werkprotocollen. Dit geldt zowel wat betreft de eigen onderhoudsactiviteiten als de regels die HHSK aan derden oplegt.

Provinciale kaders

Reglement

De bevoegdheden van HHSK zijn beschreven in het door de Provincie vastgestelde Reglement. De volgende artikelen vormen kaders voor de uitvoering van het onderhoud:

•Artikel 4:

° 1. Het onderhoud van waterkeringen berust bij het hoogheemraadschap, voor zover het betreft het in standhouden van stabiliteit en profiel, tenzij een derde daartoe verplicht is.

° 2. Het onderhoud van primaire wateren berust bij het waterschap, tenzij een derde daartoe verplicht is.

° 3. Het onderhoud van kunstwerken berust bij het waterschap, tenzij een derde daartoe verplicht is, of, indien zodanige verplichting ontbreekt of niet bekend is, bij de zakelijk gerechtigde tot het kunstwerk.

•Artikel 5:

° 1. De onderhoudsplichtigen en de onderhoudsverplichtingen betreffende waterkeringen en wateren worden aangegeven respectievelijk vastgelegd in de Legger, bedoeld in artikel 78, tweede lid, van de Waterschapswet.

° 2. In de Legger wordt vermeld wat de functie is van het desbetreffende waterstaatswerk, wie met het onderhoud is belast en wat het onderhoud omvat.

Deze artikelen uit het Reglement worden gebruikt bij de uitwerking van het onderhoudsbeleid.

Eigen kaders

Waterschapsverordening en beleidsregels

De Omgevingswet geeft het waterschap de bevoegdheid regels op te stellen om haar taak als waterbeheerder goed te kunnen uitvoeren. In de Waterschapsverordening staan daarom regels over emissies en aanleg van werken die van invloed zijn op het watersysteem. In de Onderhoudsverordening

7Het is wettelijk niet toegestaan om de onderhoudsplicht van waterstaatswerken op te nemen in de Waterschapsverordening.

staat (zie hierna) hoe en door wie het onderhoud moet worden uitgevoerd voor (zelfstandige

8Zoals gedefinieerd in de waterschapswet.

) waterstaatswerken. Voor de overige werken staan de algemene onderhoudsvereisten in de Waterschapsverordening. Veelal is de eis dat het werk in goede, d.w.z. in functionele staat, wordt gehouden. In een vergunning kunnen zo nodig aanvullende, specifieke onderhoudseisen worden opgenomen voor deze overige werken.

Onderhoudsverordening

In de Onderhoudsverordening heeft HHSK de onderhoudsplicht in hoofdlijn omschreven. Voor het watersysteem onderhoud zijn de volgende artikelen van belang:

•Artikel 2 (onderhoud algemeen): De onderhoudsplichtige van een waterstaatswerk draagt zorg voor de instandhouding van het waterstaatswerk overeenkomstig zijn functie.

•Artikel 3 (aanwijzing onderhoudsplichtigen of onderhoudsplichten in de leggers): Het bestuur kan, met inachtneming van deze verordening, voor een waterstaatswerk of onderdeel daarvan:

° a. onderhoudsplichtigen aanwijzen;

° b. het onderhoud, bedoeld in de artikelen 6 tot en met 8, aanwijzen wat op de onderhoudsplichtigen rust.

•Artikel 4 (onderhoudsplichtigen voor waterstaatswerken niet in de Legger

•opgenomen): Het onderhoud van waterstaatswerken, waarvoor geen Legger als bedoeld in artikel 78, tweede lid, van de Waterschapswet is vastgesteld, wordt verricht door:

° a. de eigenaren, voor zover het gaat over het gewoon onderhoud van waterkeringen of gedeelten van waterkeringen en ondersteunende kunstwerken met een waterkerende functie en het waterschap voor zover het gaat over het buitengewoon onderhoud van deze waterstaatswerken;

° b. de aangrenzende eigenaren, voor zover het gaat over het gewoon en buitengewoon onderhoud van oppervlaktewaterlichamen of de eigenaar van deze oppervlaktewaterlichamen, als het oppervlaktewaterlichaam aan hem toebehoort;

° c. de eigenaren, voor zover het gaat over het onderhoud van overige waterstaatswerken.

•Artikel 5 (afwijken):

° 1. De artikelen 3 en 4 zijn niet van toepassing als de onderhoudsverplichting door of namens het waterschap op andere wijze is geregeld.

° 2. Het bestuur kan ontheffing verlenen van een onderhoudsplicht als bedoeld in de artikelen 3 of 4.

•Artikel 7 (onderhoud aan oppervlaktewaterlichamen):

° 1. Het gewoon onderhoud van een oppervlaktewaterlichaam houdt in:

▀ a. het daaruit verwijderen van voor het functioneren van het oppervlaktewaterlichaam schadelijke begroeiingen en van afval;

▀ b. het herstellen van beschadigingen aan oevers; en

▀ c. het onderhouden van begroeiingen, dienstig aan de waterhuishuidkundige functie van het oppervlaktewaterlichaam.

° 2. Het buitengewoon onderhoud van een oppervlaktewaterlichaam houdt de instandhouding in van de ligging, vorm, afmeting en constructie van het oppervlaktewaterlichaam, overeenkomstig de voor dat oppervlaktewaterlichaam vastgestelde Legger, bedoeld in artikel 2.39 van de Omgevingswet.

° 3. Daar waar een oppervlaktewaterlichaam ruimere afmetingen heeft dan in de Legger, bedoeld in het tweede lid, is voorgeschreven moet deze in afwijking van het tweede lid op de ruimere afmetingen worden onderhouden.

° 4. Daar waar een oever plaatselijk afkalft mag deze in afwijking van het tweede en derde lid worden hersteld, voor zover wordt aangetoond dat deze afkalving recent heeft plaatsgevonden.

•Artikel 8 (onderhoud aan ondersteunende kunstwerken): Onderhoud van een ondersteunend kunstwerk houdt in:

° a. het in stand houden van de functie en het functioneren van dat werk;

° b. het in goede staat houden van middelen bestemd tot afsluiting van dat kunstwerk; en

° c. het aantoonbaar onmiddellijk beschikbaar houden van middelen bestemd tot afsluiting van een kunstwerk.

De Onderhoudsverordening wordt gebruikt als kader voor de uitwerking van het onderhoudsbeleid. Zo nodig wordt de Onderhoudsverordening aangepast op basis van het beleid.

Legger

In de normatieve Legger wordt omschreven waaraan de waterstaatswerken naar ligging, vorm, afmeting en constructie moeten voldoen. Daarnaast is in de onderhoudslegger per waterstaatswerk opgenomen wie de onderhoudsplichtige is en wat de onderhoudsverplichting inhoudt. HHSK heeft ervoor gekozen de volgende ondersteunende kunstwerken als waterstaatswerk aan te wijzen:

° Peilregelend: gemalen, inlaten, stuwen, vaste dam (onderdeel van peilscheiding)

° Waterverbindend: duiker, sifon, sluis

° Waterkwaliteitsbevorderend: defosfateringsinstallatie, vispassage

In deze beleidsuitwerking staan de beleidsuitgangspunten voor de invulling van de onderhoudsplichtige in de Legger.

Bijlage 2. Definities en omschrijving type onderhoud

In deze beleidsuitwerking wordt beschreven welke beleidsuitgangspunten HHSK hanteert voor het onderhoud van het watersysteem. De juridische basis voor borgen van dit onderhoud is de Onderhoudsverordening. In deze bijlage wordt toegelicht welk type onderhoud wordt onderscheiden in de Onderhoudsverordening en omschreven welke werkzaamheden daarmee in de praktijk worden bedoeld.

Dagelijks of gewoon onderhoud watergangen

9Andere termen voor dit type onderhoud zijn maaien, krozen, sloten, schonen, …

Definitie in Onderhoudsverordening

Het gewoon onderhoud van een oppervlaktewaterlichaam houdt in:

a) het daaruit verwijderen van voor het functioneren van het oppervlaktewaterlichaam schadelijke begroeiingen en van afval;

b) het herstellen van beschadigingen aan oevers;

c) het onderhouden van begroeiingen, dienstig aan de waterhuishuidkundige functie van het oppervlaktewater.

Omschrijving van praktijk

•In het algemeen betreft het onderhoud dat één of meer keer per jaar tot 1x per 2-3 jaar plaatsvindt met als doel om een ongeveer vergelijkbare toestand te krijgen aan het eind van het (groei)seizoen t.o.v. het begin daarvan. Aan- en afvoer van grond is niet aan de orde.

•Het maaien van water- en oeverplanten. De Ecokleurenkoers en de richtlijnen voor handhaving voor dagelijks onderhoud zijn hierbij de vertaling van hetgeen we verstaan onder ‘schadelijke’ begroeiing.

•Het verwijderen van drijfvuil (zoals plastic) en in het water gevallen bladeren.

•Het snoeien van struiken, bomen en boomtakken die de doorstroming, waterkwaliteit of bereikbaarheid voor onderhoud of inspectie belemmeren.

•Lichte herstelwerkzaamheden aan taluds zoals het bijsnijden en ophalen van uitgezakte of vertrapte oevers. Deze werkzaamheden kunnen wenselijk zijn voor het watersysteembeheer, maar ook noodzakelijk zijn voor de bescherming en het herstel van het perceel.

Buitengewoon onderhoud watergangen

Definitie in Onderhoudsverordening

Het buitengewoon onderhoud van een oppervlaktewaterlichaam houdt de instandhouding in van de ligging, vorm, afmeting en constructie van het oppervlaktewaterlichaam, overeenkomstig de voor dat oppervlaktewaterlichaam vastgestelde (normatieve) Legger.

Omschrijving van praktijk

•In het algemeen onderhoud dat slechts één keer in de paar jaar wordt uitgevoerd met als doel om tenminste een ongeveer vergelijkbare toestand te krijgen met die van een paar jaar terug. Aan- en afvoer van grond kan onderdeel zijn van de werkzaamheden.

•Het baggeren van watergangen, d.w.z. het verwijderen van (dunne) slib tot of verder dan de leggermaten. De leggermaten zijn veelal zo gekozen dat met het verwijderen van bagger de waterdiepte gehaald kan worden. In veel gevallen is het zelfs mogelijk met het verwijderen van bagger de gewenste onderhoudsdiepte te halen: de waterdiepte uit de Legger inclusief de extra diepte van 20-40 cm opdat niet “morgen weer moet worden gebaggerd om aan de leggerdiepte te voldoen”.

•Herprofileren van watergangen, d.w.z. vergraven van de vaste bodem binnen het leggerprofiel. In sommige gevallen kan de leggerdiepte niet worden gerealiseerd met alleen het verwijderen van bagger. Aan de hand van een watersysteemanalyse wordt dan bepaald of de leggerdiepte moet worden aangepast of met herprofileren de huidige leggerdiepte moet/kan worden gerealiseerd.

•Groot onderhoud oevers, d.w.z. herprofileren van het oever profiel, herstellen van beschoeiing dan wel het uitkrabben van verlande oevervegetaties. Vergeleken met dagelijks onderhoud van oevers gaat het veelal om onderhoud dat minder dan 1x per 5 jaar nodig is.

Niet tot het buitengewoon onderhoud hoort het vergraven van watergangen, d.w.z. het vergroten van het leggerprofiel door het graven van de vaste bodem. Dit type werkzaamheden valt onder (her)inrichting van een watergang.

Onderhoud kunstwerken

Definitie in Onderhoudsverordening

Onderhoud van een ondersteunend kunstwerk houdt in:

a) het in stand houden van de functie en het functioneren van dat werk;

b) het in goede staat houden van middelen bestemd tot afsluiting van dat kunstwerk;

c) het aantoonbaar onmiddellijk beschikbaar houden van middelen bestemd tot afsluiting van een kunstwerk.

Omschrijving van praktijk

•Alle maatregelen om te zorgen dat de constructie en het mechaniek van het kunstwerk blijft voldoen of hersteld wordt.

•Maatregelen nemen die zorgen dat bedoelde bediening mogelijk is en onbedoelde bediening juist onmogelijk.

Bijlage 3. Richtlijn voor dagelijks onderhoud (Ecokleurenkoers)

Inleiding

Het algemene uitgangspunt voor het maaien van water- en oeverplanten is dat er niet meer begroeiing aanwezig is dan acceptabel i.v.m. het benodigde watertransport, maar ook dat niet meer dan daarvoor nodig wordt verwijderd met oog op de ecologische kwaliteit. HHSK hanteert daarvoor als richtlijn de zogenaamde Ecokleurenkoers (EKK). De hoofdlijn daarvan is beschreven in hoofdstuk 3. In deze bijlage wordt de richtlijn nader toegelicht. Onderstaande informatie is nadrukkelijk ‘slechts’ bedoeld als advies

10Er dient wel steeds te worden voldaan aan de onderhoudseisen voor dagelijks onderhoud (tabel 1).

. Het juiste onderhoud dient altijd te worden gebaseerd op de praktijksituatie in het veld. Onderstaand advies is tevens gebaseerd op de kennis en ervaringen anno 2023. HHSK kan dan ook de EKK-richtlijn aanpassen op basis van nieuwe kennis en ervaringen.

Cyclisch onderhoud als basis

Regelmatig onderhoud is nodig om watergangen te behouden in het beheergebied van HHSK. Door regelmatig buitengewoon onderhoud uit te voeren blijft het profiel van de watergang in stand (bijlage 2). Het gaat daarbij vaak om onderhoud dat slechts 1x in de paar jaar hoeft te worden uitgevoerd. Het gewoon of dagelijks onderhoud vraagt vaak een hogere onderhoudsfrequentie: water- en oeverplanten kunnen zich namelijk al sterk ontwikkelen gedurende een enkel groeiseizoen. Met name oeverplanten kunnen zonder onderhoud ook over meerdere jaren heen toenemen en een steeds groter deel van de watergang innemen (foto). De snelheid waarmee dit gebeurd hangt o.a. af van de dimensies van de watergang en de voedselrijkdom van water en bodem.

Foto: Voorbeeld van een watergang waar langere tijd geen (dagelijks) onderhoud is uitgevoerd.

De Ecokleurenkoers is bedoeld als richtlijn voor het beheersen van de omvang van de begroeiing in watergangen: binnen een jaar en over de jaren heen. De richtlijn geeft voor een aantal type wateren waarden voor de maximale en minimale begroeiing. De maximale begroeiing is bedoeld als richtwaarde voor het moment waarop de watergang gemaaid zou moeten worden en heet daarom ook wel de ingreepmaat. De minimale begroeiing is een richtwaarde voor de hoeveelheid begroeiing die bij een maaibeurt kan blijven staan.

Als het maaien gebeurt aan de hand van de gegeven richtwaarden, dan kan de watergang jaar rond voldoen aan de watersysteem eisen. De gehanteerde waarden zijn bedoeld om elk jaar te hanteren, waardoor een watergang elk jaar ongeveer binnen dezelfde begroeiingshoeveelheden varieert. De minimale begroeiingswaarden zijn ook de richtwaarden voor het onderhoud in het najaar en dus hoe de watergang “de winter in gaat” (het natte seizoen). Dit najaarsonderhoud voorkomt veelal dat de watergang in de loop der tijd steeds meer begroeit raakt. Onderhoud in het najaar heeft daarbij als voordeel dat het voor de ecologie het minst verstorend is en vaak ook het beste inpasbaar is met het gebruik van het aanliggend land. HHSK voert daarom in de meeste gebieden ook de schouw dagelijks onderhoud uit in het najaar/begin winter: zie §3.5.

Algemene uitgangspunten

•De EKK houdt rekening met de randvoorwaarden voor watertransport (peilbeheer), waterkwaliteitsdoelen (o.a. KRW-doelen), de uitvoerbaarheid van het onderhoud en de communicatie over het onderhoud.

•Belangrijke randvoorwaarde is dat watergangen d.m.v. buitengewoon onderhoud (nagenoeg) voldoen aan de leggerprofielen. Extra maaibeheer kan nodig zijn als dat niet het geval is.

•De EKK is van toepassing op de vegetatie in het natte profiel. De vegetatie in het droge deel van het dwarsprofiel is niet direct van invloed op het watersysteemfunctioneren.

•De EKK houdt rekening met de bescherming van soorten conform de Omgevingswet door zomers ten minste 25% van de vegetatie binnen het profiel te sparen.

•Voor de primaire- en overige wateren hanteren we dezelfde kleuren (blauw, geel en groen), zodat er een eenduidig systeem is voor alle wateren en de richtlijn ook zoveel mogelijk ruimte bied voor de gewenste differentiatie in onderhoud. Primair water wordt ter onderscheid in een donkere en overige wateren in een lichte tint weergegeven.

•We sluiten waar zinvol en nodig aan bij de eigenschappen van gebieden en het beleid voor deze gebieden (O.a. de beleidsuitwerking inrichting, KRW doelen en waterkwaliteitsdoelen Niet KRW wateren).

•De (schuine) oeverzone is voor watertransport niet of nauwelijks relevant. Het onderhoud daar kan dus bepaald worden door andere belangen: ecologie, praktische uitvoering, gebruik perceel, etc.

Uitgangspunten primaire watergangen

•De hydrologische eigenschappen van ons beheergebied en huidige neerslagpatronen betekenen dat in de primaire wateren zowel zomers (groeiseizoen) als ’s winters vergelijkbare onderhoudseisen nodig zijn i.v.m. watertransport.

•De toekenning van een EKK-kleur wordt onderbouwt middels een (hydrologische) watersysteemanalyse.

•Bij blauwe en gele watergangen is de maximale begroeiing – oftewel de mate van begroeiing waarbij gestart wordt met maaien (ingreepmaat) – primair afgestemd op watertransporteisen. Bij groene watergangen zijn de ecologische KRW-maatlatten voor de maximale begroeiing bepalend.

•Drijfbladplanten worden veelal meegemaaid bij het maaien van de stroombaan (plantvrije deel van het doorstroomprofiel). In het geval er alleen drijfbladplanten groeien, dan is de maairichtlijn afgestemd op de ecologische KRW-maatlatten.

Uitgangspunten overige watergangen

•Streven is om de EKK-kleuren voor overige watergangen ook op basis van een watersysteemanalyse te bepalen. Vooralsnog is dat lang niet overal haalbaar en wordt gewerkt met de navolgende uitgangspunten.

•De EKK voor overige watergangen houdt rekening met watersysteem verschillen tussen de deelgebied stad, glas, akker, veen en natuur. Daarnaast is de breedte van de watergang een onderscheidend criterium, omdat dit medebepalend is voor watertransport en de snelheid van verlanding. E.e.a. is vertaald naar onderstaande indeling van EKK kleuren.

•In glastuinbouwgebied is er weinig open water en moet er bij neerslag snel veel water worden afgevoerd omdat er veel verhard oppervlak is. Overige watergangen spelen dan ook een belangrijke rol in het watertransport. Voorkomen van wateroverlast is extra belangrijk i.v.m. de hoge economische waarde van het gebied.

•In stedelijk en akkerbouwgebied is er redelijk wat open water en is er meer ruimte voor waterberging in de bodem. Overige wateren spelen daarom een beperkte rol in het watertransport. Voorkomen van wateroverlast is belangrijk i.v.m. de economische waarde van het gebied.

•In veen- en natuurgebied is er veel open water en veel bergingsmogelijkheden in de bodem. De rol van overige wateren bij het watertransport is gering. Met name in natuurgebieden past enige vorm van (tijdelijke) verlanding – dichtgroeien van de watergang met (oever)planten - in het ecologisch doel. Deze wateren hebben de ecokleur oranje en kennen alleen algemene onderhoudscriteria voor de waterdiepte: de minimum en maximum waterdiepte in de Legger, d.w.z. de waterdiepte tot waar de watergang mag dichtslibben en de waterdiepte waar de watergang weer naar moet worden uitgediept (zie ook §3.1.2). Voor de begroeiing gelden geen algemene richtlijnen.

Maairichtlijnen

Bovenstaande is vertaald naar de volgende maairichtlijnen.

Maximale begroeiing

Minimale begroeiing

Blauw

Ingreepmaat

Laten staan

Vegetatie binnen doorstroomprofiel

30%

5%

overig water zomer 10%

Oevervegetatie binnen dwarsprofiel (per oever)

10%

5%

overig water zomer 10%

Geel

Vegetatie binnen doorstroomprofiel

50%

10%

Oevervegetatie binnen dwarsprofiel (per oever)

15%

10%

Groen

Vegetatie binnen doorstroomprofiel

80%

40%

Oevervegetatie binnen dwarsprofiel (per oever)

20%

10%

Alle

Alleen drijfblad aanwezig

80%

20%

Toelichting:

•De maximale begroeiing is bedoeld als richtlijn voor het moment waarop het maaien dient te worden uitgevoerd (ingreepmaat). De minimale begroeiing is de richtwaarde voor het deel van de vegetatie die kan blijven staan.

•De ingreepmaat is logischerwijs relevant gedurende het groeiseizoen. Daarbij is het onderhoud in het najaar ook relevant voor de ontwikkeling van de vegetatie in het volgende jaar.

•De uitwerking is mede afgestemd op het voorkomen van verlanding. Hierbij gaat het er om dat voorkomen wordt dat er in de loop der tijd steeds meer oevervegetatie ontstaat. Dit hoeft geen bredere zone te zijn, maar kan ook een steeds hogere c.q. zwaardere vegetatie zijn. Om dit te voorkomen, kan het nodig zijn om bij het onderhoud van de oeverzone meer te verwijderen dan volgens bovenstaande richtlijn, bijvoorbeeld door één van beide oevers geheel te maaien. Andere oplossing is om van tijd tot tijd “buitengewoon onderhoud” uit te voeren, bijvoorbeeld door het uitkrabben van een rietoever.

Bijlage 4. Aanpak schouw

De schouw is het toezicht en zo nodig de handhaving op het benodigde onderhoud van overige watergangen. Dit geldt voor een omvangrijk deel van het oppervlaktewatersysteem (5.000 km). Om deze schouw kosteneffectief uit te voeren, is het zinvol te werken volgens een risico-gestuurde en toestand afhankelijke methode. Daarvoor voert HHSK een integrale schouw uit op alle aspecten van het watersysteem. Daarnaast kan HHSK ervoor kiezen thematische schouwrondes uit te voeren zoals de schouw buitengewoon en dagelijks onderhoud. In deze bijlage staat een aanzet van een kosteneffectieve invulling van thematische schouwrondes.

Schouw buitengewoon onderhoud

Voor de schouw buitengewoon onderhoud hanteert HHSK de volgende uitgangspunten bij de selectie van te schouwen watergangen:

1Schouw op eigen werken is geborgd door toezicht op uitvoering door aannemers. Dit geldt voor alle primaire wateren, samenwerkingsprojecten met derden en het faciliterend baggeren van particulieren in bebouwd gebied. Anno 2023 gaat het om ca. 1300 km watergang.

2Toezicht op baggeren van partijen met een eigen baggerplan gebeurt door de afdeling watersystemen van HHSK. Anno 2023 gaat het om ca. 2.000 km watergang. Via actieve begeleiding leidt dat vaak tot afdoende onderhoud. Indien langdurig het voorgenomen baggeren niet wordt nagekomen, start HHSK een schouw en handhavingstraject.

3Bij de resterende ca. 2.700 km watergang wordt de schouw ca. 1x per 5 jaar uitgevoerd. Hierbij worden de volgende regels gehanteerd:

a.Het betreft watergangen gelegen in landelijk gebied conform de LGN.

b.De watergangen vallen onder een actueel peilbesluit, omdat er anders niet gehandhaafd kan worden.

c.De watergangen liggen binnen een watersysteem dat niet binnen 2 jaar verandert als gevolg van een gebiedsinrichting of ontwikkeling. Het schouwproces kan vaak meerdere jaren duren en zou dan achterhaald kunnen zijn omdat bij een dergelijke ontwikkeling vaak de inrichting van het watersysteem verandert.

d.De watergangen sluiten zoveel mogelijk aan bij door HHSK te baggeren watergangen, omdat hiermee een synergie voordeel wordt bereikt.

e.Op basis van de voorgeschiedenis is het aannemelijk dat de watergang niet meer voldoet aan de leggermaat. Hierbij wordt gekeken naar de eerder gemeten waterdiepte: watergangen met een geringe waterdiepte worden eerder opgenomen in de selectie. Hierbij worden oude schouwmetingen gecorrigeerd met een jaarlijkse baggeraanwas van 2cm. .

f.Watergangen worden geclusterd zodat er logische schouwgebieden ontstaan.

g.Ligging van de vaste bodem wordt getoetst aan de leggermaat. Indien de vaste bodem hoger ligt dan de leggermaat, is verwijderen van alleen de baggerlaag voldoende. Er mag niet worden gegraven in de watergang om tot de juiste waterdiepte te komen.

h.Indien het een perceeleigenaar niet lukt de sloten voor de herschouw op orde te krijgen mag de onderhoudsplichtige een verzoek doen voor gefaseerd onderhoud waardoor er meer ruimte in de tijd wordt verkregen voor het uitvoeren van het onderhoud. Hiervoor dient de onderhoudsplichtige een baggerplan in bij het hoogheemraadschap.

i.De 1e schouwronde wordt gedaan in de periode februari – april. De 1e herschouw in november en december van hetzelfde jaar. De 2e herschouw vindt plaats in november het jaar daarop (jaar 2). Daarna volgt de inning van de last onder dwangsom in februari in het volgende jaar (jaar 3). Als dan de watergang nog niet op orde is volgt in november in dat zelfde jaar een 3e herschouw, in februari daarop (jaar 4) volgt dan de 2e inning. En indien nodig in november een 4e herschouw, waarbij door uitvoerend bestuursdwang het proces wordt beëindigd.

Schouw dagelijks onderhoud

De hiervoor beschreven schouw buitengewoon onderhoud vormt het uitgangspunt voor de invulling van de schouw dagelijks onderhoud. Dit zorgt immers voor de basis van het watersysteem: het op orde houden van het profiel van elke watergang. Het reguleren van de begroeiing via dagelijks is een volgende stap. Hierbij hanteert HHSK de volgende uitgangspunten bij de selectie van te schouwen watergangen:

1Schouw op eigen werken is geborgd door toezicht op uitvoering door aannemers. Dit geldt voor alle primaire wateren & samenwerkingsprojecten. Anno 2023 betreft dit ca. 1000 km watergang (HHSK) en 450 km (samenwerking).

2We streven naar meer optimaal dagelijks onderhoud door partijen aan de hand van hun eigen onderhoudsplan. Via actieve begeleiding leidt dat tot afdoende onderhoud voor watertransport met meer optimaal onderhoud voor ecologie. Let wel: indien langdurig het voorgenomen onderhoud niet wordt nagekomen, start HHSK een schouw en handhavingstraject.

3De schouw wordt meer afgestemd op de Ecokleurenkoers, omdat deze is afgestemd op de relatie tussen watersysteembelangen en eisen voor dagelijks onderhoud. Blauwe watergangen worden jaarlijks allemaal meegenomen in de schouw, gele watergangen worden om het jaar meegenomen en groene watergangen 1x per 4 jaar.

Hierbij worden de volgende uitvoeringsregels gehanteerd:

•We maken jaarlijks een schouwkaart op basis van het actuele beheerregister, Legger en actuele inzichten voor de Ecokleurenkoers.

•Bij de schouw dagelijks onderhoud wordt getoetst aan de minimaal benodigde onderhoudstoestand. Dit kan worden vertaald naar een maximaal toegestane hoeveelheid vegetatie.

•Conform de gedragscode wet natuurbescherming voor waterschappen, onderdeel soortbescherming (22 jan 2019), moet in het leefgebied van beschermde libellen (waaronder de groene glazenmaker) ten minste 50% van de krabbenscheervegetatie gespaard worden. De krabbenscheer mag alleen verwijderd worden in de periode van 1 oktober tot 1 december.

•HHSK hanteert als schouwdatum voor het gehele beheergebied 1 november. Met deze datum kan eventuele bestuursdwang nog uitgevoerd worden voor het begin van het (volgende) broedseizoen.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.