Aanhef
Uitgangspunten voor vergunningverlening
Dijkgraaf en hoogheemraden van Schieland en de Krimpenerwaard,
gelet op de Waterschapsverordening van het hoogheemraadschap;
overwegende dat de beleidsregel afwijkende peilen niet meer volledig actueel is en het gewenst is om deze goed aan te laten sluiten bij de recent vastgestelde beleidsuitwerking peilbeheer;
B E S L U I T
1De beleidsregel afwijkende peilen 2026 vast te stellen;
2De beantwoording van de zienswijze op de ontwerp beleidsregel vast te stellen;
3De beleidsregel afwijkende peilen 2024-2 in te trekken.
Deze beleidsregel gaat over activiteiten voor het brengen of houden van een oppervlaktewaterlichaam op een peil dat afwijkt van het in het peilbesluit vastgestelde peil, voor zover vergunningplichtig op grond van de waterschapsverordening Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard.
Toetsingscriteria voor Afwijkende peilen
1. Algemeen
1.1. Kader
Het brengen of houden van een oppervlaktewaterlichaam op een peil dat afwijkt van het in het peilbesluit vastgestelde peil of van het waterpeil dat normaal wordt aangehouden binnen het beheergebied van HHSK, is vergunningplichtig op grond van de waterschapsverordening.
De vergunningplicht voor het brengen of houden van een oppervlaktewaterlichaam op een afwijkend peil is vastgelegd in art.2.2 lid 3 van de Waterschapsverordening.
Het gaat hier nadrukkelijk om het peil van het oppervlaktewater. Activiteiten ten aanzien van het peil van het grondwater vallen onder WSV art.2.3, afdeling 4.3 en 4.4.
Het plaatsen, wijzigen of hebben van kunstwerken zoals stuwen, gemalen (pompjes), inlaten en gronddammen valt niet onder deze activiteit en onder deze beleidsregel. De vergunningplicht (of meldplicht) daarvoor is vastgelegd in WSV art. 2.2 lid 1 (aanleggen of wijzigen van een waterstaatswerk). Of in de specifiekere bepalingen uit de WSV waarnaar onder art. 2.2 lid 1 is verwezen, in het bijzonder die uit hoofdstuk 5 en 6 van de WSV. Voor al deze activiteiten zijn ook de ‘Beleidsregel vergunningverlening: Algemeen Deel’ van HHSK en/of andere specifieke beleidsregels van toepassing; zie de Wegwijzer in het Algemeen Deel.
1.2. Doel
Deze beleidsregel geeft aan hoe het hoogheemraadschap vergunningaanvragen voor het brengen of houden van oppervlaktewaterlichamen op een ander peil beoordeelt, hoe belangen worden afgewogen en welke eisen daarbij kunnen worden gesteld. De vergunningplichten voor afwijkende peilen zijn, op grond van artikel 2.1 van de waterschapsverordening, gericht op:
a.de goede werking van het watersysteem;
b.het bewaren en beheersen van de samenhang tussen onderdelen van het watersysteem;
c.het beschermen van de chemische kwaliteit van grondwaterlichamen; en
d.de andere doelen, bedoeld in artikel 1.2, eerste lid.
Een voor deze activiteit relevant doel uit art.1.2 is:
(lid 1, a) Het voorkomen en waar nodig beperken van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste in samenhang met het beschermen en verbeteren van de chemische en ecologische kwaliteit van de watersystemen en het vervullen van maatschappelijke functies door watersystemen.