Waterschapswetten

Bekendmaking projectplan Waterwet Inlaat Westringdijk

Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard · geldt sinds 24 maart 2023

Aanhef

Op 14 maart 2023 heeft het college van Schieland en de Krimpenerwaard het Projectplan Waterwet Inlaat Westringdijk vastgesteld.

Toelichting

Huidige situatie en probleem

De waterinlaten in de Westringdijk zijn nu in het bezit van particulieren. Ze worden dus niet bediend door het hoogheemraadschap. In de huidige situatie wordt water direct vanuit de Ringvaart de polder ingelaten door deze particuliere inlaten. De particuliere inlaten zitten er vaak al tientallen jaren en dienden van oudsher om de tuinders (glastuinbouw) van water te voorzien als gietwater voor hun gewassen. Doordat deze inlaten in particulier bezit zijn, heeft het hoogheemraadschap geen controle op de hoeveelheid water die wordt ingelaten. Dit is zowel onder natte als droge weersomstandigheden een onwenselijke situatie. De bestaande situatie (met veel particulieren inlaten) blijft na realisatie van de maatregelen nog steeds bestaan. Het beperken of verwijderen van deze situatie is geen onderdeel van de uit te voeren werkzaamheden.

Het hoogheemraadschap bereidt daarom de realisatie voor van:

1een eigen waterinlaat;

2verruiming van een watergang richting de Albert van ‘t Hartweg (inclusief opwaardering naar hoofdwatergang);

3vervangen bestaande stuw in te verruimen watergang;

4vervanging van ± 12 duikers met een te kleine diameter;

5het opnieuw profileren (naar -0,60 meter) van de hoofdwatergang* langs de zuidzijde van de Albert van ‘t Hartweg conform aanleg afmetingen naar de oorspronkelijke diepte.

Deze duikers voldoen dan aan de eisen van het hoogheemraadschap en dienen voor het algemeen belang van dit peilgebied (voldoende schoon water).

* in het document wordt geschreven over hoofdwatergang, dit is een synoniem voor de in de Legger en Keur gehanteerde term primaire watergang en kent dezelfde status.

Doel van het project en beoogd resultaat

Met het uitvoeren van het Uitvoeringsprogramma Zuidplaspolder wil het hoogheemraadschap de waterhuishouding in de Zuidplaspolder verbeteren. De uit te voeren maatregelen komen voort uit de herijking van het Uitvoeringsprogramma Zuidplaspolder in 2018. Specifiek voor de maatregel Inlaat Westringdijk betekent dit dat door de aanpassing van de waterhuishouding de aanvoer van vers water uit de Ringvaart naar de Zuidplaspolder verbetert en de aanwezige duikers de komende jaren geen onderhoud meer nodig hebben.

Zienswijze

Het ontwerp-projectplan heeft van 30 juni tot en met 10 augustus 2022 voor inspraak ter inzage gelegen. Er is één zienswijze ontvangen. De reactie van het college op deze zienswijze is opgenomen in de nota van beantwoording. Deze nota kunt u vinden als bijlage bij deze bekendmaking.

Bent u het niet eens met dit besluit?

Dit besluit treedt in werking op de dag na bekendmaking. Belanghebbenden kunnen met ingang van de dag na die waarop het besluit bekend is gemaakt gedurende een periode van zes weken een beroepschrift indienen bij de rechtbank Rotterdam, sector Bestuursrecht, Postbus 50951, 3007 BM Rotterdam. Belanghebbenden die geen zienswijzen op het ontwerpbesluit naar voren hebben gebracht lopen het risico dat zij niet-ontvankelijk worden verklaard in hun beroep.

Het beroepschrift moet worden ondertekend en tenminste naam en adres van de indiener, dagtekening van het beroep, een omschrijving van het besluit waartegen het beroep is gericht en de gronden van het beroep, bevatten. Als u beroep instelt moet u griffierecht betalen.

Het instellen van beroep schort de werking van dit besluit niet op. Als onverwijlde spoed dat vereist kan gelijktijdig om een voorlopige voorziening worden verzocht bij de president van de rechtbank Rotterdam, sector Bestuursrecht, Postbus 50951, 3007 BM Rotterdam.

U kunt ook digitaal beroep instellen bij genoemde rechtbank via

http://loket.rechtspraak.nl/bestuursrecht. Daarvoor moet u wel beschikken over een elektronische handtekening (DigiD). Kijk op de genoemde site voor de precieze voorwaarden.

Heeft u vragen?

Voor vragen en/of meer informatie kunt u bellen met R. de Kat , 010 – 045 37 200.

Projectplan Waterwet

3 PLAN VAN AANPAK EN PLANNING

3.2 Technische beschrijving

3.2.1 Plaatsen waterinlaat Westringdijk

In de zuidwesthoek van de Zuidplaspolder heeft het hoogheemraadschap geen eigen controle over de hoeveelheid in te laten water vanuit de Ringvaart naar het peilgebied GPG-891. Het hoogheemraadschap beschikt niet over een eigen inlaatvoorziening. In de huidige situatie wordt water direct vanuit de Ringvaart de polder ingelaten door verschillende particuliere inlaten. De particuliere inlaten zitten er vaak al tientallen jaren en dienden van oudsher om de tuinders (glastuinbouw) van water te voorzien. Doordat deze inlaten in particulier bezit zijn, heeft het hoogheemraadschap geen controle op de hoeveelheid water die wordt ingelaten. Dit is zowel onder natte als droge weersomstandigheden een onwenselijke situatie. Voor een bedrijfszeker peilbeheer in peilgebied GPG-891 wordt daarom een nieuwe inlaatvoorziening gerealiseerd die in beheer, bediening en onderhoud komt bij het hoogheemraadschap. Naast de realisatie van de inlaat moeten ook nog meer maatregelen getroffen worden om de aanvoer van water te waarborgen.

Figuur 7: Locatie waterinlaat Westringdijk

De functie van de waterinlaat betreft het transporteren van water, te weten het inlaten van water uit de boezem (Ringvaart) naar de te verruimen watergang. Tijdens de werkzaamheden voor de nieuwe waterinlaat wordt het wegverkeer en het dijklichaam gekruist.

Uiteinde inlaatleiding

De instroomconstructie wordt voorzien van een droogzetvoorziening. Direct na de overstort, voor de waterinlaat, wordt een leidingspindelafsluiter toegepast. Het uiteinde van de inlaatleiding aan de uitstroomzijde moet uitkomen in de doorgaande watergang OWA-8339. Ook bij de uitstroomzijde wordt een leidingspindelafsluiter geplaatst. De afsluiters mogen niet door onbevoegden kunnen worden bediend.

Inlaat Ringvaart

Oeverbescherming van de Ringvaart wordt toegepast door een damwand over een breedte van 2 meter aan weerszijden van de instroomzijde. Deze damwand wordt ook onder de inlaat gezet. Op deze manier kan hij als steun en kwelscherm fungeren:

•De damwand wordt vervaardigd van hardhout met duurzaamheidsklasse 1 en een dikte van 6 centimeter;

•De hoogte van de planken neemt vanaf 1 meter afstand af, zodat deze geleidelijk in het maaiveld/talud overloopt;

•De onderkant van de damwandplanken reikt tot tenminste 1 meter onder het bodemniveau van de Ringvaart. De damwandplanken hebben een minimale afmeting van 6 meter en reiken tot NAP -7,85 meter;

•De bovenkant van de damwandplanken wordt afgewerkt met een gordingsbalk (100 mm x 150 mm) aan de binnen- en buitenzijde.

Bodembescherming

Indien noodzakelijk bodembescherming in de Ringvaart wordt toegepast middels betonnen bedrijfsvloerplaten of gelijkwaardig, afmeting: 1.000 x 2.000 mm. Onder de bodembescherming moet een grondverbetering worden aangebracht met een laagdikte van minimaal 15 centimeter.

Leiding nieuwe waterinlaat

De leiding van de nieuwe waterinlaat wordt uitgevoerd in HDPE (PE 100 – SDR 11) met een diameter van 250 mm inwendig. De gronddekking op de leiding bedraagt tenminste 1,0 meter. Achter de instroomconstructie (put) wordt rondom de leiding een kleikist toegepast met afmetingen: 1,0 meter x 1,5 meter x 1,5 meter. De lengte/diepte van de kleikist (1.0 m) dient afgestemd te worden met de wegbeheerder. In de kleikist wordt rondom de leiding een kwelscherm toegepast.

Uitstroomzijde inlaatvoorziening

De binnenbovenzijde van de inlaatleiding wordt ter plaatse van de uitstroomzijde op een hoogte van NAP -5,92 meter aangelegd, overeenkomende met 0,10 meter onder het vastgestelde waterpeil van watergang OWA-8339 (GPG-888 = vast peil NAP -5,82 meter).

De oeverbescherming bij watergang OWA-8339 wordt toegepast door een hardhouten beschoeiing met duurzaamheidsklasse 1. De achterzijde van de beschoeiing wordt voorzien van een gronddicht doek.

De bodembescherming bij watergang OWA-8339 wordt toegepast door betonnen bedrijfsvloerplaten of gelijkwaardig, afmeting: 1 meter x 2 meter en 12 centimeter dik in overleg met eigenaar. De bovenzijde van de plaat reikt niet hoger dan de vaste waterbodem en beneden de aanlegdiepte van de watergang. Onder de bodembescherming wordt een grondverbetering aangebracht met een dikte van 15 centimeter. Direct voor de beschoeiing aan de landzijde wordt de leiding voorzien van een leidingafsluiter. De afsluiter mag niet door onbevoegden kunnen worden bediend. De leiding steekt 20 centimeter voorbij de beschoeiing in het water uit. De aanwezigheid van de leiding wordt gemarkeerd door aan beide zijden ervan een perkoenpaal met witte kop te plaatsen. Afhankelijk van de exacte locatie, dient oeverbescherming te worden toegepast aan de overzijde van de uitstroom. De uitstroom dient uit te komen in het brede deel van de watergang.

Instroomconstructie (Inlaat)

De instroomconstructie moet opschotbaar zijn middels schotbalken tot minimaal NAP -1,95 m, de breedte van de instroom is minimaal 1 meter en er wordt een krooshek/vuilrooster (RVS) toegepast. De hoogte binnenbovenkant leiding is N.A.P – 2,45 m. De spijlen en spijlafstand en overige kenmerken van het vuilrooster moeten worden afgestemd met de peilbeheerder van het hoogheemraadschap. In de instroomconstructie wordt een leidingafsluiter toegepast. Aan de uitstroomzijde van de leiding wordt ook een leidingspindelafsluiter toegepast. De afsluiters mogen niet door onbevoegde kunnen worden bediend. De bodem van de instroomconstructie is minimaal NAP -3,15 m. Als oeverbescherming wordt een damwand toegepast over een breedte van 2 meter aan beide zijden van de put. De damwand wordt vervaardigd van hardhout met duurzaamheidsklasse 1 en een dikte van 6 cm. De hoogte van de planken neemt vanaf 1 meter afstand af zodat deze geleidelijk in het maaiveld/talud over loopt. De onderkant van de damwandplanken reikt tot tenminste 1 meter onder het vaste bodemniveau van de Ringvaart tot een diepte van NAP -7,85 meter, minimale lengte van de damplanken bedraagt 6 meter, ook ter plaatse van de put. De bovenkant van de damwandplanken wordt afgewerkt met een gordingsbalk (100 mm x 150 mm) aan de binnen- en buitenzijde. Putconstructie mag niet voorbij de doorgaande oeverlijn van de ringvaart uitsteken. De waterkeringbeheerder geeft akkoord op de tekeningen en berekeningen van de aannemer (opdrachtnemer).

Externe raakvlakken

Over het gebruik van de gronden zal overeenstemming moeten worden bereikt met de grondeigenaren en wegbeheerder. Het uitgangspunt is deze overeenstemming op minnelijke wijze te bereiken. Mocht dit onverhoopt niet lukken, zal er een gedoogplicht ingevolge de Waterwet opgelegd moeten worden of zullen de benodigde gronden worden onteigend.

De verwijdering van de bestaande inlaatvoorziening (indien overeenstemming wordt bereikt met de eigenaren) en aanleg van de nieuwe inlaatvoorziening onder de openbare weg en de daarmee gepaarde wegafsluitingen, omleidingsroutes, te treffen verkeersmaatregelen etc. worden afgestemd met de wegbeheerder, Gemeente Zuidplas en de waterkeringbeheerder (HHSK). De nieuwe inlaatvoorziening wordt (indien mogelijk) gerealiseerd op de locatie van de bestaande inlaatvoorziening.

Onderhoud kabels en leidingen en vrijkomende grond

Delen van kabels en leidingen die niet beschermd zijn door (mantel)buizen dienen bereikbaar te zijn voor inspectie en onderhoud.

De vrijkomende grond zal na milieutechnisch onderzoek en in overleg met de perceeleigenaar op het perceel kunnen worden verwerkt. De grond wordt vanaf het midden van de kavel, aflopend naar de sloten verwerkt. Indien de perceeleigenaar niet akkoord gaat met de verwerking van de grond op zijn perceel, dient de grond afgevoerd te worden volgens de geldende regels.

3.2.2 Te vervangen stuw KST-516

Het debiet van de schotbalkstuw bij een maatgevende afvoer bedraagt 1,5 m3/min waar bij de stuw een overstortbreedte heeft van 150 cm. De stuw wordt gerealiseerd met hardhouten damwandplanken of luciferplanken, duurzaamheidsklasse 1. De plankdikte bedraagt minimaal 60 mm.

De damwand loopt minimaal 1,5 meter door in het grondlichaam vanaf de insteek aan de bovenstroomsezijde. Als door lokale omstandigheden het niet mogelijk is om de damwand over deze afstand door te laten lopen, moet in overleg met het hoogheemraadschap een kleinere afstand worden bepaald en moeten eventueel aanvullende maatregelen worden getroffen om achterloopsheid en onderloopsheid te voorkomen. Aan de benedenstroomsezijde wordt bodem- en taludbescherming toegepast.

De bovenzijde van de damwand reikt tot minimaal NAP -5,22 meter, overeenkomende met 0,60 meter boven het vastgestelde waterpeil van watergang OWA-8339 (GPG-888 = vast peil NAP -5,82 meter). Stuw wordt voorzien van waaier om doorgang over de stuw te verhinderen. Indien gewenst door aanliggende eigenaar en dam aan westzijde zodat er vanaf het zuiden de stuw benaderd kan worden.

Bodembescherming wordt toegepast middels betonnen bedrijfsvloerplaten o.g., afmeting: 1 meter x 2 meter en 12 centimeter dik. De bestaande stuw wordt geheel verwijderd en afgevoerd.

Afbeelding 3: Te vervangen stuw KST-516

3.2.3 Verruimen watergang OWA-8339

De verruiming van de watergang vindt plaats vanaf de uitstroomconstructie van de nieuwe waterinlaat tot het perceel kadastraal bekend gemeente Nieuwerkerk aan den IJssel, sectie 2479 (Albert van ‘t Hartweg 44). De afmeting is 4 meter op de waterlijn, de diepte is minimaal 0,5 meter bij aanleg onder voorbehoud van verticaal evenwicht en stabiliteit van het talud.

Na overleg en akkoord van de perceel eigenaren wordt mogelijk een natuur vriendelijke oever aangelegd.

Van het perceel waar bebouwing staat in vorm van glastuinbouwkas is geen aanpassing aan het talud voorzien, mits het talud stabiel blijft.

De vrijkomende grond zal na milieutechnisch onderzoek en in overleg met de perceeleigenaar op het perceel kunnen worden verwerkt. De grond wordt vanaf het midden van de kavel, aflopend naar de sloot verwerkt, of zoals is afgesproken met de perceeleigenaar. Indien de perceeleigenaar niet akkoord gaat met de verwerking van de grond op zijn perceel, dient de grond afgevoerd te worden volgens de geldende regels.

3.2.4 Vervangen duikers Albert van ‘t Hartweg

De duikers in de Albert van ‘t Hartweg hebben diverse functies;

-Transporteren van water: de verbindingen tussen de watergangen door een grondlichaam;

-Passeren vissen;

-Kruisen wegverkeer;

-Kruisen gronddam.

Het water van Peilgebied GPG 891 dient via een verbinding onder de Albert van ‘t Hartweg afgevoerd te worden naar de peilscheiding stuw Albert van ‘t Hartweg . Per oprit dient een duiker te liggen van minimaal 1000 mm of een duiker(s) met minimaal een zelfde capaciteit. Indien dit niet haalbaar is, in verband met de aanwezigheid van ondergrondse kabels en leidingen en/of overige obstakels, dan moet per toegangsdam het aantal duikers, de vorm de en afmeting worden afgestemd met de hydroloog van het hoogheemraadschap.

De duiker in de gronddammen dient minimaal 20 centimeter lucht te hebben ten opzichte van het vastgestelde waterpeil.

De verbinding onder de dammen dient voldoende sterkte te hebben voor de verkeersbelasting. De toegangsdam moet minimaal 10 ton belasting kunnen dragen, of de verkeersklasse die door de gemeente wordt voorgeschreven.

Verificatiemethode: berekening

-De bestaande duikers dienen te worden verwijderd als deze kleiner zijn dan 900 mm;

-De verbindingen dienen vrij te zijn van ongelijke zettingen.

Toelichting: exclusief autonome achtergrondzetting

-Duikereinden moeten minimaal 20 cm uitsteken en maximaal 50 cm;

-Duikers dienen zo licht mogelijk te zijn in verband met zettingen;

-Het talud moet minimaal 1:1 worden afgewerkt;

-Het talud moet stabiel zijn.

Externe raakvlakken

De duikers dienen de aanwezige kabels en leidingen bovenlangs te kruisen. De uitvoering van kabels en leidingen dient te voldoen aan de algemene regel nr. 3. behorende bij de keur van HHSK. De oprit dient na werkzaamheden in dezelfde staat als voor aanvang van de werkzaamheden opgeleverd te worden.

De oorspronkelijk staat van de opritten dient door de aannemer (opdrachtnemer)vastgelegd te worden, zoals verhardingen (inclusief hoogtemetingen), hekwerk, brievenbus, beplantingen etc. De nul-situatie moet worden afgestemd en akkoord bevonden door de eigenaar/bewoner van het aanliggende perceel.

Onderhoud

Delen van kabels en leidingen die niet beschermd zijn door (mantel)buizen dienen bereikbaar te zijn voor inspectie en onderhoud. De oprit dient stabiel te zijn nabij de insteek van de watergang.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.