Aanhef
Bekendmaking
De verenigde vergadering van het hoogheemraadschap van Rijnland heeft op 27 januari 2021 de Verordening subsidie natuurvriendelijke oevers 2021 vastgesteld.
Deze verordening beschrijft de procedure voor het aanvragen en verlenen van subsidie bij de aanleg van natuurvriendelijke oevers.
Rijnland verleent al een aantal jaren subsidie voor de aanleg van natuurvriendelijke oevers. De subsidieverordening waarin dat was geregeld was toe aan actualisatie en modernisering. Verwijzingen naar verouderde wet- en regelgeving zijn geschrapt en de nieuwe verordening bestaat nog maar uit één document, waarin alle informatie over elk onderwerp bij elkaar staat en de verordening een logische opbouw en structuur heeft.
Tevens is de nieuwe verordening geschreven in eenvoudiger Nederlands. Hierdoor is de inhoud van de
verordening toegankelijker. Voor de subsidieaanvrager is direct duidelijk wat er nodig is bij een
subsidieaanvraag, waardoor de afhandelingstijd efficiënter is.
Tenslotte is het subsidiebedrag per aanvraag verhoogd, waardoor binnen de huidige begroting jaarlijks meer meters natuurvriendelijke oevers kunnen worden aangelegd.
Op grond van de Inspraakverordening Rijnland is voor subsidieverordeningen geen inspraak mogelijk.
Besluit
De verenigde vergadering van het hoogheemraadschap van Rijnland,
gelezen het voorstel van dijkgraaf en hoogheemraden d.d. 8 december 2020;
gelet op artikel 78, eerste lid, van de Waterschapswet, artikel 4:23, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 1.2, eerste lid van de Algemene Subsidieverordening Rijnland;
besluit:
vast te stellen de navolgende Verordening subsidie natuurvriendelijke oevers 2021.
HOOFDSTUK 1 BESCHIKBARE SUBSIDIE
Artikel 1.1 Uitleg van gebruikte woorden
a.Rijnland: het hoogheemraadschap van Rijnland;
b.college: dijkgraaf en hoogheemraden van het hoogheemraadschap van Rijnland;
c.subsidie: een aanspraak op financiële middelen, zoals staat in artikel 4:21 van de Algemene wet bestuursrecht. De subsidie is voor de werkelijk gemaakte kosten van de aanleg en inrichting van de natuurvriendelijke oever;
d.natuurvriendelijke oever: een oever met een geleidelijke overgang van land naar water. In de oever kunnen verschillende soorten planten en dieren leven. De oever is gemaakt volgens de regels in hoofdstuk 4 van deze verordening;
e.project: alle activiteiten die nodig zijn voor de aanleg en het onderhoud van een natuurvriendelijke oever.
Artikel 1.2 Begroting
1De subsidie komt uit de bestemmingsreserve natuurvriendelijke oevers van de begroting van het hoogheemraadschap van Rijnland.
2Het college bepaalt elk jaar bij de begroting de hoogte van het subsidieplafond.
Toelichting
Het subsidieplafond is het bedrag dat maximaal beschikbaar is voor het geven van subsidies in dat jaar.
Artikel 1.3 Subsidieplafond bereikt
1Het college weigert een subsidie als het subsidieplafond is bereikt.
2Na weigering van een subsidie, omdat het subsidieplafond is bereikt, schuift de subsidieaanvraag NIET door naar het volgende jaar.
Toelichting
Initiatiefnemer kan wel het volgende jaar een nieuwe aanvraag indienen.
Artikel 1.4 Maximale subsidie
1De subsidie is maximaal € 75,00 voor elke oeverlengte van 1 meter.
Toelichting
Dit bedrag is inclusief BTW. De subsidie is voor de werkelijk gemaakte kosten en kan dus ook lager zijn dan dit bedrag. Het gaat om de kosten voor de onderdelen uit afdeling 2.1.
2Natuur beherende organisaties krijgen maximaal 75% van € 75,00 subsidie voor elke oeverlengte van 1 meter.
Toelichting
Natuur beherende organisaties zijn rechtspersonen zoals agrarische natuurverenigingen, Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten en de provinciale Landschappen. Die organisaties hebben als doel het beheren en ontwikkelen van beschermde gebieden die door Rijk of provincie zijn aangewezen. Bijvoorbeeld Natuurmonumenten en Natura 2000-gebieden.Natuurlijke personen die beheerder zijn van natuurgebieden vallen hier ook onder.
Dit bedrag is inclusief BTW. De subsidie is voor de werkelijk gemaakte kosten en kan dus ook lager zijn dan dit bedrag. Het gaat om de kosten voor de onderdelen uit afdeling 2.1.
3Overheden krijgen maximaal 50% van € 75,00 subsidie voor elke oeverlengte van 1 meter.
Toelichting
Overheden zijn gemeenten, waterschappen, provincies en rijk, inclusief hun uitvoerende diensten. Zelfstandige bestuursorganen zijn voor deze verordening geen overheid.
Dit bedrag is inclusief BTW. De subsidie is voor de werkelijk gemaakte kosten en kan dus ook lager zijn dan dit bedrag. Het gaat om de kosten voor de onderdelen uit afdeling 2.1.
4Een aanvrager of een project kan elk jaar maximaal € 50.000,- subsidie krijgen.
Toelichting
Een project kan elk jaar één keer een subsidie krijgen van maximaal € 50.000,-. Het is niet mogelijk dat meerdere partijen subsidie krijgen voor hetzelfde project.
Een aanvrager krijgt elk jaar maximaal € 50.000,- subsidie. Zo wordt voorkomen dat één aanvrager met aanvragen voor meerdere projecten aanspraak maakt op het totale subsidiebudget.
Het maximale bedrag is inclusief BTW.
5Een aanvrager krijgt één keer subsidie voor een bepaalde strekking van een natuurvriendelijke oever.
HOOFDSTUK 2 WANNEER WEL OF GEEN SUBSIDIE
AFDELING 2.1 WEL SUBSIDIE
Artikel 2.1 Afgraven van de oever
Het college geeft subsidie voor het afgraven van bestaande oevers met of zonder beschoeiing.
Toelichting
Rijnland geeft subsidie voor het afgraven van een oever voor de aanleg van een natuurvriendelijke oever. Soms wil een aanvrager extra water graven. Rijnland geeft daar geen subsidie voor. Extra gegraven water moet apart worden genoemd in de aanvraag, de financiële onderbouwing en op de tekening. Zodat duidelijk is welk water gegraven wordt voor de natuurvriendelijke oever en welk water extra is.
Artikel 2.2 Beplanting
Het college geeft subsidie voor de beplanting van een natuurvriendelijke oever.
Toelichting
Beplanting: de inheemse gebiedseigen oeverplanten die in de natuurvriendelijke oever worden gezet. Rijnland geeft subsidie voor de kosten van de oeverplanten en voor de kosten van het plaatsen van deze planten in de oever. Rijnland geeft ook subsidie voor vegetatiematten of -rollen met voorgegroeide oeverplanten.
Advies: Rijnland heeft een lijst met voorbeelden van inheemse soorten oeverplanten die goed groeien in een natuurvriendelijke oever. Er is ook een lijst van oeverplanten met het advies om deze niet te planten. Op onze website staan de lijsten met oeverplanten.
Rijnland mag planten weigeren. Dit geldt vooral voor niet inheemse planten of plantensoorten die niet eerder in een gebied voorkwamen.
Artikel 2.3 Afrastering
Het college geeft subsidie voor een afrastering.
Toelichting
Een afrastering is bijvoorbeeld een hek, schrikdraad of gaas tegen schade door dieren. De afrastering zorgt ervoor dat vee, ganzen of andere dieren niet in de natuurvriendelijke oever kunnen komen en de planten opeten.
Artikel 2.4 Onderwaterbeschoeiing
Het college geeft subsidie voor een onderwaterbeschoeiing.
Toelichting
Een onderwaterbeschoeiing is een oeververdediging. Bij diepere watergangen met steile oevers kan het aanbrengen van een onderwaterbeschoeiing nodig zijn. Dat voorkomt dat de grond van de onderwateroever wegzakt in de watergang. Jonge planten hebben dan meer kans om te ontwikkelen.
De onderwaterbeschoeiing en de volgroeide planten in de oever gaan samen afslag van de oever tegen bij golfslag door wind of boten.
De beschoeiing blijft onder water. Omdat hout onder water niet snel wordt aangetast, kan een goedkopere houtsoort worden gebruikt. Gebruik alleen hout met een FSC-keurmerk.
AFDELING 2.2 GEEN SUBSIDIE
Artikel 2.5 Vooroeververdediging en golfbreker
Het college geeft geen subsidie voor de materiaalkosten en het plaatsen van een vooroeververdediging en/of een golfbreker.
Artikel 2.6 Oever in een vaarweg
Het college geeft geen subsidie voor een natuurvriendelijke oever in een vaarweg.
Toelichting
Groot risico op beschadiging van de oever door golven veroorzaakt door scheepvaart.
Artikel 2.7 Oever in een jachthaven
Het college geeft geen subsidie voor een natuurvriendelijke oever in een jachthaven.
Toelichting
In een jachthaven is veel activiteit en golfslag door langsvarende boten. Hierdoor ontstaat schade aan de onderwaterplanten.
Artikel 2.8 Begroeide oever
Het college geeft geen subsidie voor een natuurvriendelijke oever in een al begroeide oever. Het college beoordeelt dit.
Toelichting
De aanleg moet een verbetering zijn voor het watersysteem. Dat is niet zo als de oever al natuurvriendelijk is. Een oever is natuurvriendelijk als er al een natte zone is met oeverplanten met een gemiddelde breedte van 1 meter of meer. En als daarbinnen de horizontale bedekking 50% of meer is.
Artikel 2.9 Oever korter dan 20 meter
Het college geeft geen subsidie voor een natuurvriendelijke oever die korter is dan 20 meter.
Toelichting
Een oever die korter is dan 20 meter heeft te weinig positief effect voor de waterkwaliteit.
Artikel 2.10 Oever langer dan 700 meter
Het college geeft geen subsidie voor een natuurvriendelijke oever die langer is dan 700 meter.
Toelichting
Met deze maximale lengte wil Rijnland voorkomen dat aanvragers vele kilometers natuurvriendelijke oever gaan aanleggen. En daarmee een onevenredig groot deel van het jaarlijks beschikbare subsidiebudget gebruiken.
Artikel 2.11 Bemoeilijken onderhoud door Rijnland
Het college geeft geen subsidie voor een natuurvriendelijke oever als de aangelegde oever het onderhoud van de watergang door Rijnland moeilijker maakt.
Artikel 2.12 Kadeherstel
Het college geeft geen subsidie voor een natuurvriendelijke oever die op een plek komt waar herstel van een kade of dijk nodig is.
Artikel 2.13 Kleine kans op goede ontwikkeling van de oever
Het college geeft geen subsidie voor een natuurvriendelijke oever als de kans op een goede ontwikkeling van de oever niet groot is. Dit beoordeelt Rijnland.
Toelichting
Voorbeelden van kleine kans op goede ontwikkeling:
•Een oever op de windzijde van een plas met grote strijklengte. De strijklengte is de ononderbroken afstand waarover de wind over het water kan waaien. De strijklengte is bepalend voor de grootte van de golven. De effectieve strijklengte is pas echt groot in water, waarbij de breedte en lengte ongeveer even groot zijn. Bijvoorbeeld bij meren. Bij smallere watergangen wordt de strijklengte sterk beperkt door de breedte van de watergang.
•Oevers waar bomen langs groeien, waardoor de oever grote delen van de dag in de schaduw ligt. Beplanting ontwikkelt dan onvoldoende. De afstand van de bomen tot de natuurvriendelijke oever moet minimaal 5 meter zijn. Bij hoge bomen geldt als afstand de hoogte van de bomen.
•Risico van veel bladval van bomen en struiken in de oever.
•Aanwezigheid van exotische waterplanten en oeverplanten. Bijvoorbeeld grote waternavel, waterteunisbloem, Aziatische duizendknoopsoorten, reuzenberenklauw of reuzenbalsemien.
•Aanhoudend veel ganzen en zwanen vlakbij de oeverlocatie. Risico dat beplanting wordt opgegeten.
•In watergangen met stroomsnelheden groter dan 0,2 m/s. Omdat er dan grotere kans is op wegspoelen van de oever.
Artikel 2.14 Aanleg oever al begonnen
Het college geeft geen subsidie voor een natuurvriendelijke oever als de aanleg van de oever al is begonnen voordat de subsidie is aangevraagd.
Artikel 2.15 Winst maken
Het college geeft geen subsidie voor een natuurvriendelijke oever als de aanvrager met de uitvoering van de activiteiten winst wil maken.
Artikel 2.16 Verplichting volgens de Keur 2020 van Rijnland
1Het college geeft geen subsidie voor een natuurvriendelijke oever als er een vergunning volgens de Keur 2020 nodig is, maar die niet is verleend.
2Het college geeft geen subsidie voor een natuurvriendelijke oever als er maatwerk volgens de Keur 2020 nodig is, maar die niet is verleend.
3Het college geeft geen subsidie voor een natuurvriendelijke oever als er een melding volgens de Keur 2020 nodig is, maar die niet is gedaan.
Artikel 2.17 Compensatie voor demping
Het college geeft geen subsidie voor het afgraven van een natuurvriendelijke oever als de oever een compensatie is voor een demping. Het college kan dan wel subsidie geven voor de beplanting van de oever.
Toelichting
U kunt in aanmerking komen voor een subsidie voor de beplanting van de oever, als de afgegraven oever voldoet aan de voorschriften uit hoofdstuk 4: Aanleggen van de natuurvriendelijke oever.
De verplichting voor compensatie van een demping staat in de Keur 2020.
Artikel 2.18 Compensatie voor toename verhard oppervlak
Het college geeft geen subsidie voor het afgraven van een natuurvriendelijke oever als de oever een compensatie is voor een toename van verhard oppervlak. Het college kan dan wel subsidie geven voor de beplanting van de oever.
Toelichting
U kunt in aanmerking komen voor een subsidie voor de beplanting van de oever, als de afgegraven oever voldoet aan de voorschriften uit hoofdstuk 4: Aanleggen van de natuurvriendelijke oever.
De verplichting voor compensatie van toename verhard oppervlak staat in de Keur 2020.
Artikel 2.19 Compensatie voor verdwijnen natuurwaarden op andere plaats
Het college geeft geen subsidie voor een natuurvriendelijke oever als de oever een compensatie is voor het verdwijnen van natuurwaarden.
Toelichting
Een voorbeeld. Ergens verdwijnt een stuk natuur of een natuurvriendelijke oever door een demping, overkluizing (brug) of beschoeiing. De aanvrager moet dan zorgen dat er een stuk natuur of een natuurvriendelijke oever terugkomt. Hiervoor geeft Rijnland geen subsidie.
De verplichting voor compensatie van het verlies van natuurwaarden staat in de Keur 2020.
Artikel 2.20 Uitvoeringsmaatregel waterplan gemeente
Het college geeft geen subsidie voor een natuurvriendelijke oever als de oever een uitvoeringsmaatregel is van een gemeentelijk waterplan.
Toelichting
De aanleg van zo’n oever kost veel en drukt zwaar op het beschikbare subsidiebudget voor subsidies aan derden. Medefinanciering van deze oevers gaat daarom via een kredietaanvraag.
Artikel 2.21 Niet in belang van Rijnland
Het college geeft geen subsidie voor een natuurvriendelijke oever als de activiteiten geen relatie hebben met de reglementaire taken van Rijnland, of op een andere manier niet in het belang van Rijnland zijn.
Toelichting
Reglementaire taken van Rijnland: Veilige keringen en voldoende en gezond water.
Niet in het belang van Rijnland: Onze taken komen in gevaar of worden moeilijker uit te voeren.
HOOFDSTUK 3 PROCEDURE SUBSIDIEVERLENING
AFDELING 3.1 DE AANVRAAG
Artikel 3.1 Datum indienen aanvraag
De subsidie moet voor 1 mei schriftelijk worden aangevraagd bij het college.
Toelichting
Rijnland gebruikt de datum van 1 mei omdat in de periode daarna de locatiebezoeken gebeuren. Vanaf het voorjaar is namelijk goed te beoordelen of de locatie geschikt is voor een natuurvriendelijke oever. De al aanwezige natuur en beplanting in de oever is dan goed te zien. En ook de schaduwwerking van bomen is in het voorjaar beter te controleren dan in de winterperiode.
Artikel 3.2 Eisen uit Algemene wet bestuursrecht
Voor een subsidieaanvraag gelden de eisen uit artikel 4:2 van de Algemene wet bestuursrecht.
Toelichting
In artikel 4:2 van de Algemene wet bestuursrecht staan de algemene eisen voor een subsidieaanvraag: naam en adres van de aanvrager, de datum van de aanvraag, en een ondertekening. De aanvrager geeft bij de aanvraag alle gegevens en documenten die Rijnland nodig heeft om te beslissen op de aanvraag.
Artikel 3.3 Ontwerp natuurvriendelijke oever
1Bij de aanvraag zit een volledig en overzichtelijk ontwerp van de natuurvriendelijke oever dat voldoet aan de eisen in hoofdstuk 4.
2Bij de aanvraag zitten in ieder geval tekeningen, werkomschrijvingen, offertes en een begroting van het project. Offertes moeten worden uitgebracht door een bedrijf dat ingeschreven staat bij de Kamer van koophandel.
Toelichting
Een aanvrager kan afwijken van het natuurvriendelijk onderhoud zoals dat staat in hoofdstuk 5. Voeg dan bij de subsidieaanvraag een onderhoudsplan met de onderhoudsmaatregelen voor water en oever. Zie hiervoor de voorwaarden uit artikel 5.4.
Artikel 3.4 Onvoldoende gegevens
Het college kan de aanvrager om aanvullende gegevens vragen als de aanvraag onvoldoende gegevens bevat. Dit kan op grond van artikel 4.5 van de Algemene wet bestuursrecht
Artikel 3.5 Aanvraag voldoet niet
Het college kan de aanvrager om aanvullende gegevens vragen als de aanvraag op een andere manier niet voldoet aan de eisen in dit artikel. Dit kan op grond van artikel 4.5 van de Algemene wet bestuursrecht.
Toelichting
Rijnland vraagt om aanvullende gegevens als delen van de aanvraag ontbreken. Bijvoorbeeld het aanvraagformulier, tekeningen, of een financiële onderbouwing. Rijnland kan ook om aanvullingen vragen als een ontwerp of het onderhoudsplan van een natuurvriendelijke oever niet voldoet. Rijnland kan dan in overleg meedenken over een oplossing.
AFDELING 3.2 VERDELEN SUBSIDIEBUDGET
Artikel 3.6 Puntensysteem
Is het totaal aan aangevraagde subsidies hoger dan het beschikbare subsidiebudget, dan beoordeelt het college de subsidieaanvragen met een puntensysteem.
Artikel 3.7 Punten
1De oever ligt in een natuurgebied van het Nationaal Natuur Netwerk: 10 punten
2De oever ligt in een KRW-waterlichaam: 10 punten
3De oever ligt aan een watergang smaller dan 10 meter: 10 punten
4De lengte van de aan te leggen oevers is aaneengesloten ≥ 20 ≤ 40 meter: 2 punten
5De lengte van de aan te leggen oevers is aaneengesloten >40 ≤ 60 meter: 4 punten
6De lengte van de aan te leggen oevers is aaneengesloten > 60 ≤ 80 meter: 6 punten
7De lengte van de aan te leggen oevers is aaneengesloten > 80 ≤ 100 meter: 8 punten
8De lengte van de aan te leggen oevers is aaneengesloten > 100 meter: 10 punten + 2 extra punten voor elke 50 meter extra oeverlengte tot en met maximaal 700 meter.
Artikel 3.8 Aantal punten
1De aanvraag met de meeste punten komst het eerst in aanmerking voor subsidie.
2Als aanvragen evenveel punten hebben, dan heeft de aanvraag die door het college als eerste compleet is ontvangen als eerste recht op subsidie.
AFDELING 3.3 SUBSIDIEBESLUIT
Artikel 3.9 Binnen acht weken besluit
Het college besluit binnen acht weken na de datum 1 mei of de subsidie wordt verleend.
Artikel 3.10 Maximaal mogelijke subsidiebedrag
In het subsidiebesluit staat het subsidiebedrag dat maximaal kan worden gegeven.
Artikel 3.11 Verplichtingen
In artikel 4:37 van de Algemene wet bestuursrecht staan verplichtingen die het college aan de subsidieontvanger kan opleggen. Het college kan ook andere verplichtingen opleggen die nodig zijn om te voldoen aan het doel van de subsidie.
AFDELING 3.4 VASTSTELLEN EN UITBETALEN SUBSIDIE
Artikel 3.12 Verzoek vaststellen subsidie
1De subsidieontvanger stuurt een verzoek naar het college om de subsidie vast te stellen. Dit staat in artikel 4.44 van de Algemene wet bestuursrecht.
2De subsidieontvanger doet dit:
a.binnen twaalf weken na de oplevering van het project.
b.maximaal 24 maanden na het verlenen van de subsidie.
3Vóór de afloop van de 24 maanden kan de subsidieontvanger het college schriftelijk vragen deze periode te verlengen.
4De verlenging is éénmalig en voor een periode van maximaal één jaar.
Toelichting
De aanvrager laat zien dat de natuurvriendelijke oever is gemaakt volgens de verplichtingen die aan de subsidie zijn verbonden. Dit staat in artikel 4:45 van de Algemene wet bestuursrecht.
Met de aanvraag voor het vaststellen van de subsidie stuurt de aanvrager minimaal rekeningen, betalingsbewijzen en werkrapporten mee.
Rijnland geeft subsidie voor de werkelijk gemaakte kosten van het aanleggen en inrichten van een natuurvriendelijke oever. Uit de toegestuurde informatie blijkt duidelijk wat deze werkelijk gemaakte kosten zijn.
Artikel 3.13 Vaststellen subsidie
1Na ontvangst van het verzoek voor het vaststellen van de subsidie, stelt het college binnen acht weken het subsidiebedrag vast.
2Het college meldt de aanvrager als de subsidie niet binnen acht weken kan worden vastgesteld. Daarbij noemt het college een redelijke periode waarbinnen ze het besluit wel nemen.
3In een besluit tot vaststellen van de subsidie staat het subsidiebedrag en een omschrijving van het gesubsidieerde project.
4In een besluit tot vaststellen van de subsidie staat de verplichting tot betalen van het subsidiebedrag.
Artikel 3.14 Uitbetalen subsidie
De uitbetaling van de subsidie is binnen acht weken na vaststelling.
Artikel 3.15 Wijzigen of intrekken subsidie
Er kan een herberekening volgen als de subsidieontvanger na het vaststellen van de door het college verleende subsidie, ook subsidies of bijdragen van derden kreeg.
HOOFDSTUK 4 AANLEGGEN VAN DE NATUURVRIENDELIJKE OEVER
Artikel 4.1 Ontwerp natuurvriendelijke oever
1Maak een geleidelijke overgang van water naar land door vanaf de oeverlijn landinwaarts een flauw talud af te graven.
2De helling van het talud is maximaal 1:3, maar bij voorkeur flauwer.
3Het flauwe talud begint minimaal 50 cm onder het waterpeil, zo mogelijk dieper.
4Het flauwe talud loopt door tot ten minste 30 cm boven de waterlijn.
5Het flauwe talud onder water is ten minste 1,50 meter breed.
6Het flauwe talud boven water is ten minste 1,00 meter breed.
7In water met een leggerdiepte van minder dan 50 cm legt u een oever aan door vanaf de grootste waterdiepte een talud van 1:5 te vergraven.
8De onderwaterbeschoeiing blijft 10 cm onder het laagste waterpeil. Dat is het winterpeil.
Toelichting
Het winterpeil kunt u vinden op de kaarten met peilbesluiten op de website van Rijnland.
Artikel 4.2 Ontwerp natuurvriendelijke oever achter een vooroeververdediging
1Alle voorschriften uit artikel 4.1 gelden ook voor een natuurvriendelijke oever achter een vooroeververdediging.
2De natuurvriendelijke oever achter de vooroeververdediging blijft watervoerend. Daarom moet in de vooroeververdediging per 50 strekkende meter, minstens één opening van minimaal 1 meter breed en 30 cm hoog zijn gemaakt.
Toelichting
Voor het maken van een vooroeververdediging krijgt u geen subsidie.
Artikel 4.3 Gebruik niet-uitloogbare houtsoorten
Gebruik bij toepassing van hout alleen niet-uitloogbare houtsoorten die het FSC-keurmerk hebben. Een ander door Rijnland geaccepteerd keurmerk mag ook.
Artikel 4.4 Oever aanleggen tijdens broedseizoen en paaiperiode
1Verstoor de aanwezige dieren niet tijdens de aanleg van de natuurvriendelijke oever.
2Zorg dat u voldoet aan de eisen uit de Wet natuurbescherming, onderdeel soortenbescherming.
Toelichting
Sinds 1 januari 2017 is de juridische bescherming van natuurwaarden geregeld in de Wet natuurbescherming. Bij het aanleggen en onderhouden van een natuurvriendelijke oever is het onderdeel soortenbescherming van toepassing. Natuurvriendelijk werken, voor alle in het wild levende dieren en planten, is daarbij het uitgangspunt. Vermijd handelingen die nadelige gevolgenkunnen hebben voor alle in het wild levende planten en dieren en hun directe leefomgeving. Dit geldt vooral in de maanden maart tot en met augustus, in deze maanden valt de paaiperiode van vissen en het broedseizoen van vogels.
Artikel 4.5 Zorgplicht
Werk bij de aanleg van de natuurvriendelijke oever volgens de zorgplicht uit artikel 3.1 van de Keur 2020 van Rijnland.
Artikel 4.6 Werkplan en begroting
1Voer het project uit zoals staat in het ingediende werkplan, met de tekeningen die erbij horen.
2Voer het project uit binnen de begroting waarop de subsidie is verleend.
Artikel 4.7 Melden en toestemming vragen
1Meld de start van het werk ten minste één week van tevoren bij het college.
2Meld alle informatie die voor de subsidieverplichtingen belangrijk kunnen zijn aan het college.
3Meld alle informatie die voor de uitvoering van het project belangrijk kunnen zijn aan het college.
4Vraag schriftelijk en gemotiveerd toestemming aan het college voor een wijziging van het plan of de begroting. Dit doet u voor de start van de werkzaamheden.
HOOFDSTUK 5 ONDERHOUDEN VAN DE NATUURVRIENDELIJKE OEVER
AFDELING 5.1 ONDERHOUD
Artikel 5.1 Natuurvriendelijk onderhoud
Het onderhoud van de natuurvriendelijke oever gebeurt natuurvriendelijk volgens de methode die staat in afdeling 5.2.
Artikel 5.2 Onderhoudsverplichting
De natuurvriendelijke oever moet 10 jaar natuurvriendelijk worden onderhouden.
Toelichting
Toezichthouders van Rijnland kunnen in die 10 jaar komen controleren of de natuurvriendelijke oever nog in goede staat is en op de juiste manier wordt onderhouden.
Artikel 5.3 Onderhoudsverplichting rechtsopvolger
1Een rechtsopvolger van de subsidieontvanger onderhoudt de natuurvriendelijke oever volgens de methode die staat in afdeling 5.2.
Toelichting
Bij verhuizing van de perceeleigenaar of verkoop van het eigendom moet de nieuwe eigenaar de natuurvriendelijke oever onderhouden. Dit doet de nieuwe eigenaar volgens de voorschriften uit hoofdstuk 5 van deze verordening.
2De subsidieontvanger moet bij verkoop van zijn eigendom in de verkoopovereenkomst alle verplichtingen opnemen uit hoofdstuk 5: Onderhoud natuurvriendelijke oever.
3De subsidieontvanger moet bij verkoop van zijn eigendom in de verkoopovereenkomst opnemen dat de rechtsopvolger bij verkoop ook weer moet voldoen aan lid 2.
Artikel 5.4 Andere manier van natuurvriendelijk onderhoud
1Afwijken van het natuurvriendelijk onderhoud zoals staat in afdeling 5.2 kan. Voeg dan bij de subsidieaanvraag een onderhoudsplan met de onderhoudsmaatregelen voor water en oever.
2In dat onderhoudsplan staat minimaal:
•de methode van onderhoud;
•de frequentie van onderhoud;
•de plaats waar de werkzaamheden worden uitgevoerd;
•het tijdstip van onderhoud.
Artikel 5.5 Geen wijzigingen van de oever door onderhoud
Door het onderhoud verandert de (verdedigende) constructie, het profiel of het ontwerp van de oever niet.
Artikel 5.6 Geen bestrijdingsmiddelen
Gebruik geen chemische bestrijdingsmiddelen in of binnen 5 meter van een natuurvriendelijke oever.
AFDELING 5.2 NATUURVRIENDELIJK ONDERHOUD
Artikel 5.7 Waterplanten maaien en verwijderen
1Maai en verwijder de waterplanten één keer per jaar in september of oktober. In deze maanden vindt de minste verstoring plaats.
2Spaar per onderhoudsbeurt ten minste 10% van de planten in het water, door de randen niet mee te maaien.
3Maai waterplanten 20 cm boven de waterbodem af. Trek ze niet uit de bodem.
Toelichting
Gebruik bij voorkeur een maaikorf.
Artikel 5.8 Oeverplanten maaien en verwijderen
1Maai en verwijder de oeverplanten in september of oktober. In deze maanden vindt de minste verstoring plaats.
2De eerste twee jaar maait en verwijdert u de oeverplanten één of twee keer per jaar. Daarna maait en verwijdert u de oeverplanten één keer per jaar.
3Spaar per onderhoudsbeurt tenminste 75% van de oeverplanten. Dit doet u door delen van de droge oever niet te maaien. Dus elk jaar afwisselend 25% maaien en 75% laten staan.
4Maai planten op het droge 20 cm boven de bodem af.
5Het is niet toegestaan de oeverplanten te klepelen.
Artikel 5.9 Waterbodem baggeren en uitkrabben
1Doe de werkzaamheden in september of oktober.
2Baggeren en uitkrabben doet u ongeveer één keer per acht jaar. Bij snellere verlanding de kanten eerder uitkrabben.
3Spaar bij het baggeren per onderhoudsbeurt tenminste 25% van de waterbodem. Dit doet u door de bagger aan de randen van de watergang niet te verwijderen.
Toelichting
Gebruik bij het baggeren bij voorkeur een baggerspuit of hydraulische stofzuiger.
4Uitkrabben doet u met een maai/hark combinatie. De droge vegetatie maaien en met de hark de aangeslibde bagger uit de kant krabben.
HOOFDSTUK 6 ALGEMEEN
Artikel 6.1 De subsidieverordening
1De verordening heet: Verordening subsidie natuurvriendelijke oevers 2021.
Toelichting
De inhoud van de subsidieverordening is voor een belangrijk deel gemaakt volgens:
•De bepalingen van hoofdstuk 4, titel 4.2 Subsidies, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
•De bepalingen uit de Algemene Subsidie Verordening (ASV).
2Deze verordening geldt vanaf de eerste dag na de bekendmaking.
3Een subsidieaanvraag die is ingediend voordat deze verordening geldig was, behandelt het college volgens de Verordening subsidies natuurvriendelijke oevers en vispaaiplaatsen 2017.
4Het college geeft een subsidie aan een aanvrager die een natuurvriendelijke oever gaat aanleggen.
Artikel 6.2 Afwijken van de subsidieverordening
1In bijzondere situaties kan het college afwijken van deze verordening.
2Het college beoordeelt of er een bijzondere situatie is.
Toelichting
Een bijzondere situatie is een ongewone gebeurtenis die niet vaak voorkomt. Bijvoorbeeld de coronacrisis.