Waterschapswetten

Vaarwegenverordening Rijnland 2019

Hoogheemraadschap van Rijnland · geldt sinds 1 mei 2019

Aanhef

De verenigde vergadering van het hoogheemraadschap van Rijnland heeft op 13 maart 2019 besloten dat het vaarverbod voor de Zoetermeerse Plas in de Vaarwegenverordening Rijnland komt te vervallen.

Context

Aanleiding voor deze wijziging is het besluit van de gemeente Zoetermeer om een vaarverbod op de Zoetermeerse Plas in de Algemene Plaatselijke Verordening op te nemen. Dit besluit van de gemeente is op 12 april 2019 van kracht geworden.

Dijkgraaf en hoogheemraden hebben het ontwerpbesluit op 30 oktober 2018 vastgesteld, waarna het van 15 november 2018 tot en met 27 december 2018 ter inzage heeft gelegen. Er zijn geen zienswijzen ingediend.

De vaarvergunninghouders zullen van de gemeente een brief ontvangen, waarin de gevolgen voor het varen op de Zoetermeerse Plas worden uitgelegd.

Het vv-besluit kunt u hiernaast raadplegen (18.140834).

De Vaarwegenverordening Rijnland 2019 staat hieronder.

1Inleiding

Rijnland is verantwoordelijk voor het waterbeheer, inclusief de afvalwaterzuivering en de waterstaatkundige veiligheid in het gebied dat globaal is gelegen tussen Wassenaar, Gouda, Amsterdam en IJmuiden. Naast de

verantwoordelijkheid voor het waterbeheer heeft Rijnland ook een beperkt aantal taken op het gebied van het vaarwegbeheer en het nautisch beheer.

Vaarwegbeheer: het in stand houden van de scheepvaartweg ten behoeve van de scheepvaart door baggeren, vrij houden van obstakels, onderhoud van oevers en kunstwerken.

Nautisch beheer: Regeling van het verkeer op het water (Scheepvaartverkeerswet).

2Kader

In het belang van een vlot en veilig verloop van het scheepvaartverkeer, het in stand houden van de scheepvaartwegen en het voorkomen of beperken van schade door de scheepvaart aan waterstaatkundig gezien kwetsbare wateren,heeft Rijnland op grond van artikel 3 lid 4 van het Reglement van bestuur voor het hoogheemraadschap van Rijnland en de aanwijzingsbesluiten van de provincies Zuid- en Noord-Holland, alsmede op grond van artikel 42 van Scheepvaartverkeerswet in voorliggende Vaarwegenverordening regels gesteld voor de onder beheer van Rijnland vallende scheepvaartwegen. Van de in deze verordening opgenomen ge- en verboden kan het college bij (vaar)vergunning een ontheffing verlenen.

3Voorwaarden

Artikel 1 Begripsomschrijvingen:

In deze regeling wordt verstaan onder:

a.college: het college van dijkgraaf en hoogheemraden van Rijnland;

b.gemotoriseerd vaartuig: een vaartuig zoals omschreven in artikel 1, eerste lid sub b, van de Scheepvaartverkeerswet, dat is voorzien van enige vorm van mechanische middelen tot voortbeweging.

Artikel 2 Reikwijdte Vaarwegenverordening:

a.De in artikel 4 en 5 opgenomen bepalingen zijn alleen van toepassing voor die vaarwateren waar Rijnland nautisch beheerder is (zie bijlage C).

b.De in artikel 4 en 5 opgenomen bepalingen gelden niet indien in een Algemene Plaatselijke Verordening van een gemeente, of vaarwegen- en havenverordening van een gemeente, bepalingen ten aanzien van vaarsnelheden en/of afmeren, aanleggen of ligplaats innemen zijn opgenomen, met het oog op dezelfde belangen als genoemd in paragraaf 2 (kader).

Artikel 3 Vaarverboden

a.Voor de in bijlage A genoemde wateren geldt een vaarverbod voor gemotoriseerde vaartuigen.

b.Van het in het eerste lid bedoelde verbod kan door het college een vaarvergunning worden verleend.

c.De aanvraag voor een vaarvergunning wordt schriftelijk gedaan op een nader door het college te bepalen wijze.

d.Een vaarvergunning wordt verleend voor één of meer van de in bijlage A genoemde wateren.

e.Een vaarvergunning (maximaal 1 per aanvrager) wordt slechts verleend aan de eigenaar, huurder of pachter van een onroerend goed (woning, bedrijf, land, etc.) waarvan het onroerend goed grenst aan betreffend water en die vanwege de locatie van betreffend onroerend goed gebruik dient te maken van het betreffende water. Huurders van kleine percelen land met als oogmerk daar een Ligplaats voor een gemotoriseerd vaartuig te hebben, komen niet voor een vergunning in aanmerking.

f.Bij de aanvraag voor een vaarvergunning verstrekt de aanvrager een afschrift van de gegevens betreffende de locatie van het onroerende goed, waaruit de noodzaak van het gebruik van het desbetreffende water blijkt.

g.Bij het verlenen van de vaarvergunning wordt een sticker verstrekt die op een duidelijk zichtbare plaats aan bakboordzijde van het vaartuig moet worden bevestigd.

h.Ter aanduiding van het in lid 2 bedoelde verbod worden aan de ingang dan wel uitgang van de desbetreffende wateren verkeerstekens geplaatst volgens model A.12 (verboden voor motorvaart) en daar waar nodig volgens model E.11 (einde verbod) van bijlage 7 van het Binnenvaartpolitiereglement.

Artikel 4 Maximale vaarsnelheid

a.De maximale vaarsnelheid bedraagt 6 kilometer per uur met uitzondering van de Wijde Aa en het Oegstgeesterkanaal (maximum vaarsnelheid 12 kilometer per uur).

b.Er dient zoveel als mogelijk in het midden van het water te worden gevaren en op zodanige wijze, dat geen haalgolven ontstaan.

Artikel 5 Afmeren, aanleggen en/of ligplaats innemen

a.Het met een vaartuig afmeren (ankeren), aanleggen of ligplaats innemen is alleen toegestaan op plaatsen die daarvoor kennelijk zijn ingericht of aangegeven.

b.Het is verboden met een vaartuig te varen, af te meren (te ankeren), aan te leggen of ligplaats in te nemen, in of aan een rietkraag, alsmede binnen een strook van 2 meter vanaf een rietkraag.

Artikel 6 Bijzondere situaties

In uitzonderlijke of bijzondere situaties (zoals eenmalige vaartochten) beoordeel Rijnland per aanvraag of een vergunning kan worden verstrekt.

Artikel 7 Uitzonderingen

Van het in deze Vaarwegenverordening bepaalde zijn de gemotoriseerde politievaartuigen, de eigen Rijnlandse vaartuigen, de in opdracht van Rijnland opererende vaartuigen en toezichthoudende of hulpverlenende vaartuigen (reddingsbrigades, zeilverenigingen) vrijgesteld.

Artikel 8 Inwerkingtreding, citeertitel

a.Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na de datum van bekendmaking en vervangt de Vaarwegenverordening Rijnland 2013.

b.Deze verordening kan worden aangehaald als de ‘Vaarwegenverordening Rijnland 2019'.

Bijlage A: Lijstvaarverboden

Conform artikel 3, lid 1 geldt voor onderstaande wateren een vaarverbod voorgemotoriseerde vaartuigen, zie ook de kaart in bijlage B:

1Akkersloot.

2Boekhorstvaart.

3Boerenbuurt.

4Dinsdagse Watering, vanaf brug Herenweg tot de Haarlemmer trekvaart.

5Dobbewatering, met uitzondering van het traject Rijn - bebouwde kom grens Leiden.

6Hanepoel.

7Mallegat.

8Meer- of Buurwatering.

9Noord Aase Vliet, traject Elleboogse Watering - Meer- of Buurwatering.

10Noord Ade, vanaf de brug kruising ‘Oude Kerkweg - Frederikskade' tot de A4.

11Ofwegenerwatering.

12Oude Ade.

13Steengrachtkanaal.

14Stroomsloot.

15Vaarsloot, tussen de Stingsloot en de Oude Ade.

16Veenwatering, met uitzondering van het traject Rijn - bebouwde kom grens Leiden.

17Weipoortse Vliet, vanaf de Hoge Rijndijk in zuidelijke richting.

18Zandsloot of Lisserbeek, vanaf de brug in de Heereweg (N208) in westelijke richting.

19Zilkvaart of Elsbroekkanaal en Veenenburg.

20Zomersloot.

21Zuidbuurtse Wetering, traject Noord Aa - brug in het Korte Kerkpad.

Bijlage C: Lijst Nautische beheerders

Rijnland is conform de aanwijzingsbesluiten van de provincies Noord- en Zuid-Holland nautisch beheerder van de wateren waar geen andere nautische beheerder is. In onderstaand overzicht is weergegeven hoe de verdeling van het nautische beheer er in het beheergebied van Rijnland uitziet.

Beroepsvaarwegen, nautisch beheerder provincie Zuid-Holland (provinciale verordening);

-Aarkanaal.

-Additionele kanaal.

-Heimanswetering.

-Gouwe.

-Katwijkskanaal.

-Korte Vlietkanaal.

-Oude Rijn, traject Bodegraven - Zijl.

-Oude Wetering.

-Rijn, traject Korte Vlietkanaal - Additionele kanaal.

-Rijn Schiekanaal.

-Vaargeul Braassemermeer.

-Vaargeul Kagerplassen.

-Zijl.

Beroepsvaarwegen, nautisch beheerder provincie Noord-Holland (provinciale verordening);

-Ringvaart van de Haarlemmermeerpolder.

Beroepsvaarwegen, nautisch beheer gemeente Amsterdam (verordening op het binnenwater);

-Nieuwe Meer.

Beroepsvaarwegen, nautisch beheer gemeente Haarlem (scheepvaart en havenverordening);

-Zuider Buiten Spaarne, Spaarne en Noorder Buiten Spaarne.

Recreatie plassen (aanwijzingsbesluiten provincies);

-De Westeinder Plas, gemeente Aalsmeer.

-Braassemermeer (m.u.v. de vaargeul), gemeente Kaag en Braassem.

-Kagerplassen (m.u.v. de vaargeul), gemeente Teylingen.

-Nieuwkoopse Plassen, gemeente Nieuwkoop.

-Reeuwijkse Plassen, gemeente Bodegraven - Reeuwijk.

Gemeentelijke wateren (APV gemeente en/of vaarwegen- en havenverordening);

Een aantal gemeenten hebben in hun Algemene Plaatselijke Verordening en/of vaarwegen- of havenverordening (soms aangeduid met iets andere naam) bepalingen ten aanzien van de veiligheid op het water opgenomen, zoals maximale vaarsnelheden en/of vaarverboden. Hiermee treden betreffende gemeenten (deels) op als nautische beheerder, zonder dat zij hiervoor specifiek door de provincie zijn aangewezen. In de praktijk is daartoe een ondoorzichtige lappendeken aan regeling ontstaan en is niet helder welke instantie nu precies verantwoordelijk is voor het nautische beheer. De provincies zijn bezig met een actualisatie en herzieningsslag.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.