Waterschapswetten

Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van dijkgraaf en hoogheemraden van het Hoogheemraadschap van Rijnland (2024)

Hoogheemraadschap van Rijnland · geldt sinds 27 juli 2024

Aanhef

Bekendmaking

Dijkgraaf en hoogheemraden van het Hoogheemraadschap van Rijnland hebben op 9 juli 2024 het Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van dijkgraaf en hoogheemraden van het Hoogheemraadschap van Rijnland (2024) vastgesteld.

Besluit

Dijkgraaf en hoogheemraden van het Hoogheemraadschap van Rijnland,

gelet op artikel 42 van de Waterschapswet en artikel 16 van het Reglement van Bestuur voor het Hoogheemraadschap van Rijnland;

besluiten vast te stellen het:

Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van dijkgraaf en hoogheemraden van het Hoogheemraadschap van Rijnland (2024)

Artikel 1 Begripsbepalingen

In dit reglement wordt verstaan onder:

a.college: dijkgraaf en hoogheemraden van het Hoogheemraadschap van Rijnland;

b.dijkgraaf: dijkgraaf van het Hoogheemraadschap van Rijnland;

c.secretaris: de secretaris-algemeen directeur van het Hoogheemraadschap van Rijnland.

Artikel 2 Verdeling werkzaamheden en onderlinge vervanging

1Het college regelt de verdeling van de werkzaamheden.

2Het college regelt de onderlinge vervanging in geval van afwezigheid of verhindering van een of meer van de hoogheemraden.

3Het college regelt de vervanging van de dijkgraaf in geval van zijn afwezigheid of verhindering.

4Een lid van het college dat verhinderd is zijn activiteiten uit te oefenen, geeft daarvan zo spoedig mogelijk kennis aan de dijkgraaf.

Artikel 3 De vergaderingen, frequentie, aanwezigen en verantwoordelijkheden

1Het college vergadert in de regel eenmaal in de twee weken op een in onderling overleg vast te stellen plaats, dag (in principe op dinsdag) en tijdstip en voorts zo vaak als de dijkgraaf of ten minste twee hoogheemraden het nodig achten.

2Indien ten minste twee hoogheemraden een extra vergadering nodig achten, verzoeken de hoogheemraden onder opgave van redenen aan de dijkgraaf deze bijeen te roepen. De secretaris- zorgt na overleg met de dijkgraaf voor een oproep voor deze vergadering – onder vermelding van de te bespreken onderwerpen – die zo mogelijk uiterlijk 24 uur van tevoren op de bij Rijnland gebruikelijke wijze aan de leden van het college wordt toegezonden.

3Het college kan bepalen dat anderen, waaronder ambtenaren, aan (een deel van) de beraadslaging als adviseur deelnemen dan wel deze als toehoorder bijwonen. De concerncontroller van Rijnland woont in beginsel iedere vergadering bij.

4De dijkgraaf, of degene die hem vervangt, zit de vergadering voor.

5De dijkgraaf stelt de te bespreken agendapunten aan de orde. In principe wordt daarbij de volgorde van de agenda aangehouden. Het college kan op voorstel van een van de leden besluiten af te wijken van de voorgestelde agendavolgorde.

6De secretaris draagt zorg voor de totstandkoming van de notulen en de besluitenlijst van de vergadering van het college.

Artikel 4 Verhindering, vergader- en besluitquorum

1Wanneer een lid verhinderd is een vergadering geheel of gedeeltelijk bij te wonen, geeft hij

1Waar staat hij, kan je ook lezen zij, hen, die.

daarvan kennis aan de secretaris.

2Wanneer de secretaris verhinderd is een vergadering geheel of gedeeltelijk bij te wonen, geeft hij daarvan kennis aan de dijkgraaf, alsmede aan degene die de secretaris vervangt.

3In de vergadering van het college kan slechts worden beraadslaagd of besloten, indien ten minste de helft van het aantal zitting hebbende leden vertegenwoordigd is.

4Indien het vereiste aantal leden niet aanwezig is, belegt de dijkgraaf opnieuw een vergadering op een tijdstip dat tenminste 24 uur na de oproep is gelegen.

5Op de vergadering, bedoeld in het vierde lid, is het derde lid niet van toepassing. Het college kan echter over andere aangelegenheden dan die waarvoor de eerdere vergadering was belegd alleen beraadslagen of besluiten, indien ten minste de helft van het aantal zitting hebbende leden aanwezig is.

Artikel 5 Agenda

1Als regel worden de agenda voor de collegevergadering en de hierbij behorende stukken op de vrijdag voorafgaande aan de collegevergadering met het college gedeeld.

2Onderwerpen ten aanzien waarvan tijdige agendering als bedoeld in het eerste lid niet mogelijk is, maar waarvan ten gevolgde van de spoedeisendheid geen uitstel mogelijk is, kunnen onder opgave van reden(en) van urgentie zo spoedig mogelijk voor de vergadering ter behandeling worden aangemeld bij de secretaris.

3Een collegevoorstel wordt in de regel geagendeerd nadat het in het portefeuillehouderoverleg is besproken met de portefeuillehouder.

4Een collegevoorstel geeft het standpunt van de portefeuillehouder weer. Indien het ambtelijk advies afwijkt van het standpunt van de portefeuillehouder, wordt dit op schrift gezet en vormt het een integraal onderdeel van het collegevoorstel. Het college hecht er namelijk bijzonder aan dat ambtenaren zich vrij voelen om onafhankelijk te adviseren en dat het van dit advies kennis kan nemen.

5Uitnodigingen voor evenementen, excursies en buitenlandse reizen, worden, zo nodig ter besluitvorming, opgenomen als een vast onderdeel van de agenda van de collegevergadering.

Artikel 6 Ambtelijke ondersteuning

De secretaris draagt zorg voor al hetgeen binnen de hem opgedragen taak nodig is in het belang van de vergadering van het college en kan zich bij de vervulling van zijn taak laten bijstaan door een of meer ambtenaren.

Artikel 7 Gang van zaken tijdens collegevergaderingen

1Bij elk inhoudelijk agendapunt geeft de dijkgraaf/voorzitter eerst het woord aan de verantwoordelijke portefeuillehouder. Deze kan het voorstel nader toelichten. Vervolgens vindt discussie en eventueel stemming over een voorstel plaats.

2De dijkgraaf/voorzitter is belast met het bewaken van het proces van besluitvorming in de collegevergadering en ziet erop toe dat besluiten na afweging van alle invalshoeken en gehoord alle standpunten worden genomen.

3Het college kan:

a.instemmen met het voorgestelde besluit, al dan niet gewijzigd tijdens de vergadering;

b.het voorstel voor nadere toelichtingen en/of informatie terugverwijzen naar de ambtelijke organisatie en van de agenda afvoeren;

c.het voorgestelde besluit afwijzen.

4Aanwezige collegeleden nemen deel aan de stemming en kunnen:

a.instemmen met het voorstel;

b.instemmen met het voorstel met aantekening, in welk geval de aantekening expliciet in de notulen wordt vastgelegd;

c.tegen het voorstel stemmen;

d.tegen het voorstel met aantekening stemmen, in welk geval de aantekening expliciet in de notulen wordt vastgelegd;

e.en moeten zich van stemming en beraadslaging onthouden bij zaken waar zij een persoonlijk belang bij hebben.

Artikel 8 Stemmingen

1Indien geen van de leden van het college bij het nemen van een besluit stemming vraagt, wordt het voorstel geacht te zijn aangenomen.

2Indien een lid van het college bij het nemen van een besluit stemming vraagt, wordt mondeling gestemd, tenzij artikel 9 wordt toegepast.

Artikel 9 Stemming over benoemingen, voordrachten en aanbevelingen

1Bij het nemen van een besluit over een benoeming, voordracht of aanbeveling van personen wordt gestemd bij gesloten en ongetekende briefjes.

2Indien daarbij de stemming beperkt is tot een persoon en de stemmen staken, beslist het lot.

3Indien in de overige gevallen bij een eerste stemming door niemand de volstrekte meerderheid is verkregen, heeft een tweede stemming plaats tussen de twee personen die bij de eerste stemming de meeste stemmen hebben gekregen. Zijn bij die eerste stemming de meeste stemmen over meer dan twee personen verdeeld, dan wordt bij een tussenstemming uitgemaakt tussen welke twee personen de tweede stemming zal plaatshebben. Indien bij de tussenstemming of bij de tweede stemming de stemmen staken, beslist het lot.

4Indien bij een stemming, anders dan over personen voor het doen van benoemingen, voordrachten of aanbevelingen, de stemmen staken, wordt opnieuw gestemd. Staken de stemmen nogmaals over hetzelfde voorstel, dan beslist de stem van de dijkgraaf.

Artikel 10 Geheimhouding

1Ingevolge artikel 55b Waterschapswet kan het college een verplichting tot geheimhouding opleggen ten aanzien van informatie die bij het college berust.

2Geheimhouding ten aanzien van het in een vergadering behandelde wordt tijdens die vergadering opgelegd.

3De geheimhouding wordt door hen, die bij de behandeling aanwezig waren en allen, die van het behandelde of de informatie/stukken kennis dragen, in acht genomen tot de geheimhouding wordt opgeheven.

4Voor de notulen en de besluitenlijst over het geheime gedeelte van de agenda geldt dat altijd geheimhouding ex artikel 55b Waterschapswet is opgelegd, tenzij anders wordt besloten.

Artikel 11 Besluitenlijst

1De secretaris draagt zorg voor het bijhouden van de besluitenlijst van de vergadering.

2De besluitenlijst bevat tenminste:

a.namen van de aanwezige en afwezige leden;

b.een formulering van de door het college genomen besluiten.

3Stemverhoudingen worden alleen vermeld als een lid van het college daarom vraagt.

4De besluitenlijst als onderdeel van de notulen wordt in de eerstvolgende vergadering vastgesteld.

5Voor zover de aard en de inhoud van de besluitvorming zich daartegen niet verzet, wordt de besluitenlijst zo spoedig mogelijk na de vaststelling op de bij Rijnland gebruikelijke wijze openbaar gemaakt en voor de leden van de verenigde vergadering beschikbaar gesteld.

Artikel 12 Besluiten buiten de vergadering

1Een besluit dat buiten de vergadering om – schriftelijk of digitaal – wordt genomen, wordt geacht te zijn genomen op de datum waarop het laatste lid van het college dat nodig is voor het quorum het besluit heeft geaccordeerd.

2Besluiten als bedoeld in dit artikel worden in de eerstvolgende collegevergadering opgenomen in de besluitenlijst.

Artikel 13 Eenheid van het college

1Het college treedt buiten en binnen de collegevergadering als eenheid op. Alle bestuurlijk relevante informatie wordt door de portefeuillehouders gedeeld.

2Portefeuillehouders doen geen toezeggingen zonder dat zij daar in het college mandaat voor hebben gekregen.

Artikel 14 Nadere regelingen

1Het college kan gemotiveerd afwijken van dit reglement. Het besluit om af te wijken van dit reglement wordt opgenomen in de notulen.

2Het college kan, voor zover wettelijke voorschriften dit niet verhinderen, afspraken maken ten aanzien van onderwerpen, welke in dit reglement niet, of naar zijn oordeel niet voldoende, zijn geregeld.

3Het college beslist over de geschillen die omtrent de uitlegging en de toepassing van dit reglement rijzen.

Artikel 15 Inwerkingtreding en citeertitel

1Dit reglement treedt in werking met ingang van de dag, volgend op die van de bekendmaking ervan.

2Op dat moment vervalt het op 11 januari 2005 vastgestelde Reglement van orde voor het college van dijkgraaf en hoogheemraden Rijnland 2005.

3Dit besluit kan worden aangehaald als “Reglement van orde van dijkgraaf en hoogheemraden Rijnland”.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.