Aanhef
Bekendmaking
De Verenigde Vergadering van het Hoogheemraadschap van Rijnland heeft op 15 mei 2024 de Nota Vaste Activabeleid 2024 vastgesteld. In deze nota is het activabeleid van het Hoogheemraadschap van Rijnland opgenomen. Dit beleid is gebaseerd op het waterschapsbesluit en het besluit beleidsvoorbereiding en verantwoording waterschappen (BBVW).
Ook is de datum uitwerkingtreding van de Nota vaste activabeleid 2020 vastgesteld.
Besluit
De Verenigde Vergadering van het Hoogheemraadschap van Rijnland,
gelezen het voorstel van dijkgraaf en hoogheemraden van 26 maart 2024, kenmerk 24.025087,
en gelet op de Waterschapswet, artikel 108,
besluit:
1Vast te stellen de Nota Vaste Activabeleid 2024 met daarin opgenomen;
a.Dat we het afbouwen van het activeren van personele lasten weer op pakken en op termijn afschaffen. Voor grote projecten blijft het een mogelijkheid om personele lasten te activeren. De VV dient hiervoor per project goedkeuring te verlenen;
b.Dat we de kosten van algemeen onderzoek niet langer activeren;
c.Dat we op grond niet afschrijven.
2De Nota Vaste Activabeleid 2024 in werking te laten treden met terugwerkende kracht op 1 januari 2024;
3Vast te stellen de datum uitwerkingtreding Nota vaste activabeleid 2020 met terugwerkende kracht op 1 januari 2024.
Bijlage 1: Waterschapsbesluit over waarderen, activeren en afschrijven
§ 4.4.1. Activa
Artikel 4.37
Onder de vaste activa worden afzonderlijk opgenomen de immateriële, de materiële en de financiële vaste activa.
§ 5. Waardering, activeren en afschrijven
Artikel 4.65
1Alle investeringen worden geactiveerd.
2In afwijking van het eerste lid worden kunstvoorwerpen met een cultuurhistorische waarde niet geactiveerd.
Artikel 4.66
Kosten voor onderzoek en ontwikkeling van een bepaald actief kunnen worden geactiveerd indien:
a.het voornemen bestaat het actief te gebruiken of te verkopen;
b.de technische uitvoerbaarheid om het actief te voltooien vaststaat;
c.het actief in de toekomst economisch of maatschappelijk nut zal genereren; en
d.de uitgaven die aan het actief zijn toe te rekenen betrouwbaar kunnen worden vastgesteld.
Artikel 4.67
Bijdragen aan activa in eigendom van derden kunnen worden geactiveerd indien:
a.er sprake is van een investering door een derde;
b.de investering bijdraagt aan de publieke taak;
c.de derde zich heeft verplicht tot het daadwerkelijk investeren op een wijze zoals is overeengekomen met het waterschap, en
d.de bijdrage kan worden teruggevorderd, indien de derde in gebreke blijft of het waterschap anders recht kan doen gelden op de activa die samenhangen met de investering.
Artikel 4.68
1Alle vaste activa worden voor het bedrag van de investering geactiveerd.
2In afwijking van het eerste lid worden bijdragen van derden die in directe relatie staan met een actief op de waardering daarvan in mindering gebracht.
Artikel 4.69
1Activa worden gewaardeerd op basis van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs.
2De verkrijgingsprijs omvat de inkoopprijs en de bijkomende kosten.
3De vervaardigingsprijs omvat de aanschaffingskosten van de gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige kosten, welke rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend. In de vervaardigingsprijs kunnen voorts worden opgenomen een redelijk deel van de indirecte kosten en de rente over het tijdvak dat aan de vervaardiging van het actief kan worden toegerekend. In dat geval vermeldt de toelichting dat deze rente is geactiveerd.
4Voor in erfpacht uitgegeven gronden geldt de uitgifteprijs van eerste uitgifte als verkrijgingsprijs. Gronden in eeuwigdurende erfpacht worden gewaardeerd tegen de registratiewaarde.
5Van activa waarvan de bestemming verandert, wordt de actuele waarde van de nieuwe bestemming in de toelichting op de balans opgenomen.
6Passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde, met uitzondering van voorzieningen die tegen contante waarde zijn gewaardeerd.
7Eventuele voorzieningen die wegens oninbaarheid worden getroffen, worden met de boekwaarde van leningen en vorderingen verrekend.
Artikel 4.70
1De afschrijvingen geschieden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar.
2Afschrijvingen kunnen slechts om gegronde redenen op andere grondslagen plaatsvinden dan die welke in het voorafgaande begrotingsjaar zijn toegepast. In dat geval wordt:
a.in de toelichting op de balans uiteengezet waarom de grondslag is gewijzigd; en
b.inzicht gegeven in de betekenis voor de financiële positie en voor de baten en de lasten, aan de hand van aangepaste cijfers voor het begrotingsjaar of voor het voorafgaande begrotingsjaar.
3Op vaste activa met een beperkte gebruiksduur wordt jaarlijks afgeschreven volgens een stelsel dat is afgestemd op de verwachte toekomstige gebruiksduur.
4In afwijking van het derde lid is de afschrijvingsduur voor de immateriële vaste activa, bedoeld in artikel 4.38, onderdeel a, maximaal gelijk aan de looptijd van de lening.
5In afwijking van het derde lid is de afschrijvingsduur voor de immateriële vaste activa, bedoeld in artikel 4.38, onderdeel b, ten hoogste vijf jaar.
6Voor bijdragen aan de activa in eigendom van derden, bedoeld in artikel 4.38, onderdeel c, is de afschrijvingsduur maximaal gelijk aan die van de activa waarvoor de bijdrage aan derden wordt verstrekt.
Artikel 4.71
1Naar verwachting duurzame waardeverminderingen van vaste activa worden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar in aanmerking genomen.
2Voorraden en deelnemingen worden tegen de marktwaarde gewaardeerd, indien de marktwaarde lager is dan de verkrijgings- of vervaardigingsprijs.
3Een actief dat buiten gebruik wordt gesteld wordt afgewaardeerd op het moment van buitengebruikstelling, indien de restwaarde lager is dan de boekwaarde.
Bijlage 2: Rijnlandse regels
In de Verordening beleids- en verantwoording hoogheemraadschap van Rijnland is bepaald:
Artikel 11 (financieel beleid algemeen)
1Het dagelijks bestuur doet voorstellen aan het algemeen bestuur die zijn gericht op een volledig en actueel beleid van het waterschap ten aanzien van de volgende onderwerpen:
a.waardering en afschrijving van activa;
b.weerstandsvermogen, risicomanagement, reserves en voorzieningen;
c.kostentoerekening en onderbouwing tarieven;
d.financiering.
2Het dagelijks bestuur zorgt er voor dat de in het eerste lid bedoelde voorstellen in overeenstemming zijn met de relevante bepalingen van hoofdstuk 4 van het Waterschapsbesluit, met andere regelgeving die van toepassing is en met de in het vervolg van deze verordening opgenomen aanvullende eisen.
Artikel 12 (waardering en afschrijving van activa)
1Het beleid ten aanzien van waardering en afschrijving van activa omvat in ieder geval:
a.investeringen met verkrijgingsprijs of vervaardigingsprijs lager dan € 50.000 worden niet geactiveerd;
b.de wijze waarop het waterschap omgaat met de verplichtingen uit het Waterschapsbesluit dat de bijdragen van eigen personeel, de rente over het tijdvak dat aan de vervaardiging van het actief kan worden toegerekend en de mogelijkheid dat een redelijk deel van de kosten van ondersteunende diensten van het waterschap in de vervaardigingsprijs van vaste activa worden opgenomen;
c.de afbakening tussen investering en onderhoud;
d.de afschrijvingsmethode;
e.en is vastgelegd in de Nota vaste activabeleid Rijnland.
2Uitgaven voor onderzoek en ontwikkeling worden lineair in 5 jaar afgeschreven voor zover de betreffende uitgaven op grond van artikel 4.63 van het Waterschapsbesluit mogen worden geactiveerd.
3De uitgaven voor het afsluiten van geldleningen groter dan € 50.000 en een looptijd langer dan 1 jaar worden lineair afgeschreven in de jaren van de looptijd van de betreffende geldlening. Uitgaven voor het afsluiten van overige geldleningen worden direct ten laste van de exploitatie gebracht.
4Bijdragen in activa in eigendom van derden worden afgeschreven gedurende het aantal jaren dat de betreffende activa naar verwachting door de derde zullen worden geëxploiteerd en voor zover de betreffende uitgaven op grond van artikel 4.64 van het Waterschapsbesluit mogen worden geactiveerd.
5De overige materiële vaste activa worden lineair afgeschreven op basis van de verwachte gebruiksduur van de betreffende activa.
Bijlage 3 Uitleg Fasering en ProjectMatig Creëren (PMC)
De PMC-methodiek kent de volgende fasering:
1Initiatieffase
2Definitiefase
3Uitvoeringsfase
4Nazorgfase
Uitsluitend de uren voor projecten die minimaal in de uitvoeringsfase verkeren worden geactiveerd. Deze keuze is ingegeven door praktische overwegingen. Een project start vaak met een initiatieffase die al dan niet tot uitvoering leidt. Vooraf is dit niet altijd bekend. In de definitiefase wordt het projectcontract opgesteld. In dit projectcontract wordt vastgelegd wat het beoogde resultaat is, welke activiteiten zullen plaatsvinden, hoe de uitvoering van het project van begin tot eind ingevuld zal worden en van welke projectmedewerkers de uren geactiveerd mogen worden. De doorlooptijd van de initiatieffase is vaak lang en in de definitiefase krijgt de investering pas echt vorm. Hiermee wordt voorkomen dat de kosten van geactiveerde uren ineens moeten worden afgeschreven in het geval dat een project niet doorgaat.
Bijlage 4: Richtlijn afschrijvingstermijnen
Aantal jaren
Materieel (M) / Immaterieel (I)
Bedrijfsmiddelen*
Diverse Bedrijfsmiddelen
3-5
M
Huisvesting
Kantoorpanden, e.d.
40
M
Eerste en vervolginrichting
10
M
Waterstaatkundige werken
Grond (niet afschrijven tenzij)
40
M
Bouwkundig poldergemalen
30
M
Bouwkundig boezemgemalen
40
M
Mechanisch
15
M
Elektrotechnisch
10
M
Watergangen en duikers
25
M
Primaire waterkeringen
30
M
Dijken, kaden
20
M
Beschoeiingen
20
M
Watergebiedsplannen
20
M
Peilbesluiten
10
I
Waterkwaliteitswerken (zuiveringsbeheer)
Grond
25
M
Bouwkundig
25
M
Mechanisch
15
M
Persleidingen
25
M
Elektrotechnisch
10
M
Procesautomatisering
PC-hard- en software
5
M
PLC-hardware
10
M
PLC-software
5
M
Verbeteringswerken
max. 10
M
*Hieronder vallen niet de aanschaf van pc’s, auto’s en overige kleine bedrijfsmiddelen, die jaarlijks direct op de exploitatie worden geraamd.