Aanhef
Bekendmaking
De Verenigde Vergadering van het Hoogheemraadschap van Rijnland heeft op 15 mei 2024 de Nota reserves en voorzieningen 2024 vastgesteld. In deze nota is het beleid over reserves en voorzieningen van het Hoogheemraadschap van Rijnland opgenomen. Dit beleid is gebaseerd op het Waterschapsbesluit en het Besluit beleidsvoorbereiding en verantwoording waterschappen.
Ook is de datum uitwerkingtreding van de Nota reserves en voorzieningen 2017 vastgesteld.
Besluit
De Verenigde Vergadering van het Hoogheemraadschap van Rijnland,
gelezen het voorstel van dijkgraaf en hoogheemraden van 26 maart 2024, kenmerk 24.024587,
en gelet op het Waterschapsbesluit, artikelen 4.52 en 4.54,
besluit:
1Vast te stellen de Nota reserves en voorzieningen 2024 en deze in werking te laten treden met terugwerkende kracht op 1 januari 2024;
2In te stellen de reserve projectgebonden eigen bijdrage HWBP met als doel tekorten dan wel overschotten ten opzichte van de 10% projectgebonden eigen bijdrage (PGEB) te egaliseren en overschotten beschikbaar te houden voor de subsidiabele kosten van HWBP-projecten;
3In te stellen de reserve kapitaallasten in te stellen met als doel hoge stijgingen van kapitaallasten in bepaalde jaren op te kunnen vangen;
4Op te heffen de reserve baggerwerken op termijn als deze uitgeput is;
5Op te heffen de voorziening sanering Kwakkelwei en de voorziening deelname baggerdepot Meergrond;
6De reserve schuldreductie te voeden met de opbrengsten van vastgoedverkopen;
7Vast te stellen de datum uitwerkingtreding nota reserves en voorzieningen 2017 met terugwerkende kracht op 1 januari 2024.
In dit hoofdstuk lichten we toe hoe we om gaan met risicomanagement en welk kader de VV hierin vast stelt.
Bijlage 1. Landelijke wetgeving: Waterschapsbesluit
Artikel 4.14
1In de paragraaf uiteenzetting van de financiële positie, bedoeld in artikel 4.13, tweede lid, onderdeel a, wordt ten minste afzonderlijke aandacht besteed aan:
b.het weerstandsvermogen en de risicobeheersing, waarbij tenminste ingegaan wordt op:
1een inventarisatie van de risico’s,
2een inventarisatie van de weerstandscapaciteit,
3het beleid omtrent de risico’s en de weerstandscapaciteit.
Artikel 4.49
1Het eigen vermogen bestaat uit de reserves en het gerealiseerde resultaat volgend uit het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening.
2Het in het eerste lid bedoelde resultaat wordt afzonderlijk opgenomen als onderdeel van het eigen vermogen.
Artikel 4.50
1In de balans worden de reserves onderscheiden naar:
a.algemene reserves;
b.bestemmingsreserves voor tariefsegalisatie, waaronder wordt verstaan reserves die dienen om ongewenste schommelingen op te vangen in de belastingtarieven;
c.overige bestemmingsreserves.
2Een bestemmingsreserve is een reserve waaraan het algemeen bestuur van het waterschap een bepaalde bestemming heeft gegeven.
Artikel 4.51
Voorzieningen worden gevormd wegens:
a.verplichtingen en verliezen waarvan de omvang op de balansdatum onzeker is, doch redelijkerwijs te schatten;
b.op de balansdatum bestaande risico's ter zake van bepaalde te verwachten verplichtingen of verliezen waarvan de omvang redelijkerwijs is te schatten;
c.kosten die in een volgend begrotingsjaar zullen worden gemaakt, mits het maken van die kosten zijn oorsprong mede vindt in het begrotingsjaar of in een voorafgaand begrotingsjaar en de voorziening strekt tot gelijkmatige verdeling van lasten over een aantal begrotingsjaren.
Artikel 4.52
Rentetoevoegingen aan voorzieningen zijn niet toegestaan.
Artikel 4.62
1In de toelichting op de balans worden de aard en reden van elke reserve als bedoeld in artikel 4.50 en de toevoegingen en onttrekkingen daaraan toegelicht.
2Per reserve wordt het verloop gedurende het jaar in een overzicht weergegeven, daaruit blijkt:
a.het saldo aan het begin van het begrotingsjaar;
b.de toevoegingen of onttrekkingen uit hoofde van het voorgaande begrotingsjaar;
c.de toevoegingen of onttrekkingen bij het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening;
d.de verminderingen in verband met afschrijvingen op activa waarvoor een specifieke bestemmingsreserve is gevormd;
e.het saldo aan het einde van het begrotingsjaar.
Artikel 4.63
1In de toelichting op de balans worden de aard en reden van elke voorziening als bedoeld in artikel 4.51 en de wijzigingen daarin toegelicht.
2Per voorziening wordt het verloop gedurende het jaar in een overzicht weergegeven, daaruit blijkt:
a.het saldo aan het begin van het begrotingsjaar;
b.de toevoegingen;
c.ten gunste van de rekening van baten en lasten vrijgevallen bedragen;
d.de aanwendingen;
e.het saldo aan het einde van het begrotingsjaar.
Bijlage 2. Rijnlandse regels:
In de Verordening beleids- en verantwoording hoogheemraadschap van Rijnland is bepaald:
Artikel 13.
1Het beleid omtrent het weerstandsvermogen, risicomanagement, reserves en voorzieningen omvat in ieder geval:
a.een beschrijving van de risico´s die het waterschap loopt;
b.de weerstandscapaciteit van het waterschap, zijnde de middelen en mogelijkheden van het waterschap om niet begrote kosten te dekken;
c.het opvangen van risico’s door verzekeringen, voorzieningen, reserves, de weerstandscapaciteit of anderszins;
d.de vorming en besteding van reserves;
e.de vorming en besteding van voorzieningen;
f.de berekening en verwerking van rente over de reserves en de voorzieningen conform het gestelde in de nota vaste activabeleid Rijnland en nota harmonisering beleid reserves en voorzieningen Rijnland.
2Als element van het in het eerste lid onder d bedoelde onderdeel reserves wordt voor de reserves die onderdeel uitmaken van de algemene reserves en de bestemmingsreserves die niet zijn bedoeld voor tariefsegalisatie per reserve ingegaan op de aard, reden en gewenste omvang.
3Als element van het in het eerste lid onder e bedoelde onderdeel voorzieningen wordt per voorziening ingegaan op de aard, reden en gewenste omvang.
Artikel 17.
1Het dagelijks bestuur geeft in de paragraaf weerstandsvermogen van de begroting en van het jaarverslag weer de risico’s van materieel belang. Het dagelijks bestuur brengt hierbij in elk geval de risico’s in beeld en actualiseert de risico’s die worden genoemd in het beleid bedoeld in artikel 13
2Het dagelijks bestuur geeft in de paragraaf weerstandsvermogen van de begroting en van het jaarverslag aan wat de weerstandscapaciteit is en in hoeverre schade en verliezen als gevolg van de risico’s van materieel belang met de weerstandscapaciteit kunnen worden opgevangen.
Bijlage 3. Overzicht van de reserves
In dit hoofdstuk vindt u de huidige reserves met hun functie en waarvoor deze zijn bedoeld.
Algemene reserves
De algemene reserves hebben geen specifieke bestemming. De belangrijkste functie is de bufferfunctie. Rijnland heeft per waterschapstaak een algemene reserve, te weten de
•Algemene reserve watersysteembeheer en de
•Algemene reserve zuiveringsbeheer.
Bestemmingsreserves voor tariefsegalisatie
De egalisatiereserves hebben tot doel egalisering van de huidige en toekomstige tarieven en worden door de categorieën zelf gevoed. Deze dienen niet specifiek besteed te worden (art. 4.52 lid b van het Waterschapsbesluit). Het voorstel is om vanaf de begroting 2027 de incidentele opbrengsten van de kleine vastgoedverkopen te storten in deze reserve. Een maximale omvang is voor deze reserves niet te definiëren. Rijnland kent de volgende tariefsegalisatiereserves:
•Egalisatiereserve categorie ingezetenen;
•Egalisatiereserve categorie gebouwd;
•Egalisatiereserve categorie ongebouwd/overige;
•Egalisatiereserve categorie natuurterreinen;
•Egalisatiereserve zuiveringsheffing.
Bestemmingsreserves met een specifiek doel
Dit zijn alle overige reserves die wel een specifieke bestemming hebben maar niet bedoeld zijn om de belastingtarieven te egaliseren. De overige bestemmingsreserves zijn:
Reserve subsidie aanleg natuurvriendelijke oevers (bestedingsfunctie)
De reserve is bedoeld voor de uitvoering van de ”Verordening subsidies natuurvriendelijke oevers en vispaaiplaatsen”. Subsidie kan worden verleend aan een aanvrager die een natuurvriendelijke oever of vispaaiplaats aanlegt en daarvoor vergunning of toestemming heeft krachtens de keur van Rijnland.
De reserve subsidie aanleg natuurvriendelijke oevers wordt gebruikt voor subsidies die al toegezegd zijn, maar waarvan de uitbetaling nog niet heeft plaatsgevonden. Jaarlijks wordt er in de begroting vastgelegd hoeveel geld er beschikbaar is voor subsidie aanvragen voor de aanleg van natuurvriendelijke oevers. Het kan echter voorkomen dat de subsidie pas na het begrotingsjaar wordt uitbetaald. Hierdoor is het lastig om de begroting en de uitgaven op elkaar af te stemmen. Deze reserve lost dat op. De hoogte van de reserve zegt dus niets over hoeveel er jaarlijks beschikbaar is voor aanleg natuurvriendelijke oevers, maar geeft aan voor welk bedrag eerder gedane subsidie toezeggingen nog afgewikkeld moeten worden.
Reserve erfgoedpanden (bestedingsfunctie)
Op 1 april 2019 zijn de erfgoedpanden Gemeenlandshuis in Leiden en Polderhuis in Hoofddorp aan Rijnland terug verkocht. Bij de liquidatie van de stichting die deze panden in eigendom hadden is een onderhoudsreserve overgedragen aan Rijnland om de twee panden in stand te kunnen houden. Het doel van deze reserve is de instandhouding van de erfgoedpanden Gemeenlandshuis in Leiden en Polderhuis in Hoofddorp.
Reserve frictiekosten (bestedingsfunctie)
Voor het in 2007 realiseren van organisatieaanpassingen gebaseerd op een doelmatigheidsonderzoek, is bij de bestemming van het exploitatieresultaat 2005 en 2006 een bestemmingsreserve gevormd om hieruit voortkomende incidentele kosten te dekken. Deze reserve is in 2017 omgevormd om de kosten van strategische personeelsplanning (SPP) te kunnen dekken. Om te kunnen aansluiten bij de ontwikkelingen in de omgeving werken we met SPP. Deze reserve is in de praktijk bedoeld om de frictiekosten (tijdelijke extra kosten) die hier mee gemoeid zijn te dekken.
Reserve vitaliteit (bestedingsfunctie)
In 2019 is deze reserve gevormd met het resterende saldo van het “hulpfonds”. Het hulpfonds vindt zijn oorsprong in 1856-1874 en is gevormd uit bijdragen van medewerkers. In 2010 is het hulpfonds opgeheven en is er besloten om het saldo in te zetten voor gezondheid bevorderende maatregelen ten behoeve van het personeel. Deze reserve is bedoeld om de kosten voor gezondheid bevorderende maatregelen te kunnen dekken.
Reserve PFOS saneringen (bestedingsfunctie)
Deze reserve is bedoeld om kosten van saneringen van de PFOS verontreinigingen op Schiphol te dekken.
Reserve baggerwerken (egalisatiefunctie)
De reserve baggerwerken had tot doel om achterstanden in baggerwerken te financieren en om de sterk fluctuerende uitgaven door de jaren heen te egaliseren. Het beleid is om de baggerreserve af te bouwen en (zoals nu geprognosticeerd) in 2026 op te heffen omdat de kosten voor baggeren jaarlijks in de begroting en het MJP worden opgenomen. De jaarlijkse kosten voor baggeren worden vanaf 2024 in de begroting 2024-2027 opgenomen en mochten de bedragen tussen de jaren fluctueren dan kunnen deze verschillen geëgaliseerd worden door de tariefsegalisatie reserves.
Reserve schuldreductie (financieringsfunctie)
Met deze reserve wordt uitvoering gegeven aan het verbeteren van de schuldpositie. Tot en met medio 2023 werden eventuele meeropbrengsten uit de belastinginkomsten en uit dividendopbrengsten gestort in deze reserve en ingezet voor schuldreductie. Daarmee zijn we met het aantreden van het nieuwe bestuur in de begroting 2024 gestopt. Het voorstel is om vanaf de begroting 2025 het incidentele gedeelte van de opbrengsten van de vastgoedverkopen te storten in deze reserve. In de praktijk gaat het om de grotere verkopen van bijvoorbeeld voormalige zuiveringsterreinen. Om te waarborgen dat de reserve ingezet wordt voor de categorie waar het voordeel is ontstaan worden de stortingen en onttrekkingen per belastingcategorie bijgehouden. Het doel van deze reserve is het verkleinen van de schuld en kan ingezet worden voor schuld reducerende maatregelen.
Reserve projectgebonden eigen bijdrage HWBP (Hoog Water Beschermings Programma) (bestedingsfunctie)
In de Commissie Waterkeringen van de Unie van Waterschappen is afgesproken dat de waterschappen die HWBP-projecten uitvoeren een nieuwe bestemmingsreserve in hun jaarrekening opnemen. Hiermee worden tekorten dan wel overschotten ten opzichte van de 10% projectgebonden eigen bijdrage (PGEB) geëgaliseerd en blijven overschotten beschikbaar voor de subsidiabele kosten van HWBP-projecten. Vaak blijft er in de praktijk een bedrag over van de 10% eigen bijdrage. De overschotten worden niet terugbetaald aan het HWBP-programma en ook worden tekorten niet alsnog gesubsidieerd. Rijnland zal met ingang van 2024 de tekorten/overschotten via deze reserve laten lopen.
Reserve kapitaallasten (egalisatiefunctie en een inkomensfunctie)
In de begroting 2024 is een reserve geïntroduceerd om hele hoge stijgingen van de kapitaallasten in bepaalde jaren op te kunnen vangen. Met name voor het project Haarlem Waarderpolder verwachten we vanaf 2031 een hele grote stijging van de kapitaallasten. Om ervoor te zorgen dat de bijbehorende tariefstijging langzaam in kan groeien, is deze reserve in het leven geroepen. In de jaren vanaf 2025 wordt deze reserve gevuld en vanaf het eerste jaar van afschrijven wordt er geleidelijk uit deze reserve onttrokken.
Bijlage 4. Overzicht van de voorzieningen
Rijnland kent op dit moment nog één voorziening:
Voorziening wachtgeld- en pensioenverplichtingen DB
Wegens de Wet modernisering waterschapsbestel diende met ingang van 2009 een voorziening te worden gevormd voor wachtgeld- en pensioenverplichtingen voor (hoog)heemraden. De hoogte van de voorziening wordt elk jaar gebaseerd op actuariële berekeningen. De uitkeringen worden ten laste van deze voorziening gebracht.