Waterschapswetten

Legger ondersteunende kunstwerken 2020 - Toelichting

Hoogheemraadschap van Rijnland · geldt sinds 28 september 2020

2. Leggerbepalingen

2.2 Leggerbepalingen

Artikel 1: categorieën

1Ondersteunende kunstwerken

Ondersteunende kunstwerken zijn alle kunstwerken die noodzakelijk zijn voor het functioneren van het watersysteem. Deze worden naar functie onderscheiden in:

a.Compartimenteringswerken: de flexibele kunstwerken (schotbalken, balgstuwen en dergelijke) waarmee delen van het watersysteem tijdelijk kunnen worden afgesloten. Bijvoorbeeld voor de bestrijding van calamiteiten;

b.Coupures: alle coupures die in de waterkeringen zitten, waarvan de opening bij hoogwater kan worden afgedicht;

c.Inlaten:de inlaten die noodzakelijk zijn om het peil te beheren in de in een peilbesluit vastgestelde peilvakken of om een oppervlaktewatersysteem door te spoelen;

d.Gemalen: alle polder- en boezemgemalen (inclusief doorspoelgemalen), met uitzondering van de particuliere onderbemalingen;

e.Oeververdedigingen*: de oeververdedigingen (damwanden, beschoeiingen en dergelijke) die noodzakelijk zijn voor het functioneren van het watersysteem en/of de waterkeringen;

f.Sluizen: alle scheepvaartsluizen in het Rijnlandse gebied. Niet alleen de sluizen waarmee van het ene naar het andere peilgebied kan worden gevaren, maar ook de sluizen die een waterkwaliteitsfunctie hebben;

g.Sifons: de sifons die noodzakelijk zijn voor het functioneren van het watersysteem;

h.Stuwen: de stuwen die noodzakelijk zijn om het peil te beheren in de in een peilbesluit vastgestelde peilvakken;

i.Vaste dammen: de vaste dammen die liggen op formeel vastgestelde peilvakgrenzen;

j.Waardevolle oevers/natuurvriendelijke oevers: de op de leggerkaart weergegeven oevers die door Rijnland of met behulp van een subsidie als natuurvriendelijke oever zijn aangelegd;

k.Waterbergingen: een waterberging is een voor waterstaatkundige doeleinden bestemd gebied of locatie, niet zijnde een oppervlaktewaterlichaam of onderdeel daarvan, dat dient ter verruiming van de waterbergingscapaciteit van één of meer watersystemen en ook als waterberging op de leggerkaart is opgenomen.

* Oeververdedigingen zijn nu nog niet opgenomen in de legger ondersteunende kunstwerken. Voor de oevers zal een apart traject worden doorlopen. Zodra dat is afgerond, worden ze bij een volgende revisie in de legger ondersteunende kunstwerken opgenomen.

2Overige kunstwerken

Vanwege hun grote invloed op het functioneren van het watersysteem worden ook de volgende kunstwerken in de legger vastgelegd:

•Bruggen;

•Duikers;

•Diverse objecten die ook invloed hebben op de waterkerende functie, te weten: effluentleidingen en molens.

Artikel 2: onderhoudsplichtigen

Welke persoon of instantie (gedeeltelijk) onderhoudsplichtig is van een ondersteunend kunstwerk (inclusief de bediening daarvan) is vastgelegd in de legger. Bij de toedeling van de onderhoudsplichtigen zijn onderstaande regels toegepast. Incidenteel is hiervan gemotiveerd afgeweken.

Categorie

Onderhoudsplichtige

Ondersteunende kunstwerken

Met uitzondering van coupures, inlaten, waardevolle oevers en waterbergingen

Rijnland, met uitzondering van die ondersteunende kunstwerken die niet in onderhoud door Rijnland zijn overgenomen. In dat geval de vergunninghouder. Als er geen vergunning aanwezig is, de kadastrale eigenaar.

Inlaten

Rijnland, met uitzondering van die inlaten die niet in onderhoud door Rijnland zijn overgenomen en/of die niet noodzakelijk zijn voor de watervoorziening van het hoofdwatersysteem. In dat geval de vergunninghouder. Als er geen vergunning aanwezig is, de belanghebbende(n) van de peilafwijking/hoogwatervoorziening. Als ook die niet aanwezig is, de onderhoudsplichtige van het oppervlaktewater waar de inlaat op uitmondt.

Coupures en waardevolle oevers

Daar waar Rijnland afspraken heeft gemaakt met de eigenaar, de in de afspraken vastgelegde onderhoudsplichtige, anders de vergunninghouder. Als geen vergunning aanwezig is, de kadastrale eigenaar.

Oeververdedigingen

Nader te bepalen.

Waterbergingen

Rijnland voor wat betreft de grootschalige piekwaterbergingen in de Haarlemmermeerpolder en de Nieuwe Driemanspolder. In alle andere gevallen de vergunninghouder. Als er geen vergunning aanwezig is, de kadastrale eigenaar.

Overige kunstwerken

Daar waar Rijnland afspraken heeft gemaakt met de eigenaar, de in de afspraken vastgelegde onderhoudsplichtige, anders de vergunninghouder. Als geen vergunning aanwezig is, de aangeland waarvan het perceel wordt ontsloten (voor bruggen en duikers) of de kadastrale eigenaar (voor de andere kunstwerken).

Artikel 3: onderhoudsverplichtingen

De onderhoudsplicht van ondersteunende kunstwerken omvat:

1Bediening: het (waar relevant) bedienen van het kunstwerk;

2Gewoon onderhoud*: Het in stand houden van het (doorstroomprofiel) van het kunstwerk, waaronder ook wordt verstaan het verwijderen van alle afval die de onbelemmerde doorstroming van water hindert;

3Buitengewoon onderhoud*: Het onderhoud van de constructie en de materialen waaruit het kunstwerk is samengesteld, alsmede het op de juiste locatie en de juiste hoogteligging handhaven van het kunstwerk. Bij een waterkerende functie van het kunstwerk dient ook de waterkerende functie gehandhaafd (hoogte stabiliteit) te worden.

*Het gewoon en buitengewoon onderhoud van waardevolle oevers/natuurvriendelijke oevers vereist maatwerk en is vastgelegd in contracten en onderhoudsplannen.

Artikel 4: overgangsbepalingen, inwerkingtreding en citeertitel

1Alle hiervoor genoemde artikelen zijn ook van toepassing op de ondersteunende kunstwerken die nog niet in de legger zijn vastgelegd. Daarbij geldt dat betreffende waterstaatswerken door de onderhoudsplichtigen in stand moeten worden gehouden: overeenkomstig de voorwaarden zoals vermeld in de verleende ontheffing of, indien geen ontheffing voorhanden is, de oorspronkelijke richting, vorm, afmetingen en constructie;

2Deze legger treedt in werking met ingang van de eerste dag na de datum van bekendmaking. Op die datum wordt de tot dan toe geldende legger ingetrokken;

3Deze legger wordt aangehaald als: legger ondersteunende kunstwerken of de korte naam ‘legger kunstwerken’.

Bijlage 1. Definities

In deze legger wordt verstaan onder:

1Aangeland (aanliggend perceeleigenaar): degene die krachtens eigendom, bezit of beperkt recht het genot hebben van aan het waterstaatswerk grenzende percelen. Conform de jurisprudentie is dat degene die binnen een halve meter van de insteek de perceeleigenaar is;

2Bedieningsplichtige: degene die verantwoordelijk is voor de bediening van het (ondersteunende) kunstwerk;

3Bergingscapaciteit: het volume water dat geborgen kan worden tussen het vastgestelde waterpeil en het aanvaardbaar hoogste peil;

4Waterberging: Een waterberging is een voor waterstaatkundige doeleinden bestemd gebied of locatie, niet zijnde een oppervlaktewaterlichaam of onderdeel daarvan, dat dient ter verruiming van de waterbergingscapaciteit van één of meer watersystemen en ook als waterberging op de leggerkaart is opgenomen;

5Beschermingszone: aan een waterstaatswerk grenzende zone, waarin ter bescherming van het waterstaatswerk voorschriften en beperkingen kunnen gelden;

6Compartimenteringswerk: de flexibele kunstwerken (schotbalken, balgstuwen en dergelijke) waarmee delen van het watersysteem tijdelijk kunnen worden afgesloten. Bijvoorbeeld voor de bestrijding van calamiteiten;

7Duiker: een constructie die oppervlaktewateren door een grondlichaam heen met elkaar verbindt;

8Gemaal: een installatie om water van een lager naar een hoger niveau te brengen;

9Inlaat: kunstwerken met een afsluitklep voor het binnenlaten van hoger gelegen water in een lager gelegen gebied;

10Kadastrale eigenaar: de eigenaar van het perceel zoals dat formeel is vastgelegd bij het Kadaster in de Basisregistratie Kadaster;

11Kunstwerk: civieltechnisch werk voor de infrastructuur van wegen, water, spoorbanen, waterkeringen en/of leidingen;

12Legger: openbaar register van de beheerder, waarin de onderhoudsplicht en de gewenste of vereiste (onderhouds)toestand van wateren, waterkeringen en andere waterhuishoudkundige werken en voorzieningen zijn aangegeven, evenals de keurbegrenzingen;

13Oeververdediging: tegen of voor de oever geplaatste palenrij, (dam)wand, of steenstorting, die de oever tegen afkalven of het land tegen verzakking moet beschermen;

14Oppervlaktewater(lichaam): samenhangend geheel van vrij aan het aardoppervlak voorkomend water, met de daarin aanwezige stoffen, alsmede de bijbehorende bodem, oevers en, voor zover uitdrukkelijk aangewezen krachtens deze wet, drogere oevergebieden, alsmede flora en fauna. De term ‘oppervlaktewaterlichaam’ is de formele term uit de Waterwet. In deze legger wordt de verkorte term ‘oppervlaktewater’ gebruikt;

15Overige oppervlaktewateren: oppervlaktewateren met een voornamelijk lokale transportfunctie en/of welke een zekere drooglegging (ontwatering) dienen te geven;

16Primaire oppervlaktewateren: oppervlaktewateren met een belangrijke functie (een regionaal belang) in de wateraanvoer en/of waterafvoer en waterberging en/of voor de instandhouding van de waterkering;

17Onderhoudsplicht: de aansprakelijkheid voor onderhoud van bij het waterschap in beheer zijnde objecten, zoals in de legger of in voorschriften bij ontheffingen is aangegeven;

18Onderhoudsplichtigen: natuurlijke personen of rechtspersonen die verantwoordelijk zijn voor het onderhoud van waterkeringen, wateren, oevers, werken of bergingsvoorzieningen voor water of regenwater;

19Ondersteunend kunstwerk: kunstwerken en bijzondere constructies die deel uitmaken van het oppervlaktewater of waterbergingsgebied en van invloed zijn bij het waterbeheer, dan wel maatschappelijk relevant zijn;

20Overige kunstwerken: kunstwerken die niet ondersteunend zijn, maar die wel invloed op het watersysteem kunnen hebben en waarop wel een onderhoudsverplichting van kracht is;

21Peilbesluit: een door de waterbeheerder, op basis van integrale belangenafweging opgesteld besluit, waarin de streefpeilen voor het oppervlaktewatersysteem zijn vastgelegd. Het opstellen van peilbesluiten is een verplichting uit de Waterwet;

22Peilregulerend kunstwerk:kunstwerk voor het regelen van het waterpeil;

23Schouwpeil:

a.Het schouwpeil komt, in die gebieden waarvoor in het peilbesluit van dat gebied een winterpeil is vastgesteld, overeen met het winterpeil;

b.In gebieden waarvoor in het peilbesluit een flexibel peil is opgenomen, komt het schouwpeil overeen met de daarin genoemde ondergrens van de bandbreedte. Indien bij flexibel peil alleen de boven- of ondergrens is aangegeven komt het schouwpeil overeen met het vermelde peil;

c.Voor die gebieden waarvoor geen peilbesluit is vastgesteld, komt het schouwpeil overeen met het gewoonlijk door of vanwege het college in dat gebied gehandhaafde peil in de winterperiode.

24Sifon: kokervormige constructie met een verlaagd middengedeelte dat geheel met water is gevuld en die twee waterlopen met elkaar verbindt;

25Sluis: constructie bedoeld om schepen te laten passeren in een waterweg met een verschillend waterpeil;

26Stuw: vaste of beweegbare constructie die dient om het peil bovenstrooms van de constructie te verhogen c.q. te regelen;

27Vaste dam: een dwars door een oppervlaktewater gelegen constructie, bedoeld om water te scheiden;

28Vergunninghouder: natuurlijke persoon of rechtspersoon die bevoegd is om iets te doen of te laten zoals in de vergunning is aangegeven;

29Waardevolle oever/natuurvriendelijke oever: de op de leggerkaart weergegeven oevers die (1) met behulp van een subsidie als natuurvriendelijke oever zijn aangelegd;

30Waterdiepte: verticale afstand tussen waterspiegel en bodem van een oppervlaktewater;

31(Water)peil: kortstondig gemiddelde van de hoogteligging van de waterspiegel ten opzichte van een referentievlak, zoals NAP;

32Waterstaatswerk:

a.een oppervlaktewaterlichaam, waterbergingsgebied, waterkering of ondersteunend kunstwerk;

b.nog niet in de legger opgenomen wateren die gegraven worden na de inwerking treden van deze legger.

33Waterspiegel / waterlijn: het grensvlak tussen water en lucht;

34Watersysteem: samenhangend geheel van een of meer oppervlaktewaterlichamen en grondwaterlichamen, met bijbehorende waterbergingsgebieden, waterkeringen en ondersteunende kunstwerken;

35Winterpeil: het peil dat in het betreffende peilbesluit voor de winterperiode (globaal 1 september – 1 april) geldt of, bij het ontbreken ervan, in de praktijk wordt nagestreefd;

36Zomerpeil: het peil dat in het betreffende peilbesluit voor de zomerperiode (globaal 1 april – 1 september) geldt of, bij het ontbreken ervan, in de praktijk wordt nagestreefd.

Bijlage 2. Wettelijke kaders

Rijnland is op grond van de volgende regelgeving verplicht tot het opstellen van een legger:

•Waterwet;

•Waterschapswet.

•Waterverordening Rijnland;

•Reglement van bestuur Rijnland.

Waterwet, artikel 5.1

De beheerder draagt zorg voor de vaststelling van een legger, waarin is omschreven waaraan waterstaatswerken naar ligging, vorm, afmeting en constructie moeten voldoen. Van de legger maakt deel uit een overzichtskaart, waarop de ligging van waterstaatswerken en daaraan grenzende beschermingszones staat aangegeven.

Waterschapswet, artikel 78 lid 2

Tevens stelt het algemeen bestuur vast de legger waarin onderhoudsplichtigen of onderhoudsverplichtingen worden aangewezen.

Waterverordening Rijnland, artikel 4.1

De legger bedoeld in artikel 5.1 van de wet bevat, in aansluiting op het bepaalde in het eerste en tweede lid van dat artikel, in ieder geval:

a.het lengteprofiel en de dwarsprofielen van de primaire en regionale waterkeringen, alsmede het profiel van vrije ruimte;

b.de gemiddelde dwarsprofielen van de oppervlaktewaterlichamen en bergingsgebieden onder beheer van het waterschap;

c.een omschrijving van de ondersteunende kunstwerken en de bijzondere constructies die deel uitmaken van de primaire en regionale waterkering onder beheer van het waterschap;

d.een omschrijving van de ondersteunende kunstwerken en de bijzondere constructies die deel uitmaken van de oppervlaktewaterlichamen en bergingsgebieden onder beheer van het waterschap.

Reglement van bestuur Rijnland, artikel 5

1De onderhoudsplichtigen en de onderhoudsverplichtingen betreffende waterkeringen en wateren worden aangegeven respectievelijk vastgelegd in de legger, bedoeld in artikel 78, tweede lid, van de Waterschapswet;

2In de legger wordt vermeld wat de functie is van het desbetreffende waterstaatswerk, wie met het onderhoud is belast en wat het onderhoud omvat;

3Ten aanzien van de vaststelling van de legger als bedoeld in artikel 78, tweede lid van de Waterschapswet zijn de artikelen 73 en 74 van de Waterschapswet van overeenkomstige toepassing.

Bijlage 3. Beslisboom onderhoud oeververdedigingen

Nader te bepalen.

Bijlage 4. Kunstwerken met een waterkerende functie

Welke kunstwerken?

Als uitgangspunt hiervoor wordt de scope van de toetsing regionale en primaire kunstwerken gebruikt. In de toetsing zijn onderstaande kunstwerkentypen opgenomen:

•Duiker;

•Effluentleiding;

•Inlaat;

•Gemaal;

•Molen (historisch);

•Sifon;

•Sluis;

•Windmolen.

Van de objecten binnen deze objecttypes is voor de toetsing regionale kunstwerken beschouwd of ze waterkerend zijn. Alleen deze worden getoetst en opgenomen in de legger ondersteunende kunstwerken met de indicatie waterkerend.

Niet alle type kunstwerken uit de legger zijn opgenomen in de toetsing het gaat hierbij om:

•Compartimenteringswerken*;

•Coupures;

•Stuwen;

•Bruggen;

•Oeververdedigingen.

Hier zitten echter wel kunstwerktype bij met een waterkerende functie. Daarom worden:

•alle coupures opgenomen met indicatie waterkerend;

•stuwen in de kruin(lijn) van een regionale kering opgenomen met indicatie waterkerend;

•alle compartimenteringswerken opgenomen met indicatie waterkerend*;

•bruggen worden niet opgenomen met indicatie waterkerend;

•Oeververdedigingen zijn een speciaal geval. Langsconstructies in het buitentalud maken deel uit van de toetsing regionale keringen. Onderdeel van de toetsing is het beoordelen of deze van invloed zijn op de waterkerende functie van de kering. Is dit het geval, dan wordt de oeververdediging in de legger ondersteunende kunstwerken opgenomen met de indicatie waterkerend. Zoals bekend is de toetsing nog niet afgerond.

*Compartimenteringswerken (BWO keringen en Rijndijksluizen) keren alleen water in geval van calamiteit, en de status binnen het watersysteem van deze keringen is niet geheel duidelijk. Totdat deze duidelijk er is worden deze keringen met indicatie waterkerend opgenomen.

In aanvulling van de scope kunstwerken en scope legger kunstwerken worden nog de volgende kunstwerktypes gezien die moeten worden opgenomen in de legger omdat deze o.a. waterkerend functie hebben, dit zijn;

•Aquaducten (reeds beschikbaar in beheerregister);

•Tunnels (Wijkertunnel).

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.