Aanhef
Bekendmaking
De verenigde vergadering van het hoogheemraadschap van Rijnland heeft op 24 november 2021 de
Kustnota vastgesteld.
In de nieuwe Kustnota leest u onze visie en doelstellingen voor de zeewering. Deze nota geeft aan
welke beheerwerkzaamheden wij de komende jaren gaan uitvoeren en waarom. Ook staat aangegeven
welke mogelijkheden wij zien voor medegebruik van de zeewering bij badplaatsen en in natuurgebieden.
Besluit
De verenigde vergadering van het hoogheemraadschap van Rijnland,
gelezen het voorstel van dijkgraaf en hoogheemraden d.d. 5 oktober 2021, kenmerk 21.055483;
gelet op artikel 5.3 uit de Waterwet;
besluit:
de Kustnota vast te stellen.
Bijlage A Verklarende woordenlijst
•Basiskustlijn = de referentiekustlijn die in het kader van de Kustlijnzorg wordt gehandhaafd
•Bebouwingscontouren = de begrenzing van de bebouwing in badplaatsen zoals vastgelegd in de kaart bij onze uitvoeringsregels
•Buitendijks gebied = Het gebied dat aan de zeezijde van de waterkering ligt en niet beschermd wordt door de primaire kering. Hier gelden geen wettelijke veiligheidsnormen.
•Dagelijkse onderhoud/beheer (dagelijks waterstaatkundig beheer) = Dit bestaat uit het voorkomen van overlast door verstuiving; dus onderhoud van de hekken langs het strand en duin en waar nodig helm planten; dit is in de Keur vastgelegd.
•Dijk-in-duin constructie = Een waterkering bestaande uit een duin en een dijk onder het duin: het duin aan zeezijde van de dijk volledig zal tijdens storm wegslaan. Dit werkt als buffer om de krachten op dijk rond de piek van de storm te reduceren.
•Dijktraject = Deel van een primaire waterkering dat afzonderlijk genormeerd is.
•Duinvoet = De aan de zeezijde liggende benedenrand van een duin. In natuurlijke omstandigheden ligt de duinvoet op 3 meter +NAP .
•Dynamisch kustbeheer = Het zodanig beheren van de zandige kust dat natuurlijke processen zoals aangroei, afslag en verstuiving, al dan niet gestimuleerd, zoveel mogelijk ongestoord kunnen verlopen
•Grootvee = Paarden, koeien of andere grote grazers (schapen en geiten
daarentegen behoren tot het kleinvee).
•Helmtalud = De zone met helm begroeid duin aan de zeezijde van boulevards (vaak een helling)
•Kernzone = De belangrijkste zone van de waterkering. Waarin de actuele waterveiligheid behaalt wordt. De Wettelijke afbakening is opgenomen in de legger.
•Kustlijnzorg(programma) = Het beheer en onderhoud van de kust met zandsuppleties zoals dat door Rijkswaterstaat wordt uitgevoerd in een meerjarig programma.
•Kustfundament = Het gebied vanaf een diepte van -20 meter NAP tot aan de binnenduinrand.
•Landelijke Beoordeling = Het LBO is de beoordelingscyclus volgens de nieuwe normen voor de primaire waterkeringen.
•Primaire waterkering = een waterkering die beschermt tegen het buitenwater (zee, grote rivieren of meren), zoals vastgelegd in de Waterwet.
•Ondergrens = Dit is de overstromings- of faalkans waarop de waterkering minimaal berekend moeten zijn. Deze is wettelijk vastgelegd.
•Open gevallen locatie = een locatie waar aanwezige bebouwing verwijderd is.
•Seizoensbebouwing = bebouwing op het strand die alleen aanwezig is in de periode tussen 1 februari en 30 oktober.
•Signaleringswaarde = De signaleringswaarde voor een dijktraject is, als norm in de wet opgenomen waarde. De waarde betreft een overstromingskans en is zodanig gekozen dat er voldoende tijd is voor het uitvoeren van een verbeteractie
•Strand = De kuststrook tussen de duinvoet en laagwaterlijn.
•Strandbanket (of zandbanket) = Kunstmatige verhoging van het strand tegen het duin aan die wordt gebruikt als standplaats voor strandpaviljoens op recreatiestranden.
•Stormseizoen: Periode vanaf 1 november tot 1 februari.
•Vooroever = Het gedeelte van de kuststrook zeewaarts van de laagwaterlijn tot de zeebodem. Soms ook wel onderwateroever genoemd.
•Waterkering = Een natuurlijke of kunstmatige verhoging in het landschap om het achterliggende gebied te beschermen tegen overstromingen. Een waterkering kan primair of regionaal zijn.
•Zeereep = De meest zeewaarts gelegen rij duinen, direct aan het strand
•Zeewering = Een primaire waterkering die grenst aan zee.
•Zwakke Schakels = Delen van de zeewering langs de Nederlandse kust die in de afgelopen jaren moesten worden versterkt om te voldoen aan de normen
Bijlage B Voorkeursstrategie Waterveiligheid Kust
Het Deltaprogramma 2021 geeft aan dat de voorkeursstrategie voor waterveiligheid langs de kust grotendeels ongewijzigd blijft:
De adaptieve waterveiligheidsstrategie ‘zacht waar het kan (gebruikmaken van zandsuppleties), hard waar het moet’ blijft gehandhaafd. Daarmee kan de kust gemakkelijk meegroeien met de zeespiegelstijging. Zandsuppleties dragen ook bij aan een aantrekkelijke kust met mogelijkheden voor recreatie en toerisme.
Uitgangspunt blijft ook de integrale opgave uit de Nationale Visie Kust (2013): een veilige, aantrekkelijke en economisch sterke kust door de veiligheidsopgave en ruimtelijke ambities met elkaar te verbinden.
De strategie bevat een nieuwe werkwijze om de waterveiligheidsopgave en ruimtelijke ontwikkelingen met elkaar te verbinden, met maatwerk per locatie. Als op een bepaalde locatie binnen vijftig jaar een ruimtelijke ontwikkeling en een veiligheidsopgave spelen die een relatie met elkaar hebben, onderzoeken de partijen gezamenlijk de mogelijkheden: zeewaarts, landwaarts of consolideren. Het resultaat stellen ze vast in een ‘meegroeiconcept’. Met de keuze voor het meegroeiconcept wordt het mogelijk maatregelen uit te werken voor de ruimtelijke ambities (die over het algemeen eerder spelen) en daarbij rekening te houden met de eisen voor waterveiligheid op lange termijn.
Voor Katwijk en Noordwijk is als ‘Kustparels’ gekeken wat er redelijkerwijs aan opties is voor toekomstige versterkingen: Ze zijn nu immers net voor de komende 50 jaar versterkt. Vanwege de harde constructie zijn de mogelijkheden beperkt. De dijk zal wanneer dat nodig is verhoogd moeten worden en het voorliggende duin dan ook. De mate waarin hangt af van de zeespiegelstijging en de mate waarin het kustfundament dan is meegegroeid. Bij Katwijk is de dijk nu al op de toekomstige breedte aangelegd zodat dan alleen de kruin aangepast hoeft te worden.
Bij Zandvoort is nog geen veiligheidsopgave; Wanneer er wel versterkt moet worden dan is dat vanwege de grootschalige bebouwing lastig te realiseren binnen de huidige bebouwde omgeving. Lokaal kan wellicht het duin iets opgehoogd worden in combinatie met vernieuwbouw, maar dat zal nooit het hele probleem verhelpen. Een nieuwe strook duin voor de huidige boulevard kan al veel winst opleveren. Vooral voor waterveiligheid, maar de meekoppelkansen voor doorontwikkeling van de bebouwing is dan beperkt. Daarvoor zal dan een veel grootschaligere en duurdere zeewaartse kustuitbouw gedaan moeten worden en/of een Harde constructie (dijk-in-boulevard, dijk-in-duin)
Omdat de waterveiligheidsopgave vaak toch niet zoals eerder bedacht samenvalt met de ruimtelijk opgave wordt de strategie herzien. De herijkte strategie geeft daarom een enigszins aangepaste werkwijze waarmee de verbinding standaard onderdeel wordt bij alle ruimtelijke ontwikkelingen in de kustzone. Het concept ‘Kustparels’ komt te vervallen en daarvoor in de plaats wordt voor iedere plaats langs de kust waar ruimtelijke ontwikkelingen plaatsvinden onderzocht of kustwaterveiligheid integraal onderdeel van het proces kan zijn. Vertegenwoordigers van het Kustpact en Deltaprogramma Kust bekijken hoe kustgemeenten bij ruimtelijke ambities automatisch de koppeling kunnen maken met de waterveiligheidsopgave, bijvoorbeeld via de provinciale en gemeentelijke omgevingsvisies.
Bijlage C Uitleg zeewering
Bij duinen spelen essentieel andere mechanismen dan bij dijken. Welk gedeelte van een duin of van duinenrijen de functie van primaire waterkering vervult, is niet altijd even duidelijk. Wanneer bijvoorbeeld de eerste duinenrij niet voldoet (onder maatgevende omstandigheden), verschuift de lijn van de primaire waterkering naar de volgende duinenrij. In tegenstelling tot dijken, is bij duinen de hoeveelheid zand in het dwarsprofiel bepalend. Vanwege de natuurlijke processen (zandbeweging in de zee en vervolgens transport door de wind naar het duin) is de zone die van belang is voor een duin essentieel breder.
Voor de bepaling van de sterkte van een duin worden afslagberekeningen gemaakt. Eis is dat er een minimum duinprofiel (grensprofiel) overblijft onder normomstandigheden (zie onderstaande figuur). De golfaanval leidt tot duinafslag. Het gedeelte van de duin dat door deze storm niet wordt aangetast, dient voldoende zand te bevatten. Daartoe is het grensprofiel gedefinieerd: dit profiel moet nog aanwezig zijn na normomstandigheden (een ‘superstorm’). De berekening van de ligging van het kritieke grensprofiel wordt afgestemd op de ligging van het kritieke afslagpunt. De zone waar de duinafslag plaatsvindt samen met het grensprofiel noemen we de kernzone.
Voor de bepaling van de beschermingszone landzijde (de reserveringszone) voor de zeespiegelstijging dient te worden uitgegaan van een planperiode van 200 jaar met het meest ongunstige klimaatscenario. Als blijkt dat de reserveringszone niet kan worden ondergebracht in het bestaande duin, dan dient de strook achter het bestaande duin te worden voortgezet. De breedte van deze strook is afhankelijk van de hoogte die voor een later aan te brengen versterking wordt aangenomen. Deze is afhankelijk van de lokale situatie, zoals de aanwezigheid van bebouwing. De maximale breedte ontstaat bij het invoeren van de minimale hoogte, te weten de hoogte van het maatgevend grensprofiel over 200 jaar.
Bijlage D Overzicht trends aangroei duin.
Sinds eind jaren ’60 wordt de kust ingemeten. Uit de jaarlijkse meetgegevens kunnen we een goed beeld krijgen over de aangroei en afslag van de kust. In deze bijlage staan voor een aantal representatieve locaties langs onze kust de gegevens over aangroeitrends van de afgelopen jaren.
De geselecteerde locaties liggen:
•bij een natuurgebied (Nationaal Park Zuid-Kennemerland) waar het duin zich ongestoord kan ontwikkelen (raai 5900).
•bij Zandvoort; een drukke badplaats met veel strandbebouwing waar weinig duin ligt voor de boulevard (raai 6700, figuur D2).
•bij Noordwijk ter hoogte van de kustversterking waar een nieuwe strook duin (met dijk) is aangelegd (raai 8125, figuur D3).
In de onderstaande figuren is de aangroei van het duin weergegeven. Op de horizontale as staan de jaartallen, op de verticale as staat het volume zand dat aanwezig is in het vak dat gemeten wordt. Omdat de meetvakken bij elke raai anders zijn – de aangroei vindt bijvoorbeeld op grotere lengtes duin plaats – moet deze niet onderling vergeleken worden.
In onderstaande figuur is een duidelijke positieve trend te onderscheiden. De aangroei die hierbij hoort is gemiddeld ruim 20 m3/jaar. Dit komt precies overeen met het volume waarmee het Rijk rekening houdt dat mag verdwijnen (richting het duin) uit de BKL-zone. Het duin groeit vooral aan de voorzijde aan zoals ook te zien is in het dwarsprofiel in paragraaf 4.3.
Bij Zandvoort is er in feite geen aangroei; Dat is ook te zien aan de schaal van de verticale as: het verschil tussen de meetwaarden over ruim 25 jaar bedraagt in totaal 22m3 . Sinds de laatste 10 jaar – is het volume van het duin jaarlijks nagenoeg gelijk. De trend in aangroei van het duin van is 0,06 m3/jaar.
Als laatste is de trend in volumeontwikkeling voor raai 8125 in Noordwijk. Op deze locatie is in 2007 een versterking uitgevoerd. De versterking is duidelijk te zien in de volumeontwikkeling van het duin; het volume schiet omhoog in dat jaar. Dat is dus het zand wat aangebracht is met de versterking.
Wat in deze figuur ook goed te zien valt is dat tot de kustversterking het duin nauwelijks aangroeide. Net als bij Zandvoort ging het om een intensief beheerd strand met veel bebouwing met maar een beperkt stuk duin om aan tot aan de boulevard. Met de kustversterking is het beheer van de zeewering overgenomen door Rijnland. In de jaren na de versterking en de overname in beheer (2008 tot 2019) is te zien dat er sprake is van een duidelijke trend van aangroei. Gemiddeld is de aangroei zo’n 3,5 m3/jaar sindsdien. De aangroei varieert in deze periode van 0 tot uitschieters van 10m3 zand aanwas.