Verordening doorvaartrechten
Artikel 1
Onder de naam doorvaartrechten worden rechten geheven voor het met een vaartuig passeren van bij het Hoogheemraadschap van Delfland in beheer zijnde sluizen en bruggen.
Artikel 2
De ambtenaar belast met de heffing is de ambtenaar die door het dagelijks bestuur is aangewezen, als bedoeld in artikel 123, derde lid, onderdeel b, van de Waterschapswet.
Artikel 3
Belastingplichtig is de schipper van het in artikel 1 genoemde vaartuig.
Artikel 4
De doorvaartrechten worden geheven ter zake het met een vaartuig passeren van sluizen en bruggen, onverschillig in welke richting.
Artikel 5
De doorvaartrechten worden geheven naar de maatstaf en het tarief, zoals die zijn opgenomen in de van deze verordening deel uitmakende tabel.
Artikel 6
De doorvaartrechten worden geheven bij wege van het vorderen van een bedrag, zoals dat blijkt uit een gedagtekende nota.
Artikel 7
De rechten dienen te worden betaald op het tijdstip, waarop de nota als bedoeld in artikel 6 wordt afgegeven.
Artikel 8
Het dagelijks bestuur kan nadere regels geven inzake de heffing en invordering van deze belasting.
Artikel 9
1Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 mei 1992.
2Deze verordening kan worden aangehaald als de "Verordening Doorvaartrechten Delfland".
Aldus vastgesteld bij besluit, genomen in de openbare bijeenkomst van de verenigde vergadering van 12 maart 1992, nr. 92.6495, goedgekeurd bij besluit van gedeputeerde staten van 1 april 1992, nr. DWM 38307 en in werking getreden op 1 mei 1992.
Deze verordening is aangepast:
VV 16 maart 1995 no. 95.00401, GS 24 april 1995 no. DWM 95769, bekendmaking 7 juni 1995, inwerkingtreding 1 mei 1995
VV 12 maart 1998 nr. 98.00041, GS 18 maart 1998, bekendmaking 26 maart 1998, inwerkingtreding 27 maart 1998
VV 29 november 2001 nr. 2001/11856, inwerkingtreding 1 januari 2002