Waterschapswetten

Beleidsregel Medegebruik Zeewering

Hoogheemraadschap van Delfland · geldt sinds 7 november 2014

2 KADER

2.1 Algemene regelgeving

2.1.1 Algemene wet bestuursrecht

De Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) bevat algemene regels van het bestuursrecht en regelt de verhouding tussen de overheid en burgers. In deze wet zijn ook bepalingen opgenomen over beleidsregels. Een beleidsregel bevat regels omtrent de afweging van belangen, de vaststelling van feiten of de uitleg van wettelijke voorschriften bij het gebruik van een bevoegdheid van een bestuursorgaan (artikel 1:3 Awb).

Het college stelt deze beleidsregel vast ter invulling van zijn vergunningverlenende bevoegdheid. Ter motivering van een watervergunning kan worden verwezen naar deze beleidsregel.

Over het algemeen moet het college ook handelen overeenkomstig de beleidsregel. Alleen als toepassing van de beleidsregel voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen, kan het college afwijken van de beleidsregel (artikel 4:84 Awb). Dit wordt de inherente afwijkingsbevoegdheid genoemd.

2.1.2 Waterwet

De Waterwet bevat regels met betrekking tot het beheer en gebruik van watersystemen zijnde oppervlaktewaterlichamen en grondwaterlichamen, met bijbehorende bergingsgebieden, waterkeringen en ondersteunende kunstwerken.

De toepassing van de Waterwet is gericht op:

-voorkoming en waar nodig beperking van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste, in samenhang met

-bescherming en verbetering van de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen en

-vervulling van maatschappelijke functies door watersystemen (artikel 2.1 Waterwet).

Deze doelstellingen (alsmede het belang van de doelmatige werking van de zuiveringstechnische werken) vormen in onderlinge samenhang het toetsingskader bij vergunningverlening. Een watervergunning wordt geweigerd indien de aangevraagde werkzaamheden niet verenigbaar zijn met de doelstellingen van het waterbeheer en het niet mogelijk is om de belangen van het waterbeheer voldoende te beschermen door het verbinden van voorschriften of beperkingen aan de watervergunning (artikel 6.21 Waterwet).

De zeewering behoort tot een dijkring en is een primaire waterkering zoals aangewezen in de Waterwet. In de Waterwet is de veiligheidsnorm aangegeven waaraan elke dijkring moet voldoen (artikel 2.2 Waterwet).

Samenloop van bevoegdheden

In de Waterwet zit ook een zogenoemde ‘samenloop regeling’. Van samenloop van bevoegdheden is sprake als voor de uitvoering van een handeling of samenstel van handelingen, meerdere bestuursorganen bevoegd zijn om een watervergunning te verlenen (artikel 6.17, eerste lid, Waterwet).

Hierbij is het uitgangspunt dat één watervergunning wordt verleend door één bestuursorgaan. Waarbij de hoofdregel is dat de aanvraag om een watervergunning in behandeling wordt genomen en wordt verleend door het hoogste bestuursorgaan dat daarbij betrokken is. Vindt de samenloop plaats tussen meerdere waterschappen zonder dat daar een hoger gezag bij betrokken is, dan is het waterschap op wiens grondgebied (dus geografisch gezien) de handeling in hoofdzaak plaatsvindt, bevoegd gezag.

Betrokken bestuursorganen kunnen in onderling overleg beslissen af te wijken van bovenstaande hoofdregels. Dit kan in gevallen waarin de inhoudelijke betrokkenheid van het hoogste bestuursorgaan bij de samenloop relatief gering is, of wanneer de doelmatigheid of dienstverlening daar anderszins mee gediend zijn.

Dit is bijvoorbeeld het geval voor de vergunningverlening op het strand. Op het strand kunnen zowel Rijkswaterstaat als Delfland bevoegd gezag zijn voor de watervergunningverlening. Echter Delfland en Rijkswaterstaat hebben afgesproken dat de vergunningverlening op het strand in beginsel plaatsvindt door Delfland. In gevallen die een directe invloed hebben op de BKL (Basis KustLijn) is Rijkswaterstaat het bevoegde gezag.

Bij samenloop wordt voordat op de vergunningaanvraag wordt beslist, advies gevraagd aan de overige betrokken bestuursorganen.

2.1.3 Provinciale regelgeving

Het provinciaal Reglement van bestuur voor het Hoogheemraadschap van Delfland bevat de aanwijzing van de begrenzing van het beheersgebied en de taken en bevoegdheden van Delfland en bepalingen omtrent het bestuur van Delfland. Zo is in het reglement onder andere bepaald dat Delfland de waterstaatkundige verzorging van zijn gebied tot taak heeft. Deze taak omvat onder andere de zorg voor het watersysteem en de zorg voor de zuivering van afvalwater.

In de Verordening Ruimte zijn kaarten opgenomen waarop de bebouwingscontouren zijn aangegeven.

2.1.4 Privaatrecht

Indien in het kader van het medegebruik percelen worden betreden en gebruikt dan is privaatrechtelijke toestemming van de eigenaar van deze percelen nodig. Voor het uitvoeren van handelingen op percelen van Delfland is er naast een publiekrechtelijke watervergunning ook privaatrechtelijke toestemming nodig van Delfland.

2.2 Delflandse regelgeving

2.2.1 Keur Delfland

De Keur Delfland is een verordening die Delfland heeft opgesteld op basis van de Waterschapswet. De Keur bevat bepalingen die nodig zijn voor de behartiging van de opgedragen taken. Deze taken betreffen in ieder geval de zorg voor het watersysteem en de zorg voor het zuiveren van afvalwater.

De Keur bevat onder andere verbodsbepalingen. In hoofdstuk 4 is bepaald voor welke handelingen een watervergunning nodig is. Het college is bevoegd deze watervergunning te verlenen. Ook is in de Keur de bevoegdheid opgenomen voor het college tot het stellen van algemene en nadere regels. Deze regels kunnen een vrijstelling van de watervergunningplicht inhouden of een algeheel verbod op het verrichten van bepaalde handelingen.

Om te bepalen waar de verschillende keurbepalingen gelden is de Legger Zeewering van belang. In de Legger Zeewering worden namelijk de zones aangegeven waarbinnen de bepalingen uit de Keur van toepassing zijn.

2.2.2 Algemene regels behorende bij de Keur Delfland

Voor het verrichten van bepaalde handelingen wordt in de Algemene regels behorende bij de Keur Delfland vrijstelling verleend van de vergunningplicht uit de Keur.

Enkele thema’s waarvoor algemene regels zijn opgesteld (niet uitputtend):

-Grondmechanisch onderzoek;

-Recreatief medegebruik wegen;

-Kleinschalig strandgebruik;

-Evenementen op het strand;

-Straatmeubilair;

-Werken, en

-Hekken en schuttingen.

2.2.3 Legger Zeewering

De legger vindt zijn juridische grondslag in de Waterwet en Waterschapswet. In de legger wordt aangegeven wie verplicht zijn tot het onderhoud van waterkeringen (wat onder dit onderhoud wordt verstaan is opgenomen in de Keur). Daarnaast beschrijft de legger aan welke eisen een waterkering moet voldoen naar ligging, vorm, afmeting en constructie. Een ander onderdeel van de legger zijn overzichtskaarten met daarop de zones waarbinnen de bepalingen uit de Keur van toepassing zijn.

Ten aanzien van waterkeringen zijn er drie verschillende zones te onderscheiden, namelijk het waterstaatswerk, de beschermingszone(s) en profiel van vrije ruimte.

•Waterstaatwerk: De zonering waterstaatwerk betreft de ligging van het grondlichaam/de constructie, benodigd om het water (ook in de toekomst) te keren plus waarnodig ter weerzijden daarvan een onderhoudstrook en samenvallend daarmee een strook grond die stabiliteit aan het grondlichaam of constructie geven.

Delfland is verantwoordelijk voor het beheer van de waterkering binnen deze zonering.

Bij de bepaling van de voorgeschreven ligging en afmetingen van de kering is bij deze actualisatie uitgegaan van de maatgevende omstandigheden over 50 jaar (incl. zeespiegelstijging). Dit betekent dat de in de geactualiseerde legger opgenomen kering voor de komende 50 jaar voldoet aan de wettelijke vereiste norm (wijziging in inzichten en beleid daargelaten). Het beheer van de kering is er op gericht dat de voorgeschreven ligging en afmetingen altijd in het veld aanwezig zijn.

•Beschermingszone(s): Voorkomen moet worden dat het aanbrengen van werken, ontgravingen of objecten ter weerzijde van de waterkering het functioneren van de kering in gevaar brengen. Hiertoe zijn beschermingszones ter weerszijde van de zone waterstaatwerk in de legger opgenomen. Aan werkzaamheden in deze zoneringen zijn vergunningsvoorwaarden verbonden.

•Profiel van vrije ruimte: Het profiel van vrije ruimte is een ruimtelijke reservering voor een mogelijke toekomstige versterking van de waterkering. Doel van deze ruimtelijke reservering is zoveel mogelijk te voorkomen dat nog nieuwe aan te leggen (bouw)werken de toekomstige versterking belemmeren. Het vergunningbeleid in deze zonering (profiel van vrije ruimte) is er op gericht om bij nieuwe ontwikkelingen zoveel mogelijk rekening te houden met de mogelijke versterking. Volgens landelijk beleid moet rekening gehouden worden met een kering die een toekomstige zeespiegelstijging voor over 200 jaar kan keren.

Omdat momenteel niet in detail bekend is hoe de kering in de toekomst versterkt zal worden (hieraan gaat te zijner tijd een variantenstudie en besluitvorming aan vooraf), zal het profiel van vrije ruimte gebaseerd zijn op een conservatieve aanname van het benodigde ruimtebeslag. Daarbij wordt een onderbouwde keuze gemaakt hoe naar verwachting de kering versterkt moet worden (zeewaartse of landwaartse versterking, of een combinatie hiervan).

Langs de Delflandse kust is sprake van drie typen waterkeringen. De typering is bepalend voor de wijze waarop de kering in de legger wordt vastgelegd.

•Zandige kust: De zandige kust is een natuurlijk gevormde waterkering bestaande uit een rij duinen. Onder maatgevende omstandigheden (stormvloed) slaat een deel van het duin af. Landwaarts van het afgeslagen duin moet een zogenaamd grensprofiel in het duin resteren om na afslag uiteindelijk de waterkering te vormen. Dit grensprofiel is een voorgeschreven hoeveelheid zand dat zich boven stormvloedpeil moet bevinden. Vanaf de duinvoet tot en met het grensprofiel wordt het duin in de leggerzonering waterstaatswerk opgenomen.

Dit type (zandige kust) is overal langs de kust aanwezig. Uitzondering vormen de dijkin-boulevard (Plan Morales) en de kering rondom de haven van Scheveningen. De noord-boulevard en de boulevard van Kijkduin worden als zandige kust beschouwd. Bij maatgevende stormvloed kunnen delen van deze boulevards wegslaan. Gebouwen op de boulevard in de afslagzone verstoren het afslagproces. De afslagzone verbreedt zich door deze verstoring landwaarts. Het benodigde grensprofiel komt daardoor meer landwaarts te liggen. Dit resulteert noodzakelijkerwijs in een bredere leggerzonering.

Afbeelding: Zijaanzicht leggerzoneringen zandige kust

Afbeelding: Voorbeeld bovenaanzicht leggerzoneringen zandige kust (voor precieze zoneringen per locatie: zie Legger Zeewering)

Begrenzing van de leggerzonering bij dynamisch beheer

De landwaartse begrenzing van het waterstaatswerk wordt gevormd door de ligging van het doorgaande 50-jaars grensprofiel. Bij dynamisch beheer wordt dit grensprofiel zoveel mogelijk landwaarts gesitueerd. Dit grensprofiel moet in stand gehouden worden. Verstuiving mag niet leiden tot erosie van dit grensprofiel. Zeewaarts van dit grensprofiel is wel verstuiving mogelijk. Het gehele duingebied van de duinvoet tot de meeste landwaarts gelegen duinregel met daarin het grensprofiel vormen de leggerzonering waterstaatswerk.

Bij de boulevards van Scheveningen en Kijkduin en bij Ter Heijde is dynamisch beheer niet mogelijk en ongewenst. In navolging van het landelijk beleid met betrekking tot de kustplaatsen is de leggerzonering is hier zo smal mogelijk.

Ruimtelijke reservering en ligging van het 200-jaars grensprofiel

In de legger wordt een ruimtelijke reservering voor een toekomstige versterking van de waterkering opgenomen. Conform landelijk beleid wordt hierbij rekening gehouden met 200-jaar zeespiegelstijging. Bij een breed hoog duin zal het 200-jaars grensprofiel (linker blauwe grensprofiel in figuur) zeewaarts liggen van het zoveel mogelijk landwaarts gesitueerde 50-jaars grensprofiel (rechter blauwe grensprofiel in figuur). De ruimtelijke reservering (profiel van vrije ruimte) valt dan geheel binnen het reeds bestaande waterstaatswerk. Daar waar het duin relatief laag en of smal is, is een 200jaars grensprofiel niet aanwezig binnen het waterstaatswerk. Deze situatie doet zich alleen voor bij de noord-boulevard van Scheveningen. Voor de ruimtelijke reservering over 200 jaar wordt voor de noord-boulevard in de legger rekening gehouden met een zeewaartse versterking.

De duinvoet (de overgang van het duinbeloop naar het strand) vormt de overgang van leggerzonering waterstaatswerk naar de beschermingszone aan de zeezijde. De ligging van deze duinvoet is daar waar dynamisch beheer plaatsvindt niet meer gefixeerd. De leggerzonering heeft daardoor in de tijd een variabele ligging. De ligging van de duinvoet wordt daarom jaarlijks vastgelegd.

•Dijk-in-boulevard: bij de zuid-boulevard (Plan Morales) wordt de waterkering gevormd door een zogenaamde hybride kering. Onder de boulevard bevindt zich een dijk die in combinatie met een onder de boulevard gelegen hoeveelheid zand de waterkering vormt. Deze dijk is voorzien van een bekleding en heeft een vereiste dijktafelhoogte. De leggerzonering is op dit type kering aangepast en is smaller omdat landwaarts van deze kering geen sprake is van een afslagzone.

De dijk in boulevard is op termijn te laag. Voor de ruimtelijke reservering over 200 jaar wordt in de legger rekening gehouden met een mogelijk toekomstige zeewaartse versterking.

Afbeelding: Leggerzoneringen gerelateerd aan leggerprofiel dijk-in-boulevard

Afbeelding: Voorbeeld bovenaanzicht leggerzoneringen dijk-in-boulevard (voor precieze zoneringen per locatie: zie Legger Zeewering)

•(Zand)Dijk: Rondom de haven van Scheveningen is sprake van deels een verheelde zanddijk (gelegen o.a. onder de Westduinweg), van een dijk met bekleding en van twee waterkerende constructies (de stormvloedkering en boezemgemaal).

Afbeelding: Leggerzonering bij de haven van Scheveningen

Afbeelding: Voorbeeld bovenaanzicht leggerzoneringen bij de haven van Scheveningen (voor precieze zoneringen per locatie: zie Legger Zeewering)

De waterkering rondom de haven van Scheveningen kan onder de maatgevende condities alleen goed blijven functioneren indien de golfwerking in de haven niet wijzigt. De havenmonding, de vorm van de havenbekkens en voorgelegen (beklede) duinregel bij de Strandweg zorgen ervoor dat onder de maatgevende omstandigheden de golfaanval vanuit zee op de waterkering beperkt blijft. Voorkomen moet worden dat de golfwerking in de haven wijzigt (toeneemt) als gevolg van werken in het havengebied. Om die reden is het gehele havengebied opgenomen in de beschermingszone.

De huidige kering rondom de haven is op termijn te laag. Met het opnemen van een profiel van vrije ruimte wordt beoogd mogelijke ontwikkelingen te voorkomen die het realiseren van de voorgenomen verbetering onmogelijk maken of slechts mogelijk te maken via verwijdering of aanpassing van het medegebruik met grote financiële consequenties.De keuze voor het opnemen van een profiel van vrije ruimte op de in de legger aangegeven wijze is gebaseerd op onder andere een studie uitgevoerd door de gemeente Den Haag ‘Alternatieven voor de bescherming van de Scheveningen haven’ uit 2010. Deze varianten zijn ook opgenomen in de Strategische Agenda Kust Zuid Holland, vastgesteld door provinciale staten Zuid Holland, april 2011, paragraaf 3.3.2.

Hierin is het volgende opgenomen: ‘In Scheveningen moet bij toekomstige versterking een keuze worden gemaakt of de waterkering om de haven heen blijft liggen of dat de haven binnendijks komt te liggen. Om hier duidelijkheid over te verkrijgen is een nadere uitwerking nodig. De gemeente heeft hierbij het voortouw.’.

2.3 Delflands beleid

2.3.1 Waterbeheerplan 2010-2015

Het opstellen van een waterbeheerplan is een wettelijke verplichting die volgt uit de Waterwet. In het Waterbeheerplan 2010-2015 zet Delfland de lijnen uit voor de komende jaren. Hiermee legt Delfland vast wat het waterschap wil bereiken en hoe Delfland dit gaat doen. Onderdeel van het Waterbeheerplan 2010-2015 zijn het opstellen van Delflands

Algemeen Waterkeringenbeleid en het opstellen van beleidsregels voor de zeewering.

2.3.2 Delflands Algemeen Waterkeringenbeleid

Het Delflands Algemeen Waterkeringbeleid geeft op hoofdlijnen het algemene beleidskader aan voor het beheer van de waterkeringen. Het is daarmee de ‘paraplu’ waaronder allerlei instrumenten worden vormgegeven, waaronder het inspectieplan, het onderhoudsprogramma en beleidsregels zoals deze.

Positie Delflands Algemeen Waterkeringenbeleid

In het Delflands Algemeen Waterkeringenbeleid zijn negen gouden regels vastgesteld en uitgewerkt.

1Het voldoen aan de veiligheidsnorm is altijd een harde randvoorwaarde.

2Europese, landelijke en provinciale wetgeving en beleid vormen de basis voor Delflands beleid.

3Voor de uitvoering van Delflands taken is de beschikbaarheid van financiën, tijd en capaciteit beperkt. Delfland moet daarom zijn werkzaamheden prioriteren.

4Delfland prioriteert verbeteringswerken voor de waterkeringen vanuit een veiligheidsrisicobenadering.

5Delfland ziet (ruimtelijke) ontwikkelingen als kans voor het integraal uitvoeren van zijn taken.

6Bij het ontwerp van versterkingswerken voor de waterkeringen anticipeert Delfland in onzekerheden in klimaat en bodemdaling met robuuste waterkeringen die ruimte vragen, nu en in de toekomst.

7Delfland hanteert heldere criteria op basis waarvan medegebruik van de ruimte in, op en om de waterkering mogelijk is en zo ja, onder welke voorwaarden.

8Delfland respecteert bestaande situaties die voldoen aan het oude beleid tenzij de veiligheid in het geding is.

9Delfland participeert actief in toegepast onderzoek en stimuleert innovaties.

Deze Beleidsregel Medegebruik Zeewering is de uitwerking van gouden regel nummer 7. Door de voorwaarden die worden gesteld aan het medegebruik van de ruimte in, op, boven, over en onder de zeewering, geeft de beleidsregel tevens een belangrijke invulling aan met name gouden regels 1, 5 en 6.

In het Delflands Algemeen Waterkeringenbeleid is aangeven dat Delfland de Beleidslijn Kust (2007) onderschrijft en toepast in zijn beheerpraktijk. In de beleidslijn kust geeft het Rijk inzicht in het rijksbeleid voor het kustfundament en de verdeling van verantwoordelijkheden van betrokken overheden. De basis van het nationale kustbeleid is gelegd in de 3ᵉ Kustnota (2000) en de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR, 2012). De beleidslijn bevat een nadere uitleg van het vigerende beleid. Het Rijk wil binnen het vigerende beleid ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk maken waar dat verantwoord is.

2.3.3 Tussennotitie Kust

In de Tussennotitie Kust wordt het beleid voor het beheer van de zeewering nader uitgewerkt.

Uitgangspunten hierbij zijn bestaand landelijk en provinciaal kustbeleid, het Waterbeheersplan 2010-2015 en Delflands Algemeen Waterkeringenbeleid. In de notitie is het beleidskader voor de volgende onderwerpen uitgewerkt:

•toepassing van dynamisch kustbeheer met keuzen per kustvak;

•relatie van het waterkeringbeheer tot de Natura 2000 regelgeving en de daartoe opgestelde beheerplannen “Westduinpark & Wapenveld” en “Solleveld & Kapittelduinen”, en

•de hoofdlijnen ten aanzien van het medegebruik van de waterkering, waaronder:

-het bouwbeleid in de zeewering;

-het strandbeleid;

-het recreatief medegebruik van de duingebieden.

2.5 Beoordeling medegebruik

2.5.1 Leggerzonering

In de beoordeling of medegebruik is toegestaan vervult de leggerzonering een rol.

•“Waterstaatswerk”; deze zone beschermt de waterkering. In deze zone kan medegebruik in principe het functioneren (en het beheer) van de kering in gevaar brengen. Voor de beoordeling of in deze zone medegebruik kan worden toegestaan is het belangrijk te bepalen waar het medegebruik gesitueerd is, en wat de gevolgen van het medegebruik zijn voor het beheer van de waterkering.

Binnen de zone waterstaatswerk zijn er twee situaties te onderscheiden:

a.Binnen de bebouwingscontouren is het beleid minder restrictief. De afweging of medegebruik een maatschappelijk zwaarwegend belang betreft, is binnen de contour al gemaakt. Medegebruik is toegestaan mits het geen belemmering vormt voor het afslagproces onder maatgevende omstandigheden.

b.Buiten de bebouwingscontouren is het beleid restrictief. Nieuw medegebruik is niet toegestaan tenzij het een zwaarwegend maatschappelijk belang betreft en de activiteit redelijkerwijs niet elders of op een andere wijze kan plaatsvinden. Na die afweging geldt vervolgens de eis dat het waterkerend vermogen door het medegebruik niet mag worden aangetast.

•“Beschermingszone’’; in deze zone kan onder voorwaarden medegebruik mogelijk zijn en geldt in principe dat werkzaamheden en objecten kunnen worden toegestaan indien de veiligheid van het waterstaatswerk niet (zijdelings) wordt aangetast.

•“Profiel van vrije ruimte”; in deze zone is de lokatie van het medegebruik binnen de zonering van belang, evenals de verwachte levensduur (van het object) in relatie tot de termijn waarop een verzwaring van de waterkering wordt voorzien. Het “profiel van vrije ruimte” is opgebouwd uit een toekomstige zonering waterstaatswerk en een toekomstige beschermingszone. Hierdoor geldt in deze zonering het volgende: In het profiel van het toekomstige waterstaatswerk wordt voorkomen dat objecten worden aangelegd met een levensduur langer dan de termijn waarbinnen verzwaring van de kering wordt verwacht. Voor objecten met een kortere levensduur hangt de beoordeling af van de voorwaarden voor de (huidige) zonering waterstaatswerk of beschermingszone.

In de hoofdstukken 3 tot en met 6 waarin de afzonderlijke thema’s van medegebruik worden behandeld is het bovenstaande uitgewerkt in concrete voorwaarden.

Binnen de zones wordt daarbij als volgt geredeneerd:

-Indien wordt voldaan aan de gestelde voorwaarden, dan is in beginsel aangetoond dat het medegebruik geen invloed heeft op de (toekomstige) waterkering, en kan, al dan niet onder voorschriften in de vergunning het medegebruik worden toegestaan.

-Indien er bijzondere omstandigheden of belangen worden aangetoond kan een uitzondering worden gemaakt op de gestelde voorwaarden, waarbij wel speciale voorwaarden worden gesteld en/of voorschriften aan de vergunning worden verbonden om het waterkerend vermogen toch te kunnen garanderen.

-Indien het waterkerend vermogen niet meer op een goede manier kan worden gegarandeerd of het beheer ernstig belemmerd wordt, zal medegebruik niet worden toegestaan.

2.5.2 Weigering van de watervergunning

De watervergunning voor het medegebruik van de ruimte in, op, boven, over en onder de zeewering wordt geweigerd indien:

a.Het medegebruik van de ruimte in, op, boven, over en onder de zeewering het uitvoeren van geplande werkzaamheden door Delfland belemmert.

Indien er bij Delfland besluiten zijn genomen of vergaande plannen zijn ten aanzien van beheershandelingen en het beoogde medegebruik geeft beperkingen aan die beheershandelingen, dan wordt de vergunning geweigerd.

b.Het medegebruik van de ruimte in, op, boven, over en onder de zeewering het waterkerend vermogen van de waterkering, en in het geval van de zandige kust, de natuurlijke processen van verstuiving, erosie en afslag, aantast, nu of in de toekomst. Het waterkerend vermogen van een dijk wordt bepaald door de kruinhoogte, de fundering, alsmede de stabiliteit en de waterdichtheid van het beklede dijklichaam. Medegebruik van de ruimte in, op, boven, over en onder de zeewering kan van invloed zijn op de sterkte-eigenschappen van de dijk en daarmee het waterkerende vermogen.Bepalend voor het waterkerend vermogen van een duin is de hoogte en breedte van het duin, alsmede de hoeveelheid zand in het dwarsprofiel. Door afslag en erosie wordt deze massa herverdeeld. Medegebruik in de afslagzone kan lokaal het afslagproces versterken en is daarmee van invloed op het waterkerend vermogen van de zandige kust.

c.Het aanleggen, houden, wijzigen of verwijderen van het medegebruik leidt tot onevenredige extra kosten voor het beheer van de waterkering.

Medegebruik van de ruimte in, op, boven, over en onder de zeewering kan belemmerend werken op de mogelijkheden tot beheer van de waterkering. Controle van de afmetingen van de waterkering en inspectie op mogelijk schade kunnen niet goed worden uitgevoerd. Ook het onderhoud en eventuele versterkingen worden bemoeilijkt. Enerzijds omdat het medegebruik niet altijd ongedaan kan worden gemaakt voordat het onderhoud of de versterking plaatsvindt, anderzijds omdat er onvoldoende ruimte is om het onderhoud of de versterking goed te laten aansluiten op het medegebruik. Vaak moet overgestapt worden naar een aangepaste methode. Dit kan leiden tot verhoogde kosten in het beheer.

Medegebruik kan ter plaatse van de zandige kust een negatief effect opleveren voor het dynamisch beheren van de natuurgebieden. Zo kunnen natuurlijke processen verstoord worden.

De concrete voorwaarden in de hoofdstukken 3 tot en met 6, zijn bedoeld om te voorkomen dat het medegebruik kan leiden tot - een van de - hierboven beschreven belemmeringen. Ook als wordt voldaan aan de concrete voorwaarden in de hoofdstukken 3 tot en met 6, kan een vergunning worden geweigerd indien het voorgenomen medegebruik - een van de - hierboven beschreven belemmeringen tot gevolg kan hebben.

2.7 Ruimtelijke paragraaf

2.7.1 Inleiding

Ruimtelijke plannen kunnen van invloed zijn op het (veilig) functioneren en het beheer van de zeewering. Om die reden is het van belang dat initiatiefnemers van ruimtelijke plannen rekening houden met de effecten van die plannen op de zeewering.

In deze paragraaf is uiteengezet hoe Delfland in het kader van het watertoetsproces het waterbelang afweegt, wanneer er sprake is van medegebruik (omvat ruimtelijk gezien ook bouwen) van de zeewering.

De tekst van deze ruimtelijke paragraaf wordt in de Handreiking watertoets voor gemeenten opgenomen.

2.7.2 Doel watertoetsproces

Voor een goede ruimtelijke ordening is het noodzakelijk om de water(kerings)belangen expliciet en evenwichtig mee te nemen bij alle ruimtelijke plannen en besluiten. Ruimtelijke plannen mogen het in stand kunnen blijven houden van het wettelijk vereiste beschermingsniveau tegen overstroming en het beheer van de zeewering niet hinderen. Delfland gaat graag vroegtijdig met gebiedspartners in overleg met als doel om randvoorwaarden en ruimtelijke aspecten ter waarborging van de veiligheid in de ruimtelijke ordening mee te nemen. Vroeg overleg leidt tot betere, integrale oplossingen en voorkomt vertragende procedures. Langs de kust zijn de kustplaatsen en recreatieve functies verweven met de zeewering. Bij ruimtelijke plannen zal daarom altijd een integrale afweging van belangen moeten plaatsvinden over de ruimtelijke inpassing.

Hierbij staat het garanderen van de veiligheid tegen overstroming -nu en in de toekomst- voorop, maar ook aspecten als dynamische kustbeheer, het realiseren van natuurdoelstellingen, doelmatige en effectief beheer en (onderhoud)kosten spelen daarbij een rol.

2.7.3 Ruimtelijk rijks- en provinciaal beleid en regelgeving

Het rijk heeft in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) de kust (inclusief de primaire keringen) als nationaal belang aangegeven. Ter juridische borging hiervan is onder meer in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) titel 2.3 “Kustfundament” opgenomen. Deze titel geeft regels over hoe in bestemmingsplannen met deze primaire keringen moet worden omgegaan.

De bepalingen van het Barro zijn gericht op het realiseren en behouden van een duurzaam kustfundament met voldoende ruimte voor versterking van de zeewering met behoud van natuurlijke waarden. Ook moet nieuwe bebouwing in onbebouwd gebied van het kustfundament worden voorkomen. Voor de begrenzing van deze primaire keringen en bijbehorende zones wordt via de Waterwet naar Keur en leggers verwezen.

Op provinciaal niveau zijn de bebouwingscontouren uit de provinciale Verordening Ruimte van belang. Deze contouren geven de grens van de bebouwingsmogelijkheden voor wonen en werken weer.

2.7.4 Bestemmingsplan

De zeewering bestaat uit een aantal zones waarbinnen de bepalingen uit de Keur van toepassing zijn. In de legger zeewering is de ligging van deze zones aangewezen. Ten aanzien van de zeewering zijn drie verschillende zones te onderscheiden, te weten: het waterstaatswerk, de bijbehorende beschermingszone en het profiel van vrije ruimte. Op gronden binnen de leggerzonering gelden beperkingen op grond van de Keur. Het is noodzakelijk dat dit ook in bestemmingsplannen tot uiting komt. Burgers en bedrijven die in deze zone initiatieven ontwikkelen worden langs deze weg tijdig gewezen op de aanwezigheid van deze beperkingen.

Conform titel 2.3 van het Barro moeten de zones als volgt worden weergegeven op de verbeelding in bestemmingsplannen:

-Het waterstaatswerk

Dubbelbestemming ‘waterstaat-waterkering’

-Beschermingszone

Gebiedsaanduidingen ‘vrijwaringszone-duin’, ‘vrijwaringszone-dijk en ‘vrijwaringszone overig’

-Profiel van vrije ruimte

Gebiedsaanduiding ‘vrijwaringszone-waterstaatswerk’

Indien een ruimtelijk plan een wijziging van de zonering van de zeewering voorstaat, moet over de aanpassing van de zonering overleg plaats vinden met Delfland.

2.7.5 Variabele leggerzonering

De grens tussen het waterstaatswerk en de beschermingszone wordt bepaald door de ligging van de ‘duinvoet’. Omdat de duinvoet door natuurlijke processen verandert, verandert ook de begrenzing van het waterstaatswerk en de bijbehorende beschermingszone. Jaarlijks wordt door Delfland de ligging van de duinvoet bepaald en wordt de legger hierop aangepast. Voor deze variabele leggerzonering kan een wijzigingsbevoegdheid in bestemmingsplannen worden opgenomen. Onderstaand is hiervoor een voorbeeldregel opgenomen.

Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders kunnen de begrenzing van de dubbelbestemming waterstaatwaterkering dan wel de gebiedsaanduidingen in het plan wijzigen, indien op basis van de legger van het Hoogheemraadschap van Delfland blijkt dat de ligging van de duinvoet en bijbehorend waterstaatswerk en beschermingszone is gewijzigd.

Juridische toelichting

Het Hoogheemraadschap legt jaarlijks de duinvoet vast. Deze duinvoet begrenst de ligging van het waterstaatswerk en bijbehorende beschermingszone. Het kan zijn dat de begrenzing van het waterstaatswerk en de beschermingszone die in het bestemmingsplan is opgenomen feitelijk is verschoven. Mocht er een aanvraag worden ontvangen die ligt in het gebied waar de begrenzing tussen het waterstaatswerk en de beschermingszone feitelijk anders is, dan biedt deze wijzigingsbevoegdheid de mogelijkheid om de ligging van de zone aan te passen aan de feitelijke situatie.

2.7.6 Gebruik en bebouwing van zeewering

Bij de beoordeling van initiatieven voor medegebruik van de zeewering in het kader van het watertoetsproces hanteert Delfland criteria die aansluiten bij de voorwaarden voor de vergunningverlening van deze beleidsregel.

Deze criteria hebben betrekking op:

Gebouwen en bouwwerken:

-Bebouwing

-Strandbebouwing Werken:

-Werken

-Wegen

-Kabels en leidingen

In de beleidsregel omvat de term “werk” ook bebouwing. In het kader van een ruimtelijk plan is het onderscheid tussen bebouwing en werken echter van belang en daarom is dit onderscheid hier aangegeven.

De criteria zijn afhankelijk van de zone waarin het medegebruik plaatsvindt. Zo zijn de criteria voor medegebruik in het waterstaatswerk strenger dan die voor medegebruik in de beschermingszone. In onderstaande tabel is per zone weergegeven welke voorwaarden uit de beleidsregel ruimtelijk relevant zijn. Bijvoorbeeld de voorwaarde: “vrijgekomen grond wordt in de directe omgeving van het werk verwerkt” is niet ruimtelijk relevant.

De nummering in de tabel correspondeert met de nummering in de volgende hoofdstukken en paragrafen en daarbij aangegeven subnummering.

* Een aantal voorwaarden zijn uitzonderingen op de voorwaarden. Alvorens in het kader van een bestemmingsplan een omgevingsvergunning te verlenen voor deze uitzonderingen, winnen burgemeester en wethouders schriftelijk advies in bij de waterbeheerder. Dit advies hoeft niet te worden aangevraagd wanneer er aantoonbaar een watervergunning overlegd kan worden.

In de tekst van de Handreiking watertoets voor gemeenten worden de ruimtelijk relevante criteria uit de tabel uitgeschreven en onderverdeeld naar beoordelingcriteria, richtlijnen en aandachtspunten voor ruimtelijke plannen.

7 TEKENINGEN1 Tekeningen niet op schaal

7.1 Strandbebouwing

7.1.1 Seizoens strandbebouwing op het strand

7.1.2 Seizoens strandbebouwing op een zandbed

7.1.3 Seizoens strandbebouwing op palen

7.1.4 Seizoens strandbebouwing op jaarrond palen

7.1.5 Jaarrond strandbebouwing ter plaatse van dynamisch kustbeheer

Bovenaanzicht

Zijaanzicht

7.1.6 Jaarrond strandbebouwing ter plaatse van niet dynamisch kustbeheer

Bovenaanzicht

Zijaanzicht

7.2 Kabels en leidingen

7.2.1 Kabel of leiding parallel aan de zandige kust

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.