Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Artikel 1 – Gedragscode
Bij hun functioneren handelen de leden van het college overeenkomstig de gedragscode voor de leden van het dagelijks bestuur, vastgesteld door het algemeen bestuur op grond van artikel 33, derde lid, van de Waterschapswet.
Artikel 2 – Portefeuilleverdeling
1Het college verdeelt de werkzaamheden in portefeuilles en verdeelt vervolgens de portefeuilles onder de leden. Tegelijkertijd wijst het college voor elke portefeuille of onderdeel daarvan een vervangend portefeuillehouder aan.
2De portefeuillehouders leggen de voorstellen die tot hun portefeuille behoren ter besluitvorming aan het college voor en lichten deze in de vergadering toe.
3Indien een onderwerp tot meer dan één portefeuille behoort bepalen de desbetreffende portefeuillehouders in onderling overleg wie daarover het woord voert.
4In de vergaderingen van het algemeen bestuur voert de portefeuillehouder het woord over de onderwerpen die tot zijn portefeuille behoren. Indien een onderwerp tot meer dan één portefeuille behoort bepaalt het college welke portefeuillehouder daarover het woord zal voeren.
Artikel 3 – Vervanging
1Het college regelt de vervanging van de voorzitter alsmede de onderlinge vervanging van de leden bij verhindering of afwezigheid.
2Een lid dat verhinderd is zijn werkzaamheden uit te oefenen geeft daarvan zo spoedig mogelijk kennis aan de voorzitter.
Hoofdstuk 2 Vergaderingen
§ 2.1 Tijdstip, plaats en voorbereiding
Artikel 4 – Vergaderschema, oproep en agenda
1Het college vergadert in de regel eenmaal in de twee weken en stelt per jaar een vergaderschema vast.
2Het college vergadert voorts wanneer de voorzitter dit nodig oordeelt of ten minste twee leden daarom verzoeken.
3De voorzitter roept de leden ten minste vier dagen van tevoren op voor een vergadering, onder vermelding van dag, tijd en plaats van de vergadering.
4De agenda en de bijbehorende stukken worden gelijktijdig met de oproep toegezonden of elektronisch beschikbaar gesteld.
5In spoedeisende gevallen kan worden afgeweken van het bepaalde in het derde en vierde lid.
Artikel 5 – Verhindering
1Wanneer de voorzitter verhinderd is de vergadering geheel of gedeeltelijk bij te wonen, geeft hij daarvan kennis aan zijn plaatsvervanger alsmede aan de secretaris.
2Wanneer een lid verhinderd is de vergadering geheel of gedeeltelijk bij te wonen, geeft hij daarvan kennis aan de secretaris alsmede aan het lid dat hem vervangt.
3Wanneer de secretaris verhinderd is de vergadering geheel of gedeeltelijk bij te wonen geeft hij daarvan kennis aan de voorzitter en aan zijn plaatsvervanger.
Artikel 6 – Vergader- en besluitquorum
1De voorzitter opent de vergadering niet voordat meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden aanwezig is.
2Wanneer ingevolge het eerste lid een vergadering niet kan worden geopend, belegt de voorzitter opnieuw een vergadering tegen een tijdstip dat ten minste vierentwintig uur na het verzenden van de oproeping daartoe is gelegen.
3Op de vergadering, bedoeld in het tweede lid, is het bepaalde in het eerste lid niet van toepassing. Het college kan echter over andere aangelegenheden dan die waarvoor de eerste vergadering was belegd alleen beraadslagen of besluiten indien meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden aanwezig is.
Artikel 7 – Secretaris
1De secretaris kan, wanneer de voorzitter hem daartoe uitnodigt, aan de beraadslagingen deelnemen.
2De secretaris draagt zorg voor al hetgeen binnen de hem opgedragen taak nodig is in het belang van een vlot verloop van de vergadering. Hij kan zich daarbij laten ondersteunen door andere medewerkers.
Artikel 8 – Deelname van derden
1De voorzitter kan, met instemming van het college, ook andere medewerkers dan de secretaris of derden uitnodigen aan de vergadering deel te nemen teneinde informatie te verstrekken of een agendapunt toe te lichten.
2Op degene die ingevolge het vorige lid is toegelaten tot de vergadering zijn de bepalingen van dit reglement van toepassing.
Artikel 9 – Behandeling onderwerpen
1De voorzitter brengt de te behandelen onderwerpen in bespreking in de volgorde van de agenda. Het college kan besluiten van die volgorde af te wijken.
2Onderwerpen die niet op de agenda zijn vermeld kunnen op voorstel van de voorzitter terstond in behandeling worden genomen, tenzij het college anders beslist.
3Indien het college daarmee instemt kan de voorzitter de behandeling van een agendapunt verdagen tot een volgende vergadering.
Artikel 10 – Orde van de vergadering
1De voorzitter handhaaft de orde van de vergadering.
2Een lid voert niet het woord zonder daartoe van de voorzitter toestemming te hebben verkregen.
3De voorzitter verleent het woord in een door hem te bepalen volgorde. Van deze volgorde kan worden afgeweken wanneer het woord wordt gevraagd over een persoonlijk feit, over de vaststelling van een vraagpunt of over het indienen van een voorstel van orde.
4Een spreker mag niet in zijn rede worden gestoord. Korte interrupties zijn toegestaan, tenzij de voorzitter anders besluit.
5De voorzitter kan een spreker het woord ontnemen als hij dit nodig oordeelt in het belang van de orde van de vergadering.
6De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering schorsen. De vergadering wordt hervat op een door de voorzitter te bepalen tijdstip.
7Indien na de schorsing de orde opnieuw wordt verstoord kan de voorzitter de vergadering sluiten.
Artikel 11 – Geheimhouding
1Voor het einde van de vergadering beslist het college of omtrent informatie op grond van een artikel 55b van de Waterschapswet een verplichting tot geheimhouding wordt opgelegd.
2De besluiten die zijn genomen omtrent stukken of voorstellen waarover geheimhouding is opgelegd worden door de voorzitter zo spoedig mogelijk daarna bekendgemaakt, tenzij het college heeft besloten dat ook daarvoor, al dan niet voor een bepaalde termijn, geheimhouding zal gelden.
Artikel 12 – Rondvraag
Voor de sluiting van de vergadering geeft de voorzitter gelegenheid tot het stellen van vragen.
Artikel 13 – Besluitenlijst
1Door de zorg van de secretaris wordt een besluitenlijst opgesteld.
2De besluitenlijst bevat in elk geval:
a.de namen van degenen die in de vergadering aanwezig waren en hun functie of hoedanigheid;
b.de vermelding van de ingekomen stukken, mededelingen en voorstellen die behandeld zijn;
c.een formulering van de genomen besluiten, met vermelding van de leden die aantekening hebben verzocht dat zij geacht willen worden tegen een voorstel te hebben gestemd dat zonder hoofdelijke stemming is aangenomen;
d.de uitslag van de stemmingen en bij hoofdelijke, niet schriftelijke stemmingen de namen van hen die hebben tegengestemd.
3De besluitenlijst wordt zo mogelijk in de eerstvolgende vergadering vastgesteld en door de secretaris en de voorzitter ondertekend.
4De besluitenlijst wordt daarna zo spoedig mogelijk ter kennis gebracht van het algemeen bestuur en, voor zover de aard en inhoud zich daartegen niet verzetten, openbaar gemaakt door plaatsing op de website van het hoogheemraadschap.
§ 2.2 Stemmingen
Artikel 14 – Stemming algemeen
1Indien bij het nemen van een besluit geen van de leden stemming vraagt, is het voorstel aangenomen.
2Indien een lid van het dagelijks bestuur stemming vraagt, vindt deze mondeling of bij handopsteken plaats, tenzij sprake is van een besluit over de benoeming, voordracht of aanbeveling van een persoon en een lid daarover schriftelijke stemming verlangt.
3Bij een stemming is ieder lid van het college dat in de vergadering aanwezig is en zich niet van stemming moet onthouden, verplicht zijn stem uit te brengen.
4De voorzitter stemt als laatste.
Artikel 15 – Staken van stemmen
1Indien bij een stemming, anders dan over personen voor het doen van benoemingen, voordrachten of aanbevelingen, de stemmen staken wordt opnieuw gestemd.
2Staken de stemmen opnieuw over hetzelfde voorstel, dan beslist de stem van de voorzitter.
Artikel 16 – Stemming over personen
1Indien een lid dat verlangt, wordt bij het nemen van een besluit over de benoeming, voordracht of aanbeveling van een persoon gestemd met gesloten en ongetekende stembriefjes.
2Indien daarbij de stemming beperkt is tot één persoon en de stemmen staken, is het voorstel verworpen.
3Indien in de overige gevallen bij de eerste stemming door niemand de volstrekte meerderheid is verkregen, heeft een tweede stemming plaats tussen de twee personen die bij de eerste stemming de meeste stemmen op zich hebben verenigd. Zijn bij de eerste stemming de meeste stemmen over meer dan twee personen verdeeld, dan wordt bij een tussenstemming uitgemaakt tussen welke twee personen de tweede stemming zal plaatshebben. Indien bij de tussenstemming of bij de tweede stemming de stemmen staken, beslist het lot.
Artikel 17 – Tegenstemmen
1Indien een lid heeft tegengestemd, geeft hij direct na de stemming in de vergadering aan of hij een aantekening van zijn tegenstem in de besluitenlijst verlangt.
2Indien een lid aantekening van zijn tegenstem verlangt, geeft hij daarbij aan of dit betreft:
a.een enkele aantekening, welke wordt opgenomen in de vertrouwelijke besluitenlijst, maar waarover geen mededeling naar buiten wordt gedaan;
b.een dubbele aantekening, welke wordt opgenomen in de openbare besluitenlijst en zonder vermelding van namen bekendgemaakt kan worden.
Artikel 18 – Schakelbepaling
In gevallen waarin dit reglement ten aanzien van stemmingen niet voorziet, zijn de bepalingen in het Reglement van orde voor het college van hoofdingelanden zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing.
Hoofdstuk 3 Besluitvorming buiten de vergadering
Artikel 19 – Besluiten buiten vergadering
1Het college kan buiten de vergadering besluiten nemen.
2Voor besluitvorming buiten de vergadering wordt een voorstel of conceptbesluit met toelichting toegezonden of elektronisch beschikbaar gesteld aan de leden, met het verzoek om binnen een daarbij te stellen termijn aan te geven of het lid:
a.bespreking van het voorstel in een vergadering noodzakelijk acht;
b.niet instemt met het voorstel;
c.instemt met het voorstel.
3Leden die niet binnen de gestelde termijn reageren worden geacht niet in te stemmen met het voorstel.
4Het besluit is genomen wanneer binnen de gestelde termijn geen van de leden aangeeft bespreking van het voorstel in een vergadering noodzakelijk te achten en ten minste vier van de zes leden hebben ingestemd met het voorstel.
5Direct na ontvangst van de vierde instemming dateert de secretaris het besluit.
6Het besluit wordt geacht te zijn genomen op de datum van de dagtekening van de secretaris.
7Buiten de vergadering genomen besluiten worden opgenomen in de besluitenlijst van de eerstvolgende vergadering.
Hoofdstuk 4 Slotbepalingen
Artikel 20 – Gebruik reglement
Bij twijfel omtrent toepassing van dit reglement en in gevallen waarin dit reglement niet voorziet beslist het college.
Artikel 21 – Intrekking en inwerkingtreding
1Het Reglement van orde voor het college van dijkgraaf en hoogheemraden Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier 2007 wordt ingetrokken.
2Dit reglement treedt in werking met ingang van de eerste dag na die waarop het is vastgesteld.
Artikel 22 – Citeertitel
Dit reglement wordt aangehaald als 'Reglement van orde voor het college van dijkgraaf en hoogheemraden Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier 2016' of 'Reglement van orde voor het college van dijkgraaf en hoogheemraden HHNK 2016'.
Aldus vastgesteld in de vergadering van het college van dijkgraaf en hoogheemraden van 5 april 2016.
Toelichting Reglement van orde voor het college van dijkgraaf en hoogheemraden HHNK 2016
Reglement van orde voor het college van dijkgraaf en hoogheemraden HHNK 2016