Waterschapswetten

Beleidsregel voor de toepassing van de Wet Bibob Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier 2025

Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier · geldt sinds 20 februari 2025

Aanhef

Het college van dijkgraaf en hoogheemraden van Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier;

overwegende:

–dat de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob) dient ter bescherming van de integriteit van de overheid door te voorkomen dat overheden door het geven van vergunningen, subsidies, of door aanbestedingen van overheidsopdrachten of vastgoedtransacties, onbedoeld en ongewild criminele activiteiten faciliteren;

–dat de Wet Bibob daartoe een bestuurlijk instrument biedt;

–dat het wenselijk is voor de toepassing van de Wet Bibob beleidsregels vast te leggen.

gelezen het voorstel van 11 februari 2025 met registratienummer 24.1050179;

gelet op Wet bevordering integriteitsbeoordeling door het openbaar bestuur (Wet Bibob) en artikel 4:81 Algemene wet bestuursrecht;

b e s l u i t :

1Vast te stellen de 'Beleidsregel voor de toepassing van de Wet Bibob Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier 2025', zoals vastgelegd in de bijlage bij dit besluit.

2Te bepalen dat dit besluit in werking treedt met ingang van de dag na die van de bekendmaking.

Toelichting op de uitvoering van het Bibob-onderzoek door Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier

Ten aanzien van het eigen onderzoek wordt opgemerkt dat de hierna genoemde stappen bedoeld zijn om het eigen onderzoek door het hoogheemraadschap voor de betrokkene(n) en eventuele relevante Bibob-relaties inzichtelijk te maken. Het hoogheemraadschap behoudt zich het recht voor om het eigen onderzoek op een andere wijze uit te voeren, binnen de hiervoor gestelde wettelijke kaders en bevoegdheden.

Eigen onderzoek

Wanneer het hoogheemraadschap het Bibob-onderzoek doet wordt betrokkene (en eventueel degene die met de betrokkene gelijk kan worden gesteld) verzocht het Bibob-vragenformulier in te vullen en in te leveren bij het hoogheemraadschap. Daarbij dienen ook de documenten te worden gevoegd, die in deze vragenformulieren ter onderbouwing van de gegeven antwoorden worden gevraagd. In geval de aanvraag betrekking heeft op een nieuwe beschikking, maken de Bibob-vragenformulieren onderdeel uit van de aanvraag om beschikking.

a.Het eigen onderzoek behelst in ieder geval:

•de controle en analyse van de door de betrokkene aangereikte informatie/documenten bij het Bibob-vragenformulier;

•de controle en analyse van eventuele extra, op verzoek van het hoogheemraadschap door betrokkene overgelegde documenten of informatie;

•“Open bronnen” onderzoek (zoals Kamer van Koophandel, Kadaster, etc.) ten aanzien van de betrokkene en mogelijke relevante Bibob-relaties.

b.Op grond van de Wet Bibob kunnen in het kader van het eigen onderzoek o.a. de volgende “gesloten bronnen” geraadpleegd worden.

•Politiegegevens ten aanzien van de betrokkene(n) op grond van artikel 4.3 onder l van het Besluit politiegegevens

•Justitiële gegevens

•Informatie over de betrokkene(n) en relevante Bibob-relaties bij het Landelijk Bureau Bibob zoals bedoeld in artikel 11a van de wet

•Informatie van de Rijksbelastingdienst over de betrokkene(n) en relevante Bibob-relaties als bedoeld in artikel 7c van de Wet

c.Ten aanzien van de financiering van het project/ activiteit geldt dat de financiering aannemelijk en inzichtelijk dient te zijn. Om de financiering aannemelijk en inzichtelijk te maken, gelden ten aanzien van de financiering de volgende niet-limitatieve bepalingen.

•Bij financiering door middel van eigen vermogen dient de aanwezigheid en de herkomst van dit eigen vermogen aangetoond te worden.

•Wanneer sprake is van financiering uit eigen vermogen door middel van contante gelden, dient de aanwezigheid en de herkomst van het contante geld aannemelijk en inzichtelijk te worden gemaakt door de betrokkene(n).

•Bij financiering door middel van vreemd vermogen dient altijd een (in het Nederlands dan wel vertaalde) lenings- of schenkingsovereenkomst overgelegd te worden waaruit de financiering blijkt en onder welke voorwaarden deze financiering is verstrekt.

•Bij financiering door middel van vreemd vermogen dient de identiteit van de (indirecte) vermogensverschaffer aangetoond te worden. Bij financiering door rechtspersonen dienen de uiteindelijk natuurlijke personen (aandeelhouders) achter deze rechtspersonen inzichtelijk gemaakt te worden.

•Bij financiering door middel van vreemd vermogen dient door middel van bankafschriften aangetoond te worden dat deze gelden ontvangen zijn.

•Wanneer financiering van vreemd vermogen plaatsvindt dient de herkomst van de geldstroom van de vermogensverschaffer naar betrokkene(n) volledig inzichtelijk en aannemelijk te worden gemaakt.

•Wanneer financiering van vreemd vermogen plaatsvindt door middel van crowdfunding dan wel vergelijkbare financiering, kan het hoogheemraadschap het betreffende platform verplichten de identiteit van de uiteindelijke vermogensverschaffers kenbaar te maken aan het hoogheemraadschap.

Gevolgen van en Bibob-onderzoek bij beschikkingen

•De beschikking wordt verleend zonder (aanvullende) voorwaarden als blijkt dat er geen integriteitsrisco’s zijn.

•Wanneer het Bibob-vragenformulier niet volledig wordt ingevuld, dan wel de gegevens niet volledig zijn verstrekt, wordt de aanvraag op grond van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht buiten behandeling gesteld, nadat aanvrager in de gelegenheid is gesteld binnen een door het hoogheemraadschap gestelde termijn de aanvraag aan te vullen. Een weigering om gevraagde extra informatie aan te leveren dan wel onvolledig aan te leveren kan leiden tot het buiten behandeling stellen van de aanvraag dan wel tot het intrekken van de verleende vergunning.

•Als het hoogheemraadschap op basis van het eigen onderzoek in het kader van de Wet Bibob en een eventueel daarop afgegeven advies van het Landelijk Bureau Bibob genoeg aanwijzingen heeft om in redelijkheid te kunnen aantonen dat er sprake is van een ernstig gevaar, als bedoeld in de Wet Bibob, kan het bestuursorgaan de gevraagde beschikking weigeren of de verleende beschikking intrekken dan wel aanvullende voorschriften verbinden aan de beschikking wanneer de ernst van de strafbare feiten weigering of intrekking van de beschikking niet rechtvaardigt.

•Als er sprake is van een mindere mate van gevaar kan het hoogheemraadschap aan de beschikking voorschriften verbinden. Deze voorschriften zijn gericht op het wegnemen of beperken van dergelijk gevaar.

NB: Het hoogheemraadschap kan een gegeven voorschrift wijzigen. Indien niet wordt voldaan aan een gegeven voorschrift, kan het hoogheemraadschap de beschikking intrekken.

Gevolgen van een Bibob-onderzoek bij vastgoed-/grondtransacties

Het hoogheemraadschap kan de Wet Bibob toepassen bij vastgoed-/grondtransacties waarbij het hoogheemraadschap partij is. Bij de start van onderhandelingen daartoe, zal het hoogheemraadschap de wederpartij ervan in kennis stellen dat een eigen onderzoek deel kan uitmaken van de procedure.

In de overeenkomst wordt een integriteitsclausule opgenomen, op basis waarvan kan worden overgegaan tot ontbinding, opzegging, vernietiging of opschorting van de overeenkomst. Het hoogheemraadschap kan overgaan tot het afbreken van de onderhandelingen, indien uit het eigen onderzoek en/of een eventueel daarop afgegeven advies van het Landelijk Bureau Bibob blijkt dat ten minste één van de onderstaande situaties zich voordoet.

•Betrokkene heeft nagelaten de op grond van artikel 7a van de Wet Bibob gevraagde gegevens en bescheiden te verschaffen en/of heeft nagelaten de vragen die hem door het Hoogheemraadschap zijn gesteld op basis van dat artikel binnen de door het Hoogheemraadschap gestelde termijn volledig en naar waarheid te beantwoorden.

•De wijze van financiering door de betrokkene(n) onvoldoende aannemelijk en inzichtelijk is gemaakt.

•Betrokkene heeft nagelaten de op grond van artikel 12 Wet Bibob gevraagde gegevens en bescheiden te verschaffen en/of heeft nagelaten de vragen die hem door het Landelijk Bureau Bibob zijn gesteld op basis van dat artikel binnen de door het Landelijk Bureau Bibob gestelde termijn volledig en naar waarheid te beantwoorden.

•Er is sprake van ten minste een mindere mate van gevaar dat de vastgoedtransactie mede zal worden gebruikt om uit gepleegde strafbare feiten verkregen of te verkrijgen, op geld waardeerbare voordelen te benutten.

•Er is sprake van ten minste een mindere mate van gevaar dat in of met de onroerende zaak waar de vastgoedtransactie betrekking op heeft, mede strafbare feiten zullen worden gepleegd.

•Er is sprake van feiten en omstandigheden die erop wijzen of redelijkerwijs doen vermoeden dat betrokkene in relatie staat tot ernstige strafbare feiten die naar het oordeel van het Hoogheemraadschap een integriteitsrisico vormen (ongeacht de mate van gevaar).

•Er is sprake van feiten en omstandigheden die er op wijzen of redelijkerwijs doen vermoeden dat ter verkrijging van de vastgoedtransactie een strafbaar feit is gepleegd.

Gevolgen van een Bibob-onderzoek bij overheidsopdrachten

Het hoogheemraadschap handelt als aanbestedende dienst binnen het gesloten stelsel van het aanbestedingsrecht uitsluitingsgronden en geschiktheidseisen. Verplichte en facultatieve uitsluitingsgronden hebben tot doel om niet integere bedrijven uit te sluiten. Met geschiktheidseisen onderzoekt de aanbestedende dienst of een gegadigde of inschrijver geschikt is om de opdracht uit te voeren. Daarbij worden onder meer de technische- en beroepsbekwaamheid en de economische en financiële draagkracht beoordeeld. Op grond van de Wet Bibob kan, enkel ter nadere invulling of onderbouwing van de verplichte en facultatieve uitsluitingsgronden en geschiktheidseisen, aanvullend een Bibob-onderzoek plaatsvinden. In geval van een inschrijving op een overheidsopdracht dan wel aanmelding als gegadigde voor een aanbestedingsprocedure, kan de informatie uit het Bibob-onderzoek dienen als onderbouwing voor een of meerdere uitsluitingsgronden als genoemd in de Aanbestedingswet 2012 dan wel voor de stelling dat niet wordt voldaan aan economische en/of financiële geschiktheidseisen.

Bibob-register

Indien sprake is van een zelfstandige gevaarsbeoordeling (zonder advies van het Landelijk Bureau Bibob) of sprake is van een vermoeden dat de betrokkene(n) zich terugtrekt vanwege het toepassen van de Wet Bibob zal het hoogheemraadschap hiervan melding maken zoals bedoeld in artikel 7a, zevende en achtste lid, van de Wet Bibob.

Tipbevoegdheid

Het hoogheemraadschap zal, indien hier aanleiding toe is, gebruik maken van zijn tipbevoegdheid als bedoeld in artikel 26 van de Wet Bibob.

Geheimhouding

Op grond van artikel 28 Wet Bibob is een ieder, die krachtens de Wet Bibob informatie verwerkt met betrekking tot een derde, verplicht tot geheimhouding van deze informatie. Het hoogheemraadschap zal op verzoek de informatie verkregen op grond van de Wet Bibob verstrekken aan andere waterschappen en/of rechtspersonen met een overheidstaak zoals bedoeld en onder de voorwaarden als genoemd in artikel 28, tweede lid, onder m van de Wet Bibob.

Bewaartermijn

Bibob-informatie is informatie die door het hoogheemraadschap is verkregen/verzameld tijdens - en ten behoeve van - het uitvoeren van het eigen onderzoek. Zoals belastende informatie op het justitiële uittreksel, een gevaar advies van het Landelijk Bureau Bibob, belastende informatie van het hoogheemraadschap en belastende informatie uit open bronnen. Dit Bibob-dossier wordt vijf jaren na het einde van de zaak vernietigd, tenzij er in het dossier informatie aanwezig is die op dat moment duidt of kan duiden op een ernstige of mindere mate van gevaar op grond van de Wet Bibob of een buiten behandeling stelling op grond van de Awb ingeval – in de daaropvolgende jaren – in het dossier voorkomende (rechts)personen opnieuw betrokken zijn bij een (nieuwe) vergunning, subsidie, vastgoedtransactie of overheidsopdracht of betrokken raken bij een lopende vergunning, subsidie, vastgoedtransactie of overheidsopdracht waardoor de vergunning, subsidie, vastgoedtransactie of overheidsopdracht niet zonder meer verleend kan worden of in stand kan blijven. In dat geval wordt de informatie voor nog eens vijf jaren bewaard (in totaal tien jaar).

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.