Aanhef
Het algemeen bestuur van Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden,
gelezen het voorstel van het college d.d. 15 maart 2022 met nummer DM 1851186;
Overwegende dat:
Het waterschap volgens artikel 77 Waterschapswet, artikel 5.2 van de Waterwet en artikel 2.16 tot en met 2.18b van de Interim Omgevingsverordening provincie Utrecht, verplicht is zorg te dragen dat een peilbesluit actueel is;
gelet op:
-verlenging herzieningstermijn zes peilbesluiten Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden 2018 door gedeputeerde staten van de provincie Utrecht d.d. 12-11-2018;
Besluit:
Onder intrekking van peilbesluit Langbroekerwetering d.d. 18 juni 2008, met uitzondering van de wijziging op het peilbesluit Langbroekerwetering, Landgoed Kolland 2019:
Het peilbesluit Langbroekerwetering 2022 vast te stellen zoals hierna is aangegeven.
Artikel 1 Gebied
Het gebied is aangegeven op de bij dit besluit behorende kaart ‘peilbesluitkaart Langbroekerwetering 2022 oost’ en ‘peilbesluitkaart Langbroekerwetering 2022 west’.
Artikel 2 Referentiepeil
Voor de toepassing van dit besluit geldt dat peilen zijn aangegeven ten opzichte van het Normaal Amsterdams Peil 2005 (NAP 2005).
Artikel 3 Peilen
1In de peilgebieden genoemd in tabel 1 wordt een flexibel peilbeheer gevoerd met een zomer- en winterbovenpeil. Afvoer van water start bij een peil van:
Tabel 1 Overzicht peilgebied met een flexibel zomer- en winter peilbeheer
Nummer peilgebied
zomerbovenpeil
(m t.o.v. NAP)
winterbovenpeil
(m t.o.v. NAP)
LBW_A_001
2,75
2,65
LBW_A_002
2,75
2,65
LBW_A_020
2,90
2,75
LBW_A_023
3,55
3,35
LBW_A_028
3,30
3,10
LBW_A_033
3,30
3,10
LBW_A_073
3,80
3,70
LBW_A_089
1,70
1,60
2In de peilgebieden genoemd in tabel 2 wordt een flexibel waterpeil gehanteerd met een boven- en een onderpeil. De na te streven waterstanden zijn:
Tabel 2 Overzicht peilgebied met een flexibel peilbeheer met een boven- en onderpeil
Nummer peilgebied
bovenpeil
(m t.o.v. NAP)
onderpeil
(m t.o.v. NAP)
LBW_A_019
2,55
2,35
LBW_A_027
1,40
1,10
LBW_A_031
1,60
1,40
LBW_A_046
1,40
0,65
LBW_A_085
1,60
1,40
LBW_A_092
1,90
1,80
3In de peilgebieden genoemd in tabel 3 wordt een zomer- en winterpeil gehanteerd. De na te streven waterstanden zijn:
Tabel 3 Overzicht peilgebied met een zomer- en winterpeilbeheer
Nummer peilgebied
zomerpeil
(m t.o.v. NAP)
winterpeil
(m t.o.v. NAP)
LBW_A_003
2,80
2,60
LBW_A_006
2,20
2,00
LBW_A_009
1,90
1,80
LBW_A_014
1,60
1,40
LBW_A_015
2,70
2,60
LBW_A_016
2,75
2,65
LBW_A_018
3,20
3,10
LBW_A_029
2,35
2,20
LBW_A_034
2,60
2,50
LBW_A_056
2,35
2,20
4In peilgebieden genoemd in tabel 4 wordt alleen een bovenpeil gehanteerd. Afvoer van water start bij een peil van:
Tabel 4 Overzicht peilgebied met alleen een bovenpeil
Nummer peilgebied
bovenpeil
(m t.o.v. NAP)
LBW_A_004
3,10
LBW_A_007
2,80
LBW_A_008
2,60
LBW_A_010
2,35
LBW_A_011
3,00
LBW_A_012
3,00
LBW_A_013
3,95
LBW_A_017
4,65
LBW_A_021
4,00
LBW_A_022
1,60
LBW_A_024
4,25
LBW_A_026
2,60
LBW_A_035
3,70
LBW_A_053
2,00
LBW_A_054
2,30
LBW_A_057
3,10
LBW_A_064
4,80
LBW_A_075
1,80
LBW_A_083
3,40
LBW_A_090
2,25
5Gebieden genoemd in tabel 5 zijn gebieden met een peilafwijking. Dit zijn percelen of delen van een peilgebied waarin een ander oppervlaktewaterpeil wordt gehanteerd dan in de rest van het peilgebied. Deze afwijking kan zowel hoger of een lager peil zijn en/of een ander peilbeheer.
Tabel 5. Overzicht van gebieden met een peilafwijkingen
Nummer peilgebied
peilafwijking
(m t.o.v. NAP)
LBW_A_005
bovenpeil: 4,10
LBW_A_030
bovenpeil: 2,80
LBW_A_036
zomerbovenpeil: 2,60; winterbovenpeil: 3,10
LBW_A_037
zomerbovenpeil: 2,95; winterbovenpeil: 3,35
LBW_A_038
bovenpeil: 3,30
LBW_A_039
bovenpeil: 3,35
LBW_A_040
bovenpeil: 3,10
LBW_A_041
bovenpeil: 4,50
LBW_A_042
zomerbovenpeil: 4,20; winterbovenpeil: 4,50
LBW_A_043
bovenpeil: 4,10
LBW_A_044
bovenpeil: 4,50
LBW_A_045
bovenpeil: 5,00
LBW_A_047
bovenpeil: 2,70
LBW_A_048
bovenpeil: 2,30
LBW_A_049
bovenpeill: 2,30
LBW_A_050
zomerbovenpeil: 2,30; winterbovenpeil: 2,10
LBW_A_051
zomerbovenpeil: 2,30; winterbovenpeil: 2,10
LBW_A_052
bovenpeil: 2,10
LBW_A_055
bovenpeil: 2,15
LBW_A_058
getrapt: van 2,40 naar 3,60
LBW_A_059
bovenpeil: 2,40
LBW_A_060
bovenpeil: 3,25
LBW_A_061
bovenpeil: 2,90
LBW_A_062
bovenpeil: 3,45
LBW_A_063
bovenpeil: 5,25
LBW_A_065
bovenpeil: 5,20
LBW_A_066
bovenpeil: 5,20
LBW_A_067
bovenpeil: 5,30
LBW_A_068
bovenpeil: 5,30
LBW_A_076
bovenpeil: 3,70
LBW_A_077
bovenpeil: 3,20
LBW_A_078
bovenpeil: 3,00
LBW_A_079
bovenpeil: 2,95
LBW_A_080
bovenpeil: 2,95
LBW_A_086
bovenpeil: 1,80
LBW_A_087
bovenpeil: 1,90
LBW_A_088
bovenpeil: 1,80
LBW_A_091
bovenpeil: 2,10
LBW_A_093
bovenpeil: 2,10
LBW_A_094
bovenpeil: 2,10
LBW_A_095
bovenpeil: 2,30
LBW_A_096
bovenpeil: 2,35
LBW_A_097
bovenpeil: 2,45
LBW_A_098
bovenpeil: 2,55
LBW_A_099
vastpeil: 1,35
LBW_A_100
bovenpeil: 3,65
LBW_A_101
bovenpeil: 4,05
LBW_A_102
getrapt: van 2,25 naar 2,50
LBW_A_103
bovenpeil: 2,60
LBW_A_104
onderpeil: 3,47
6Gebieden genoemd in tabel 6 zijn gebieden met een peilafwijking. Dit zijn percelen of delen van een peilgebied waarin een ander oppervlaktewaterpeil wordt gehanteerd dan in de rest van het peilgebied. Deze afwijking kan zowel hoger of een lager peil zijn en/of een ander peilbeheer. In deze gebieden heeft de beheerder de mogelijkheid om bij droogte het peil in de periode januari tot en met mei hoger in te stellen.
Tabel 6. Overzicht van gebieden met een peilafwijkingen met de mogelijkheid om kwelwater vast te houden
LBW_A_081
bovenpeil (juni t/m december) 2,95 bovenpeil (januari t/m mei) 3,15
LBW_A_082
bovenpeil (juni t/m december) 3,10 bovenpeil (januari t/m mei) 3,30
Artikel 4 Peilbeheer
1In de peilgebieden uit tabel 1 wordt flexibel peilbeheer met een zomer- en winterbovenpeil gevoerd. Water zal in ieder geval worden afgevoerd indien het waterpeil hoger is dan het (zomer-, winter-) bovenpeil. Wateraanvoer in deze gebieden is niet mogelijk of niet gewenst. Bij langdurige droogte kunnen watergangen droogvallen.
2In de peilgebieden uit tabel 2 wordt flexibel peilbeheer gevoerd met een boven- en een onderpeil. Het waterpeil kan natuurlijk fluctueren binnen een vooraf vastgestelde boven- en/of ondergrens. Water zal worden afgevoerd indien het waterpeil hoger is dan het bovenpeil en water zal worden ingelaten wanneer het waterpeil onder het onderpeil zakt.
3In de peilgebieden uit tabel 3 wordt een zomer- en winterpeil gevoerd. Dit betreft een vast peilbeheer, waarbij er in de zomer een hoger vast peil en in de winter een lager vast peil wordt gehanteerd.
4In de peilgebieden uit tabel 4 wordt een flexibel peilbeheer gevoerd zomer en winter het zelfde bovenpeil. Water zal in ieder geval worden afgevoerd indien het waterpeil hoger is dan het bovenpeil. Wateraanvoer in deze gebieden is niet mogelijk of niet gewenst. Bij langdurige droogte kunnen watergangen droogvallen.
5De peilgebieden uit tabel 5 en 6 liggen binnen bestaande peilgebieden. Binnen deze gebieden wordt een afwijkend peil gehanteerd. Deze afwijking kan zowel hoger of een lager peil zijn en/of een ander peilbeheer. Belanghebbende van deze peilafwijking is verantwoordelijk voor beheer en onderhoud van deze peilafwijking.
De gebieden uit tabel 6 wordt toegestaan om tijdens een droge winter/voorjaar (januari tot en met mei) een hoger peil te hanteren. Het maximale peil is in dit peilbesluit opgenomen. Het gaat hierbij om de kwel die men vlak voor en tijdens de groeiperiode zo veel mogelijk wil kunnen vasthouden. Het is uitdrukkelijk niet de bedoeling om regenwater in deze gebieden vast te houden.
Deze peilafwijkingen zijn (opnieuw) getoetst en voldoen aan de beleidsregels van de Keur. De belanghebbende van de peilafwijking draagt de verantwoordelijkheid en kosten voor het beheer en onderhoud van de benodigde kunstwerken
6De overgang van zomer- naar winterpeil en van winter- naar zomerpeil voor de peilgebieden uit tabel 2 en 4 [moet zijn tabel 1 en 3] zal, al naar gelang de weersomstandigheden en het verloop van de grondwaterstanden, in het algemeen en naar het oordeel van het waterschap plaatsvinden in de periode:
•Zomer- naar winterpeil: september tot en met november;
•Winter- naar zomerpeil: april tot en met juni.
7Het handhaven van het peil gaat onder normale omstandigheden gepaard met peilfluctuaties door de aan- en afvoer van water en weersomstandigheden. De peilbeheerder heeft de ruimte om binnen de beheermarge het peil te laten fluctueren. Echter zodra de waterstand niet meer binnen de beheermarges voor het in het peilbesluit vastgestelde peil valt, is de beheerder verplicht inspanning te leveren om de waterstand binnen de beheermarge te krijgen. De beheermarge bedraagt 5 cm boven en 5 cm onder het vastgestelde peil.
8Om te reageren of anticiperen op weersomstandigheden zoals neerslag, droogte en wind kan het waterschap tijdelijk de sturingsmarge inzetten. Het gaat om een tijdelijke afwijking in gebieden met een zomer/winterpeil of een vastpeil. Indien de weersomstandigheden dit naar het oordeel van het waterschap noodzakelijk maken, kunnen de peilen in deze gebieden tijdelijk:
•in droge en zeer droge perioden met 10 centimeter worden verhoogd; en
•in natte en zeer natte perioden met 10 centimeter worden verlaagd;
•de eindstuw Amerongerwetering in zeer natte perioden met 20 centimeter worden verlaagd.
9Bij calamiteiten en/of extreme weersomstandigheden is het college van dijkgraaf en hoogheemraden bevoegd om onder afweging van de betrokken belangen af te wijken van de streefpeilen en de bovengenoemde marges.
Artikel 5 Inwerkingtreding
Het peilbesluit treedt in werking met ingang van de achtste dag na bekendmaking van de vaststelling van dit peilbesluit door het algemeen bestuur van het waterschap.
Wanneer de benodigde waterinrichtingswerken voor het instellen van de peilen van peilgebied LBW_A_100 en LBW_A_101 (Natura 2000 gebieden Oud Kolland) zijn afgerond, worden in deze gebieden de in dit peilbesluit vermelde peilen ingevoerd. Het moment van instellen wordt door dijkgraaf en hoogheemraden bepaald en in dag- en/of weekbladen gepubliceerd.
Artikel 6 Titel
Dit besluit kan worden aangehaald als “Peilbesluit Langbroekerwetering 2022”.