Aanhef
Het college van dijkgraaf en hoogheemraden van het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden;
op het voorstel met nr. FBB/99.152, d.d. 13 december 1999;
Gelet op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht
Besluit:
De volgende ‘Beleidsregels verontreinigingsheffing grondwaterlozingen’ vast te stellen.
Inhoud
Begripsbepalingen
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
a.oppervlaktewater: een oppervlaktewater waarvan het beheer berust bij het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden;
b.zuiveringstechnisch werk: een zuiveringstechnisch werk, waarvan het beheer berust bij het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden;
c.bronbemalingslozing: een directe of indirecte lozing van grondwater op een oppervlaktewater of een zuiveringstechnisch werk, afkomstig van grondwateronttrekkingen om de grondwaterstand tijdelijk te verlagen met als doel werkzaamheden in den droge te kunnen uitvoeren, die niet afkomstig is van een bodemsanering of proefbronnering;
d.bodemsaneringslozing: een directe of indirecte lozing van grondwater vanuit een bodemsanering of proefbronnering als bedoeld in de Waterschapsverordening Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden;
e.lozen: het brengen van stoffen in een oppervlaktewater;
f.afvoeren: het brengen van stoffen op een riolering of op een zuiveringstechnisch werk.
Artikel 2
Elke lozing van stoffen op een oppervlaktewater wordt in de verontreinigingsheffing betrokken zoals bedoeld in de Verordening verontreinigingsheffing Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden 2020. Elke afvoer van stoffen op een riolering of een zuiveringstechnisch werk wordt in de zuiveringsheffing betrokken zoals bedoeld in de Verordening zuiveringsheffing Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden 2020.
Artikel 3
1De vervuilingswaarde van een bronbemalinglozing of bodemsaneringslozing wordt vastgesteld met inachtneming van het bepaalde in artikel 11 van de Verordening verontreinigingsheffing Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden 2020 of artikel 10 van de Verordening zuiveringsheffing Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden 2020.
2In afwijking van het bepaalde in het eerste lid wordt de vervuilingswaarde van een bronbemalingslozing bepaald op 0,5 vervuilingseenheid per 1000 m3 geloosd of afgevoerd water, indien gegevens verkregen door meting, bemonstering en analyse van het geloosde of afgevoerde water niet voorhanden zijn.
3In afwijking van het bepaalde in het eerste lid wordt de vervuilingswaarde van een bodemsaneringslozing bepaald op 1,0 vervuilingseenheid per 1000 m3 geloosd of afgevoerd water, indien gegevens verkregen door meting, bemonstering en analyse van het geloosde of afgevoerde water niet voorhanden zijn.
Artikel 4
1Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2000.
2Dit besluit kan worden aangehaald als 'Beleidsregels verontreinigingsheffing grondwaterlozingen'.
Aldus vastgesteld in de vergadering van 13 december 1999.
ir.D. Vergunst, voorzitter.
mr.D. Wijtmans, secretaris.