Aanhef
Managementsamenvatting
De Nalevingstrategie infrastructuur 2024-2027 heeft betrekking op toezicht en handhaving inzake het gebruik van de provinciale infrastructuur (wegen en vaarwegen). De strategie heeft als doel om de gewenste werkwijze met betrekking toezicht en handhaving op de wegen en vaarwegen vast te leggen. Dit bevordert een uniforme en een transparante aanpak.
Deze nalevingstrategie geeft het kader voor toezicht en handhaving op grond van de:
1Zuid-Hollandse Omgevingsverordening voor zover er een relatie ligt met de provinciale infrastructuur.
2Verkeersbesluiten op basis van Scheepvaartverkeerswet. De verkeersbesluiten vormen de basis voor een afmeerverbod en het aanwijzen van ligplaatsvakken t.b.v. passanten.
3Binnenvaartpolitiereglement. Dit reglement is gebaseerd op de Scheepvaartverkeerswet en bevat de verkeersregels op het water.
4(Onderdelen van de) Wegenverkeerswet/RVV 1990. Denk hierbij bijvoorbeeld aan parkeerexcessen langs de provinciale wegen.
Voor de inhoud van de Nalevingstrategie infrastructuur 2024-2027 is aansluiting gezocht bij de Nota VTH 2024-2027 zoals deze op 24 oktober 2023 door het college van Gedeputeerde Staten is vastgesteld. Daarnaast ligt er een relatie met de Landelijke Handhavingstrategie Omgevingsrecht (LHSO). Beide stukken hebben primair betrekking op toezicht en handhaving van de milieuregelgeving, maar kunnen ook als basis worden gebruikt voor toezicht en handhaving op de provinciale infrastructuur. Met de komst van de Omgevingswet zullen de raakvlakken tussen de verschillende werkvelden inzake toezicht en handhaving alleen maar toenemen.
De Nalevingstrategie infrastructuur 2024-2027 is opgedeeld in vier deelstrategieën:
1Preventiestrategie: Hoe voorkomen we dat overtredingen worden begaan?
2Toezichtstrategie: Hoe houden we toezicht op de naleving?
3Handhavingsstrategie: Hoe treden we op bij overtredingen?
4Gedoogstrategie: Wanneer en hoe zien we af van handhaving?
Bij de toezichtstrategie wordt onderscheid gemaakt in regulier toezicht (zichtbaar aanwezig zijn in het areaal) en gericht toezicht (in verband met meldingen of de controle van een verleende vergunning). De handhavingstrategie beschrijft de stappen in het bestuursrechtelijke handhavingsproces (van waarschuwen tot het uitvoeren van de sanctie) en geeft ook de mogelijkheden voor het opleggen van een strafrechtelijke sanctie.
Uitvoering geven aan de Nalevingstrategie infrastructuur 2024-2027 is een samenspel tussen de (vaar)weginspecteurs en de medewerkers van de eenheid Juridische Expertise en Handhaving. Structureel toezicht is van belang om overtredingen tijdig waar te nemen. Ook moet de kennis van de regelgeving op orde zijn.
Bijlage 2 Uitwerking handhavingstrategie (overtreding – sanctie)
In deze bijlage wordt de handhavingstrategie nader uitgewerkt. Het doel hiervan is het bevorderen van de eenduidigheid en uniformiteit bij toezicht en handhaving op de provinciale wegen en vaarwegen
Zoals in de nalevingstrategie staat vermeld, wordt hierbij de lijn aangehouden van de LHSO. Maar een verder gedetailleerde aanpak is nodig om transparantie en uniformiteit te waarborgen. In de onderstaande tabel wordt daarom per overtreding aangegeven wat de sanctie dient te zijn. Hierbij is uitgegaan van de meest voorkomende overtredingen waar DBI mee kan worden geconfronteerd.
Voor alle strafrechtelijke sancties (proces-verbaal) geldt dat overtreders op heterdaad moeten worden betrapt. De mate waarin deze overtredingen worden waargenomen is afhankelijk van de beschikbare personele capaciteit (boa’s). Zie ook hoofdstuk 6 van de nalevingstrategie.
Na het bereiken van het maximale bedrag kan besloten worden om een nieuwe (hogere) last onder Dwangsom, dan wel een last onder bestuursdwang op te leggen.
Wettelijk kader
Overtreding
Sanctie
Uitwerking sanctie
Toelichting
Binnenvaartpolitie-reglement
Negeren scheepvaartseinen
Proces-verbaal
Overschrijden max. vaarsnelheid
Proces-verbaal
Veroorzaken hinderlijke golfslag
Proces-verbaal
Niet bekwame of te jonge schipper
Proces-verbaal
Hieronder valt ook het ontbreken van een vaarbewijs.
Niet voldoen aan eisen varen met snelle motorboot
Proces-verbaal
Negeren stremming vaarweg
Proces-verbaal
BPR bord A1/rood licht moet aanwezig zijn.
Negeren verbod oplopen, passeren e.d.
Proces-verbaal
Zwemmen in de vaarweg/brugspringen
Proces-verbaal
RVV 1990/ Wegenverkeerswet
Parkeerexcessen
Proces-verbaal
Misbruik pechstrook, carpoolplaats etc.
Verkeerde plaats op de weg
Proces-verbaal
Auto’s op fietspad, fietser op hoofdrijbaan ed.
Negeren aanwijzingen verkeersregelaar
Proces-verbaal
Langzame voertuigen op verboden routes
Proces-verbaal
Alleen als er sprake is van overlast voor ander verkeer.
Negeren overige geslotenverklaring (negeren inrijverbod, negeren verplichte rijrichting ed.)
Proces-verbaal
Alleen als er sprake is van overlast voor ander verkeer.
Zuid-Hollandse Omgevingsverordening
Maken werken zonder vergunning (vaarwegen)
Last onder dwangsom
€ 500 per dag (max. € 5.000)
Indien sprake is van economisch voordeel, dan een hogere dwangsom.
Maken werken zonder vergunning (wegen)
Last onder dwangsom
€ 500 per dag (max. € 5.000)
Bij graafwerkzaamheden (tbv kabels en leidingen) in het weggebied zonder verkeersmaatregelen direct stilleggen (spoed).
Stremmen/belemmeren scheepvaart
Bestuursdwang
Bij risico/grote hinder scheepvaart direct beëindigen (spoed)
Varen met grotere afmetingen
Proces-verbaal
Last onder dwangsom
Te grote diepgang is proces-verbaal.
Bij herhaling ook dwangsom.
Bij grote overschrijding met risico voor scheepvaart en infrastructuur schip niet verder laten varen.
Ligplaats zonder vergunning
Last onder dwangsom
€ 500 per dag (max. € 5.000)
Bij onbekende eigenaar last onder bestuursdwang.
Proces-verbaal (overtreding BPR) bij herhaalde overtreding.
Standplaats innemen zonder vergunning
Last onder dwangsom
€ 1.000 per dag
(max. € 10.000)
Niet nakomen onderhoudsplicht oevers
Last onder dwangsom
€ 1.000 per dag
(max. € 10.000)
Overhangend groen
Last onder dwangsom
€ 500 per dag
(max. € 5.000)
Voorwerpen plaatsen zonder vergunning (reclame, houtgewas ed)
Last onder dwangsom
€ 500 per dag
(max € 5.000)
Bij risico/grote hinder voor verkeer spoedeisende bestuursdwang
Infrastructuur gebruiken, anders dan de functie ervan
Last onder dwangsom
€ 500 per dag
(Max € 5.000)
Bij risico/grote hinder voor verkeer spoedeisende bestuursdwang
Bijlage 3 Uitwerking bevoegdheden toezichthouders
Alle (vaar)weginspecteurs zijn aangewezen als toezichthouders in de zin van de Algemene wet bestuursrecht. Dit betekent dat zij gebruik kunnen maken van de bevoegdheden genoemd in titel 5.2 van deze wet. Het gaat hierbij om de volgende bevoegdheden:
1Betreden van plaatsen
De toezichthouders mogen in principe alle plaatsen betreden, met uitzondering van woningen zonder toestemming van de bewoner. Dat houdt in dat toezichthouders bedrijfsterreinen, bedrijfspanden, maar ook voertuigen en vaartuigen kunnen betreden. Bijzondere plaatsen zoals plaatsen waar godsdienstige samenkomsten zijn kunnen gedurende de tijdens de diensten maar beperkt worden bezocht.
In de regel mogen toezichthouders dus geen woningen betreden zonder toestemming van de eigenaar. Als de kajuit van een binnenvaartschip onderdeel is van de woning aan boord mag deze ook niet zonder toestemming worden betreden. Ook locaties die, tijdelijk, als woning voor een persoon dienen vallen hieronder. Deze beperking vloeit voort uit artikel 12 van de Grondwet.
Bij het betreden van plaatsen mag de toezichthouder de benodigde apparatuur meenemen voor onderzoek ter plaatse. Indien nodig kan de toezichthouder zich laten vergezellen door deskundigen. Het kan daarbij bijvoorbeeld gaan om technische experts of deskundigen op het gebied van monsterneming.
Wanneer een toezichthouder geen toegang krijgt kan hij zich deze verschaffen met behulp van de politie. Zij beschikken over geweldbevoegdheden en andere dwangmiddelen waarmee zij de toegang kunnen afdwingen.
2Het vorderen van inlichtingen
Het vorderen van inlichtingen kan door de toezichthouder worden afgedwongen met de verplichting van eenieder om mee te werken. De medewerking bestaat in dit geval uit het naar waarheid antwoorden op vragen van de toezichthouder.
Het vorderen van inlichtingen kan ook bestaan uit het vragen van de identiteitsgegevens. Er mogen alleen inlichtingen gevorderd worden die relevant en noodzakelijk zijn.
Het geen gehoor geven aan de vordering om inlichtingen te verstrekken is zowel een misdrijf op basis van artikel 184 van het Wetboek van Strafvordering als een overtreding volgens artikel 34 van de Wet Mulder.
3Inzage van gegevens en bescheiden
Toezichthouders mogen inzage eisen in zakelijke gegevens en daarvan kopieën maken. Ook deze bevoegdheid kan worden afgedwongen met behulp van de verplichting van eenieder om mee te werken.
De bevoegdheid reikt verder als alleen de directe betrokkenen. Zo kan ook bij derden, zoals bijvoorbeeld een administratiekantoor, inzage in bepaalde gegevens van de betrokkene worden geëist.
Het gaat hierbij wel vooral om zakelijke gegevens, persoonlijke gegevens vallen buiten het inzagerecht.
De term "gegevens" gaat verder dan alleen papieren, het kan ook gaan om computerbestanden of zaken die via andere informatiedragers zijn vastgelegd. Dat houdt in dat ook kopieën van foto’s, films e.d. kunnen worden gemaakt.
Deze bevoegdheid geeft ook een beperkte mogelijkheid om gegevens en bescheiden mee te nemen om elders kopieën te maken. In dergelijke gevallen moet wel een schriftelijk (ontvangst)bewijs worden afgegeven.
Het gaat hierbij niet om het in beslag nemen, de meegenomen zaken moeten snel mogelijk weer terug worden gegeven. Als er mogelijkheden zijn om de gegevens op de locatie zelf te kopiëren heeft dit de voorkeur.
Het geen gehoor geven aan de vordering tot inzage in gegevens is zowel een misdrijf op basis van artikel 184 van het Wetboek van Strafvordering als een overtreding volgens artikel 34 van de Wet Mulder.
4Onderzoeken goederen/zaken en monsters nemen
Toezichthouders mogen goederen en zaken onderzoeken en indien nodig monsters nemen. Ook mogen er, met afgifte van een schriftelijk bewijs, zaken worden meegenomen voor onderzoek elders. Er moet wel een reden zijn om een bepaalde zaak te onderzoeken en/of tijdelijk mee te nemen.
De bevoegdheid om te onderzoeken moet niet worden opgevat als de bevoegdheid tot doorzoeken van zaken. Doorzoeken is het opsporen van zaken (om deze daarna in beslag te nemen), waarvan niet duidelijk is waar deze zich bevinden. Deze term wordt in het strafrecht gebruikt.
Onderzoeken is het controleren van zaken, waarvan van tevoren bekend is waar ze zich bevinden. Overigens kan onderzoeken ook bestaan uit het openen van verpakkingen e.d.
Bij het afnemen van monsters heeft de belanghebbende het recht heeft om een tweede monsterneming te eisen. Dit om een contra-expertise te bewerkstelligen. Daarnaast moeten genomen monsters zoveel mogelijk worden teruggegeven.
De resultaten van de verrichte onderzoekingen moeten de belanghebbende zo spoedig mogelijk worden meegedeeld.
5Vervoermiddelen en hun lading onderzoeken
Met deze bevoegdheid mogen toezichthouders vervoermiddelen en ladingen onderzoeken en inzage vragen in vervoerbescheiden.
In verband met het uitvoeren van deze bevoegdheid kan de toezichthouder een bestuurder van een voertuig of een vaartuig vragen om zijn vervoermiddel stil te houden en over te brengen naar een door de toezichthouder aangewezen plaats.
Bij het onderzoeken van vervoermiddelen en/of hun lading zijn de eerdergenoemde bevoegdheden van toepassing (onderzoek van zaken, monsterneming e.d.).
Het stilhouden van een vervoermiddel mag alleen als dit noodzakelijk is voor het uitvoeren van het toezicht. Een toezichthouder mag een vervoermiddel niet te stoppen dwingen, hij mag bijv. niet het stuur van een fietser vastpakken.