Aanhef
Provinciale staten van Zuid-Holland;
Gelezen het voorstel van gedeputeerde staten van 16 september 2025 , PZH-2025- 879113829;
Gelet op de artikelen 13.4b van de Omgevingswet en 152 en 220 van de Provinciewet;
Besluiten vast te stellen het volgende besluit:
Grondwaterheffingsverordening Zuid-Holland 2026
Artikel 1 Definities
In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a.belastingjaar: kalenderjaar;
b.maand: kalendermaand;
c.dag: etmaal;
d.heffingstijdvak: een periode waarover heffing wordt geheven, die kan bestaan uit de onder a tot en met c genoemde perioden;
e.grondwaterregister: register als bedoeld in artikel 13.5 van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening;
f.infiltreren van water: het in de bodem brengen van water, ter aanvulling van het grondwater, in samenhang met het onttrekken van dat grondwater door een daarvoor bestemde voorziening;
g.onttrekken van grondwater: het onttrekken van grondwater door een daarvoor bestemde voorziening;
h.retourneren van water: terugbrengen van onttrokken grondwater in hetzelfde bodempakket als waaruit het onttrokken is, ter voorkoming van negatieve gevolgen van het onttrekken van grondwater, voor zover het bevoegd gezag dit voorschrijft.
Artikel 2 Belastbaar feit
1Onder de naam ‘grondwaterheffing’ wordt een provinciale belasting ingesteld op het onttrekken van grondwater als bedoeld in artikel 13.4b van de Omgevingswet.
2De heffing wordt geheven op basis van de daadwerkelijk onttrokken hoeveelheid grondwater per belastingjaar en wordt gemeten in kubieke meters.
3In aanvulling op het tweede lid wordt, indien water wordt geïnfiltreerd of water wordt geretourneerd, een derde van het aantal geïnfiltreerde of geretourneerde kubieke meters water in mindering gebracht op het aantal kubieke meters onttrokken grondwater.
Artikel 3 Belastingplichtige
Grondwaterheffing wordt geheven van:
a.de houder van een omgevingsvergunning voor een wateronttrekkingsactiviteit als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder d, van de Omgevingswet, de omgevingsverordening of een waterschapsverordening als het gaat om het onttrekken van grondwater door een daarvoor bestemde voorziening, of van een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 5.3 of 5.4 van die wet, als het gaat om het onttrekken van grondwater door een daarvoor bestemde voorziening;
b.degene die voor de onttrekking van grondwater de op grond van de Omgevingswet, de omgevingsverordening of een waterschapsverordening voorgeschreven melding heeft gedaan als bedoeld in artikel 4.4 van de Omgevingswet;
c.in andere gevallen dan bedoeld onder a of b: degene voor wie de onttrekking van grondwater plaatsvindt.
Artikel 4 Heffingstijdvak
1Het heffingstijdvak loopt van 1 januari tot en met 31 december.
2In andere dan de in het eerste lid bedoelde gevallen, is het heffingstijdvak de periode gedurende welke het belastbaar feit zich voordoet of heeft voorgedaan.
Artikel 5 Maatstaf van heffingen en tarieven
1Het tarief van de grondwaterheffing bedraagt € 0,005 per kubieke meter onttrokken grondwater.
2De verschuldigde heffing wordt berekend op basis van het tarief en de daadwerkelijk onttrokken hoeveelheid grondwater, overeenkomstig het bepaalde in artikel 2, tweede en derde lid, en met inachtneming van de vrijstelling overeenkomstig artikel 9.
Artikel 6 Wijze van heffing
Belastingen worden geheven door middel van een gedagtekende schriftelijke of digitale kennisgeving aan de belastingplichtige.
Artikel 7 Aangifte
De inspecteur, bedoeld in artikel 227a, tweede lid, onder b, van de Provinciewet, verstrekt op verzoek of uit eigen beweging een aangiftebiljet aan de belastingplichtige.
Artikel 8 Kwijtschelding
Bij de invordering van de grondwaterheffing wordt geen kwijtschelding verleend.
Artikel 9 Vrijstellingen
Vrijgesteld van heffing zijn:
a.onttrekkingen als bedoeld in artikel 8.3 van het Omgevingsbesluit;
b.onttrekkingen van minder dan 12.000 kubieke meter per jaar.
Artikel 10 Termijnen van betaling
1In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet de heffing worden betaald op het moment van uitreiken van de kennisgeving, dan wel in geval van toezending daarvan, binnen 30 dagen na de dagtekening van de schriftelijke of digitale kennisgeving.
2De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijn.
Artikel 11 Nadere regels door gedeputeerde staten
Gedeputeerde staten kunnen nadere regels vaststellen met betrekking tot de heffing en de invordering van de grondwaterheffing.
Artikel 12 Overgangsrecht
1De Grondwaterheffingsverordening Zuid-Holland 2023 wordt ingetrokken met ingang van 1 januari 2026, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
2Indien deze verordening na 1 januari 2026 in werking treedt, blijft de in het eerste lid genoemde verordening gelden voor de in de tussenliggende periode plaatsvindende belastbare feiten voor zover de heffing van belasting hiervoor in die periode plaatsvindt.
Artikel 13 Inwerkingtreding
1Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het provinciaal blad waarin deze verordening wordt geplaatst.
2De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.
Artikel 14 Citeertitel
Deze verordening wordt aangehaald als: Grondwaterheffingsverordening Zuid-Holland 2026.