Aanhef
Provinciale staten van Zuid-Holland;
Gelezen het voorstel van gedeputeerde staten van Zuid-Holland van 5 juli 2021, PZH-2021-778668454;
Gelet op artikel 2.8, artikel 4.15, vierde lid en artikel 4.16, vierde lid van de Omgevingswet;
Overwegende dat het wenselijk is in verband met het inwerking treden van de Omgevingswet, bevoegdheden tot het vaststellen van delen van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening en voorbereidingsbesluiten met het oog op de voorbereiding daarvan te delegeren aan gedeputeerde staten met het oog op het vereenvoudigen en versnellen van het wijzigen van bedoelde delen van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening;
Besluiten vast te stellen het volgende besluit:
Delegatiebesluit Zuid-Hollandse Omgevingsverordening
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Artikel 1.1 Begripsbepalingen
Begripsbepalingen die van toepassing zijn op de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening zijn ook van toepassing op dit besluit.
Artikel 1.2 Toepassingsgebied
1Dit besluit gaat over het delegeren door provinciale staten aan gedeputeerde staten van de bevoegdheden tot het vaststellen van:
a.delen van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening; en
b.voorbereidingsbesluiten.
2Dit besluit is niet van toepassing indien provinciale staten de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening wijzigen en daarbij gelijktijdig regels als bedoeld in dit besluit wijzigen.
Artikel 1.3 Adviesplichten van gedeputeerde staten voor omgevingsvergunningen voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit
Gedeputeerde staten kunnen aangewezen gevallen op grond artikel 16.15a, onder d, van de Omgevingswet voor de toepassing van artikel 4.25, eerste lid, onder g, van het Omgevingsbesluit in bijlage XX van de toelichting van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening opnemen.
Hoofdstuk 2 Aanwijzing en geometrische begrenzing van locaties voor provinciale taken
Artikel 2.1 Aanpassing geometrische begrenzing locaties
Gedeputeerde staten kunnen de geometrische begrenzingen van locaties, opgenomen in bijlage II, behorende bij de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening, aanpassen voor zover het gaat om ondergeschikte, uitvoeringstechnische of administratieve aanpassingen.
Artikel 2.2 Aanwijzing vaarwegen en geometrische begrenzing functies zones vaarwegen
1Gedeputeerde staten kunnen de aanwijzing van provinciale en regionale vaarwegen, genoemd in bijlage VII, onder A, behorende bij de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening, aanpassen voor zover het gaat om ondergeschikte, uitvoeringstechnische of administratieve aanpassingen.
2Gedeputeerde staten leggen in bijlage II behorende bij de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening, de geometrische begrenzing van de zones die de functie hebben van vaarstrook, veiligheidsstrook, veiligheidszone of overige delen, vast.
Hoofdstuk 3 Activiteiten in de fysieke leefomgeving
Afdeling 1 Algemene bepalingen over activiteiten
Artikel 3.1. Gegevens en bescheiden inzake activiteiten
Gedeputeerde staten kunnen in bijlage IV behorende bij de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening nadere regels stellen over de in te dienen gegevens en bescheiden.
Afdeling 2 Milieubelastende activiteiten in grondwaterbeschermingsgebieden
Artikel 3.2 Aanwijzen schadelijke stoffen
Gedeputeerde staten kunnen bijlage III, onder A.1 behorende bij de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening aanvullen met andere schadelijke stoffen, mengsels, materialen of producten.
Afdeling 4 Activiteiten rond provinciale vaarwegen
Artikel 3.5 Regels over de vergunningplicht op een provinciale vaarweg
1Gedeputeerde staten kunnen, met uitzondering van de regels, bedoeld in paragraaf 3.7.1, van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening, in paragraaf 3.7.2 van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening, regels stellen over beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot provinciale vaarwegen genoemd in bijlage VII, onder A.1, en de zones bedoeld in artikel 2.2, tweede lid.
2De regels, bedoeld in het eerste lid, worden gesteld met het oog op de functies, genoemd in artikel 2.2 tweede lid.
3De regels, bedoeld in het eerste lid, kunnen mede strekken tot:
a.het aanwijzen van vergunningvrije gevallen;
b.het omzetten van aangewezen vergunningplichtige gevallen naar meldingsplichtige gevallen met bijbehorende regels;
c.het opleggen van de verplichting gegevens en bescheiden te verstrekken;
d.het stellen van maatwerkvoorschriften aan de activiteit, en in welke mate of hoe lang daarbij kan worden afgeweken; of
e.het treffen of uitsluiten van gelijkwaardige maatregelen, al dan niet na toestemming of gekoppeld aan een verbod zonder voorafgaande melding.
Afdeling 5 Activiteiten rond provinciale wegen
Artikel 3.6 Regels over de vergunningplicht op een provinciale weg
1Gedeputeerde staten kunnen met uitzondering van de regels, bedoeld in paragraaf 3.8.1, van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening, in paragraaf 3.8.2 van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening, regels stellen over beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot provinciale wegen.
2Artikel 3.5, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
Hoofdstuk 4 Onderhoudsplichten in de fysieke leefomgeving
Artikel 4.1 Onderhoudsplicht oevers
Gedeputeerde staten kunnen in bijlage V nadere regels stellen over de omvang en inhoud van de onderhoudsplicht en over de inspectie van oevers van provinciale vaarwegen genoemd in bijlage VII, onder A.1, behorende bij de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening.
Hoofdstuk 5 Omgevingswaarden
Afdeling 1 Veiligheid regionale waterkeringen
Artikel 5.1 Omgevingswaarden veiligheid regionale waterkeringen
Gedeputeerde staten stellen in bijlage VI, onder A, na overleg met het waterschapsbestuur, ten aanzien van de regionale waterkeringen, bedoeld in artikel 2.13 van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening, een tijdstip vast waarop de verschillende regionale waterkeringen moeten voldoen aan de omgevingswaarden, bedoeld in artikel 5.3, van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening.
Afdeling 2 Kans op overstroming regionale wateren
Artikel 5.2 Omgevingswaarden gemiddelde kans op overstroming regionale wateren
1Gedeputeerde staten kunnen in bijlage VI, onder B.1, nadere regels stellen over de toepassing van de omgevingswaarden als bedoeld in artikel 5.6 tweede lid van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening.
2Gedeputeerde staten stellen in bijlage VI, onder B.2, voor het beheersgebied van het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht, het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden en het Waterschap Rivierenland, in overleg met het waterschapsbestuur de termijn vast waarbinnen aan de omgevingswaarden, bedoeld in artikel 5.6 van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening moet zijn voldaan.
Hoofdstuk 6 Instructieregels
§ 6.1 Bebording gebieden
Artikel 6.1 Bebording stiltegebieden
1Gedeputeerde staten leggen in bijlage VIII, onder A.1, behorende bij de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening het model vast van het bord voor de aanduiding van de begrenzing van stiltegebieden.
2Gedeputeerde staten kunnen in aanvulling op de aanduiding door borden van een stiltegebied, deze aanduiding op andere wijze vastleggen in bijlage VIII, onder A.2, behorende bij de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening.
Artikel 6.2 Bebording grondwaterbeschermingsgebieden
1Gedeputeerde staten leggen in bijlage VIII, onder B.1, behorende bij de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening het model vast van de borden voor de aanduiding van de begrenzing van grondwaterbeschermingsgebieden en waterwingebieden.
2Gedeputeerde staten kunnen in bijlage VIII, onder B.2, behorende bij de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening vastleggen in welke gevallen en op welke wijze boringsvrije zones of gebieden voor aanvullende strategische voorraden worden aangeduid.
§ 6.2 Beheer van watersystemen
Artikel 6.3 Legger
Gedeputeerde staten stellen in bijlage VIII, onder C.1, in overleg met het waterschapsbestuur, het tijdstip vast, bedoeld in artikel 7.4, tweede lid, van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening, waarop aan de verplichtingen met betrekking tot de legger, bedoeld in het eerste lid, onder d, van genoemd artikel moet zijn voldaan.
§ 6.3 Beheer van vaarwegen
Artikel 6.4 Vaarwegprofielen
1Gedeputeerde staten stellen de gewenste noodzakelijke minimale breedte, diepte en vrije doorvaarthoogte, bedoeld in artikel 7.8, van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening vast van de dwarsdoorsnede van het deel van de provinciale vaarwegen en regionale vaarwegen, dat vrij beschikbaar is voor de afwikkeling van scheepvaartverkeer in bijlage VIII, onder D.1, behorende bij de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening.
2Over de toepassing van het eerste lid voeren gedeputeerde staten vooraf overleg met de vaarwegbeheerder.
§ 6.4 Detailhandel
Artikel 6.5 Ontwikkelingsperspectief
Gedeputeerde staten kunnen in bijlage IX, onder C, van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening ten aanzien van detailhandel het ontwikkelingsperspectief beschrijven voor te versterken centra, te optimaliseren centra en de overige centra.
§ 6.5 Natuurnetwerk Nederland
Artikel 6.6 Wezenlijke kenmerken en waarden
Gedeputeerde staten stellen in bijlage IX, onder D van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening, de wezenlijke kenmerken en waarden van natuurnetwerk Nederland vast.
§ 6.6 Energie
Artikel 6.7 Locatie- en milieucriteria collectieve energievoorzieningen
Gedeputeerde Staten stellen in bijlage IX, onder F, locatie- en milieucriteria waaronder de collectieve energievoorzieningen ruimtelijke inpasbaar zijn vast. Deze regels worden vastgesteld binnen twaalf maanden na inwerkingtreding van deze verordening.
Hoofdstuk 7 Procedures
Artikel 7.1 Voortgangsrapportage uitvoering waterbeheerprogramma
Gedeputeerde staten kunnen in bijlage X, onder A, nadere regels stellen over de vorm en inhoud van een door het waterschapsbestuur op te stellen rapportage over de voortgang van de uitvoering van het waterbeheerprogramma, bedoeld in artikel 10.1, eerste lid, van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening.
Artikel 7.2 Verstrekken gegevens wateronttrekkingsactiviteit
Gedeputeerde staten kunnen in bijlage X, onder B, na overleg met het waterschapsbestuur, regels stellen omtrent de wijze waarop het waterschapsbestuur de gegevens over wateronttrekkingsactiviteiten, bedoeld in artikel 10.4, eerste lid, van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening, aan gedeputeerde staten verstrekt.
Artikel 7.3. Gegevens en bescheiden aanvraag luchthavenbesluit of -regeling
Gedeputeerde staten stellen regels over de in te dienen gegevens en bescheiden in bijlage X, onder C behorende bij de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening.
Hoofdstuk 8. Handhaving en uitvoering
Artikel 8.1 Kwaliteitscriteria uitvoering en handhaving
Gedeputeerde staten kunnen de kwaliteitscriteria voor de kwaliteit van uitvoering en handhaving, in bijlage XI, onder A, behorende bij de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening wijzigen.
Hoofdstuk 9 Monitoring en informatie
Artikel 9.1 Veiligheid regionale waterkeringen
Gedeputeerde staten stellen ten aanzien van de monitoring en verslaglegging voor de omgevingswaarden veiligheid regionale waterkeringen, bedoeld in artikel 5.3 van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening, vast een in bijlage XII, onder A, van de verordening op te nemen:
a.methode en frequentie voor de bepaling van het waterkerend vermogen van een regionale waterkering en de daarbij behorende maatgevende hoogwaterstanden, bedoeld in artikel 13.1, eerste lid, onder a, van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening voor de monitoring van de omgevingswaarden veiligheid regionale waterkeringen;
b.tijdstip waarop het verslag over de algemene waterstaatkundige toestand van de regionale waterkering, bedoeld in artikel 13.2, eerste lid van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening moet zijn opgesteld;
c.methode en frequentie voor de beoordeling van de omgevingswaarde ten aanzien van de algemene waterstaatkundige toestand van de regionale waterkering, bedoeld in artikel 13.2, tweede lid, onder b, van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening.
Artikel 9.2 Kans op overstroming regionale wateren
Gedeputeerde staten kunnen ten aanzien van de monitoring en verslaglegging voor de omgevingswaarden gemiddelde kans op overstroming van regionale wateren, bedoeld in de artikelen 5.8 en 5.9 van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening, vaststellen een in bijlage XII, onder B, van de verordening op te nemen:
a.methode en frequentie voor de bepaling van de bergings- en afvoercapaciteit van de regionale wateren, bedoeld in artikel 13.3, eerste lid, onder a, van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening voor de monitoring van de omgevingswaarden gemiddelde kans op overstroming regionale wateren;
b.tijdstip waarop het verslag over de algemene waterstaatkundige toestand van de bergings- en afvoercapaciteit van de regionale wateren, bedoeld in artikel 13.4, eerste lid van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening moet zijn opgesteld;
c.methode en frequentie voor de beoordeling van de omgevingswaarden ten aanzien van de algemene waterstaatkundige toestand van regionale wateren in het licht van de bergings- en afvoercapaciteit daarvan, bedoeld in artikel 13.4, tweede lid, onder b, van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening.
Hoofdstuk 10 Voorbereidingsbescherming
Artikel 10.1 Voorbereidingsbesluit
Gedeputeerde staten kunnen met het oog op de voorbereiding van in de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening te stellen regels een voorbereidingsbesluit als bedoeld in artikel 4.15 of artikel 4.16 van de Omgevingswet vaststellen, indien:
a.de verwachte of gebleken schadelijke effecten van een activiteit niet met inzet van andere aan hen toekomende bevoegdheden kunnen worden beschermd; en
b.een tijdige vaststelling van het voorbereidingsbesluit door provinciale staten niet mogelijk is.
Hoofdstuk 11 Slotbepalingen
Artikel 11.1 Inwerkingtreding
Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening in werking treedt.
Artikel 11.2 Citeertitel
Dit besluit wordt aangehaald als: Delegatiebesluit Zuid-Hollandse Omgevingsverordening.