Aanhef
Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland;
Gelet op artikel 1.3, vierde lid, van de Algemene subsidieverordening Zuid-Holland en gelet op artikel 1.2 en artikel 2.3.1 van de Regeling Europese landbouwsubsidies Zuid-Holland;
Overwegende dat het wenselijk is om uitvoering te geven aan de door Gedeputeerde Staten op 28 januari 2025 vastgestelde programmering van het maatregelenpakket Zuid-Holland programma Landelijk Gebied;
Overwegende dat het wenselijk is om extra groenblauwe dooradering in de provincie Zuid-Holland te realiseren, om bij te dragen aan de landelijke doelstelling uit het Nationaal Programma Landelijk Gebied om in 2050 10% groenblauwe dooradering in het landelijk gebied in 2050 te realiseren;
Overwegende dat het wenselijk is om overgangsgebieden rondom Natura 2000-gebieden te ontwikkelen, waarin gebiedsgericht maatregelen worden getroffen die bijdragen aan het verminderen van drukfactoren en aan het realiseren van doelen op het gebied van natuur, water, stikstof, landbouw, bodem en klimaat;
Overwegende dat de provincie Zuid-Holland middelen ontvangt van het Rijk voor de uitvoering van maatregelen in het landelijk gebied, waaronder maatregelen gericht op groenblauwe dooradering en maatregelen in overgangsgebieden;
Besluiten vast te stellen het volgende besluit:
Openstellingsbesluit subsidie Groenblauwe dooradering Zuid-Holland 2026
Artikel 1 Begripsbepalingen
In aanvulling op artikel 1.1. van de Regeling Europese landbouwsubsidies Zuid-Holland wordt in dit openstellingsbesluit verstaan onder:
groenblauwe dooradering: samenhangend netwerk van natuur- en landschapselementen dat het landelijk gebied doorsnijdt, bestaande uit:
a.groene dooradering: landschapselementen met een overwegend droog karakter, zoals houtwallen, bomenrijen, dijken en wegbermen.
b.blauwe dooradering: landschapselementen met een overwegend nat karakter, zoals sloten, natuurvriendelijke oevers en andere watergangen;
subsidieregeling: Regeling Europese landbouwsubsidies Zuid-Holland;
icoonsoorten, doelsoorten en habitatrichtlijnsoorten: plant- en diersoorten opgenomen in bijlage 1 bij dit besluit;
overgangsgebieden: gebieden die grenzen aan Natura 2000-gebieden en die bijdragen aan het realiseren van instandhoudingsdoelstellingen voor die gebieden, waar opgaven op het gebied van natuur, water, klimaat en land- en tuinbouw in samenhang kunnen worden aangepakt eventueel in combinatie met ruimtelijke opgaven.
Artikel 2 Subsidiabele activiteiten
Subsidie op grond van artikel 2.3.1 van de subsidieregeling kan worden verstrekt voor niet-productieve investeringen op landbouwbedrijven, voor zover deze worden uitgevoerd in het kader van
a.de Maatregel Groenblauwe Dooradering; of
b.de Maatregel Overgangsgebieden
zoals opgenomen in het Maatregelenpakket 1 Landschap en Natuurversterking, onderdeel van het Zuid-Hollands Programma Landelijk Gebied.
Artikel 3 Subsidievereisten
Om voor subsidie als bedoeld in artikel 2 in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:
a.de activiteit betreft een niet-productieve investering als bedoeld in artikel 2 en draagt bij aan extra groenblauwe dooradering in Zuid-Holland;
b.de activiteit draagt bij aan de instandhouding of verbetering van leefgebieden van icoonsoorten, doelsoorten of habitatrichtlijnsoorten in Zuid-Holland;
c.de investering wordt uitgevoerd binnen een van de volgende projecten die onderdeel uitmaken van Maatregelenpakket 1 Landschap en Natuurversterking van het Zuid-Hollands Programma Landelijk Gebied:
1°. Alblasserwaard;
2°. Hoekse Waard;
3°. Boskoop;
4°. Midden-Delfland;
5°. Zuid-Hollandse Eilanden;
6°. Mient Kooltuin en Groene Zone;
d.indien de investering wordt uitgevoerd binnen het project Mient Kooltuin en Groene Zone, wordt de activiteit uitgevoerd in een overgangsgebied en draagt zij aantoonbaar bij aan het verminderen van drukfactoren op een Natura 2000-gebied en aan het realiseren van doelen op het gebied van natuur, water, stikstof, landbouw, bodem of klimaat;
e.de activiteit wordt uitgevoerd buiten de bebouwde kom als bedoeld in artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994 en buiten de begrenzing van een Natura 2000-gebied en het Natuurnetwerk Nederland;
Artikel 4 Aanvraagperiode
In afwijking van artikel 2.3, eerste lid, van de Asv, worden subsidieaanvragen ingediend van 19 juli 2026 tot en met 31 juli 2028.
Artikel 5 Deelplafonds
Voor subsidieverlening op grond van dit openstellingsbesluit gelden voor de aanvraagperiode, genoemd in artikel 4, de volgende deelplafonds:
a.Alblasserwaard: € 150.000,-
b.Hoekse Waard: € 2.000.000,-
c.Boskoop: € 247.790,-;
d.Midden Delfland: € 299.623,-;
e.Zuid-Hollandse Eilanden: € 595.828,00;
f.Mient Kooltuin en Groene Zone: € 350.000,-
Artikel 6 Verdelingswijze
1Subsidie wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de subsidie-aanvragen.
2Als een subsidie-aanvraag nog niet volledig is, geldt als datum van binnenkomst de dag waarop de subsidie-aanvraag aangevuld en gecompleteerd is als bedoeld in artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht.
3Wordt het deelplafond op enige dag overschreden, dan wordt de volgorde van binnenkomst van de op die dag binnengekomen volledige subsidie-aanvragen bepaald door middel van loting, waarbij:
a.de eerst getrokken aanvraag als hoogste wordt gerangschikt;
b.de hoogst gerangschikte aanvraag het eerst in aanmerking komt voor subsidie;
c.subsidie wordt verdeeld over opeenvolgende aanvragen die volledig verleend kunnen worden.
Artikel 7 Subsidiabele kosten
1Onverminderd artikel 2.3.5, eerste lid, en artikel 1.10, onder e, van de subsidieregeling, en in aanvulling op artikel 1.8 van de subsidieregeling komen de volgende kosten voor subsidie in aanmerking:
a.kosten als bedoeld in artikel 1.8, onder a en b van de subsidieregeling;
b.legeskosten, voor zover deze rechtstreeks toerekenbaar zijn aan de uitvoering van de activiteit.
2Voor de berekening van de subsidiabele kosten past de aanvrager artikel 1.9b van de subsidieregeling toe.
Artikel 8 Verplichtingen van de subsidie-ontvanger
In aanvulling op artikel 1.15 van de subsidieregeling heeft de subsidieontvanger in ieder geval de volgende verplichtingen:
a.de activiteit waarvoor subsidie is verleend is uiterlijk 31 december 2028 uitgevoerd;
b.na uitvoering van de activiteit is geborgd dat het resultaat hiervan gedurende een periode van ten minste 10 jaar duurzaam in stand blijft en vrij van schadelijke gewasbeschermingsmiddelen wordt onderhouden;
c.bij het realiseren van beplanting, worden voor minimaal 90% inheemse soorten gebruikt, vrij van schadelijke gewasbeschermingsmiddelen;
d.bij het realiseren van voedselbossen en half- en hoogstamboomgaarden worden in het ontwerp en de aanleg in totaal voor minimaal 50% inheemse soorten gebruikt;
e.de activiteiten die worden verricht mogen niet in strijd zijn met de KRW-grondwaterdoelen en KRW-oppervlaktewaterdoelen;
f.door de uitvoering van de activiteit mag de waterkwaliteit van een eventueel betreffend oppervlaktewaterlichaam niet achteruit gaan ongeacht de duur daarvan.
Artikel 9 Voorschot
In overeenstemming met artikel 1.17 van de subsidieregeling wordt ambtshalve een voorschot van 50% van de verleende subsidie verstrekt.
Artikel 10 Inwerkingtreding
Dit besluit treedt in werking met ingang van de eerste dag na de datum van uitgifte van het provinciaal blad waarin zij wordt geplaatst.
Artikel 11 Werkingsduur en overgangsrecht
Dit besluit vervalt op 31 december 2028, met dien verstande dat dit besluit van kracht blijft voor subsidies die voor die datum zijn aangevraagd.
Artikel 12 Citeertitel
Dit besluit wordt aangehaald als: Openstellingsbesluit subsidie Groenblauwe dooradering Zuid-Holland 2026.
Bijlage 1 behorende bij artikel 1 van het Openstellingsbesluit Groenblauwe dooradering Zuid-Holland 2026, houdende lijsten van icoonsoorten, habitatsoorten en doelsoorten
A. Icoonsoorten Provincie Zuid-Holland:
1Argusvlinder
2Bever
3Bittervoorn
4Blauwborst
5Boomklever
6Bruinvis
7Dotterbloem
8Egel
9Gewone zeehond
10Gierzwaluw
11Glassnijder
12Groene Glazenmaker
13Groenknolorchis
14Grote stern
15Grutto
16Heivlinder
17Huismus
18Kleine zwaan
19Kluut
20Konijn
21Meervleermuis
22Merel
23Nachtegaal
24Noordse woelmuis
25Otter
26Patrijs
27Purperreiger
28Rietorchis
29Roerdomp
30Rosse vleermuis
31Rugstreeppad
32Steenuil
33Steur
34Weidehommel
35Wilde hyacint
36Zalm
37Zandhagedis
38Zandhommel
39Zeearend
40Zwarte stern
B. Habitatrichtlijnsoorten (Bijlage II van de Habitatrichtlijn) met relevantie voor Zuid-Holland:
1Nauwe korfslak
2Zegge-korfslak
3Gestreepte waterroofkever
4Zeeprik
5Rivierprik
6Elft
7Fint
8Zalm
9Bittervoorn
10Grote modderkruiper
11Kleine modderkruiper
12Beek/Rivierdonderpad
13Kamsalamander
14Meervleermuis
15Bever
16Noordse woelmuis
17Bruinvis
18Otter
19Grijze zeehond
20Gewone zeehond
21Tonghaarmuts
22Groenknolorchis
23Platte schijfhoren
C. Habitatrichtlijnsoorten (Bijlage IV van de Habitatrichtlijn) met relevantie voor Zuid-Holland
1Kleine dwergvleermuis
2Gewone grootoorvleermuis
3Watervleermuis
4Baardvleermuis
5Franjestaart
6Platte schijfhoren
7Noordzeehouting
8Kamsalamander
9Heikikker
10Poelkikker
11Rivierrombout
12Gevlekte witsnuitlibel
13Teunisbloempijlstaart
14Gestreepte waterroofkever
15Kruipend moerasscherm
E. Doelsoorten in het Natuurbeheerplan Zuid-Holland die profiteren van groenblauwe dooradering (en die geen onderdeel zijn van bovenstaande lijst):
1Kneu
2Ringmus
3Gekraagde roodstaart
4Grote lijster
5Ransuil
6Spotvogel
7Braamsluiper
8Slobeend
9Kievit
10Kwartelkoning
11Veldleeuwerik
12Gele kwikstaart