Aanhef
Gedeputeerde staten van Zuid-Holland;
Gelet op artikelen 1:3, vierde lid, 4:81, eerste lid, en 4:83 van de Algemene wet bestuursrecht en artikelen 3.165, 3.166, 3.169 en 7.95, eerste lid van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening;
Overwegende dat het wenselijk is de Beleidsregel vergunningen ligplaatsen en werken provinciale vaarwegen Zuid-Holland in te trekken in verband met diverse actualisaties;
Besluiten vast te stellen het volgende besluit:
Beleidsregel omgevingsvergunningen ligplaatsen en werken provinciale vaarwegen Zuid-Holland 2025
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Artikel 1 Begripsbepalingen
In deze beleidsregel wordt verstaan onder:
-calamiteitentrap: een trapconstructie aan een particulier perceel, bestemd als redvoorziening voor te water geraakte personen;
-drijvend voorwerp: drijvend bouwsel dat geschikt is gemaakt om te water te worden verplaatst en dat geen vaartuig of drijvende inrichting is;
-drijvende inrichting: drijvend bouwsel dat vanwege zijn bestemming in de regel niet wordt verplaatst;
-inkassing: een haven waarin parallel aan de vaarweg kan worden aangemeerd buiten de oorspronkelijke oeverlijn. Een inkassing maakt geen onderdeel uit van de vaarweg;
-insteekhaven: een haven waarin dwars op de vaarweg kan worden aangemeerd buiten de oorspronkelijke oeverlijn. Een insteekhaven maakt geen onderdeel uit van de vaarweg;
-ligplaats: plaats in of boven een provinciale vaarweg als bedoeld in artikel 2.4, eerste en tweede lid, van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening, waar met een vaartuig, drijvend voorwerp of drijvende inrichting gedurende meer dan vijftien minuten wordt verbleven;
-maatgevend schip: schip met afmetingen die zijn opgenomen in bijlage 1;
-particuliere oever: grond die niet openbaar toegankelijk is en in eigendom toebehoort aan een eigenaar anders dan een overheidsinstantie;
-vaarstrook: dat deel van de vaarweg dat uitsluitend bestemd is voor varend verkeer, waarvan de vaarstrookbreedtes voor de provinciale vaarwegen zijn opgenomen in bijlage 2 en de locaties zijn aangewezen in artikel 2.4, derde lid, van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening;
-vaartuig: naast het begrip in de gebruikelijke zin van het woord, een vaartuig zonder waterverplaatsing, gebruikt of geschikt om te worden gebruikt als middel van vervoer over water;
-vaarweggebonden activiteit: een activiteit die ter uitoefening van een beroep of bedrijf op of aan het water plaatsvindt, alsook activiteiten met een maatschappelijk belang die door een vereniging of stichting worden uitgeoefend ten behoeve van recreatievaartuigen;
-veiligheidsstrook: waterstrook parallel aan de vaarstrook aan beide zijden richting de oever die als buffer dient tussen varende en liggende schepen en werken, waarvan de veiligheidsstrookbreedtes voor de provinciale vaarwegen zijn opgenomen in bijlage 2 en de locaties zijn aangewezen in artikel 2.4, derde lid, van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening;
-veiligheidszone: een gedeelte van de vaarweg met een relatief hoog ongevalsrisico, zoals is beschreven in bijlage 1, waarvan de lengtes van de veiligheidszones voor de provinciale vaarwegen zijn opgenomen in bijlage 1 en de locaties zijn aangewezen in artikel 2.4, derde lid, van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening;
-werk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal die op de plaats van de bestemming, hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren;
-woonboot: vaartuig, drijvend voorwerp of drijvende inrichting dat hoofdzakelijk wordt gebruikt als of is bestemd tot woonverblijf, niet zijnde een object dat valt onder de Woningwet.
Hoofdstuk 2 Activiteiten in de provinciale vaarwegen
Artikel 2 Omgevingsvergunning voor een ligplaats ten behoeve van vaarweggebonden activiteiten
Gedeputeerde staten verlenen een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 3.169, eerste lid, van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening, voor het innemen van een ligplaats ten behoeve van een vaarweggebonden activiteit, alleen indien:
a.de ligplaats is gelegen buiten een vaarstrook, veiligheidsstrook of veiligheidszone;
b.de ligplaats is gelegen buiten een vaarstrook of veiligheidszone en in een veiligheidsstrook en er geen nautische bezwaren bestaan tegen het innemen van de ligplaats; of
c.de ligplaats is gelegen in een vaarstrook, veiligheidsstrook of veiligheidszone, er geen nautische bezwaren bestaan tegen het innemen van de ligplaats en de ligplaats tijdelijk wordt ingenomen ten behoeve van het uitvoeren van werkzaamheden; en
d.ligplaats innemen noodzakelijk is voor de vaarweggebonden activiteit en de aanvrager van de omgevingsvergunning de rechthebbende van de oever is of schriftelijke toestemming van de rechthebbende van de oever heeft verkregen.
Artikel 3 Omgevingsvergunning voor een ligplaats ten behoeve van vaartuigen, drijvende voorwerpen en drijvende inrichtingen
Gedeputeerde staten verlenen een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 3.169, eerste lid, van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening, voor het innemen van een ligplaats ten behoeve van een vaartuig, drijvend voorwerp of drijvende inrichting anders dan bedoeld in artikel 2 en artikel 4, alleen indien:
a.de ligplaats is gelegen buiten een vaarstrook, veiligheidsstrook of veiligheidszone; en
b.het een ligplaats aan een particuliere oever betreft en de aanvrager van de omgevingsvergunning de rechthebbende van die oever is of schriftelijke toestemming van de rechthebbende van die oever heeft verkregen; of
c.het een ligplaats aan een openbare oever aan de vaarwegtrajecten 2a, 2b, 3, 7, 8a of 8b betreft en de aanvrager een watersportvereniging is die een maatschappelijk doel dient en voor eenieder toegankelijk is.
Artikel 4 Omgevingsvergunning voor een ligplaats ten behoeve van woonboten
1Gedeputeerde staten verlenen een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 3.169, eerste lid, van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening, voor het innemen van een ligplaats ten behoeve van een woonboot, alleen indien:
a.de ligplaats is gelegen buiten een vaarstrook of veiligheidszone;
b.ten behoeve van de ligplaats op de dag voorafgaande aan de inwerkingtreding van deze beleidsregel reeds een ontheffing, (omgevings-)vergunning of toestemming voor een woonboot is verleend, danwel feitelijk ligplaats wordt ingenomen met een woonboot, met toestemming van de provincie; en
c.er geen nautische bezwaren bestaan tegen het innemen van een ligplaats met de woonboot.
2De omgevingsvergunning is persoonsgebonden en wordt verleend aan de eigenaar van een woonboot ten behoeve van een in de omgevingsvergunning beschreven ligplaats.
Artikel 5 Omgevingsvergunning voor werken
1Gedeputeerde staten verlenen een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 3.166, eerste lid, onder b, van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening, voor het maken, behouden of veranderen van een niet-openbaar werk, op aanvraag van de rechthebbende van de oever, alleen indien het werk is gelegen buiten een vaarstrook, veiligheidsstrook of veiligheidszone.
2Gedeputeerde staten verlenen een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 3.166, eerste lid, onder b, van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening, voor het maken, behouden of veranderen van een werk van openbaar nut, alleen indien er geen nautische en technische bezwaren bestaan tegen de aanleg en aanwezigheid van het werk.
3Gedeputeerde Staten weigeren aan omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 3.166, eerste lid, onder b, van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening, voor het maken, behouden of veranderen van een werk, indien:
a.het werk verder dan noodzakelijk de vaarweg insteekt; of
b.het werk een gevaar voor de doorgaande scheepvaart vormt.
4Het eerste lid is niet van toepassing op calamiteitentrappen.
Artikel 6 Omgevingsvergunning voor de aanleg van insteekhavens en inkassingen
Gedeputeerde staten verlenen een omgevingsvergunning als bedoeld in 3.166, eerste lid, onder a, van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening, voor het doorbreken van de oever voor het aanleggen van een insteekhaven of inkassing, alleen indien:
a.er geen nautische bezwaren bestaan tegen de uitmonding van de insteekhaven of inkassing in de provinciale vaarweg; en
b.er geen technische bezwaren bestaan tegen de aanleg van de insteekhaven of inkassing.
Hoofdstuk 3 Slotbepalingen
Artikel 7 Intrekking Beleidsregel vergunningen ligplaatsen en werken provinciale vaarwegen Zuid-Holland
De Beleidsregel vergunningen ligplaatsen en werken provinciale vaarwegen Zuid-Holland wordt ingetrokken.
Artikel 8 Inwerkingtreding
Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de dag na datum van uitgifte van het provinciaal blad waarin dit besluit wordt geplaatst.
Artikel 9 Citeertitel
Dit besluit wordt aangehaald als: Beleidsregel omgevingsvergunningen ligplaatsen en werken provinciale vaarwegen Zuid-Holland 2025.
Bijlage 1 behorende bij artikel 1 van de Beleidsregel omgevingsvergunningen ligplaatsen en werken provinciale vaarwegen Zuid-Holland 2025
Veiligheidszones provinciale vaarwegen Zuid-Holland
Veiligheidszones zijn het gedeelte van de vaarweg met een relatief hoog ongevalsrisico. Deze liggen om en in bruggen, sluizen, bochten, kruispunten, zwaaiplaatsen, waterkerende constructies en hoogspanningslijnen. Veiligheidszones bestrijken de volledige breedte van de vaarweg en hebben in de basis een lengte van 1,5 maal de lengte van het maatgevend schip. Bij de toegang tot de Rijnhavenbrug in Alphen aan den Rijn en alle bruggen en sluizen op trajecten 2a, 2b, 3, 7, 8a en 8b geldt een veiligheidszone van 5 meter, omdat hier sprake is van zeer geringe beroepsvaart. De veiligheidszone bij hoogspanningslijnen en waterkerende constructies is 20 meter, conform de Richtlijn vaarwegen 2020 van Rijkswaterstaat.
Veiligheidszones bij bochten, kruispunten en zwaaiplaatsen
Traject
Vaarverbinding
CEMT-klasse
Lengte maatgevend schip in meters
Veiligheidszone in meters
Traject 1a
Delftse Schie
III M4
73
109,5
Traject 1b
Rijn-Schiekanaal Delft - Den Haag
III M3
70
105
Traject 1c
Haagse Trekvliet
III M3
70
105
Traject 2a
Rijn-Schiekanaal Den Haag - Leidschendam
II M2
55
82,5
Traject 2b
Rijn-Schiekanaal sluis Leidschendam – Voorschoten
II M2
55
82,5
Traject 3
Voorschoten – Katwijk
III M5
85
127,5
Traject 4a
Rijn-Schiekanaal Voorschoten – Leiden
III M5
85
127,5
Traject 4b
Oude Rijn Leiden – Koudekerk aan den Rijn
III M5
85
127,5
Traject 4c
Oude Rijn Koudekerk aan den Rijn – Alphen aan den Rijn
IV M6
85
127,5
Traject 4d
Leidse Trekvliet
III M5
85
127,5
Traject 5a
Zijl
III M4
73
109,5
Traject 5b
Vaargeul door Kagerplassen
III M4
73
109,5
Traject 5c
’s Gravenwater vaargeul Kagerplassen - Ringvaart
III M4
73
109,5
Traject 6a
Oude Rijn Alphen aan den Rijn
IV M6
85
127,5
Traject 6b
Heimanswetering Woudwetering Paddegat
IV M6
85
127,5
Traject 6c
Vaargeul Braassemermeer
IV M6
85
127,5
Traject 6d
Oude Wetering
IV M6
85
127,5
Traject 7
Aarkanaal
III M3
70
105
Traject 8a
Oude Rijn Alphen aan den Rijn – Zwammerdam
III M5
85
127,5
Traject 8b
Oude Rijn Zwammerdam – grens Utrecht
I M1
38,5
57,75
Traject 9a
Voorhaven Julianasluis
IV M6
85
127,5
Traject 9b
Gouwe
IV M6
85
127,5
Traject 10a
Merwedekanaal Vianen – Arkel
IV M7
105
157,5
Traject 10b
Merwedekanaal Arkel - Gorinchem
IV M7
105
157,5
Traject 10c
Verbindingskanaal Merwedekanaal - Linge
II M2
55
82,5
Veiligheidszones bij bruggen en sluizen
Traject
Vaarverbinding
CEMT-klasse
Lengte maatgevend schip in meters
Veiligheidszone in meters
Traject 1a
Delftse Schie
III M4
73
109,5
Traject 1b
Rijn-Schiekanaal Delft - Den Haag
III M3
70
105
Traject 1c
Haagse Trekvliet
III M3
70
105
Traject 2a
Rijn-Schiekanaal Den Haag - Leidschendam
II M2
55
5
Traject 2b
Rijn-Schiekanaal sluis Leidschendam – Voorschoten
II M2
55
5
Traject 3
Voorschoten – Katwijk
III M5
85
5
Traject 4a
Rijn-Schiekanaal Voorschoten – Leiden
III M5
85
127,5
Traject 4b
Oude Rijn Leiden – Koudekerk aan den Rijn
III M5
85
127,5
Traject 4c
Oude Rijn Koudekerk aan den Rijn – Alphen aan den Rijn
IV M6
85
127,5
Traject 4d
Leidse Trekvliet
III M5
85
127,5
Traject 5a
Zijl
III M4
73
109,5
Traject 5b
Vaargeul door Kagerplassen
III M4
73
109,5
Traject 5c
’s Gravenwater vaargeul Kagerplassen - Ringvaart
III M4
73
109,5
Traject 6a
Oude Rijn Alphen aan den Rijn
IV M6
85
127,5
Traject 6b
Heimanswetering Woudwetering Paddegat
IV M6
85
127,5
Traject 6c
Vaargeul Braassemermeer
IV M6
85
127,5
Traject 6d
Oude Wetering
IV M6
85
127,5
Traject 7
Aarkanaal
III M3
70
5
Traject 8a
Oude Rijn Alphen aan den Rijn – Zwammerdam
III M5
85
5
Traject 8b
Oude Rijn Zwammerdam – grens Utrecht
I M1
38,5
5
Traject 9a
Voorhaven Julianasluis
IV M6
85
127,5
Traject 9b
Gouwe
IV M6
85
127,5
Traject 10a
Merwedekanaal Vianen – Arkel
IV M7
105
157,5
Traject 10b
Merwedekanaal Arkel - Gorinchem
IV M7
105
157,5
Traject 10c
Verbindingskanaal Merwedekanaal - Linge
II M2
55
82,5
Bijlage 2 behorende bij artikel 1 van de Beleidsregel omgevingsvergunningen ligplaatsen en werken provinciale vaarwegen Zuid-Holland 2025
Breedte vaarstrook en veiligheidsstrook provinciale vaarwegen Zuid-Holland
Traject
Vaarverbinding
Vaarstrook in meters
Veiligheidsstrook in meters
Traject 1a
Delftse Schie
34,6 *)
4
Traject 1b
Rijn-Schiekanaal Delft - Den Haag
26,6
4
Traject 1c
Haagse Trekvliet
26,6
4
Traject 2a
Rijn-Schiekanaal Den Haag - Leidschendam
19,8
3,5
Traject 2b
Rijn-Schiekanaal sluis Leidschendam – Voorschoten
25,0
3,5
Traject 3
Voorschoten – Katwijk
34,6 **)
4
Traject 4a
Rijn-Schiekanaal Voorschoten – Leiden
24,6
4
Traject 4b
Oude Rijn Leiden – Koudekerk aan den Rijn
34,6
4
Traject 4c
Oude Rijn Koudekerk aan den Rijn – Alphen aan den Rijn
38,5
5
Traject 4d
Leidse Trekvliet
24,6
-
Traject 5a
Zijl
34,6
4
Traject 5b
Vaargeul door Kagerplassen
59,6
-
Traject 5c
’s Gravenwater vaargeul Kagerplassen - Ringvaart
34,6
4
Traject 6a
Oude Rijn Alphen aan den Rijn
39,5
5
Traject 6b
Heimanswetering Woudwetering Paddegat
39,5
4
Traject 6c
Vaargeul Braassemermeer
94,5
-
Traject 6d
Oude Wetering
39,5
4
Traject 7
Aarkanaal
25,0
4
Traject 8a
Oude Rijn Alphen aan den Rijn – Zwammerdam
29,6
4
Traject 8b
Oude Rijn Zwammerdam – grens Utrecht
17,0 ***)
4
Traject 9a
Voorhaven Julianasluis
39,5
5
Traject 9b
Gouwe
39,5
5
Traject 10a
Merwedekanaal Vianen – Arkel
35,5
5
Traject 10b
Merwedekanaal Arkel - Gorinchem
35,5
5
Traject 10c
Verbindingskanaal Merwedekanaal - Linge
26,8
3
*) tussen hectometerpaal 34,65 – 34,75 geldt een vaarstrookbreedte van 29,6 meter
**) tussen hectometerpaal 2,65 – 4,20 en 6,20 – 8,40 geldt een vaarstrookbreedte van 16,4 meter
***) tussen hectometerpaal 21,1 – grens provincie Utrecht geldt een vaarstrookbreedte van 11 meter