Provinciale wetgeving

Besluit van Gedeputeerde Staten van de provincie Zuid-Holland van 25 september 2018 (PZH-2018-661518568) tot vaststelling van het Reglement deskundigencommissie R&D MIT Zuid-Holland 2018 (Reglement deskundigencommissie R&D MIT Zuid-Holland 2018)

Provincie Zuid-Holland · geldt sinds 10 oktober 2018

Aanhef

Gedeputeerde staten;

Gelet op artikel 82 van de Provinciewet en de artikelen 4.8 en 5.8 van de Subsidieregeling MKB innovatiestimulering topsectoren Zuid-Holland;

Besluiten:

Vast te stellen het Reglement deskundigencommissie R&D MIT Zuid-Holland 2018

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

•commissie: adviescommissie R&D MIT Zuid-Holland als bedoeld in artikel 4.8 en artikel 5.8 van de Subsidieregeling MKB innovatiestimulering topsectoren Zuid-Holland;

•R&D: reseach and development, ook wel genaamd onderzoek en ontwikkeling;

•subsidieregeling: Subsidieregeling MKB innovatiestimulering topsectoren Zuid-Holland;

•vergadering: vergadering inclusief voorbereiding daarvan.

Artikel 2 Instelling en taak

1Er is een adviescommissie R&D MIT Zuid-Holland.

2De commissie heeft tot taak gedeputeerde staten te adviseren over:

a.de toepassing van de weigeringsgronden, bedoeld in artikel 4.2 en artikel 5.2 van de subsidieregeling;

b.de beoordeling en rangschikking van alle aanvragen, bedoeld in artikel 4.6 en artikel 5.6 van de subsidieregeling.

Artikel 3 Samenstelling deskundigencommissie

1De commissie omvat ten hoogste 15 leden en bestaat in ieder geval uit:

a.een voorzitter, tevens lid;

b.een plaatsvervangend voorzitter, tevens lid;

c.overige leden.

2De leden worden door een door gedeputeerde staten aangewezen onafhankelijke partij voorgedragen op basis van hun geschiktheid, ervaring en deskundigheid.

Artikel 4 Benoeming , schorsing en ontslag

1Gedeputeerde staten benoemen, schorsen en ontslaan de leden van de commissie. De voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter worden in functie benoemd.

2De leden worden benoemd voor de duur van maximaal vier jaar en kunnen eenmaal worden herbenoemd.

3Tenzij gedeputeerde staten anders bepalen, blijven aftredende leden van de commissie hun functie vervullen totdat in hun opvolging is voorzien.

4Een lid van de commissie verschoont zich bij iedere mogelijke schijn van belangenverstrengeling. Hiervan wordt in ieder geval geacht sprake te zijn als het lid niet onafhankelijk is van een of meer van de bij het aan de orde zijnde aanvragen betrokken partijen.

Artikel 5 Einde lidmaatschap

Het lidmaatschap van de commissie eindigt:

a.op de dag waarop de werkzaamheden van gedeputeerde staten in het kader van de uitvoering van de subsidieregeling zijn afgerond;

b.door het intrekken of vervallen van de subsidieregeling;

c.op verzoek van het lid;

d.door een daartoe strekkend besluit van gedeputeerde staten.

Artikel 6 Voorzitter

1De voorzitter geeft leiding aan de vergadering en bewaakt de voortgang en behandeling van de agenda.

2De voorzitter is verantwoordelijk voor het functioneren van de commissie.

3De voorzitter bewaakt de kwaliteit van de uit te brengen adviezen en de juiste aansluiting bij de subsidieregeling.

Artikel 7 Commissiesecretariaat

1De commissie wordt ondersteund door een secretaris.

2Gedeputeerde staten wijzen een of meer ambtenaren aan als secretaris, respectievelijk plaatsvervangend secretaris.

3De secretaris is in ieder geval belast met de voorbereiding en coördinatie van de werkzaamheden van de commissie.

4De secretaris heeft geen stemrecht. Hij is voor zijn werkzaamheden alleen verantwoording verschuldigd aan de commissie.

Artikel 8 Subcommissies

1De commissie kan besluiten tot het instellen van subcommissies, die de beoordeling van subsidieaanvragen op een specifiek expertisegebied voorbereiden.

2Een subcommissie bestaat uit minimaal drie leden van de commissie die deskundig zijn op een specifiek expertisegebied.

3De voorzitter van de commissie wijst één van de leden van de commissie aan als voorzitter van een subcommissie.

4De voorzitter van een subcommissie geeft een schriftelijke of mondelinge beoordeling aan de commissie over de subsidieaanvragen die aan de subcommissie zijn voorgelegd.

Artikel 9 Vergaderingen

1De vergaderingen van de commissie en een subcommissie zijn niet openbaar.

2De voorzitter van de commissie en de voorzitter van een subcommissie kan besluiten een externe deskundige te raadplegen indien hij daartoe aanleiding ziet.

3Naast de leden kan een vertegenwoordiger van de provincie als toehoorder de vergadering bijwonen.

4Een lid kan zich ter vergadering niet laten vertegenwoordigen door een ander.

5De commissie en de subcommissies vergaderen zo vaak als hun voorzitters dit nodig achten.

6De secretaris woont de vergaderingen van de commissie en de subcommissies bij.

Artikel 10 Besluitvorming

1Elk ter vergadering aanwezig lid van de commissie heeft een stem ten behoeve van een project op grond waarvan een subsidieaanvraag is ingediend.

2Indien een subcommissie een project heeft beoordeeld, betrekt de commissie deze beoordeling bij de beoordeling en rangschikking van de subsidieaanvragen.

3De commissie neemt alle beslissingen over uit te brengen adviezen bij gewone meerderheid van stemmen van de aanwezige leden.

4Bij staking van de stemmen beslist de voorzitter.

Artikel 11 Advisering

1De commissie brengt binnen zes weken na ontvangst van de volledige subsidieaanvraag door gedeputeerde staten een gemotiveerd advies uit over de subsidieaanvraag.

2Het advies wordt door de voorzitter en de secretaris ondertekend.

3De adviezen van de commissie zijn openbaar.

Artikel 12 Verslaglegging

1De secretaris draagt zorg voor een zakelijk verslag van de vergadering.

2Het verslag wordt door de secretaris ondertekend.

Artikel 13 Onafhankelijkheid en geheimhouding

1De leden van de commissie adviseren onafhankelijk en zonder last of ruggespraak.

2Voor zover de leden van de commissie bij de uitvoering van hun taken de beschikking krijgen over gegevens waarvan zij het vertrouwelijke karakter kennen of redelijkerwijs moeten vermoeden, zijn zij verplicht tot geheimhouding van die gegevens, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hen tot mededeling verplicht of uit hun taak de noodzaak tot mededeling voortvloeit.

Artikel 14 Archiefbescheiden

De bescheiden van de commissie worden na beëindiging van de werkzaamheden in het archief van de provincie Zuid-Holland opgenomen.

Artikel 15 Vergoeding

1De leden van de commissie ontvangen voor het deelnemen aan een vergadering een vergoeding overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 35 en 36 van de Verordening rechtspositie gedeputeerden, staten- en commissieleden.

2Een lid ontvangt de vergoeding eveneens als hij een vergadering naar het oordeel van de voorzitter in voldoende mate heeft voorbereid, maar om een oorzaak die buiten zijn macht is gelegen niet in staat is de vergadering bij te wonen.

Artikel 16 Inwerkingtreding

Het Reglement deskundigencommissie R&D MIT Zuid-Holland 2016 wordt ingetrokken.

Artikel 17 Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 18 Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Reglement deskundigencommissie R&D MIT Zuid-Holland 2018.

Den Haag, 25 september 2018

Toelichting

Artikel 2 Instelling en taak

De wijze van verdeling van het beschikbare subsidiebedrag bij het subsidieplafond voor de kleine R&D samenwerkingsprojecten (§4) en de grote R&D samenwerkingsprojecten (§ 5 ) is volgens een tender-systeem met kwaliteitscriteria. De keuze voor voorrang voor het laagst aangevraagde subsidiebedrag geeft de meeste kans dat de activiteit nog volledig kan worden uitgevoerd.

Aanvragen worden getoetst op basis van de in artikel 4.6 en 5.6 genoemde criteria. Bij de beoordeling van die criteria en het toekennen van punten binnen die criteria, kunnen onder meer onderstaande onderwerpen en vragen van belang zijn;

Bij het criterium dat er meer technologische vernieuwing of wezenlijke nieuwe toepassingen van een bestaand product, proces, of dienst wordt verwacht:

•hoe vernieuwend is het resultaat van het project, het beoogde product, proces of de dienst?

•wat is de aard van de innovatie: een nieuw product, proces, of dienst of een nieuwe toepassing van bestaande producten, processen, of diensten?

•hoe vernieuwend is de gekozen aanpak of de onderzoeksmethoden?

•hoe haalbaar is de innovatie en wat is het technologisch risico?

•hoe verhoudt dit project zich tot ontwikkelingen in de topsector en tot internationale ontwikkelingen?

Bij het criterium dat er meer economische waarde wordt gecreëerd voor de deelnemers in het R&D-samenwerkingsverband, de topsectoren, of de Zuid-Hollandse en Nederlandse economie:

•hoe sluit het project aan bij de strategische doelstelling van de betrokken bedrijven?

•hoe sluit het project aan bij de strategische doelstellingen van de betreffende topsector?

•wat is de economische waarde van de projectresultaten voor de betrokken bedrijven of de Zuid-Hollandse en Nederlandse economie?

•is deze waarde cijfermatig voldoende onderbouwd (marktgrootte, marktaandeel, omzet, winst, terugverdientijd) en hoe realistisch is deze onderbouwing?

•wat is de concurrentiepositie en hoe ziet de aanvrager het project in dat licht?

Bij het criterium dat de kwaliteit van de R&D samenwerking hoger is, tenminste blijkend uit de mate van complementariteit van de deelnemers, de capaciteiten van de deelnemers en de kwaliteit van de projectorganisatie:

•hebben de partners gezamenlijk voldoende expertise om het project uit te kunnen voeren en vullen ze elkaar aan?

•of de capaciteiten van de deelnemers toereikend zijn.

•de kwaliteit van de projectorganisatie. Is er bijvoorbeeld een projectleider aangesteld, is er een stuurgroep?

•in welke mate heeft het project een directe relatie met andere projecten in de topsector of wordt er samengewerkt met andere partijen uit de topsector?

•in welke mate is er een evenwichtige verdeling van de resultaten van het project. Bijvoorbeeld, hoeconcreet zijn de afspraken over intellectueel eigendom vastgelegd?

Bij het criterium dat er meer sprake is van sectoroverstijgende combinaties en van combinaties van topsectoren, die niet conventioneel zijn:

•de mate waarin thema’s uit verschillende topsectoren worden gecombineerd. De combinatie van meer dan twee thema’s is niet per se waardevoller; intensiteit en verwevenheid van de thema’s tellen zwaarder.

•naarmate een combinatie minder voor de hand ligt, maar wel een waardevol project oplevert, zal het project hoger scoren.

Artikel 3 Samenstelling deskundigencommissie

De commissieleden zijn onafhankelijk gekozen en beoordeeld op hun deskundigheid door een onafhankelijk adviesbureau.

Artikel 8 Subcommissies

Subcommissies kunnen worden ingesteld om subsidieaanvragen op een specifiek terrein te laten beoordelen door deskundigen. Gelet op het grote aantal aanvragen dat wordt ingediend is het meestal ondoenlijk om alle aanvragen uitbreid door de commissie te laten beoordelen. De beoordeling is een subcommissie is bedoeld als voorwerk op de behandeling in de commissie.

Artikel 9 Vergaderingen

Binnen 13 weken na de sluitingsdatum van het subsidieplafond neemt gedeputeerde staten een besluit. Binnen die periode moet de deskundigencommissie een advies aan gedeputeerde staten hebben uitgebracht. Het aantal ontvangen aanvragen bepaalt de hoeveelheid werk van de deskundigencommissie. Als er veel aanvragen zijn zal de deskundigencommissie ook vaker vergaderen.

Aan de vergadering nemen de voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter deel en minimaal drie en ten hoogste 13 overige leden op basis van hun deskundigheid.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.