Provinciale wetgeving

Afwegingskader (land)bouwverkeer provincie Zuid- Holland

Provincie Zuid-Holland · geldt sinds 20 maart 2025

2 Afwegingskader

2.2 Indicatoren voor afweging gesloten wegen en parallelwegen

2.2.1 Toelichting indicatoren

Hieronder staat een toelichting op de indicatoren die zijn opgenomen in het afwegingskader.

1Wegenhiërarchie netwerkanalyse Provincie Zuid-Holland: dit is een logisch en samenhangend netwerk van wegen in provincie Zuid-Holland. De wegenhiërarchie is integraal opgesteld en zegt daarmee dus ook iets over de wegen die in het beheer zijn van andere wegbeheerders (Rijksoverheid, gemeenten en waterschappen). In het afwegingskader nemen we alleen de N-wegen mee die in beheer zijn van provincie Zuid-Holland. Het huidige areaal van de provincie bestaat uit bovenregionale, regionale en overige wegen. Hoe hoger de functie, hoe belangrijker de doorstroomfunctie. Bij de overige wegen staat de toegangsfunctie meer centraal. Op wegen waar de doorstroomfunctie meer centraal staat, is het risico om landbouwverkeer toe te laten daarom hoger. De wegenhiërarchie is overgenomen uit de Netwerkanalyse Provincie Zuid-Holland, 8 juni 2021 . Op parallelwegen laten we de wegenhierarchie als indicator buiten beschouwing, omdat dit niet onderscheidend is (deze zijn allemaal gecategoriseerd als ETW 60). De kaart is aangeleverd door de provincie Zuid-Holland en door Royal HaskoningDHV gedigitaliseerd. Meer informatie over de subcategorieën kunt u vinden op de website van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.

2Intensiteit gemotoriseerd verkeer: de intensiteit van het gemotoriseerde verkeer geeft inzicht in het gebruik van de wegen die in het beheer zijn van provincie Zuid-Holland. Hoe drukker de weg hoe minder gewenst dat landbouwvoertuigen op de hoofdrijbaan rijden. De intensiteiten die mee worden genomen in het afwegingskader zijn de gemiddelde werkdagintensiteiten van 2019. Deze geven een goed beeld van de drukte op de provinciale wegen. Intensiteiten van afgelopen jaren (2020, 2021 en 2022) geven een vertekend beeld in verband met Covid-19. De intensiteiten die beschikbaar zijn geven een betrouwbaar beeld van de intensiteiten op de hoofdrijbaan van de provinciale wegen. De data is aangeleverd door de provincie Zuid-Holland.

3Aandeel vrachtverkeer: het aandeel vrachtverkeer geeft inzicht in de hoeveelheid zwaardere voertuigen die gebruik maken van het provinciale wegennet. De aanwezigheid leidt tot hogere risico's bij bijvoorbeeld het inhalen van landbouwverkeer. Het betreft het aandeel vrachtverkeer op de hoofdrijbaan van wegen in beheer van provincie Zuid-Holland. Van parallelwegen is onvoldoende data beschikbaar en wordt er vanuit gegaan dat de aanwezigheid van vrachtverkeer geen relevante indicator is. Ook hier gaat het om data uit 2019, om dezelfde reden als aangegeven bij indicator 2, intensiteit gemotoriseerd verkeer. De data is aangeleverd door de provincie Zuid-Holland.

4Netwerk openbaar vervoer + het aantal bussen: op de wegen in het beheer van provincie Zuid-Holland zijn verschillende typen bussen aanwezig, namelijke stads- en streekbussen, maar ook HOV en R-net. De stads- en streekbussen hebben een regelmatige frequentie van 1, 2, 4 of meer keer per uur. Bij de HOV- en R-net lijnen ligt de nadruk op snelheid met forensen en scholieren als 'dominante' doelgroep. Deze hebben een hogere spitsfrequentie dan de stads- en streekbussen. Gelet op de doorstroomfunctie is de combinatie HOV/R-net met landbouwverkeer minder gewenst. De data is betrokken van het dataplatform OpenOV.

5Gereden snelheid: dit betreft de V85. Dit geeft de snelheid aan waar 85% van de bestuurders onder zit. Is de V85 bijvoorbeeld 80 km/uur, dan betekent het dat 85% van de bestuurders op een bepaald stuk weg 80 km/uur of minder rijdt en 15% sneller rijdt. Dit geeft aan in hoeverre de meeste bestuurders zich op een weg aan de snelheidslimiet houden. Hoe hoger de snelheid, hoe groter het verschil met landbouwverkeer op de wegen zal zijn. Die mogen maximaal 40 km/uur rijden. De V85 data is aangeleverd door de NDW.

6Breedte van de weg: hoe smaller de weg, hoe hoger het risico is wanneer er een landbouwvoertuig wordt toegelaten. De breedte van de wegen in beheer van provincie Zuid-Holland (zowel de hoofdrijbaan als parallelwegen) is berekend op basis van de BGT (Basisregistratie Grootschalige Topografie). Dit is een digitale kaart waarop onder andere gebouwen en wegen eenduidig zijn vastgelegd. De kaart is op 20 centimeter nauwkeurig.

2.2.2 Indicatoren buiten selectie afwegingskader

Indicatoren die we niet meenemen in het afwegingskader, maar wel een rol kunnen spelen bij het openstellen van provinciale wegen voor landbouwverkeer zijn de volgende. Deze indicatoren zijn ter volledigheid wel opgenomen in het dashboard.

•Knelpunten: dit betreft knelpunten die uit eerdere studies naar landbouwverkeer in verschillende regio's naar voren zijn gekomen. Dit laat zien waar nu knelpunten worden ervaren met betrekking tot landbouwverkeer en waar mogelijk het toelatingsbeleid van provincie Zuid-Holland van invloed op kan zijn. Het is zinvol om de knelpunten te leggen naast de wegen die mogelijk open kunnen op basis van het afwegingskader om na te gaan of daarmee een knelpunt wordt opgelost.

•Netwerk landbouwverkeer: op basis van het wensnetwerk dat voor landbouwverkeer beschikbaar is (klik hiervoor op de laag landbouwroutes, regionale opgaven) in een aantal regio's in provincie Zuid-Holland, kan worden bepaald of er een wens is om een weg open te stellen. Deze wensnetwerken zijn opgesteld in regio regio Midden-Holland en Zuid-Holland-Zuid en geven aan wat gewenste routes voor het (doorgaande) landbouwverkeer zijn. De uitkomst van het afwegingskader geeft inzicht in welke hoofdrijbanen van provinciale wegen opengesteld kunnen worden.

•Locaties loonbedrijven: loonbedrijven genereren met landbouwverkeer in een groter gebied. Dit laat zien waar behoefte is aan doorgaande routes voor landbouwverkeer. Het is zinvol om de locaties van loonbedrijven te leggen naast de wegen die mogelijk open kunnen op basis van het afwegingskader om na te gaan of daarmee een knelpunt wordt opgelost.

•Drukte op parallelweg: intensiteit van het verkeer op parallelwegen, zoals gemotoriseerd verkeer en fietsverkeer (zie ook fietsnetwerk/ fietsintensiteiten). De data van intensiteiten van verkeer op parallelwegen wordt niet meegenomen, omdat onvoldoende data beschikbaar is van intensiteiten op parallelwegen. Bovendien, op parallelwegen is de intensiteit een stuk lager dan is de hoofdrijbaan, omdat het om erftoegangswegen gaat. De wegen worden gebruikt door verkeer dat daar een specifieke bestemming heeft. De intensiteiten op de parallelwegen over het algemeen zijn vrij laag in vergelijking met wat volgens de CROW-richtlijnen op dit type weg kan worden toegestaan. Hiermee is de drukte parallelweg nauwelijks onderscheidend.

•Fietsnetwerk/ fietsintensiteiten: Plusnet (onderdeel utilitair),

•Hoofdnet fiets (onderdeel utilitair), hoofdnet recreatief fietsnetwerk, overig. Het type fietsnetwerk is niet in het afwegingskader opgenomen, omdat er voldoende ruimte op de parallelweg moet zijn voor alle fietsers, onafhankelijk van het type fietsnetwerk. Dit wordt getoetst met de indicator 'breedte van de weg', waar ook de breedte van de parallelweg wordt getoetst. Data over fietsintensiteiten op parallelwegen is beperkt beschikbaar en daardoor niet bruikbaar.

•Inhaalmogelijkheden: dit betreft het aantal gefaciliteerde inhaalmogelijkheden over een bepaalde afstand. Dit is bijvoorbeeld het geval bij dubbele opstelvakken bij turborotondes en kruispunten met verkeerslichten. Er is geen data beschikbaar over het aantal rijstroken en daardoor niet te bepalen is.

Niet onderscheidende indicatoren zijn niet meegenomen, zoals:

•Multidoel tactisch kader, operationeel verkeersmanagement (prioritering wegen)1: biedt voor deze studie geen aanvulling op de reeds gehanteerde indicator wegenhiërarchie netwerkanalyse provincie Zuid-Holland.

•Lange zware vrachtwagens (LZV's): deze zijn niet onderscheidend, omdat op bijna alle wegen waar een aanvraag voor is geweest, LZV's zijn toegestaan. Er zijn ook wegen waarvoor nog geen aanvraag is gedaan en waarvoor het nog onbekend is of daar LZV's worden toegelaten.

•Aanwezigheid doelgroepenstrook (bijvoorbeeld aanliggende busbaan). Een busbaan kan omgebouwd worden naar een doelgroepenstrook, waarbij uitliggers boven de weg specifiek aangeven welke voertuigsoorten toegelaten zijn. Dit levert wel (te) complexe bebording op. Beleidsmatig is het ombouwen van een busbaan naar een doelgroepenstrook echter minder gewenst, omdat de strook er ligt om gewenste doelgroepen (in dit geval de bus) vrije doorgang te verlenen. Deze doelgroepenstroken liggen over het algemeen langs wegen met een hoge verkeersintensiteit.

•Ongevallen: Er is geen patroon of specifiek knelpunt af te leiden aan de geregistreerde ongevallen met landbouwvoertuigen op het wegennet van de provincie Zuid-Holland.

Het Multidoel Tactisch Kader beschrijft voor fiets, openbaar vervoer en auto het minimum kwaliteitsniveau waaraan het verkeerssysteem in de regio moet voldoen.

2.3 Risicoanalyse voor afweging gesloten wegen en parallelwegen

2.3.1 Risicoscore hoofdrijbaan

Hieronder staat een overzicht van de risicoscore per indicator voor de hoofdrijbaan.

Laag risico

Medium risico

Hoog risico

Gesloten voor (land)bouwverkeer

Wegenhiërarchie netwerkanalyse

Overig

Regionaal/ bovenregionaal

Autoweg

Intensiteit gemotoriseerd verkeer

<10.000 mvt/etmaal

>10.000 mvt/etmaal

Wegbreedte

>7,50 meter

7,00-7,50 meter

<7,00 meter

Intensiteit busverkeer, R-Net

<26, geen R-net

<26 + R-net

26-50 + R-net

26-50, geen R-net

>50

>50+R-net

Aandeel vrachtverkeer

<10%

10-20%

>20%

Gereden snelheid

V85 <70 km/u

V85 >70 km/u

Tabel 3: Risicoscore hoofdrijbaan

NB: In het afwegingskader zijn de indicatoren intensiteit bus/R-net, aandeel vrachtverkeer en gereden snelheid opgenomen onder 'bus/ vracht/ snelheid'. Indien er één indicator hoog scoort en de overige medium of laag, dan wordt het totale risico als laag of medium gescoord. Indien er meer dan één van deze indicatoren hoog scoren, dan wordt het risico 'bus/ vracht/ snelheid' als hoog beoordeeld.

2.3.2 Risicoscore parallelweg

Voor parallelwegen geldt dezelfde werkwijze voor het bepalen van de risicoscore als voor de hoofdrijbaan, alleen op basis van één indicator in plaats van zes.

Hieronder staat een overzicht van de risicoscore van de indicatoren voor de parallelwegen.

Laag risico

Medium risico

Hoog risico

Gesloten voor (land)bouwverkeer

Wegbreedte

> 4,5 meter

<4,5 meter

Tabel 4: Risicoscore parallelweg

2.3.3 Verantwoording bij indicatoren

Hieronder staat een onderbouwing per indicator:

Indicator

Categorie

Risicoscore

Onderbouwing bij afwegingskader

Wegenhierarchie PZH

Autoweg

Gesloten voor landbouwverkeer

Alle wegen gesloten volgens de wetgeving (Art 42, tweede lid van het RVV 1990). Groot snelheidsverschil tussen landbouwverkeer en overig verkeer (40 km/uur vs. 100 km/uur)

Bovenregionaal

Hoog risico

Hoog risico, openstellen of gesloten houden van provinciale wegen hangt af van de combinatie met andere indicatoren. Bij een intensiteit van meer dan 10.000 motorvoertuigen per etmaal (ook hoog risico) blijft de hoofdrijbaan gesloten. Bij voorkeur worden hier ook ongelijkvloerse kruispunten toegepast, in verband met de doorstroomsnelheid en verkeersveiligheid (bron: Netwerkanalyse Provincie Zuid-Holland).

Regionaal

Hoog risico

Hoog risico, openstellen of gesloten houden van provinciale wegen hangt af van de combinatie met andere indicatoren. Bij een intensiteit van meer dan 10.000 motorvoertuigen per etmaal (ook hoog risico) blijft de hoofdrijbaan gesloten.

Overige

Laag risico

Laag risico i.v.m. kleine snelheidsverschillen. Het risico hangt af van de combinatie met andere indicatoren.

Intensiteit gemotoriseerd verkeer

>10.000 mvt/etmaal (GOW 2x1 of 1x2)

Hoog risico

Er is een verkeersveiligheidsrisico op de gebiedsontsluitingsweg (GOW) door het snelheidsverschil met het overige verkeer. Dit is ook afhankelijk van de intensiteit van het overige verkeer. Hoe drukker de GOW, hoe minder kans dat landbouwvoertuigen hier beter kunnen rijden dan op de alternatieve erftoegangsweg (ETW) of op de weg door de kom. Als handvat wordt meegegeven dat er bij een intensiteit van meer dan 10.000 motorvoertuigen/etmaal (op een GOW 2x1 of 1x2) weinig kans is dat de GOW geschikt is voor landbouwvoertuigen. Op een GOW 2x2 is het wel mogelijk om landbouwverkeer bij hogere intensiteiten toe te laten. Bij lagere intensiteiten is de GOW zeker niet automatisch ‘geschikt’ (bron: CROW, wegontwerp bibeko met ASVV/ CROW publicatie Land- en bosbouwverkeer, paragraaf 4.3.1.). We houden daarom een grens van 10.000 motorvoertuigen/etmaal aan als intensiteit met een hoog risico. Bij een lagere intensiteit is er nog wel een risico (medium risico) en hangt het toestaan van landbouwverkeer ook samen met andere indicatoren.

10.000 of minder mvt/etmaal (GOW 2x1 of 1x2)

Medium risico

Wegbreedte

Hoofdrijbaan <7 meter

Hoog risico

Hoe smaller de hoofdrijbaan, hoe hoger het risico is wanneer een landbouwvoertuig wordt toegelaten. De verhardingsbreedte van een gebiedsontsluitingsweg (1x2 wegen) dient 7.0-7.5 meter te zijn (bron: Handboek Ontwerpcriteria Wegen, provincie Zuid-Holland en CROW 330 Handboek Wegontwerp Gebiedsontsluitingswegen).

Hoofdrijbaan 7 - 7,5 meter

Medium risico

Hoofdrijbaan 7,5 meter of meer

Laag risico

Parallelweg <4,5 meter breed

Hoog risico

Op parallelwegen rijden veelal fietsers in combinatie met landbouwverkeer. Deze dienen elkaar te kunnen passeren. Voor een erftoegangsweg is de gebruikelijke breedte 3,50 meter en de ideale breedte 4,5 meter (bron: CROW, wegontwerp bubeko met HWO, handboek wegontwerp 2013 - Erftoegangswegen, figuur 5.6). Parallelwegen smaller dan 4,5 meter worden daarom als hoog risico aangemerkt. Een parallelweg met een breedte van meer dan 4,5 meter of meer als laag risico.

Parallelweg >4,5 meter breed

Laag risico

Intensiteit bus/ R-net

<26, geen R-net

Laag risico

Voor de frequentie van het aantal bussen is gekeken naar de verdeling van het aantal bussen over het gehele netwerk. Gemiddeld rijden er zo'n 26-50 bussen per etmaal op het netwerk. Indien er minder bussen (<26) op een bepaald traject rijden, dan is dat een laag risico. Indien het er meer zijn (> 50), dan is dat een hoog risico. Als er R-net bussen op het traject aanwezig zijn, stijgt het risico 1 niveau, omdat deze meer van belang zijn voor de doorstroming. Dit betekent dat als de frequentie laag is (<26 bussen), maar R-net aanwezig is, deze indicator als medium risico wordt aangemerkt.

Medium risico

Hoog risico

Aandeel vrachtverkeer

<10% vrachtverkeer

Laag risico

Voor het aandeel vrachtverkeer is gekeken naar het aandeel vrachtverkeer op het gehele netwerk. Gemiddeld is er 10-20% vrachtverkeer op het provinciale wegennet aanwezig (medium risico). Op wegen waar het aandeel vrachtverkeer lager is (<10%) is het een laag risico. Indien er meer dan 20% vrachtverkeer aanwezig is, is het een hoog risico.

10-20% vrachtverkeer

Medium risico

>20% vrachtverkeer

Hoog risico

Gereden snelheid

V85 <70 km/uur

Laag risico

Landbouwverkeer mag maximaal 40 km/uur rijden. Het snelheidsverschil met ander gemotoriseerd verkeer - dat op de meeste provinciale wegen 80 km/uur mag rijden - is groot. Het Duurzaam Veilig-ontwerpprincipe (Bio)mechanica (bron: SWOV-factsheet Duurzaam Veilig Wegverkeer) houdt onder andere in dat de verkeersstromen die van eenzelfde ruimte gebruikmaken, zo weinig mogelijk van elkaar verschillen in snelheid, richting en massa. Snelheidsverschillen resulteren in meer ontmoetingen met andere weggebruikers en ook tot meer rijbaanwisselingen en inhaalmanoeuvres. Grotere snelheidsverschillen tussen voertuigen op wegniveau hangen daarom samen met een hoger ongevalsrisico (bron: SWOV). Wegen waar de V85 < 70 km/uur is, zijn gekwantificeerd als laag risico. Potentiële conflictsituaties zijn mogelijke frontale conflicten tussen autoverkeer (bron: SWOV). Is de V85 hoger dan 70 km/uur, dan is dat benoemd als een hoog risico (snelheidsverschil is groter dan 30 km/uur). Potentiële conflictsituaties: geen dwars- en frontale conflicten tussen autoverkeer (bron: SWOV)

V85 > 70 km/uur

Hoog risico

Tabel 5: Verantwoording bij indicatoren

3 Het afwegingskader toegepast

3.3 Gesloten wegen met parallelweg: afwegingskader

3.3.1 Bepalen beschikbare verhardingsbreedte

De hoofdrijbanen die gesloten zijn en waarlangs een parallelweg aanwezig is die breder is dan 4,5 meter, blijven de hoofdrijbanen gesloten voor landbouwverkeer. Voor de parallelwegen die smaller zijn dan 4,5 meter, is in de volgende paragraaf getoetst of de hoofdrijbanen opengesteld kunnen worden voor landbouwverkeer.

Afbeelding 6: Breedte van provinciale parallelwegen

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.