Aanhef
Het college van Gedeputeerde Staten van Zeeland
gelet op de artikelen 6, derde lid, 13, eerste lid en 14, eerste lid van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, de artikelen 29 en 31 van de Invorde-ringswet 1990 in verbinding met artikel 227a, tweede lid, onderdeel a, en derde lid van de Provinciewet en de betreffende bepalingen van de belastingverordeningen;
besluit vast te stellen de volgende Regeling met betrekking tot de heffing en invordering van de provinciale belastingen.
Artikel 1 Reikwijdte van de regeling
De in deze regeling opgenomen regels gelden bij de heffing en invordering van provinciale belastingen op grond van de onderscheiden belastingverordeningen voorzover deze regels in artikel 5 voor de betreffende provinciale belasting van toepassing zijn verklaard.
Artikel 2 Aangifte
De belastingplichtige die niet binnen zes maanden na afloop van het belastingjaar is uitgenodigd tot het doen van aangifte of aan wie niet binnen zes maanden na afloop van het belastingjaar een aanslag is opgelegd, is gehouden binnen een maand na afloop van die zes maanden bij de in artikel 227a, tweede lid, onderdeel b van de Provinciewet bedoelde ambtenaar een schriftelijk verzoek in te dienen om te worden uitgenodigd tot het doen van aangifte.
Artikel 3 Voorlopige aanslag
Na de aanvang van het belastingjaar kan aan de belastingplichtige een voorlopige aanslag worden opgelegd tot ten hoogste het bedrag waarop de aanslag over dat jaar vermoedelijk zal worden vastgesteld.
Artikel 4 Rente
1Het rentepercentage van de invorderingsrente volgt het percentage dat op grond van artikel 29 van de Invorderingswet 1990 voor het betreffende kalenderkwartaal voor de rijksbelastingen is vastgesteld.
2Bij de invordering van de provinciale belastingen vindt de ministeriële regeling bedoeld in artikel 31 van de Invorderingswet 1990 overeenkomstige toepassing;
3In afwijking van de in het tweede lid bedoelde regeling wordt geen invorderingsrente in rekening gebracht indien deze in totaal een bedrag van € 4,50 niet te boven gaat.
Artikel 5 Gelding voor provinciale belastingen
Met betrekking tot:
a.de leges vindt artikel 4 toepassing;
b.de grondwaterbelasting vinden de artikelen 2, 3 en 4 toepassing;
c.nazorgheffing stortplaatsen Zeeland.
Artikel 6 Inwerkingtreding en citeertitel
1Deze regeling treedt in werking op 1 april 1998.
2De gewijzigde artikelen 4 en 5 treden op 1 januari 2002 in werking.
3Deze regeling kan worden aangehaald als: "Regeling provinciale belastingen".