Aanhef
Gedeputeerde Staten van Utrecht,
Overwegende dat het wenselijk is, met het oog op het adequaat functioneren van de overheid, gedragsregels inzake de ambtelijke integriteit vast te stellen;
Gelet op artikel 125 van de Ambtenarenwet;
Gelet op de Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling Provincies;
Besluiten:
De navolgende Gedragscode ambtelijke integriteit vast te stellen:
GEDRAGSCODE AMBTELIJKE INTEGRITEIT 2017
PARAGRAAF 1
Artikel 1 Kernbegrippen van ambtelijke integriteit
Provinciale ambtenaren stellen bij hun handelen de kwaliteit van de provinciale dienstverlening centraal. Integriteit is daarvoor een belangrijke voorwaarde. De belangen van de provincie, en in het verlengde daarvan de belangen van de burgers, zijn het primaire richtsnoer. Ambtelijke integriteit houdt in dat de verantwoordelijkheid die met de functie samenhangt wordt aanvaard en dat er de bereidheid is om daarover rekenschap af te leggen. Een aantal kernbegrippen is daarbij leidend en plaatst de ambtelijke integriteit in een breder perspectief:
•Dienstbaarheid
Het handelen van een ambtenaar is altijd en volledig gericht op het belang van de provincie en op de organisaties en burgers die daar onderdeel van uit maken.
•Professionaliteit
Ambtenaren zijn vakmensen op hun terrein. Zij beschikken over de juiste kennis en vaardigheden en weten met nieuwe situaties om te gaan. Zij houden hun vak bij en nemen, waar nodig, initiatief.
•Onafhankelijkheid
Het handelen van een ambtenaar wordt gekenmerkt door onpartijdigheid, dat wil zeggen dat geen vermenging optreedt met oneigenlijke belangen en dat ook iedere schijn van een dergelijke vermenging wordt vermeden.
•Verantwoordelijkheid
De ambtenaar krijgt en neemt de verantwoordelijkheid die bij zijn functie past en is bereid daarover verantwoording af te leggen aan collega's, leidinggevenden, provinciebestuur en de burger.
•Betrouwbaarheid
Op een ambtenaar moet men kunnen rekenen. Die houdt zich aan zijn afspraken. Kennis en informatie waarover hij uit hoofde van zijn functie beschikt, wendt hij aan voor het doel waarvoor die zijn gegeven.
•Zorgvuldigheid
Het handelen van een ambtenaar is zodanig dat alle organisaties en burgers op gelijke wijze en met respect worden bejegend en dat belangen van partijen op correcte wijze worden afgewogen.
Deze kernbegrippen zijn de toetssteen voor de nu volgende gedragsafspraken. Gedragingen moeten aan deze kernbegrippen getoetst kunnen worden.
PARAGRAAF 2 GEDRAGSREGELS AMBTELIJKE INTEGRITEIT
Artikel 2. Algemene bepalingen
1De gedragscode is openbaar.
2De ambtenaar ontvangt bij indiensttreding een exemplaar van de gedragscode.
3In gevallen waarin de gedragscode niet voorziet of waarbij de toepassing niet eenduidig is beslissen gedeputeerde staten.
Artikel 3. Aannemen van geschenken en giften
1Geschenken en giften worden nooit aangenomen in ruil voor een tegenprestatie.
2Geschenken en giften die een ambtenaar uit hoofde van zijn functie ontvangt, worden gemeld en geregistreerd en zijn eigendom van de provincie. Er wordt een provinciale bestemming voor gezocht.
3Geschenken en giften die een waarde van minder dan € 50 vertegenwoordigen, kan de ambtenaar in afwijking van punt 2.2 behouden. Zij worden wel gemeld.
4Geschenken en giften – van welke waarde dan ook – worden niet op het huisadres ontvangen. Indien dit toch is gebeurd wordt dit aan de leidinggevende gemeld en wordt een beslissing genomen over de bestemming van het geschenk of de gift.
5Geschenken en giften worden niet geaccepteerd zolang overleg- en onderhandelingssituaties gaande zijn.
Artikel 4. Excursies, werkbezoeken, studiereizen, congressen en evenementen
1Excursies, werkbezoeken, studiereizen en congressen moeten functioneel zijn en in het belang van de provincie. Voor evenementen zal dat niet steeds een voorwaarde kunnen zijn. Hier geldt als regel dat meerdere personen of instanties moeten zijn uitgenodigd zodat de openheid gegarandeerd wordt.
2Uitnodigingen worden nooit aanvaard in ruil voor een tegenprestatie.
3Er moet vooraf toestemming zijn verleend.
4De uitnodiging moet binnen de grenzen van de redelijkheid liggen.
5De provincie betaalt in ieder geval de reis- en verblijfkosten.
6Uitnodigingen worden vermeden zolang overleg- en onderhandelingssituaties gaande zijn.
Artikel 5. Lunches, diners en recepties
1Lunches, diners en recepties moeten functioneel zijn.
2Uitnodigingen worden nooit aanvaard in ruil voor een tegenprestatie.
3Uitnodigingen worden gemeld, zo mogelijk vooraf.
4Bij lunches en diners moet waar mogelijk sprake zijn van wederkerigheid (bijvoorbeeld om de beurt betalen)
5De uitnodiging moet binnen de grenzen van de redelijkheid liggen
6Uitnodigingen worden vermeden zolang overleg- en onderhandelingssituaties gaande zijn.
Artikel 6. Verrichten van incidentele diensten voor derden in werktijd (houden van presentatie of lezing e.d.)
1Verzoeken aan ambtenaren om incidenteel in werktijd diensten voor derden te verrichten worden vooraf ter goedkeuring voorgelegd.
2Vergoedingen als blijk van waardering in de vorm van cadeaubonnen, flessen wijn en dergelijke, voor zoveel de waarde daarvan niet meer is dan € 50, mogen worden behouden.
3Vergoedingen in geldbedragen komen ten goede van de provincie voor zoveel die meer dan € 50 bedragen.
Artikel 7. Draaideurconstructies
Ambtenaren kunnen, anders dan bij hoge uitzondering, niet worden ingehuurd om tegelijkertijd als externe voor de provincie werkzaamheden te verrichten Voormalige provinciale ambtenaren worden niet binnen twee jaar na ontslag ingehuurd voor het verrichten van provinciale werkzaamheden.
PARAGRAAF 3 BESTAANDE WETTELIJKE EN RECHTSPOSITIONELE GEDRAGSREGELS INZAKE INTEGRITEIT
Artikel 8
Deze gedragscode treedt in werking op 1 maart 2017 en kan worden aangehaald als Gedragscode ambtelijke integriteit 2017.
Artikel 9
De gedragscode ambtelijke integriteit 2002 wordt ingetrokken per 1 maart 2017.