Aanhef
Gedeputeerde Staten van Utrecht;
Gelet op artikel 82 Provinciewet;
Overwegende dat het instellen van een Commissie van deskundigen om een reglement vraagt voor het functioneren van deze commissie;
Besluiten daartoe het volgende reglement vast te stellen:
Reglement commissie van deskundigen stikstof Provincie Utrecht
Artikel 1: Algemeen
Er is een Commissie van Deskundigen, die Gedeputeerde Staten adviseert over integrale maatregelen op het gebied van bodem, water, natuur, klimaat en stikstof, hierna te noemen: de commissie.
Artikel 2: Samenstelling, benoeming, schorsing en ontslag
1De Commissie van Deskundigen (hierna Commissie) bestaat uit tenminste 5 leden.
2De Commissie is samengesteld uit:
a) Een onafhankelijke voorzitter. De voorzitter is geen lid van de Commissie.
b) Een deskundige op het gebied van emissies (met name stikstof- en klimaatemissies) en duurzame innovaties in het agrarische bedrijf voor de melkveehouderij, kringloop/circulaire/precisie landbouw, mestbewerking- en verwaarding, dierenwelzijn, bodem, water en biodiversiteit/natuurinclusief.
c) Een deskundige met integrale blik met kennis op het gebied van water, bodem en mest ten aanzien kringlooplandbouw en lange termijn duurzaamheid.
d) Een deskundige op het gebied van de financiële toekomstige situatie van het boerenbedrijf in de veehouderij.
e) Een deskundige uit de agrarische praktijk (melkveehouders op veen).
f) Een deskundige met integrale kennis van de effecten van stikstof op het gebied van natuur (stikstofdepositie) waterkwaliteit en klimaat.
3Gedeputeerde Staten benoemen de leden op persoonlijke titel in de Commissie op grond van hun expertise en ervaring. De leden vertegenwoordigen geen organisatie(s).
4De voorzitter is belast met:
a) Het leiden van de vergaderingen van de Commissie;
b) Het handhaven van de orde;
c) Het doen naleven van dit reglement;
d) Het leveren van een advies binnen de daarvoor vastgestelde tijd en andere voorwaarden.
e) Het afstemmen met de commissieleden en het bijhouden van de lijst met technieken.
5De Commissie wijst uit haar midden een plaatsvervangend voorzitter aan.
6Gedeputeerde Staten stelt aan de Commissie een secretaris beschikbaar. De secretaris is geen lid van de Commissie. De secretaris is belast met:
a) Het in overleg met de voorzitter opstellen van de agenda van de vergaderingen van de Commissie en de schriftelijke voorbereiding van de vergaderingen;
b) De verslaglegging van hetgeen in de vergaderingen is behandeld;
c) Het zorgdragen voor de archivering.
7Gedeputeerde Staten benoemen de voorzitter en de leden van de Commissie voor een termijn van maximaal 6 jaar. Na afloop van de zittingsperiode is verlenging van de benoeming mogelijk voor de duur van een volgende termijn.
8Indien de Commissie dat voor haar advies nodig acht, kan de commissie GS verzoeken om voor (een onderdeel) van haar advies een derde in te schakelen. Indien GS daarmee instemmen, sluiten de provincie daaromtrent een overeenkomst met deze derde.
9Indien één van de leden de werkzaamheden voor de adviescommissie voortijdig beëindigt, beslissen Gedeputeerde Staten over de opvolging.
10Gedeputeerde Staten kunnen een lid van de adviescommissie schorsen en ontslaan.
11Gedeputeerde Staten kunnen de commissie opheffen.
12De personele samenstelling van de Commissie is weergegeven in bijlage 1 “samenstelling van de Commissie van Deskundigen stikstof” van dit reglement.
Artikel 3: Vergaderingen
1De Commissie vergadert in beginsel ten minste 6 keer per jaar. De Commissie komt bijeen wanneer daartoe aanleiding is. De voorzitter nodigt hiertoe in overleg met de secretaris de Commissie uit.
2De hoeveelheid en de aard van de adviesvragen, alsmede het moment en de wijze waarop er behoefte is aan advies, zijn van invloed op het aantal vergaderingen en de momenten van vergadering. Uitgangspunt is dat de Commissie binnen 6 weken na indiening van de aanvraag haar advies uitbrengt.
3In voorkomende gevallen kan de voorzitter in overleg met de secretaris besluiten tot een schriftelijke raadpleging van de leden van de Commissie.
Artikel 4: Openbaarheid en integriteit
1De vergaderingen van de Commissie zijn niet openbaar, Artikel 82, derde lid van de Provinciewet is van toepassing.
2Teneinde de onafhankelijkheid en integriteit te waarborgen, dienen de leden van de Commissie zich te onthouden van alle activiteiten, die tot een verstrengeling van belangen zouden kunnen leiden.
3De voorzitter en de leden verstrekken bij aanvaarding van hun benoeming en gedurende de zittingsperiode desgevraagd een actuele opgave van nevenfuncties, directe en indirecte belangen en andere relevante betrokkenheden.
4De leden van de Commissie dienen bij directe of indirecte persoonlijke belangen of betrokkenheid bij een adviesvraag dit aan de voorzitter te melden.
5Het Commissielid zoals bedoeld in lid 4 onthoudt zich van de beraadslagingen. Bij twijfel over de aard van de betrokkenheid beslist de voorzitter over de deelname aan de beraadslagingen.
6Informatie die in het kader van de werkzaamheden van de Commissie wordt verkregen, wordt uitsluitend gebruikt ten behoeve van die werkzaamheden en niet gedeeld met derden, tenzij verstrekking of openbaarmaking voortvloeit uit een wettelijk voorschrift.
7De melding van een persoonlijk belang of betrokkenheid wordt expliciet opgenomen in het verslag van de vergadering.
8De voorzitter en de leden vervullen hun taak onafhankelijk en onpartijdig. Indien sprake is van functies, werkzaamheden of belangen die de onafhankelijke oordeelsvorming in een concreet geval kunnen beïnvloeden, neemt het betreffende lid niet deel aan de behandeling van de desbetreffende adviesvraag.
9De voorzitter en de leden ondertekenen een geheimhoudingsverklaring.
10Indien sprake is van niet-naleving van dit artikel kan de voorzitter passende maatregelen treffen, waaronder uitsluiting van deelname aan beraadslagingen, en Gedeputeerde Staten hierover informeren.
Artikel 5: Werkwijze
1De Commissie adviseert over een concrete adviesvraag door of namens Gedeputeerde Staten gesteld is- aan de secretaris van de Commissie.
2De secretaris brengt de adviesvraag zo spoedig mogelijk onder de aandacht van de voorzitter. De voorzitter beslist over de wijze van behandelen van de aanvraag.
3De Commissie adviseert binnen 6 weken, dan wel binnen een nader gemotiveerde termijn, na ontvangst van de aanvraag door de secretaris.
4Gedeputeerde Staten kunnen de Commissie inschakelen voor vraagstukken in het kader van:
a) Een beoordeling van bedrijfsplannen op integraal doelbereik: de stikstof reductie potentiëlen van door veehouders voorgestelde maatregelenpakketten en de gevolgen daarvan voor water, bodem, natuur en klimaat voor het bedrijf en het gebied (eerste toets op doelbereik).
b) Een beoordeling van projectplannen op stikstof reductiepotentieel, inclusief onzekerheidsmarge: de integrale uitvoerbaarheid en duurzaamheid van door veehouders voorgestelde stikstofbeheersingsmaatregelen, inclusief de beoordeling van de uitvoerbaarheid van de technische eisen aan stalsystemen, zoals vastgelegd in leaflets (tweede toets van emissiereductie, uitgedrukt in een getal inclusief onzekerheidsfactor).
c) Een beoordeling van de integrale uitvoerbaarheid en duurzaamheid van door veehouders voorgestelde stikstofbeheersingsmaatregelen, zoals vastgelegd in de leaflets, toe te passen bij (dreigende) stikstofemissie overschrijding.
d) Een beoordeling van de betrouwbaarheid en representativiteit van door veehouders voorgestelde meetrichtlijnen of -protocollen.
e) Een beoordeling van de uitvoerbaarheid, duurzaamheid en representativiteit van door veehouders voorgestelde meetplannen.
f) Een beoordeling van de deskundigheid van door veehouders voorgestelde stikstofemissie meetinstanties.
g) Een beoordeling op voorhand of onderdelen van door veehouders voorgestelde maatregelenpakketten niet leiden tot een onvergunbare of onrechtmatige situatie.
5De Commissie kan alleen advies uitbrengen
a) bij aanwezigheid in de vergadering van de voorzitter en een meerderheid van de leden van de Commissie;
b) dan wel in geval van een schriftelijke raadpleging, als bedoeld onder artikel 3.2, na instemmen van een meerderheid van de leden van de Commissie.
6De Commissie streeft naar het uitbrengen van direct toepasbare adviezen bij de beoordeling van project/bedrijfsplannen. In de beoordelingsadviezen worden technische, biochemische, bedrijfskundige, ecologische (emissie, bodem, water, biodiversiteit), klimaat en dierenwelzijn aspecten meegenomen, waarbij aantoonbaar moet worden bijgedragen aan de in de regeling genoemde doelen.
7Het advies van de Commissie verwoordt het standpunt van de meerderheid en wordt ondertekend door de voorzitter van de Commissie.
8De relevante onderdelen, zoals bedrijfsplannen en / of projectplannen van subsidieaanvragen kunnen worden voorgelegd aan de Commissie.
9Het advies wordt ondertekend door de voorzitter.
10Gedeputeerde Staten besluiten over de subsidieaanvragen na kennis te hebben genomen van het advies van de Commissie.
11De Commissie kan deskundigen en belanghebbenden in de vergaderingen uitnodigen.
12Genodigden maken geen deel uit van de besluitvorming over de advisering namens de Commissie.
Artikel 6: Vergoedingen
1De leden van de adviescommissie zijn aangetrokken vanwege hun bijzondere beroepsmatige deskundigheid en onafhankelijkheid op het taakgebied van de commissie en ontvangen voor hun werkzaamheden een vergoeding overeenkomstig het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers en de Verordening rechtspositie politieke ambtsdragers provincie Utrecht. Met toepassing van artikel 11 van de Verordening bedraagt de vergoeding 135% van het in artikel 2.4.1, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit genoemde bedrag.
Artikel 7: Citeertitel en inwerkingtreding
1Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit Commissie van Deskundigen Stikstof Provincie Utrecht.
2Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na dagtekening van het Provinciaal blad waarin het wordt geplaatst en vervalt op 31 december 2029.
Bijlage 1 Samenstelling van de commissie van deskundigen stikstof
Functie
Naam
Huidige functie
Organisatie
Voorzitter
Fred Stouthart
Senior adviseur
Gepensioneerd
Deskundige emissies melkveehouderij
Hendrik Jan van Dooren
Deskundige stalsystemen rundvee- en varkenshouderij
Wageningen UR Livestock Research
Deskundige met integrale blik op het gebied van water, bodem en mest ten aanzien van kringlooplandbouw
Frank Verhoeven
Directeur
Boerenverstand
Deskundige economische aspecten veehouderij
Alfons Beldman
Deskundige veehouderij en agrarische economie
Wageningen UR Livestock Research
[Dit onderdeel bevat een kennelijke verschrijving, hier wordt bedoeld: Wageningen Social & Economic Research.]
Deskundige uit de agrarische praktijk voor melkhouders op veen en klei
[Dit onderdeel bevat een kennelijke verschrijving, hier wordt bedoeld: Deskundige uit de agrarische praktijk voor melkveehouders op veen en klei.]
Wim van der Geest
Directeur
KG - advies
Deskundige met integrale kennis van de effecten van stikstof op het gebied van natuur
Wim de Vries
Professor Environmental Systems Analysis
Wageningen University and Research