Aanhef
Gedeputeerde Staten van Utrecht;
Gelet op artikel 18.6 van de Omgevingswet;
Overwegende dat:
-Gedeputeerde Staten van Utrecht bevoegd gezag zijn voor toezicht en handhaving van de bij of krachtens de Omgevingswet gestelde regels omtrent de bescherming van natuur
-het voor een doelmatige uitvoering van dit toezicht en deze handhaving en van de convenanten “Optreden op elkaars grondgebied voor boa’s domein II, provincie Utrecht” en “Optreden op elkaars grondgebied, grensgebied regio’s Oost- en Midden-Nederland, Binnenveld en omgeving” wenselijk is dat buitengewoon opsporingsambtenaren uit samenwerkende organisaties, werkzaam in Domein II (Milieu, welzijn en infrastructuur), worden aangewezen als toezichthouder;
-die aanwijzing betrekking heeft op buitengewoon opsporingsambtenaren, die niet werkzaam zijn bij de provincie Utrecht, maar wel binnen de provincie, die beschikken over een geldige akte van opsporingsbevoegdheid voor Domein II als bedoeld in artikel 142 van het Wetboek van Strafvordering en over de vereiste kennis en ervaring op het terrein van natuurtoezicht;
Besluiten:
Artikel 1 Aanwijzing
1Als toezichthouder belast met het toezicht op de naleving van de bij of krachtens de Omgevingswet gestelde regels met betrekking tot natuur de bestuursrechtelijke handhavingstaak berust bij Gedeputeerde Staten, worden aangewezen de buitengewoon opsporingsambtenaren met een geldige akte van opsporingsbevoegdheid voor Domein II als bedoeld in artikel 142 van het Wetboek van Strafvordering, in dienst van de deelnemende partijen van het convenant “Optreden op elkaars grondgebied voor BOA’s domein II, provincie Utrecht”, d.d. 7-10-2016, en het convenant “Optreden op elkaars grondgebied, grensgebied regio’s Oost- en Midden-Nederland, Binnenveld en omgeving”, d.d. juli 2025.
2De aanwijzing in het eerste lid strekt tot voor zover de bevoegdheden vallen binnen de taakomschrijving van de buitengewoon opsporingsambtenaar.
Artikel 2 Werkingsgebied
De in artikel 1 aangewezen toezichthouder is bevoegd binnen het grondgebied van de provincie Utrecht.
Artikel 3 Bevoegdheden
De in artikel 1 aangewezen toezichthouder beschikt over de bevoegdheden als bedoeld in titel 5.2 van de Algemene wet bestuursrecht.
Artikel 4 Inwerkingtreding
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na dagtekening van het Provinciaal blad waarin het wordt geplaatst.