Provinciale wetgeving

Aanvullend beleidskader interbestuurlijk toezicht huisvesting vergunninghouders provincie Utrecht 2024

Provincie Utrecht · geldt sinds 16 januari 2024

2 Uitgangspunten van het provinciaal toezicht

2.2 Informatie van het COA

2.2.1 Signalen van trage huisvesting

Naast de realisatiecijfers wordt ook rekening gehouden met signalen van het COA over omkoppelingen of ver oplopende gemiddelde wachttijden tussen koppeling aan gemeente en moment van huisvesting

3Wanneer de huisvestingstermijn van een vergunninghouder wordt overschreden, wordt de vergunninghouders omgekoppeld naar een andere gemeenten waar wel een woning beschikbaar is.

. Deze criteria worden door het COA gehanteerd bij het aanmerken van een gemeente als ‘stapelgemeente’, en informatie hierover wordt door het COA aan de toezichthouder verstrekt. Zowel de signalen over omkoppelingen als de aanmerking ‘stapelgemeente’ hebben geen invloed op de inschaling op de interventieladder, maar zijn voor de toezichthouder een belangrijk signaal dat de huisvesting van vergunninghouders niet goed verloopt. Dit signaal wordt meegenomen in het contact met de gemeenten.

•Omkoppelingen vinden plaats wanneer een vergunninghouder te lang op een woning wacht in de gemeente waarin hij is gekoppeld. Het COA kan de vergunninghouder aan een andere gemeente koppelen die tijdiger voor huisvesting kan zorgen.

•Een stapelgemeente is een gemeente waarbij de gemiddelde wachttijd van gekoppelde vergunninghouders in fase 2 (gemeente zoekt geschikt woning voor aan hen gekoppelde vergunninghouder) langer dan 120 dagen bedraagt

4Meer informatie over de drie fasen van huisvesting van vergunninghouders is te vinden in de Handreiking huisvesting vergunninghouders van de VNG.

. Bij het bepalen van het gemiddeld aantal dagen wordt geen rekening gehouden met grote gezinnen (8 personen of meer) en niet met personen of gezinnen waarvoor op medische gronden de huisvesting aan specifieke vereisten moet voldoen (denk aan woningaanpassingen op medische indicaties).

3 Toepassing van de interventieladder

3.1 Uitzonderingen op het toepassen van de interventieladder

3.1.1 Voorbeelden van uitzonderingen om niet over te gaan tot juridische interventie

–De gemeente kan aantoonbaar op korte termijn zelf haar opgave realiseren;

–Er speelt een bepaalde problematiek bij het huisvesten van vergunninghouders welke niet kan worden opgelost door het nemen van een besluit tot indeplaatsstelling;

–Er is sprake van overmacht (zie ook paragraaf 1.3 Overmacht). De gemeente kan haar wettelijke taak niet uitvoeren vanwege een niet aan de gemeente toe te rekenen situatie.

3.1.2 Uitzonderingen om wel over te gaan tot juridische interventie

Er kunnen spoedeisende situaties ontstaan waarbij de toezichthouder het als noodzakelijk beschouwt om over te gaan tot juridische interventie. In dergelijke situaties behoudt de toezichthouder het recht om, mits gemotiveerd, af te wijken van de reguliere toepassing van de interventieladder zoals hierboven beschreven en de interventieladder versneld te doorlopen om eerder over te gaan tot de juridische stappen behorend bij indeplaatsstelling. Om een transparant proces te waarborgen wordt de gemeente tijdig geïnformeerd van dit besluit. De provincie zal niet lichtzinnig met dit recht omgaan, omdat het strijdig is met belangrijke uitgangsprincipes van het generiek toezicht (proportionaliteit, op afstand, vanuit onderling vertrouwen).

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.