Wro-coördinatieverordening provincie Overijssel, Ontwikkelopgave EHS/Natura 2000
Artikel 1. Begripsomschrijvingen
In deze verordening wordt verstaan onder:
a.Aanvraag: een aanvraag tot een besluit zoals bedoeld in artikel 1:3 Algemene wet bestuursrecht;
b.Aanvrager: een natuurlijk persoon of een rechtspersoon die een aanvraag om een besluit indient;
c.Bestemmingsplan: een plan als bedoeld in artikel 3.1 Wet ruimtelijke ordening;
d.Coördineren: het gelijktijdig en in samenhang voorbereiden en bekend maken van besluiten in één gezamenlijke procedure volgens de provinciale coördinatieregeling van afdeling 3.6 Wet ruimtelijke ordening;
e.Coördinerend bevoegd gezag: Gedeputeerde Staten van Overijssel.
f.Deadline Ontwikkelopgave EHS/Natura 2000: de wettelijke termijnen zoals beschreven in het Programma Aanpak Stikstof (PAS), eerste tranche: 1 juli 2021; tweede tranche: 1 juli 2027; derde tranche: 1 juli 2033 en de wettelijke termijnen behorende bij de vaststelling van Natura 2000-beheerplannen.
g.Gemeentelijk coördinatiebesluit: een besluit zoals bedoeld in artikel 3.30 lid 1 Wet ruimtelijke ordening;
h.Ontwikkelopgave EHS/Natura 2000: de opgave waarin de te nemen maatregelen zijn opgenomen om natuurwaarden in de provincie Overijssel te herstellen, te behouden en te versterken en voldoende economische ontwikkelingsruimte te creëren;
i.Project: één of meer bouwwerken, of één of meer werken, geen bouwwerken zijnde of werkzaamheden en het daarbij behorende gebruik;
j.Uitwerkingsplan: een uitwerkingsplan als bedoeld in artikel 3.6 Wet ruimtelijke ordening;
k.Verordening: Coördinatieverordening Ontwikkelopgave EHS/Natura 2000
l.Wijzigingsplan: een wijzigingsplan als bedoeld in artikel 3.6 Wet ruimtelijke ordening.
Artikel 2. Reikwijdte van deze verordening
1Ten behoeve van de uitvoering van instandhoudingsmaatregelen die zijn opgenomen in de op grond van artikel 19a van de Natuurbeschermingswet 1998 dan wel de op grond van artikel 2.3 van de Wet Natuurbescherming vastgestelde beheerplannen voor de in de provincie Overijssel aangewezen Natura 2000-gebieden en daarmee samenhangende ruimtelijke projecten kunnen één of meer besluiten worden genomen.
2De voorbereiding en bekendmaking van de in bijlage 1 bij deze verordening aangeduide besluiten ten behoeve van de in het eerste lid genoemde instandhoudingsmaatregelen en daarmee samenhangende ruimtelijke projecten worden gecoördineerd, dan wel worden gecoördineerd met de voorbereiding en bekendmaking van een provinciaal inpassingsplan als bedoeld in artikel 3.26 van de Wet ruimtelijke ordening, dan wel de uitwerking of wijziging daarvan.
Artikel 3. Afwijkingsmogelijkheid en beëindiging coördinatie
1Het coördinerend bevoegd gezag kan ambtshalve of op verzoek besluiten om geheel of gedeeltelijk af te zien van gecoördineerde behandeling of verdere gecoördineerde behandeling indien in redelijkheid niet valt te verwachten dat toepassing van de coördinatieregeling als bedoeld in artikel 3.33 van de Wro de besluitvorming in betekenende mate zal versnellen of daaraan anderszins aanmerkelijke voordelen zijn verbonden;
2Het coördinerend bevoegd gezag beslist binnen vier weken op het in het eerste lid bedoelde verzoek;
3Indien het coördinerend bevoegd gezag beslist dat behandeling van een besluit buiten de gecoördineerde behandeling mogelijk is, wordt de aanvraag behandeld overeenkomstig de geldende wettelijke voorschriften van de behandeling van deze aanvraag. Het tijdstip waarop deze aanvraag uit de gecoördineerde behandeling wordt gehaald, wordt geacht het tijdstip te zijn waarop de aanvraag is ingediend. De voor deze aanvraag gebruikelijke wettelijke procedures en termijnen vangen aan op dit tijdstip.
Artikel 4. Procedurebepalingen
1Op de besluiten vallende onder de gecoördineerde behandeling is afdeling 3.6.2 van de Wro van toepassing;
2Het coördinerend bevoegde gezag kan een procedurevoorstel vaststellen ten behoeve van de uitvoering van de coördinatieverordening. Hierin kan het coördinerende bevoegde gezag o.a. termijnen opleggen of bepalingen opnemen om besluiten geclusterd tot stand te laten komen;
3Indien er een gemeentelijk bestemmingsplan, gemeentelijk uitwerkingsplan en/of gemeentelijk wijzigingsplan gecoördineerd moet worden met de overige besluiten, die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van instandhoudingsmaatregelen en daarmee samenhangende ruimtelijke projecten zoals bedoeld in artikel 2 van deze verordening, verzoekt het coördinerend bevoegd gezag voorafgaand aan het indienen van de aanvragen om het gemeentelijk bestemmingsplan, gemeentelijk uitwerkingsplan en/of gemeentelijk wijzigingsplan de betreffende gemeenteraad om een gemeentelijk coördinatiebesluit vast te stellen voor het coördineren daarvan.
Artikel 5. Inwerkingtreding
Deze verordening treedt in werking op de dag na publicatie in het Provinciaal Blad.
Artikel 6. Citeertitel
Deze verordening wordt aangehaald als: Coördinatieverordening Ontwikkelopgave EHS/Natura 2000.