Provinciale wetgeving

Planschadeverordening Overijssel 2012

Provincie Overijssel · geldt sinds 1 januari 2020

Inhoud

ARTIKEL 1

1[Toelichting: In dit artikel zijn de verklaringen opgenomen voor de in verordening gebruikte termen. Zoals hiervoor al is opgemerkt, kan de commissie ook uit slechts 1 persoon bestaan. ]

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

a.aanvraag: aanvraag om een tegemoetkoming in de schade als bedoeld in artikel 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening;

b.commissie: een persoon of meerdere personen, die belast is/zijn met de advisering over de op de aanvraag te nemen beschikking;

c.belanghebbende: een belanghebbende als bedoeld in artikel 6.4a, tweede en derde lid van de Wet ruimtelijke ordening;

d.college: het college van gedeputeerde staten van Overijssel;

e.planologische maatregel: een besluit als bedoeld in artikel 6.1, tweede lid, van de Wet ruimtelijke ordening;

f.planschade: schade als bedoeld in artikel 6.1, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening;

ARTIKEL 2 BENOEMING COMMISSIE

2[Toelichting: De commissie wordt benoemd ten behoeve van de advisering voor iedere separate aanvraag die wordt ontvangen en voor inhoudelijke behandeling in aanmerking komt. De benoeming dient binnen 6 weken na de ontvangst plaats te vinden. Voor aanvragen die voortvloeien uit een project waarvoor een inpassingsplan is vastgesteld, zal telkens dezelfde commissie benoemd worden. Hiermee wordt bewerkstelligd dat de opgebouwde kennis zoveel mogelijk geconcentreerd. Alleen wanneer er sprake is van specifieke problemen rond de vereiste onafhankelijkheid van de commissie, zal een andere commissie worden benoemd voor hetzelfde project.De benoeming vindt plaats nadat GS hebben beoordeeld of de aanvraag kennelijk ongegrond is, of incompleet. In die gevallen beslissen zij zelf zonder voorafgaande advisering, een en ander overeenkomstig artikel 6.1.3.1 Bro. De commissie wordt gevormd door 1 persoon, daartoe benoemd door GS. De commissie kan zich laten bijstaan door derden wanneer er bijvoorbeeld specifieke kennis nodig is voor een beoordeling van de schade. De inschakeling van een derde behoeft de goedkeuring vooraf van GS. Deze goedkeuring zal via mandatering aan een teamleider worden toebedeeld. In deze mandatering zal ook een kader worden gegeven waarbinnen GS goedkeuring verlenen. In het geval een commissie met meerdere leden wordt benoemd, wordt in het benoemingsbesluit ook een voorzitter aangewezen. Hiermee is voor alle betrokken een contactpersoon voorhanden tot wie men zich richten. In het geval commissieleden gedurende een adviesprocedure door ziekte of andere omstandigheden niet meer in staat zijn hun taak te vervullen, kunnen zij worden geschorst of vervangen. Daarbij kan ook gedacht worden aan de omstandigheid dat een commissielid zijn onafhankelijkheid niet meer kan garanderen of zich zodanig gedraagt dat daarmee het functioneren van de commissie in gevaar komt.De commissieleden zijn strikt genomen leden van een commissie als bedoeld in artikel 82 van de Provinciewet, en zouden op basis daarvan ook aanspraak kunnen maken op de in Rechtspositiebesluit staten- en commissieleden en de Verordening Statenleden, gedeputeerden en commissieleden 2007 opgenomen vergoedingen. Deze vergadervergoeding is echter volstrekt ontoereikend, de personen die in aanmerking komen voor benoeming op basis van hun deskundigheid en ervaring zijn niet bereid daarvoor advies uit te brengen. In artikel 34 van de Verordening Statenleden, gedeputeerde en commissieleden 2007 kan GS bij instellingsbesluit, in casu de benoeming van de commissie, voor deze deskundige commissie zelf de vergoeding vaststellen. GS zullen dit doen aan de hand van door hen nog nader vast te stellen financiële kaders, waarbij ook de aanbestedingsregels in acht zullen worden genomen.]

1Het college benoemt een commissie met als taak advies uit te brengen ten aanzien van de aanvraag tenzij een aanvraag kennelijk ongegrond is, of buiten behandeling is gelaten zoals bedoeld in artikel 6.1.3.1 Bro.

2De termijn waarbinnen het college de commissie benoemt, is ten hoogste 6 weken na ontvangst van de aanvraag, danwel 6 weken nadat de aanvraag is aangevuld met de noodzakelijke gegevens.

3De commissie bestaat uit 1 persoon. In het geval van een complexe en omvangrijke aanvraag kan het college drie personen in de commissie benoemen. Het college wijst in dat geval ook een voorzitter en een rapporteur aan.

4De commissie kan zich laten bijstaan door derden na voorafgaande goedkeuring daartoe van het college.

5Het college kan, indien daarvoor aanleiding bestaat, te allen tijde een of meer leden tussentijds schorsen of ontslaan.

6Indien het lidmaatschap van een commissielid tussentijds eindigt, benoemt het college een ander lid voor de resterende periode.

ARTIKEL 3 DESKUNDIGHEID EN ONAFHANKELIJKHEID

3[Toelichting: De leden van de commissie zijn uiteraard aantoonbaar deskundig op basis van opleiding en ervaring. De deskundigheid van de leden dient te liggen op juridisch gebied, het terrein van de waardebepaling en het administratieve schadevergoedingsrecht. De commissieleden zijn gehouden de aan hen verstrekte informatie geheim te houden. Uit oogpunt van onafhankelijkheid dienen de leden van de commissie niet betrokken zijn bij de Provincie of de betrokken gemeente, noch bij de planologische maatregel welke als schadeoorzaak geldt. Hierbij moet gedacht worden aan personen die in het voortraject aan betrokken partijen advies hebben uitgebracht, of zijn verbonden aan partijen die een belang hebben bij het project waarvoor een inpassingsplan wordt opgesteld.]

1Tot leden van de commissie worden personen benoemd die op grond van opleiding en ervaring aantoonbaar deskundig zijn.

2De leden van de commissie mogen niet betrokken zijn bij de planologische maatregel waarop de aanvraag betrekking heeft. Tevens mogen de leden van de commissie niet werkzaam zijn bij, of ondergeschikt zijn aan of werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid van het provinciebestuur of werkzaam zijn bij de gemeente waar de planologische maatregel betrekking op heeft.

3De leden van de commissie zijn verplicht tot geheimhouding van hetgeen hen in het kader van de uitvoering van hun taak ter kennis komt.

ARTIKEL 4 INSPRAAK BENOEMING COMMISSIE

4[Toelichting: Aanvrager, andere betrokken bestuursorganen en belanghebbenden kunnen voorafgaand aan de benoeming eventuele bezwaren tegen de te benoemen leden kenbaar maken door een schriftelijke reactie in te dienen. Uiterlijk 4 weken na deze aankondiging nemen GS een besluit, dat in het geval van een reactie, door middel van een nadere onderbouwing ingaat op deze reactie. ]

1Voordat het college de commissie benoemt, worden de aanvrager, eventuele andere betrokken bestuursorganen en de belanghebbende hiervan schriftelijk in kennis gesteld van de voorgenomen benoeming.

2Zij kunnen binnen twee weken na de verzending van de kennisgeving schriftelijk een reactie bij het college indienen.

3Het college benoemt de commissie binnen vier weken na verzending van het in lid 1 genoemde voornemen. In het geval er een reactie is ingediend, bevat deze benoeming tevens een onderbouwing.

ARTIKEL 5 WERKWIJZE COMMISSIE

5[Toelichting: In dit artikel wordt de totstandkoming van het advies geregeld. In een op een onteigeningsdescente gelijkende wijze wordt een hoorzitting in de nabijheid van de onroerende zaak gehouden, waarbij alle betrokkenen aanwezig zijn. Dit betreft de aanvrager zelf, een vertegenwoordiger van GS, eventueel een vertegenwoordiger van de betrokken gemeente en een vertegenwoordiger van een initiatiefnemer van een project met wie een planschadeverhaalsovereenkomst is gesloten. Zij kunnen alle hun standpunten naar voren brengen, en de commissie van informatie voorzien. Vervolgens gaan zij de zaak bekijken. Met deze procedure wordt voor de aanvrager duidelijk dat er serieus met zijn verzoek wordt omgegaan, en wordt daarmee het draagvlak voor het uiteindelijke advies vergroot.Wanneer de commissie tot de conclusie komt dat er sprake is van planschade, zal zij voor het bepalen van de hoogte daarvan nog een taxatie moeten uitvoeren. In het kader daarvan wordt een nieuwe opname gedaan.De commissie zendt aan partijen eerst een ontwerp, waarop zij kunnen reageren binnen 8 weken. Pas daarna zal de commissie het definitieve advies uitbrengen aan GS. Op deze wijze wordt al een groot deel van de mogelijke bezwaren weggenomen. De commissie zal immers in het definitieve advies reageren op de reacties van partijen, en ook beargumenteren waarom de commissie het advies wel of niet heeft aangepast. Het draagvlak voor een besluit van GS in overeenstemming met het advies wordt daarom aanzienlijk groter, zo is de verwachting.]

1Het college stelt aan de commissie alle op de aanvraag betrekking hebbende informatie ter beschikking. De commissie kan het college en de aanvrager verzoeken aanvullende gegevens te verstrekken.

2De commissie houdt een hoorzitting, waar de aanvrager in de gelegenheid wordt gesteld de aanvraag toe te lichten en de voor de advisering over de aanvraag relevante informatie te verschaffen. Daarnaast wordt een vertegenwoordiger van het college uitgenodigd en in de gelegenheid gesteld het standpunt van het college kenbaar te maken. Eventuele andere betrokken bestuursorganen, alsmede andere belanghebbenden worden eveneens in de gelegenheid gesteld hun standpunt kenbaar te maken.

3De commissie bepaalt het tijdstip waarop hij de situatie ter plaatse zal bezichtigen en nodigt de betrokkenen voor de plaatsopneming uit.

4Ten behoeve van een taxatie van een bij de aanvraag betrokken onroerende zaak, wordt door de commissie met de aanvrager een afspraak voor een nadere opname gemaakt.

5Van de in het tweede lid bedoelde hoorzitting en van de in het derde lid bedoelde bezichtiging wordt door, dan wel onder verantwoordelijkheid van de commissie een verslag gemaakt, dat onderdeel vormt van het uit te brengen advies.

6Alvorens een advies uit te brengen zendt de commissie binnen zestien weken na de dagtekening van de benoeming een ontwerp daarvan aan het college, aan de aanvrager, aan eventuele andere betrokken bestuursorganen en aan de belanghebbende. De commissie kan deze termijn onder opgaaf van redenen met ten hoogste vier weken verlengen.

7De aanvrager, eventuele andere betrokken bestuursorganen alsmede de belanghebbende worden in de gelegenheid gesteld om binnen acht weken na de toezending van het ontwerp van het advies schriftelijk hierop te reageren.

8In het geval dat tijdig reacties zijn ingediend, brengt de commissie binnen zes weken na het verstrijken van de in het achtste lid bedoelde termijn een advies uit aan het college, waarbij de betreffende reacties zijn betrokken.

9In het geval geen of niet tijdig reacties zijn ingediend, brengt de commissie binnen twee weken na het verstrijken van de in het zevende lid bedoelde termijn een advies uit aan het college.

ARTIKEL 6 INWERKINGTREDING

6[Toelichting: Gezien het feit dat nog geen sprake is geweest van besluiten van GS of PS die zouden hebben kunnen leiden tot planschade, is er voor gekozen de verordening in werking te laten treden na de bekendmaking, en zonder terugwerkende kracht. ]

Deze verordening treedt in werking op de dag na de dag van bekendmaking.

ARTIKEL 7 CITEERTITEL

7[Toelichting: De naamgeving van de verordening wordt hiermee vastgelegd. ]

Deze verordening wordt aangehaald als 'Planschadeverordening Overijssel 2012'.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.