Provinciale wetgeving

VTH Strategie milieu 2023-2026

Provincie Noord-Holland · geldt sinds 6 januari 2024

Aanhef

Gedeputeerde Staten van Noord-Holland

Gelet op

-Artikel 13.5 Omgevingsbesluit.

Overwegende dat

-De Omgevingsdienst IJmond (ODIJ) namens de provincie Noord-Holland vergunningverlening-, toezicht- en handhavingstaken op het thema Bodem uitvoert.

-Het wettelijk verplicht is om voor het uitvoeren van deze taken een Strategie vast te stellen.

-Door het Algemeen Bestuur van de Omgevingsdienst IJmond op 8 maart 2023 is besloten de VTH Strategie Milieu 2023-2026 naar alle deelnemers te sturen voor vaststelling.

Besluiten:

Tot het vaststellen van het VTH Strategie Milieu 2023-2026 van de Omgevingsdienst IJmond.

VTH-strategie milieu 2023 – 2026

OMGEVINGSDIENST IJMOND

2 Vergunningverlening

2.4 Verlenen van vergunningen

2.4.1 Standaard teksten omgevingsvergunningen

Voor de vergunningenstrategie worden de kaders aangehouden die landelijk in ontwikkeling zijn.

ODIJmond zoekt daarom aansluiting bij de lande­ lijke redactie standaardteksten omgevingsvergunning (LRSO). De LRSO heeft als doel een betere onderlinge afstemming tussen de omgevingsdiensten bij het verlenen van omgevingsvergunningen. Om haar doel te bereiken zorgt LRSO voor standaardteksten inzake omgevingsvergunningen die landelijk toepasbaar zijn.

Voordelen van deze standaard teksten zijn:

•Borging van actuele kennis.

•Verbeteren van de samenwerking tussen alle omgevingsdiensten.

•Verkorten van de doorlooptijd en behandeltijd van vergunningaanvragen.

•Betere kwaliteit van de omgevingsvergunningen wat zienswijzen, bezwaar­ en beroepsprocedures kan beperken of zelfs voorkomen.

2.4.2 Vraaggestuurd

Beslissingen over vergunningaanvragen, meldingen, maatwerk­ of gelijkwaardigheidsverzoeken en vormvrije milieueffectrapportage (m.e.r.) beoordelingen komen voort uit:

•Het initiatief (aanvraag) van de exploitant(ondernemer).

•Veranderende wet­ en regelgeving.

•Adviezen (intern, extern).

•Actualiseringswensen (van vergunninghouder, bevoegd gezag, veranderende wet­ en regelgeving).

Gelet hierop is het aanbod grotendeels vraaggestuurd. Wanneer een bedrijf wordt opgericht of gewijzigd, dient het bedrijf een vergunning aan te vragen. Wanneer het een meldingplichtig bedrijf is, dan moet het bedrijf een melding indienen.

Wellicht vloeien er nog procedures uit omtrent maatwerkvoorschriften of gelijkwaardigheid, naar aanleiding van melidngen of constateringen bij meldingsplichtige bedrijven.

Verder wordt regelmatig getoetst of vergunningen in aanmerking komen voor actualisering. Een actueel vergunningenbestand draagt bij aan het verlagen van de milieudruk en het verbeteren van het naleefgedrag.

Nieuwe­ wet en regelgeving kunnen aanleiding zijn voor actualisering. Ook belangrijke thema’s zoals luchtkwaliteit, Landelijk afvalbeheerplan (LAP3), externe veiligheid en ZZS worden betrokken bij de actualiseringstoets, evenals de bevindingen van toezicht en handhaving.

2.4.3 Toetsing

Vergunningplichtige activiteiten worden getoetst aan de wettelijke kaders waaronder Wabo, Bor, Ab, Richtlijn Industriële Emissies (RIE), LAP3, Besluit m.e.r. Binnen deze kaders is BBT en veiligheid een leidraad. Omdat het landelijke milieubeleid vooral gebaseerd is op Europese regelgeving is er weinig ruimte om hiervan af te wijken. Strenger kan wel maar onderbouwd en vastgelegd in beleid. Een soepelere invulling van vergunningverlening is vaak niet mogelijk.

Voor een deel van de activiteiten waarvoor een omgevingsvergunning nodig is, is het nodig een afweging te maken via een (vormvrije) m.e.r. beoordeling of er grote nadelige gevolgen zijn voor het milieu en of het opstellen van een m.e.r. rapportage nodig is. Het gaat daarbij om bijvoorbeeld afvalverwerkende bedrijven en bepaalde veehouderijen. In het Besluit milieueffectrapportage zijn de betreffende categorieën opgenomen.

Bij het opstellen van besluiten wordt het lokale beleid meegewogen. Voorbeelden van lokaal beleid zijn onder andere: Algemene Plaatselijke Verordening (APV), Provinciale Milieu Verordening (PMV), bestemmingsplannen, beleidsregels van partners, beheerplannen, interferentiegebieden.

Omgevingsvergunning beperkte milieutoets

Sommige bedrijven hebben een zogenoemde omgevingsvergunning beperkte milieutoets (OBM) nodig voordat zij kunnen starten met een bepaal­ de genoemde activiteit. Het bevoegd gezag moet dan een lokale toets uitvoeren om te beoordelen of de activiteit inpasbaar is in de lokale situatie.

Het gaat onder meer om:

•Activiteiten met afvalstoffen (milieustraten, opslag gebruikte banden, demonteren autowrakken).

•Activiteiten die veel geluid produceren.

•Activiteiten met een potentieel grote belasting van de lucht, zowel stof als geur.

•Activiteiten met gesloten bodemsystemen.

•Activiteiten waarvoor een m.e.r. beoordeling verplicht is.

Onder de Omgevingswet (Ow) komt de OBM te vervallen. In veel gevallen gaat dan gewoon een vergunningplicht gelden.

Op het niveau van het beschikken op een vergunningaanvraag spelen twee punten een belangrijke rol:

•De technisch­-inhoudelijke complexiteit.

•De sociaal­-maatschappelijke complexiteit.

Technisch-inhoudelijke complexiteit

Elke vergunning bestaat uit een mix van standaard­ en specifieke voorschriften, maar de verhouding is wisselend. Als de technisch­ inhoudelijke complexiteit van de specifieke situatie (de inrichting of activiteit in kwestie en/of het gebied waar de inrichting is gelegen of de activiteit plaatsvindt) klein is, ligt het accent vooral op standaard voorschriften en minder op specifieke voorschriften. Omgekeerd, als de technisch­inhoudelijke complexiteit van de situatie (inrichting, activiteit en/of gebied) groot is, ligt het accent vooral op specifieke voorschriften en minder op standaardvoorschriften.

Sociaal-maatschappelijke complexiteit (politiek gevoelig)

Indien de sociaal­maatschappelijke complexiteit van de specifieke situatie gering is, kan het proces van tot stand brengen van een vergunning ‘rechttoerechtaan’ zijn. Een dergelijke vergunning kan, met het accent op de inhoud, in beginsel eigenstandig door ODIJmond worden afgehandeld.

Als de sociaal­maatschappelijke complexiteit van de situatie daarentegen groot is, ligt het totstandbrengingsproces gecompliceerder. Bijvoorbeeld vanwege de betrokken inrichting of initiatief­ nemer en diens voorgeschiedenis, economisch belang en/of aanwezige belangenorganisaties die zich roeren (politiek gevoelig).

In dit geval moet er bestuurlijke afwegingsruimte worden ingevuld en is het proces minstens net zo belangrijk als de inhoud; afstemming, overleg en/of samenwerking is noodzakelijk tussen ODIJmond, het bevoegd gezag (ambtelijk en bestuurlijk), de inrichting of initiatiefnemer in kwestie en belanghebbende derden.

Bij de beoordeling van politiek gevoelige dossiers worden onder andere:

•Internet geraadpleegd (bedrijf/naam aanvrager).

•Ligging ten opzichte van de omgeving beoordeeld.

•De klachtenregistratie geraadpleegd.

•Navraag gedaan bij toezicht en handhaving.

•Krantenberichten bekeken.

•Navraag gedaan bij een collega met gebied­ specifieke kennis/branche kennis.

•Collega bij de betreffende gemeente of bij de provincie geraadpleegd (bijvoorbeeld afdeling ruimtelijke ordening/bouw/economische zaken).

Wanneer sprake is van een sociaal­maatschappelijke complexiteit zoeken wij samenwerking met de gemeente of de provincie via de milieu­ contactpersoon/schakelfunctionaris.

Bij een meervoudig dossier stemmen wij met de gemeente of de provincie af dat dit gebeurt met extra aandacht. Dit betekent overleg en/of samen­ werking tussen ODIJmond, de gemeente (ambtelijk en bestuurlijk), de provincie, de inrichting of initiatiefnemer in kwestie en belanghebbende derden.

2.7 Doorkijk Omgevingswet

2.7.1 Vergunningplicht

In het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) zijn de MBA’s opgenomen en is voor een deel een vergunningplicht vereist. Een vergunning is alleen verplicht als dat nodig is vanwege een internationaalrechtelijke verplichting of algemene regels niet voldoende zijn om belangen af te wegen.

Als voor een MBA in het Bal geen vergunningplicht is vereist, bevat het Bal voor een aantal milieuaspecten voorschriften die nageleefd moeten worden. Het betekent dat het bevoegde gezag in een omgevingsplan voor niet MBA’s (denk bijvoorbeeld aan horeca en detailhandel) en voor MBA’s waar in het Bal geen voorschriften zijn op­ genomen (denk aan geur, trillingen en geluid) kan en moet opnemen.

Maatwerk

Het Bal geeft mogelijkheden om maatwerk op te stellen. Alleen in bepaalde gevallen is dit niet mogelijk. Maatwerk zal een grotere rol gaan spelen binnen de werkzaamheden van vergunningverlening.

Kortere doorlooptijden

Daarnaast krijgt vergunningverlening te maken met kortere doorlooptijden. Ook als de Ow in werking treedt, blijft vraaggestuurde afhandeling van vergunningverlening bestaan. Het standaard vooroverleg is hierbij nieuw. Wij anticiperen hier ten tijde van dit schrijven al op.

2.7.2 Omgevingsplan

Het omgevingsplan gaat een belangrijke basis vormen voor de vergunningverlening. Daarom is het belangrijk dat de vergunningverlener ‘aan tafel’ zit bij het ontwikkelen van een omgevingsplan. Het omgevingsplan regelt een deel van de milieugevolgen en is daarom ook belangrijk voor de omgevingsvergunning van complexe bedrijven. Zo kunnen er in het omgevingsplan regels staan over externe veiligheid (dat onder de Ow omgevingsveiligheid zal heten), geluid­ en geur­ hinder.

Ook gaat gezondheid en duurzaamheid een rol spelen. Denk daarbij aan het voorzorgsbeginsel, de energietransitie en circulaire economie. Via het omgevingsplan en vergunningverlening geven wij hier invulling aan.

Vergunningverlening zoekt afstemming met de ruimtelijke ordening van de gemeente omdat in het omgevingsplan wordt vastgesteld welke activiteiten zich waar mogen vestigen. Wanneer in de omgevingsvergunning wordt afgeweken van het omgevingsplan, houden we rekening met overige activiteiten en moet goed gemotiveerd worden waarom de activiteit wel (of niet) in het omgevingsplan kan passen.

De provinciale omgevingsverordening bevat alle provinciale regels en vervangt de bestaande verordeningen waaronder de milieuverordening.

2.7.3 Participatie

Participatie is een belangrijke pijler onder de Ow. De initiatiefnemer die een vergunning aanvraagt voor een activiteit, heeft straks zelf de verantwoordelijkheid om belanghebbenden te informeren en te betrekken. Vergunningverlening betrekt de informatie die bij de participatie is verkregen bij de integrale belangenafweging. Van vergunningverleners verwachten we dat ze alle belangen in de leefomgeving tegen elkaar afwegen en een samenhangend besluit nemen.

2.7.4 Opgave vergunningverlening

Vergunningverleners hebben de taak om te inventariseren welke bedrijven onder de Ow vergunningsplichtig blijven. Er gaat een overgangsrecht gelden voor bestaande vergunningen, besluiten en meldingen. Daarom hebben wij al een opzet gemaakt voor lopende procedures en vigerende (lopende) vergunningen.

Ook onderzoeken we bij vergunningverlening of onze servicemodules moeten worden aangepast. Voor de snelservicemodule kunnen we kijken of de toegankelijkheid kan worden verbeterd. Op dit moment krijgt een melder pas bericht wanneer een melding compleet is. Dan pas weet de melder wie de behandelaar is. Dit proces kan anders worden ingericht.

3 Toezicht

3.3 Categorieën van toezicht

3.3.1 Regulier toezicht

Type toezicht

Beschrijving

Toezichtscontroles in het kader van de jaarlijkse prioriteitstelling

Regulier toezicht dat plaatsvindt in het kader van de jaarlijkse prioriteitstelling in het uitvoeringsprogramma. Op het gebied van milieu wordt de toezichtsfrequentie deels gebaseerd op het type inrichting. Zo moeten type C bedrijven elk jaar worden gecontroleerd. De frequentie baseren wij ook op basis van analyses die wij maken in het kader van risicogericht toezicht (informatiegestuurd en datagedreven), op basis van actuele aandachtsgebieden én naar aanleiding van wensen van betrokken bestuursorganen.

Toezichtscontrole in het kader van projecten

Aan de hand van onze analyses bepalen we jaarlijkse eventuele projecten, actuele aandachtsgebieden én de wens van betrokken bestuursorganen. In de projectvoorstellen concretiseren wij bepaalde beleidsterreinen verder. Dit doen wij door het benoemen van speerpunten, waarop wij gaan controleren.

Opleveringscontroles in het kader van vergunningverlening/ meldingen

Met integrale controles kijken we niet alleen of de vergunninghouder zich aan de vergunningvoorschriften houdt, maar toetsen we ook de handhaafbaarheid van de vergunningsvoorschriften.

3.3.2 Handhavingstoezicht

Type toezicht

Beschrijving

Controles naar aanleiding van klachten, handhavingsverzoeken, ongevallen en incidenten

In voorkomende gevallen worden klachten, ongevallen en/of incidenten veroorzaakt door de bedrijfsvoering. Dit komt door (niet) naleving van de geldende regelgeving. In die gevallen volgt op een klacht, ongeval of incident altijd een aspectcontrole of, wanneer nodig, een integrale controle. De controle is gericht op het vaststellen van een mogelijke overtreding. Van een integrale controle gaat een preventieve werking uit.

Controles in het kader van lopende hand havingstrajecten

Ten behoeve van de motivering van een herstelactie:

Deze controles doen wij na het aflopen van een termijn van een eventuele vooraankondiging, bij het voortbestaan van een overtreding, óf in spoedeisende gevallen die direct aanleiding geven voor het aanzeggen van een herstelsanctie. In die gevallen worden aanvullende eisen gesteld aan het toezicht én aan het controlerapport. Het toezicht en het daaruit voortvloeiende onderzoeksrapport dienen ter motivering van de lastgeving en zijn constituerend voor de lastgeving. Er mag vanaf dat moment geen enkele twijfel meer bestaan over de omstandigheden waaronder de overtreding is of wordt begaan. Op dat moment worden aan de feitelijke constatering van de overtreding immers bij besluit rechtsgevolgen verbonden die erop zijn gericht de overtreder te bewegen tot het herstellen van de overtreding binnen een bepaalde begunstigingstermijn.

4 Handhaving

4.3 Bestuursrechtelijke handhaving

4.3.1 Typen bestuursrechtelijke handhaving

Er worden vier typen bestuursrechtelijke handhaving onderscheiden, als opvolging van de constatering van overtredingen tijdens een toezichttraject.

Type handhaving

Beschrijving

Niet ernstige overtredingen (drie stappen)

Indien geen sprake is van een ernstige overtreding die met grote spoed dient te worden hersteld, dan dient handhaving te geschieden langs drie stappen. Na de eerste controle volgt een schriftelijk verzoek tot beëindigen van de overtreding. Bij voortduring van de overtreding volgt na de hercontrole een schriftelijke vooraankondiging. Pas bij de derde controle wordt, indien de overtreding nog niet beëindigd is, een bestuurlijke last opgelegd.

Ernstige of beperkt spoedeisende overtredingen (twee stappen)

Aan de hand van de relatieve mate waarin de norm wordt geschonden moet naar objectieve maatstaven en hetgeen in het maatschappelijk verkeer als betamelijk wordt aangemerkt, worden beoordeeld of sprake is van een ernstige overtreding die zich leent voor twee stappen handhaving. Ter beoordeling of sprake is van een beperkt spoedeisende overtreding dient de kans van het intreden van de bezwaarlijke gevolgen verbonden aan de geschonden norm in aanmerking te worden genomen. Bij ernstige of beperkt spoedeisende overtredingen wordt opgetreden in twee stappen: door middel van een vooraankondiging (= voornemen tot opleggen last) na het eerste controlebezoek. In geval sprake is van meerdere overtredingen, waarin één of meer overtredingen naar aard en karakter van die overtreding als ernstig kan worden aangemerkt, vindt steeds twee stappen handhaving plaats. Indien geen gevolg wordt gegeven aan het verzoek tot beëindiging van de overtreding uit de vooraankondiging, wordt er bij voortduring van de overtreding na de hercontrole een last opgelegd.

Type handhaving

Beschrijving

Spoedeisend herstel (één stap)

De Awb biedt in artikel 5:31, eerste lid de mogelijkheid tot het direct aanzeggen van een bestuurlijke last bij beschikking. Toepassing kan plaatsvinden indien een direct gevaar aanwezig is dat de bezwaarlijke gevolgen die de geschonden norm beoogt te beschermen intreden, ofwel de bezwaarlijke gevolgen verbonden aan de geschonden norm zich reeds hebben voorgedaan en deze niet verder, althans niet op korte termijn, in omvang toenemen. In zodanige gevallen kan direct een last worden aangezegd opdat de aan de geschonden norm verbonden gevolgen zullen wegnemen.

Zeer spoedeisende bestuursdwang

In gevallen waarin niet kan worden gewacht met het aanzeggen van een bestuursdwangmaatregel en de overtredingssituatie noopt tot directe interventie kan gebruik worden gemaakt van de bevoegdheid tot toepassing van directe bestuursdwang ingevolge artikel 5:13, tweede lid van de Awb. De toepassing van directe bestuursdwang is een feitelijke handeling die zo spoedig mogelijk bij beschikking dient te worden bekrachtigd.

4.3.2 Begunstigingstermijnen

Het uitgangspunt bij het stellen van een begunstigingstermijn voorafgaand aan oplegging of effectuering van een bestuurlijke last, is dat de illegale situatie zo spoedig mogelijk beëindigd moet worden en de hersteltermijn zo kort mogelijk moet zijn. De lengte van de termijn dient onder meer bepaald te worden aan de hand van het geschonden belang. Loopt het te beschermen belang ernstige schade op door voortduring van de overtreding dan is de begunstigingstermijn korter dan wanneer het te beschermen belang geen ernstige schade oploopt bij voortduring van de overtreding. Bij het bepalen van een begunstigingstermijn dient rekening te worden gehouden met de tijd.

In de lijst met overtredingen (bijlage 1) is per genoemde overtreding een begunstigingstermijn opgenomen. Een begunstigingstermijn biedt de overtreder de gelegenheid herstel te plegen op de overtreding, zonder dat uit hoofde van de overtreding reeds rechtsgevolgen, de verbeurte van een dwangsom of de mogelijkheid tot toepassing van bestuursdwang, voortvloeien.

De termijn is bepaald aan de hand van de gemiddeld genomen en benodigde, dan wel toereikende termijn waarbinnen de betreffende overtreding kan worden beëindigd, aangevuld met een extra verruiming van één week vanwege het door ODIJmond gehanteerde dwangsombeleid (lees hierna).

De termijnen zijn herleid uit praktijkervaring van ODIJmond. In beginsel wordt vastgehouden aan de genoemde begunstigingstermijn. Onder bijzondere omstandigheden kan hiervan worden afgeweken.

In ieder geval wordt afgeweken van de opgenomen begunstigingstermijnen bij overtredingen die spoedeisend dan wel beperkt spoedeisend herstel verlangen. Daarnaast kan van de termijn worden afgeweken indien sprake is van herhaaldelijk niet­nakoming of recidive. Ter zake wordt, al naar gelang de bijzondere omstandigheden van het geval daartoe meewegen, de begunstigingstermijn bekort. Het ligt in de rede in zodanige gevallen te motiveren waarom is gekozen voor een andere begunstigingstermijn.

4.3.3 Bestuursrechtelijke handhavingsinstrumenten

Last onder dwangsom

Ten aanzien van het bestuurlijk sanctioneren van overtredingen wordt in beginsel gebruik gemaakt van de last onder dwangsom. In de lijst met dwangsommen (bijlage 1) is bij elke genoemde overtreding een dwangsombepaling opgenomen. De verbeurte van een dwangsom is het rechtsgevolg dat is verbonden aan de last onder dwangsom en treedt in op het moment dat de overtreding niet is beëindigd voor het verstrijken van de begunstigingstermijn. In doe voorkomende gevallen kan tot invordering van de verbeurde dwangsom worden overgegaan.

Dwangsom ineens

Met het doel een effectieve en efficiënte handhaving te bereiken worden in de dwangsombeschikking in beginsel dwangsommen vastgesteld op een ineens te verbeuren bedrag. In dit verband is ervoor gekozen de begunstigingstermijn iets ruimer te stellen. De overtreder wordt immers een week voor het moment van het verbeurte in kennis gesteld van het aflopen van de begunstigingstermijn.

Indien het noodzakelijk is vanwege de aard van de overtreding wordt de dwangsomverbeurte vastgesteld op een bedrag per overtreding, waarbij het totaalbedrag aan te verbeuren dwangsommen gelijk is aan het in bijlage 1 opgenomen maxi­ mum bedrag. Voor de vaststelling van het aantal overtredingen dat leidt tot verbeurte van het maximum bedrag worden de bijzondere omstandigheden van het geval betrokken, waaronder de aard en intensiteit van de overtreding.

Niet-nakoming en recidive

In voorkomende gevallen dat niet voldaan wordt aan een eerste of opvolgende last onder dwangsom, staat het ODIJmond vrij een volgende last onder dwangsom aan te zeggen ten aanzien van dezelfde en nog voortdurende overtreding. Dit teneinde daarop alsnog herstel te laten plegen. Uit het voortduren van de overtreding kan een kennelijkheid worden afgeleid die inhoudt dat het in de voorgaande last onder dwangsom gestelde dwangsombedrag een onvoldoende prikkel betrof om herstel te plegen op de overtreding. In zodanig geval wordt in de navolgende last onder dwangsom het voor de overtreding genoemde dwang­ sombedrag verhoogd met 300%. Deze verhoging kan dus alleen worden toegepast als sprake is van hetzelfde handhavingstraject ten overstaande van dezelfde overtreding. Indien dit onvoldoende financiële prikkel zal blijken in te houden kan van deze procentuele verhoging worden afgeweken. Er wordt contact opgenomen met het OM en de mogelijkheid tot het aanzeggen van de Bsbm dan wel proces­verbaal wordt onderzocht.

Onder bijzondere omstandigheden kan worden afgeweken van de in de bijlage genoemde dwang­ sombedragen. Dit zou zich voor kunnen doen in geval er sprake is van recidive, een ernstige overtreding of anderszins een grotere financiële prikkel gewenst is. In zodanig geval wordt in elke navolgende last onder dwangsom het voor de hernieuwde overtreding gestelde dwangsombedrag in de bijlage verhoogd met 200%. Indien dit onvoldoende financiële prikken blijkt in te houden kan van deze procentuele verhoging worden afgeweken.

Last onder bestuursdwang

In het geval dat de last onder dwangsom naar omstandigheden niet het geëigende middel blijkt te zijn om de overtreding te (laten) beëindigen wordt gebruik gemaakt van de last onder bestuursdwang. Bovendien kan in voorkomende gevallen waar de last onder dwangsom niet het beoogde effect heeft gehad ervoor gekozen worden gebruik te maken van de last onder bestuursdwang. In het geval sprake is van een overtreding ten aanzien waarvan zeer spoedeisend herstel vereist is wordt direct en te allen tijde bestuursdwang toegepast. In de lijst met dwangsommen (bijlage 1) worden categorieën van overtredingen benoemd ten aanzien waarvan in de regel van de mogelijkheid tot het aanzeggen van een last onder bestuursdwang gebruik worden gemaakt.

Bestuurlijke boete

Naast de mogelijkheid van lastgeving kan een bestuursorgaan ook een bestuurlijke boete opleg­ gen aan een overtreder. ODIJmond maakt van dit instrument geen gebruik, maar hanteert in plaats daarvan het instrument Bsbm (beschreven onder strafrechtelijke handhaving (paragraaf 3.4.1)).

4.4 Strafrechtelijke handhaving

4.4.1 Strafrechtelijke handhavingsinstrumenten

Bestuurlijke strafbeschikking milieu (Bsbm)

De Bsbm is een op het strafrecht (artikel 257ba Wetboek van Strafvordering) gebaseerde interventie die ODIJmond zonder tussenkomst van het OM kan opleggen. De directeur van ODIJmond is hiertoe eigenstandig bevoegd. Hiermee is een regeling geïntroduceerd, die het voor ODIJmond mogelijk maakt eenvoudig vast te stellen strafbare feiten af te doen met een strafrechtelijke boete.

De Bsbm kan worden ingezet voor de handhaving van bepaalde feiten. Deze feitomschrijving en feitcodes zijn te vinden in een speciaal feiten­ boekje bestuurlijke strafbeschikking milieu waar boa’s mee werken. Nadat een zaak via de invoerapplicatie, de transactiemodule, van het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB) is aangeleverd, verstuurt het CJIB de strafbeschikking naar de verdachte en start de inning van de geldboete. Tegen deze boete staat verzet open.

Proces-verbaal

Indien een feit zich niet leent voor het toepassen van de Bsbm dient een boa een proces­verbaal op te maken. Het proces­verbaal kan vervolgens via het Functioneel Parket, dan wel de officier van justitie, leiden tot een strafrechtelijke vervolging van de overtreder.

6 Strategie asbest

6.2 Besluit VTH

6.2.1 Wat valt niet onder het basistakenpakket

•Het toezicht op particulieren die zelf asbest verwijderen valt niet onder het basistaken­ pakket. Het is echter slechts in zeer beperk­ te mate dat een particulier zélf asbest mag verwijderen. De grens voor een particulier om zelf asbest te verwijderen, ligt bij 35m2. Bouw­ kundige aspecten vallen niet onder het basistakenpakket. Echter in de praktijk maakt de aanwezigheid van asbest dat ons milieutoezicht en het bouwtoezicht elkaar deels overlappen.

Als ervoor gekozen wordt deze taak niet over te laten aan ODIJmond is in elk geval nauwe samenwerking met ODIJmond geboden als er asbest aanwezig is.

•Het toezicht op bedrijfsmatige sloopwerkzaamheden in opdracht van een particulier valt niet onder het basistakenpakket.

7 Afstemming en communicatie

7.3 Wijze van informeren

7.3.1 Informeren gemeenten en provincie

ODIJmond communiceert in haar werkgebied actief met gemeenten en provincie Noord­ Holland. Wij werken met zogenaamde schakelfunctionarissen (accounthouders) die als eerste aanspreekpunt fungeren voor gemeenten en provincie. De schakelfunctionaris investeert in het opbouwen en goed houden van de relatie met gemeente op ambtelijk, hoog ambtelijk en bestuurlijk niveau. Met name over handhaving vindt voorafgaand een lastoplegging afstemming plaats.

7.3.2 Informeren inwoners

ODIJmond informeert inwoners, namens gemeente of de provincie, over meldingen en bekendmakingen via publicaties in de huis­aan­huis­ kranten en/of via internet en op de landelijke pagina overheid.nl. Door transparant te zijn over activiteiten in de leefomgeving ontstaat meer begrip bij inwoners.

7.3.3 Informeren ondernemers

De communicatie tussen bedrijven en ODIJmond vindt voornamelijk plaats bij een procedure.

Communicatie is een vast onderdeel in het proces van vergunningverlening. In eerste instantie zal er een vooroverleg plaatsvinden. Het is van belang om in zo een vroeg mogelijk stadium van een vergunningstraject met een bedrijf op één lijn te komen. Het toepassen van maatwerk zorgt ervoor dat een proces efficiënt verloopt. Communicatie wordt ook ingezet om (met name toezicht)acties aan te kondigen en te informeren over wet­ en regelgeving.

7.3.4 Informeren belanghebbenden

Belanghebbenden worden via lokale huis­aan­ huiskranten en/of via internet geïnformeerd. Wanneer van te voren bekend is dat belanghebbenden direct op de hoogte gehouden willen worden, dan worden nieuwe besluiten ook rechtstreeks toegezonden.

Bijlage 1: Lijst van dwangsommen

Overtreding m.b.t.

dwangsom ineens €

dwangsom constatering €

Overtreding m.b.t.

dwangsom ineens €

dwangsom constatering €

AB 1.2

Melding - Melding oprichting of verandering (artikel 1.10 Activiteitenbesluit)

3000

x

AB 3.1.4

Behandelen van huishoudelijk afvalwater op locatie - (type b en c)

4000

2000

AB 2.1

Zorgplicht

6000

2000

AB 3.1.4a

Behandeling van stedelijk afvalwater - (type b en c)

4000

2000

AB 2.2

Lozingen

6000

2000

AB 3.1.5

Lozen van koelwater - (type b en c)

4000

2000

AB 2.3

Lucht en geur

6000

2000

AB 3.1.6

Lozen ten gevolge van werkzaamheden aan vaste objecten

4000

2000

AB 2.4

Bodembescherming (bodembedreigende activiteiten)

6000

2000

AB 3.1.7

Handelingen in een oppervlaktewaterlichaam

4000

2000

AB 2.5

Afvalbeheer

6000

2000

AB 2.6

Energiebesparing - per branche

6000

2000

AB 3.1.8

Lozen ten gevolge van schoonmaken drinkwaterleidingen

4000

2000

AB 2.8

Geluidhinder

6000

2000

AB 3.1.9

Lozen van afvalwater ten gevolge van calamiteitenoefeningen

4000

2000

AB 2.9

Trillinghinder

6000

2000

AB 2.10

Financiële zekerheid

10000

x

AB 3.2.1

Stookinstallatie

6000

2000

AB 2.11

Oplosmiddelen

6000

2000

AB 3.2.2

In werking hebben van een installatie voor het reduceren van aardgasdruk, meten en regelenvan aardgashoeveelheid of aardgaskwaliteit

10000

2500

AB 3.1.1

Lozen van grondwater bij bodemsanering en proefbronnering

4000

2000

AB 3.2.3

Windturbine

n.t.b.

n.t.b.

AB 3.1.2

Lozen van grondwater bij ontwatering - (type b en c)

4000

2000

AB 3.2.4

Doorvoeren, bufferen of keren van rioolwater

4000

2000

AB 3.1.3

Lozen van hemelwater, datniet afkomstig is van een bodembeschermende voorziening

4000

2000

AB 3.2.5

Natte koeltorens

10000

2000

AB 3.2.6

In werking hebben van een koelinstallatie

10000

2000

AB 3.2.7

Wisselverwarmingsinstallatie

10000

2000

Overtreding m.b.t.

dwangsom ineens €

dwangsom constatering €

Overtreding m.b.t.

dwangsom ineens €

dwangsom constatering €

AB 3.2.8

Installeren en in werking hebben van een gesloten bodemenergiesysteem

10000

2000

AB 3.4.6

AB 3.4.7 Opslaan van vloeibare bijvoedermiddelen

5000

1250

AB 3.3.1

Afleveren van vloeibare brandstof of gecomprimeerd aardgas aan motorvoertuigen voor het wegverkeer of afleveren van vloeibare brandstof aan spoorvoertuigen

10000

2000

AB 3.4.8

Het vullen van gasflessen met propaan of butaan

10000

2000

AB 3.4.9

Opslaan van gasolie, smeerolie of afgewerkte olie in een bovengrondse opslagtank

10000

2000

B 3.3.2

AHet uitwendig wassen en stallenvan

motorvoertuigen of werktuigen of van spoorvoertuigen

10000

2000

AB 3.4.10

Opslaan of bewerken van ontplofbare stoffen of voorwerpen bij defensieinrichtingen

10000

2000

Het demonteren van autowrakken en

of wrakken van tweewielige motorvoertuigen daarmee samenhangende activiteiten

10000

2000

AB 3.3.3

AB 3.4.11

Op- en overslaan van verwijderd asbest

20000

5000

AB 3.5.1

Telen of kweken van gewassen in een kas

10000

2000

AB 3.3.4

Bieden van parkeergelegenheid in een parkeergarage

10000

2000

AB 3.5.2

Telen en kweken van gewassen in een gebouw, anders dan in een kas

10000

2000

AB 3.3.5

Bieden van gelegenheid tot het afmeren van pleziervaartuigen in een jachthaven

10000

2000

AB 3.5.3

Telen van gewassen in de open lucht

10000

2000

AB 3.5.4

Waterbehandeling voor agrarische activiteiten

10000

2000

AB 3.3.6

Traumahelikopter

10000

2000

AB 3.5.5

Aanmaken of transporteren via vaste leidingen of apparatuur van gewasbeschermingsmiddelen, biociden of bladmeststoffen

10000

2000

AB 3.4.1

Opslaan van propaan

10000

2000

AB 3.4.2

Ondergrondse tanks

10000

2000

AB 3.4.3

Opslaan en overslaan van goederen

10000

2000

AB 3.5.6

Het behandelen van gewassen

10000

2000

AB 3.4.5

Opslaan van agrarische bedrijfsstoffen

10000

2000

AB 3.5.7

Composteren

10000

2000

Opslaan van drijfmest en digestaat

5000

1250

Overtreding m.b.t.

dwangsom ineens €

dwangsom constatering €

Overtreding m.b.t.

dwangsom ineens €

dwangsom constatering €

AB 3.5.8

Houden van landbouwhuisdieren in dierenverblijven

10000

2000

AB 3.8.4

Coaten of lijmen van planten of onderdelen van planten

10000

2000

AB 3.5.9

Bereiden van brijvoer vooreigen landbouwhuisdieren

5000

1000

AB 3.8.5

Fokken, houden of trainen van vogels of zoogdieren

10000

2000

AB 3.5.10

Kleinschalig vergisten van uitsluitend dierlijke meststoffen

n.t.b.

n.t.b.

AB 4.1.1

Opslaan van gevaarlijke stoffen, CMR stoffen of bodembedreigende stoffen in verpakking, niet zijnde vuurwerk, pyrotechnische artikelen voor theatergebruik, andere ontplofbare stoffen, bepaalde organische peroxiden, asbest, gedemonteerde airbags, gordelspanners of vaste kunstmeststoffen

20000

4000

AB 3.6.1

Bereiden van voedingsmiddelen

10000

2000

AB 3.6.2

Slachten van dieren, uitsnijden van vlees of vis of bewerken van dierlijke bijproducten

10000

2000

AB 3.6.3

Industrieel bereiden van voedingsmiddelen of dranken

10000

2000

AB 3.7.1

Binnenschietbanen

10000

2000

AB 4.1.2

Opslaan van vuurwerk, pyrotechnische artikelen voor theatergebruik of andere ontplofbare stoffen

20000

4000

AB 3.7.2

Traditioneel schieten

10000

2000

AB 3.7.3

Bieden van gelegenheid voor het beoefenen van sport in de buitenlucht

10000

2000

AB 4.1.3

Opslaan van stoffen in opslagtanks

20000

4000

AB 4.1.4

Parkeren van vervoerseenheden met gevaarlijke stoffen

AB 3.7.4

Recreatieve visvijvers

10000

2000

20000

4000

AB 3.7.5

Gebruiken van gewasbeschermingsmiddelen op sport-of recreatieterreinen

10000

2000

AB 4.1.5

Gebruik of opslag van bepaalde organische peroxiden

20000

4000

AB 3.8.1

Tandheelkunde

10000

2000

AB 4.1.7

Opslaan van vaste kunstmeststoffen

5000

1250

AB 3.8.2

Gemeentelijke milieustraat

10000

2000

AB 4.3.1

Mechanische bewerking van hout, kurk dan wel houten, kurken of houtachtige voorwerpen

10000

2000

AB 3.8.3

Buitenschietbanen

10000

2000

Overtreding m.b.t.

dwangsom ineens €

dwangsom constatering €

Overtreding m.b.t.

dwangsom ineens €

dwangsom constatering €

AB 4.3.2

Reinigen, coatenof lijmen van hout of kurk dan wel van houten, kurken of houtachtige voorwerpen

10000

2000

AB 4.5.9

Drogen van metalen

10000

2000

AB 4.5.10

Aanbrengen van conversielagen op metalen

10000

2000

AB 4.4.1

Mechanischebewerkingen van rubber, kunststof of rubber- of kunststofproducten

10000

2000

AB 4.5.11

Thermisch aanbrengen van metaallagen op metalen

10000

2000

10000

2000

AB 4.4.2

Reinigen, coatenof lijmen vanrubber, kunststof of rubber- of kunststofproducten

10000

2000

AB 4.5.12

Lozen van afvalwater afkomstig van metaalactiviteiten

AB 4.5.13

Smelten en gieten van metalen

10000

2000

AB 4.4.3

Wegen of mengen van rubbercompounds of het verwerken van rubber, thermoplastisch kunststof of polyesterhars

10000

2000

AB 4.5a.1

Mechanische bewerkingen van steen

10000

2000

AB 4.5a.2

Aanbrengen van lijmen, harsenof coatings op steen

10000

2000

B 4.5.1

ASpaanloze, verspanende of thermische bewerking of mechanische eindafwerking van metalen

10000

2000

AB 4.5a.3

Chemisch behandelen van steen

10000

2000

AB 4.5a.4

Vervaardigen van betonmortel

10000

2000

AB 4.5.2

Lassen van metalen

10000

2000

AB 4.5a.5

Het vormgeven van betonproducten

10000

2000

AB 4.5.3

Solderen van metalen

10000

2000

AB 4.5a.6

Het breken van steenachtig materiaal

10000

2000

20000

4000

AB 4.5.4

Stralen van metalen

10000

2000

AB 4.6.1

Lozen van afvalwater (algemeen)

AB 4.5.5

Reinigen, lijmen of coaten van metalen

10000

2000

AB 4.6.3

Afleveren van vloeibare brandstoffen aan vaartuigen

20000

4000

AB 4.5.6

Aanbrengen anorganische deklagen op metalen

10000

2000

AB 4.6.4

Afleveren van vloeibare brandstof of gecomprimeerd aardgas andersdan aan motorvoertuigen voor het wegverkeer, vaartuigen of spoorwegvoertuigen

20000

4000

AB 4.5.7

Beitsen of etsenvan metalen

10000

2000

AB 4.5.8

Elektrolytisch of stroomloos aanbrengen van metaallagen op metalen

10000

2000

Overtreding m.b.t.

dwangsom ineens €

dwangsom constatering €

Overtreding m.b.t.

dwangsom ineens €

dwangsom constatering €

AB 4.6.5

Onderhouden of repareren van moto- ren, motorvoertuigen, spoorvoertuigen of andere gemotoriseerde apparaten of proefdraaien van verbrandingsmotoren

20000

4000

AB 4.8.9

In werking hebben van een crematorium of het in gebruik hebben van een strooiveld

10000

2000

AB 4.8.10

In werking hebben van een laboratorium of een praktijkruimte

10000

2000

AB 4.6.6

Onderhouden, repareren of afspuiten van pleziervaartuigen

20000

4000

AB 5.1.1

Grote stookinstallatie

20000

4000

AB 4.7.1

Ontwikkelen of afdrukken van foto-

grafisch materiaal

10000

2000

AB 5.1.2

Afvalverbrandings- of afvalmeelverbrandingsinstallatie

20000

4000

10000

2000

AB 4.7.2

Zeefdrukken

AB 5.1.3

Installatie voor de productie van titaan- dioxide

20000

4000

AB 4.7.3

Vellenoffset druktechniek

10000

2000

20000

4000

AB 4.7.3a

Rotatieoffset druktechniek

10000

2000

AB 5.1.4

Installatie, als onderdeel van olieraffinaderijen, voor de productie vanzwavel

AB 4.7.3b

Flexodruk of verpakkingsdiepdruk

10000

2000

AB 5.1.5

Stookinstallatie voor de regeneratie van glycol

20000

4000

AB 4.7a.1

Bewerken, lijmen,coaten en lamineren van papier of karton

10000

2000

AB 5.1.6

Installatie voor de productie van asfalt

20000

4000

AB 4.7a.2

Reinigen en wassen van textiel

10000

2000

AB 5.1.7

Installatie voor de op- en overslag van vloeistoffen

20000

4000

AB 4.7a.3

Mechanische bewerking of verwerking van textiel

10000

2000

AB 5.2.1

Opslaginstallaties

20000

4000

AB 4.7a.4

Lassen van textiel

10000

2000

AB 5.2.2

Overslaginstallaties

20000

4000

10000

2000

AB 4.7a.5

Lijmen, coaten of veredelen van textiel,

leer of bont

AB 5.3.1

LPG-afleverinstallatie

20000

4000

AB 4.8.1

Inwendig reinigen of ontsmetten van transportmiddelen

10000

2000

AB 6.1

Algemeen overgangsrecht

n.t.b

n.t.b

AB 4.8.6

In werking hebbenacculader

10000

2000

Overtreding m.b.t.

Termijn (weken)

Dwangsom regulier

Dwangsom laag

Bodemsanering

Overtreding m.b.t.

Termijn (weken

Dwangsom regulier

Dwangsom laag

Bodemsanering

Niet melden startsanering

direct

2000

1000

Niet melden bereikeneinddiepte sanering

direct

1000

500

Niet melden voornemen handeling ten aanzien van verontreiniging

direct

2000

1000

Niet verstrekken van de juiste gegevens bij melding sanering gaande

direct

1500

1000

Depot te lang in werking

8

5000

3000

Niet overleggen evaluatieverslag (deel)sanering

4

3000

2000

Niet overleggen van nazorgplan

6

3000

2000

Uniforme bodemsanering

Geen hekwerk/bebording

1

1500

1000

Werk niet laten uitvoeren door gecertificeerde uitvoerder

4

8000

6000

Werken zonder milieukundige begeleiding

2

5000

3000

Niet afdoende afsluitensaneringslocatie

direct

1000

500

Niet bijhouden logboeksanering

direct

1500

1000

Niet melden wijzigingen sanering

direct

1500

1000

Overtreding m.b.t.

Termijn (weken)

Dwangsom regulier

Dwangsom laag

Niet (deugdelijk) afdekken verontreinigde materie

1

2000

1000

Niet (deugdelijk) afdekken containers verontreinigde materie

1

2000

1000

Asbesthoudende grond (niet) tijdig afgevoerd met inventarisatie van bodem

1

3000

2000

Asbesthoudende grond (niet) tijdig afgevoerd zonder inventarisatie

3

6000

3000

Verontreinging onder isolatielaag niet beschreven t/m 10 m3

8

2000

1000

Verontreinging onder isolatielaag niet beschreven 11 - 40 m3

8

3000

1500

Verontreinging onder isolatielaag niet beschreven boven 40 m3

8

6000

3000

Te lang bewaren/opslaan mobielverontreinigde grond

2

3000

1500

Niet tijdig voorafgaand melden bereiken einddiepte

1

1000

500

Verontreinigde grond niet terugplaatsen

2

1500

1000

Niet melden voltooiing sanering na werkzaamheden

1

1000

500

Niet overleggen verslagvan sanering

6

3000

2000

Niet tijdig melden aanvang saneringswerkzaamheden

1

3000

2000

Overtreding m.b.t.

Termijn (weken)

Dwangsom regulier

Dwangsom laag

Bodemkwaliteit

Handelingen met bouwstoffen gaande zonder kennisname bevoegd persoon

direct

2000

1000

Handelingen met bouwstoffen zonder vaststelling overschrijding samenstellings- of emissiewaarden

direct

1500

1000

Handelingen met bouwstoffen en ontbreken milieuhygiënische verklaring

direct

3000

2000

Handeling met bouwstoffen en ontbreken (deugdelijke) afleveringsbon

direct

1000

500

Niet melden voornemen toepassen bouwstof en toepassing gaande

direct

1500

1000

Voornemen toepassen bouwstofniet gemeld

1

2000

1000

Niet melden voornemen toepassen baggerspecie, toepassing gaande

direct

2000

1000

Voornemen toepassen baggerspecie niet gemeeld

1

2000

1000

Geen milieuhygiënische verklaring aanwezige partij baggerspecie

direct

1500

1000

Geen verklaring aanwezig

1

3000

2000

Niet (deugdelijk) kwaliteit ontvangende bodem vastgesteld, toepassing gaande

direct

3000

2000

Niet (deugdelijke) kwaliteitsverklaring ontvangende bodem aanwezig

6

4000

2000

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.