Aanhef
Gedeputeerde Staten van Noord-Holland;
Overwegende dat uit het oogpunt van de toekomstbestendigheid van Noord-Hollandse werklocaties regels worden gesteld voor subsidieverstrekking voor het begeleiden en initiëren van duurzame maatregelen, visievorming en de organisatie van beheer op bedrijventerreinen en winkelgebieden;
Overwegende dat Gedeputeerde Staten in het kader van rechtvaardiging van de staatssteun, de volgende steunmaatregelen van toepassing achten:
Verordening (EU) 2023/2831 van de Commissie van 13 december 2023 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun (De-minimisverordening)
Gelet op artikel 2 van de Algemene subsidieverordening Noord-Holland 2011;
Besluiten vast te stellen:
Uitvoeringsregeling subsidie ondersteuning toekomstbestendige werklocaties Noord-Holland 2025
Artikel 1 Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
-bedrijventerrein: terrein van minimaal 1 ha bruto grondoppervlak dat gelet op het omgevingsplan bedoeld en geschikt is voor gebruik door handel, nijverheid, commerciële en niet-commerciële dienstverlening en industrie. Onder de beschrijving vallen daarmee ook (delen van) bedrijventerreinen die gedeeltelijk, maar niet overwegend, bedoeld en geschikt zijn voor kantoorgebouwen. Ook vallen daaronder de zeehaventerreinen welke met laad en/ of loskade langs diep vaarwater toegankelijk zijn voor grote zeeschepen. De volgende terreinen vallen hier niet onder: terrein voor grondstoffenwinning, olie- en gaswinning, terrein voor waterwinning, terrein voor agrarische doeleinden, terrein voor afvalstort;
-circulaire economie: het optimaal (her)benutten en uitwisselen van grondstoffen, materialen, energie, warmte en water, en het optimaal organiseren van de circulaire productieketen;
-De-minimisverordening: Verordening (EU) 2023/2831 van de Commissie van 13 december 2023 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun;
-duurzame maatregelen: maatregelen op het gebied van energietransitie, klimaatbestendigheid, biodiversiteit, circulaire economie of ruimtelijke kwaliteit die leiden tot een lagere milieubelasting of efficiënter ruimtegebruik;
-kantoorlocatie: een terrein van minimaal 1 hectare bruto grondoppervlak dat vanwege zijn bestemming bestemd en geschikt is voor gebruik door kantoren en openbare gebouwen, daaronder niet begrepen een terrein dat in overwegende mate bestemd is voor detailhandel of horeca;
-samenwerkingsverband: een samenwerkingsverband op een bedrijventerrein of winkelgebied, waarmee de continuïteit van onderhoud, beheer of verduurzaming van een bedrijventerrein of winkelgebied wordt gewaarborgd;
-winkelgebied: een geografisch geheel waar relatief veel niet ambulante winkels voorkomen, eventueel in samenhang met andere consumentverzorgende voorzieningen zoals horeca, ambachten en baliefuncties.
Artikel 2 Subsidiabele activiteiten
1Subsidie kan worden verstrekt voor bedrijventerreinen ten behoeve van:
a.het inrichten of versterken van een samenwerkingsverband;
b.het initiëren en begeleiden van duurzame maatregelen;
c.het uitvoeren van onderzoek naar intensief ruimtegebruik;
d.het uitvoeren van onderzoek naar circulaire economie;
e.het uitvoeren van onderzoek naar de economische of maatschappelijke waarde; en
f.het opstellen van regionale en lokale visies voor bedrijventerreinen en kantoorlocaties.
2Subsidie kan worden verstrekt voor winkelgebieden ten behoeve van:
a.het oprichten of versterken van een samenwerkingsverband;
b.het initiëren en begeleiden van duurzame maatregelen; en
c.het opstellen van een lokale of regionale, op transformatie gerichte detailhandel- of binnenstadvisie.
3Subsidie kan worden verstrekt voor het bevorderen van transformatie van een winkel op een niet-toekomstbestendige locatie, naar een woning.
4Per bedrijventerrein of winkelgebied worden maximaal drie aanvragen om subsidie in behandeling genomen per openstellingsperiode.
Artikel 3 Doelgroep
1Subsidie voor activiteiten, genoemd in artikel 2, eerste lid, onderdeel a tot en met e en tweede lid, onderdeel a tot en met c, wordt verstrekt aan:
a.gemeenten en openbare lichamen die zijn ingesteld op grond van hoofdstuk I, II of IV van de Wet gemeenschappelijke regelingen; of
b.ondernemingen en organisaties voor het beheer van een bedrijventerrein of winkelgebied, indien de aanvraag aantoonbaar met een getekende verklaring door de gemeente wordt ondersteund.
2Subsidie voor activiteiten, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel f, tweede lid, onderdeel d en derde lid wordt uitsluitend verstrekt aan gemeenten en openbare lichamen die zijn ingesteld op grond van hoofdstuk I, II of IV van de Wet gemeenschappelijke regelingen.
Artikel 4 Aanvraagvereisten
1Een aanvraag om subsidie bevat tenminste:
a.een begroting van de kosten van de activiteit;
b.een financieringsplan van de kosten van de activiteit;
c.een inhoudelijke beschrijving van de activiteit;
d.een verklaring van de gemeente, indien subsidie is aangevraagd door de aanvrager, genoemd in artikel 3, eerste lid, onderdeel b; en
e.een onderbouwing waaruit blijkt hoe het bestaande samenwerkingsverband bijdraagt aan de uitvoerbaarheid en duurzaamheid van de te nemen maatregelen, indien subsidie is aangevraagd op grond van artikel 2, eerste en tweede lid.
3Een aanvraag om subsidie wordt ingediend door middel van het voor deze uitvoeringsregeling op www.noord-holland.nl/Loket/Subsidies beschikbaar gestelde formulier.
Artikel 5 Openstellingsperiode
1Gedeputeerde Staten stellen jaarlijks een periode vast, waarbinnen aanvragen om subsidie op grond van deze regeling kunnen worden ingediend.
2Een aanvraag om subsidie voor 2025 is tijdig ingediend indien de aanvraag is ontvangen in de periode van 4 februari 2025 tot en met 1 oktober 2025, 17.00 uur.
3Een aanvraag die buiten de in het eerste lid genoemde periode wordt ontvangen, wordt geweigerd.
4Gedeputeerde Staten beslissen binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag om subsidie.
Artikel 6 Subsidieplafond
1Gedeputeerde Staten stellen jaarlijks een subsidieplafond vast.
2Voor 2025 bedraagt het subsidieplafond:
a.voor activiteiten, bedoeld in artikel 2, eerste lid: € 400.000,-;
b.voor activiteiten, bedoeld in artikel 2, tweede en derde lid: € 300.000,-
Artikel 7 Volgorde van ontvangst
1Aanvragen om subsidie worden behandeld op volgorde van ontvangst.
2Wanneer een aanvrager op grond van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt als datum van ontvangst van de aanvraag, de datum waarop de aanvraag is aangevuld.
3Indien meerdere aanvragen op dezelfde dag worden ontvangen en door honorering van deze aanvragen het subsidieplafond wordt overschreden, wordt de aanvraag met de laagste projectkosten als eerste in behandeling genomen.
4Indien toepassing van het vorige lid ertoe leidt dat aanvragen gelijk eindigen, wordt rangschikking van die aanvragen bepaald door loting.
Artikel 8 Weigeringsgronden
Subsidie wordt geweigerd indien:
a.de activiteit financieel niet haalbaar is;
b.de activiteit betrekking heeft op regulier of achterstallig onderhoud; of
c.in het kader van deze regeling voor dezelfde activiteit, bedoeld in artikel 2, al subsidie is verstrekt.
Artikel 9 Subsidiabele kosten
1Subsidie wordt verstrekt voor de kosten van inhuur van externe expertise die noodzakelijk is voor en rechtstreeks toe te rekenen is aan de gesubsidieerde activiteiten.
2Subsidie wordt uitsluitend verstrekt voor kosten die zijn gemaakt na het indienen van de aanvraag om subsidie.
3Subsidie wordt niet verstrekt voor de kosten van eigen personeel en het eigen apparaat van de aanvrager.
Artikel 10 Hoogte van de subsidie
1De subsidie voor activiteiten, genoemd in artikel 2, eerste lid, onderdeel a en b en tweede lid, onderdeel a en b, bedraagt 50% van de subsidiabele kosten tot maximaal € 25.000,-.
2De subsidie voor activiteiten, genoemd in artikel 2, eerste lid, onderdeel c tot en met f, tweede lid, onderdeel c en derde lid bedraagt 50% van de subsidiabele kosten tot maximaal € 15.000,-.
3Indien toepassing van het eerste of tweede lid naar het oordeel van Gedeputeerde Staten zou leiden tot het overtreden van het verbod op het geven van staatsteun in de zin van artikel 107, eerste lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, wordt het subsidiebedrag in afwijking van het eerste lid zodanig vastgesteld dat het totaal van alle subsidies voor de activiteiten niet hoger is dan het bedrag dat op grond van de de-minimisverordening verstrekt mag worden.
4Gedeputeerde Staten verstrekken geen subsidies van minder dan € 5.000,-.
5Bij subsidies van minder dan € 10.000,- gaat geen beschikking omtrent subsidieverlening aan de subsidievaststelling vooraf.
Artikel 11 Verplichtingen
De subsidieontvanger is verplicht om binnen één jaar na subsidieverlening met de activiteit te starten.
Artikel 12 Aanvraag om subsidievaststelling
1Een aanvraag tot vaststelling wordt ingediend binnen 13 weken na voltooiing van de activiteit.
2Indien de subsidieontvanger een gemeente, of een openbaar lichaam dat is ingesteld op grond van hoofdstuk I, II of IV van de Wet gemeenschappelijke regelingen is, wordt de aanvraag tot vaststelling van de subsidie ingediend uiterlijk 1 augustus van het jaar volgend op het jaar waarin de activiteit is voltooid.
3Gedeputeerde Staten stellen voor de aanvraag tot vaststelling een formulier beschikbaar op www.noord-holland.nl/Loket/Subsidies.
4Gedeputeerde Staten beslissen binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag tot vaststelling van de subsidie.
Artikel 13 Slotbepalingen
1Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het provinciaal blad waarin zij wordt geplaatst.
2Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2028.
3De Uitvoeringsregeling subsidie ondersteuning toekomstbestendige werklocaties Noord-Holland 2024 wordt ingetrokken.
4Deze regeling wordt aangehaald als: Uitvoeringsregeling subsidie ondersteuning toekomstbestendige werklocaties Noord-Holland 2025