Aanhef
Gedeputeerde staten van Noord-Holland;
Gelet op de Regeling specifieke uitkering versnelling natuurinclusief isoleren;
Gelet op artikel 3 van de Algemene subsidieverordening Noord-Holland 2011;
Overwegende dat:
GS van NH op 18 juni 2024 Beleidsregel natuurbescherming Noord-Holland) (PB 2016,103) hebben gewijzigd en bijbehorend beleidskader “Natuurvriendelijk verduurzamen onder het pre-Soortenmanagementplan” hebben vastgesteld;
gebouwbewonende vleermuizen beschermd zijn onder de Omgevingswet;
er een maatschappelijke woningbouw- en energieopgave ligt met mogelijke effecten op de verblijfplaatsen van de gebouwbewonende vleermuissoorten;
het creëren van verblijfplaatsen voor gebouwbewonende vleermuizen de voortgang van de woningbouw- en energieopgave kan bevorderen en de bescherming van de vleermuizen ten goede komt,
Stellen vast:
Uitvoeringsregeling subsidie alternatieve verblijfplaatsen vleermuizen Noord-Holland 2024
Artikel 1
In deze uitvoeringsregeling wordt verstaan onder:
–Alternatieve verblijfplaatsen: Gerealiseerde verblijfplaatsen voor specifieke soorten en/of functies. Door mensen aangeboden vleermuisvoorzieningen als vervanging van de huidige verblijfplaatsen die worden aangetast of verdwijnen.
–Compensatie opgave: Het door het ministerie van VRO per gemeente bepaalde aantal en type te realiseren alternatieve verblijfplaatsen voor vleermuizen.
Artikel 2
Op deze regeling is titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing.
Artikel 3
Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan gemeenten in de provincie Noord-Holland.
Artikel 4
Subsidie kan worden verstrekt voor het realiseren van alternatieve verblijfplaatsen voor vleermuizen in de provincie Noord-Holland.
Artikel 5
Een aanvraag voor subsidie als bedoeld in artikel 4 gaat vergezeld van een projectplan waarin in ieder geval is opgenomen:
a.de compensatieopgave voor de betreffende gemeente, zoals deze is vastgesteld door het ministerie van VRO;
b.een begroting van de te subsidiëren activiteit;
c.een indicatie van de locaties van de alternatieve verblijfplaatsen;
d.de vleermuissoort waarvoor een alternatieve verblijfplaats wordt gerealiseerd;
e.het type verblijfplaats dat wordt gebruikt;
f.een goedkeurend ecologisch advies met betrekking tot de in de onderdelen c, d en e genoemde locaties, vleermuissoorten en verblijfplaatsen;
g.een planning van de activiteit.
Artikel 6
1Een aanvraag om subsidie is tijdig ingediend indien deze is ingediend tussen 12 november 2024 en 31 januari 2029.
2Een aanvraag die buiten deze periode wordt ontvangen, wordt geweigerd.
3Gedeputeerde Staten beslissen binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag om subsidie.
Artikel 7
De subsidie wordt geweigerd indien het in artikel 5 onder f genoemde ecologisch advies ontbreekt.
Artikel 8
Het subsidieplafond bedraagt € 2.709.694,-.
Artikel 9
1Aanvragen om subsidie worden behandeld op volgorde van ontvangst.
2Per aanvrager wordt ten hoogste het bedrag per gemeente als subsidie verstrekt, dat is genoemd in de bijlage bij deze uitvoeringsregeling.
3Wanneer een aanvrager op grond van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt als datum van ontvangst van de aanvraag, de datum waarop de aanvraag volledig is aangevuld.
Artikel 10
1Subsidie wordt verstrekt voor de kosten van fysieke maatregelen voor zover deze gemaakt zijn na 31 december 2020 en noodzakelijk en adequaat zijn in relatie tot het doel van de subsidie.
2Subsidie wordt niet verstrekt voor de kosten van verrekenbare of compensabele BTW.
Artikel 11
1De subsidie bedraagt ten hoogste 100% van de subsidiabele kosten, genoemd in artikel 10.
2Gedeputeerde Staten verstrekken geen subsidies van minder dan € 5.000,-.
3Bij subsidies van minder dan € 10.000,- wordt volstaan met subsidievaststelling zonder voorafgaande subsidieverlening.
Artikel 12
Aan de subsidieontvanger worden de volgende verplichtingen opgelegd:
a.de subsidieontvanger dient op verzoek aan Gedeputeerde Staten aanvullende gegevens te verstrekken in verband met de activiteit bedoeld in artikel 4;
b.de gesubsidieerde activiteiten dienen uiterlijk op 1 juni 2030 te zijn afgerond.
Artikel 13
1Een aanvraag tot vaststelling wordt ingediend uiterlijk 1 augustus van het jaar volgend op het jaar waarin de activiteit is voltooid, doch uiterlijk op 1 augustus 2030.
2De aanvraag tot vaststelling bevat tenminste de volgende informatie over de gerealiseerde verblijfplaatsen:
a.de gps-locaties van de alternatieve verblijfplaatsen;
b.de vleermuissoort waarvoor een alternatieve verblijfplaats is gerealiseerd;
c.het type verblijfplaats dat is gebruikt.
3Gedeputeerde Staten stellen voor de aanvraag tot vaststelling een formulier beschikbaar op www.noord-holland.nl/Loket/Subsidies.
4Gedeputeerde Staten beslissen binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag tot vaststelling van de subsidie.
Artikel 14
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het provinciaal blad waarin dit besluit wordt geplaatst.
Artikel 15
Deze regeling vervalt op 1 januari 2031.
Artikel 16
Dit besluit wordt aangehaald als: Uitvoeringsregeling subsidie alternatieve verblijfplaatsen vleermuizen Noord-Holland 2024.
Bijlage: Maximum subsidiebedrag per gemeente
Gemeente
Subsidie
Gemeente
Subsidie
Aalsmeer
€ 50.395
Hollands Kroon
€ 151.457
Alkmaar
€ 101.061
Hoorn
€ 44.164
Amstelveen
€ 56.898
Huizen
€ 50.395
Amsterdam
€ 151.457
Koggenland
€ 75.864
Bergen
€ 82.096
Landsmeer
€ 31.700
Beverwijk
€ 37.932
Laren
€ 31.700
Blaricum
€ 31.700
Medemblik
€ 113.796
Bloemendaal
€ 50.395
Oostzaan
€ 18.966
Castricum
€ 50.395
Opmeer
€ 44.164
Den Helder
€ 69.361
Ouder-Amstel
€ 37.932
Diemen
€ 18.966
Purmerend
€ 56.898
Dijk en Waard
€ 101.061
Schagen
€ 132.762
Drechterland
€ 63.130
Stede Broec
€ 37.932
Edam-Volendam
€ 56.898
Texel
€ 75.864
Enkhuizen
€ 31.700
Uitgeest
€ 31.700
Gooise Meren
€ 63.130
Uithoorn
€ 37.932
Haarlem
€ 50.395
Velsen
€ 75.864
Haarlemmermeer
€ 176.925
Waterland
€ 50.395
Heemskerk
€ 31.700
Wijdemeren
€ 50.395
Heemstede
€ 25.198
Wormerland
€ 44.164
Heiloo
€ 37.932
Zaanstad
€ 101.061
Hilversum
€ 37.932
Zandvoort
€ 37.932